Italiaanse arbeiders dwingen sluitingen af

‘Non siamo carne da macello’,“Wij zijn geen slachtvlees”, roepen Italiaanse arbeiders. Zij vinden het niet normaal dat iedereen aangemaand wordt ‘in zijn kot te blijven’, contact te vermijden. Maar dat zij wel moeten opdraven om in risicovolle omstandigheden te blijven produceren.
Talrijke bedrijven van noord tot zuid zijn gesloten omdat het personeel staakt. De arbeiders nemen het niet dat de regering Conte (coalitie van Vijfsterren en Democratische Partij) strenge maatregelen neemt om het coronavirus te bestrijden, maar wel toelaat dat bedrijven open blijven waarvan de productie niet levensnoodzakelijk is – zoals farmaceutische en voedingsbedrijven.

Te laat

Ze begrijpen bij voorbeeld niet waarom de productie van wasmachines, auto’s, wapens… nu onontbeerlijk zou zijn. Miljoenen mensen moeten naar het werk blijven gaan in vaak overvolle transportmiddelen. Alsof nauw menselijk contact voor hen niet gevaarlijk is. Bovendien zijn veel bedrijven helemaal niet uitgerust om de nodige veiligheid en hygiëne te voorzien
Onder druk van deze spontane acties, heeft de regering ingegrepen. Er moeten overal veiligheidskits worden geleverd; het probleem is dat er niet voldoende in voorraad zijn. Vakbondsleider Maurizio Landini van de linkse vakbond CGIL zegt nu dat de gezondheid van de werkers voorgaat op de winsten van de patroons. De actie begint te lonen: Fiat en Maserati besloten maandag alvast hun eenheden in Europa stil te liggen, ook Fincantieri (scheepswerven) sluit. PSA (Peugeot) doet hetzelfde voor zijn vestingen in Italië.
De vakbonden steunen meer en meer de eis dat alle bedrijven die nog open zijn en waarvan de productie niet dringend noodzakelijk is, dichtgaan. Een maatregel niet alleen voor Italië, maar ook hier en in alle landen die met de crisis te maken hebben. Het patronaal argument dat hun onderneming zo marktaandelen en haar plaats in de wereldkettingen verliest, is in deze omstandigheden schokkend.