Italië, stemmen met dichtgeknepen neus

Voor de “Unione”, de zogenaamde centrumlinkse coalitie met Romano Prodi als kandidaat-premier, kwam het er bij de Italiaanse parlementsverkiezingen van 9-10 april in de eerste plaats op aan de eigen achterban te mobiliseren. Het probleem van die Unione is immers in de eerste plaats een gebrek aan geloofwaardigheid tegenover linkse kiezers. De Unione kon daarentegen wel rekenen op de sluikse steun van de leiding van het patronaat, verenigd in de Confindustria.

Decennia lang gingen miljoenen Italiaanse kiezers naar de stembus om er voor de christendemocratische DC te stemmen met dichtgeknepen neus. ‘Turatevi il naso e vota DC”, luidde de leuze – Knijp uw neus dicht en stem DC. Met als motivatie dat alleen op die manier de communistische PCI van de macht kon worden weggehouden. In de voorbije verkiezingscampagne deden verscheidene bekende Italianen een oproep aan linkse kiezers om nu hetzelfde principe toe te passen: stem Unione met dichtgeknepen neus om Berlusconi uit het Palazzo Chigi, de ambtswoning van de premier, te verjagen. De schrijver Umberto Eco lanceerde een oproep: “Het is om de democratie te redden!” Hij richtte die oproep expliciet tot “degenen die ontgoocheld zijn in links”; die moeten volgens hem hun sentimenten even opzij schuiven en toch maar voor de Unione stemmen.

Terzo polo

Want als coalitie vormt die Unione een weinig aantrekkelijk alternatief. Aan de ene kant Rifondazione Comunista, de PdcI (de kleine ‘Partij van Italiaanse communisten’) en de groenen (Verdi), aan de andere kant centrumrechtse strekkingen die onder meer in de ‘Margherita’ zitten. Die bonte groepering, geleid door de kandidaat-premier van vorige keer Francesco Rutelli, herbergt nogal wat politici die dromen van een ‘derde coalitie’ (Terzo polo), die van alle centrumgroepen, een soort herstichte DC.

Rutelli was de man die, terwijl er in Frankrijk volop werd betoogd tegen het nepcontract voor startende werknemers, op de proppen kwam met een eigen versie van een dergelijk nepcontract.

Een van de nieuwigheden was de coalitie van een kleine sociaaldemocratische partij (SDI, ene restant van de ter ziele gegane PSI) met de Radicalen van Pannella, lang bondgenoten van Berlusconi. Die verweet – terecht – de andere partijen van de Unione op ethische kwesties al teveel toe te geven aan de druk van de katholieke kerk. Die kerkleiding was trouwens in de campagne opvallend aanwezig, onder meer rond euthanasie. Dit werd vooral een thema nadat minister Giovanardi van de rechtse UDC de Nederlandse wetgeving had vergeleken met die van de nazi’s. Kardinaal Ruini, de machtige voorzitter van de Italiaanse bisschoppenconferentie, riep de kiezers op bij hun keuze rekening te houden met “de waarden van het leven en van de familie”.

Confindustria

De Unione kon trouwens in de campagne rekenen op de bedekte steun van de leiding van de Confindustria. Prodi maakte op 17 maart op de conferentie van de patronale organisatie in Vicenza een goede beurt tegenover de vijfduizend aanwezige patroons. Voorzitter Luca Cordero do Montezemolo, die eerder erg kritisch was voor de regering, verklaarde zeer tevreden te zijn over de uitleg die Prodi er verstrekte.

Berlusconi daarentegen, die onverwachts toch op de conferentie verscheen, viel de leiding van de Confindustria zeer scherp aan. Hij deed een regelrechte aanval op de leiders van de patronale organisatie die hij ervan beschuldigde hun basis niet te vertegenwoordigen. “De agressie waarmee hij zoveel stommiteiten vertelde, is zorgwekkend”, zei Diego Della Valle, een bekende industrieel die persoonlijk was aangevallen. “Zijn verwardheid is toe te schrijven aan de stress van de campagne”, verklaarde ondervoorzitter Andrea Pininfarina.

Maar waarom permitteerde Berlusconi zich dergelijke uitval? Hij ging er om te beginnen terecht vanuit dat de natuurlijke reflex van patroons erin bestaat rechts te steunen; die zitten dus niet op dezelfde lijn als enkele kapitalistische kopstukken die al altijd Berlusconi als een parvenu beschouwen. Veel van die kapitalisten oordelen echter vooral dat Berlusconi al teveel voor zichzelf heeft geregeerd, dat hij allerlei wetten op zijn persoonlijke maat maakte en veel te weinig aan het (hun) “algemeen belang” heeft gedacht. Zij oordelen dat het beleid van de rechtse regering de Italiaanse kapitalisten binnen de EU in een slechte concurrentiepositie heeft geplaatst. Prodi biedt hun op dat vlak meer garanties.
Het viel dan ook op dat een belangrijk deel van de kranten, waarin Berlusconi weinig invloed heeft, zich achter de Unione schaarden; Van Repubblica was dat normaal, van Il Messaggero iets minder, maar van de Corriere della Sera en in zekere zin ook La Stampa en Il Sole/24 Ore (dé patronale krant) was dat minder evident. De Corriere publiceerde een zeer duidelijk standpunt van de redactie met een stemoproep voor de Unione.

Zwijgen

Berlusconi had andere redenen voor zijn uitval. Wat een verwarring bracht hij niet teweeg bij sommige linkse kiezers die zagen dat ‘hun’ kandidaat-premier (Prodi) door de patroons met open armen werd ontvangen, terwijl Berlusconi hen de mantel uitveegde. Daarmee profileerde hij zich nogmaals als de ‘selfmade man’ die “op eigen kracht” fortuin maakte. Over banden met maffiagroepen en met corrupte toppolitici die in de jaren 1980 wetten op zijn maat maakten, zwijgt hij natuurlijk. Wie er wel wil over praten en schrijven tracht hij het zwijgen op te leggen met klachten waarbij hij enorme schadevergoeding vraagt. Zo diende hij klacht in tegen de auteurs van het boek ‘l’Odore dei soldi’ (de geur van het geld), dat hij evenwel verloren heeft. Daarin wordt ingegaan op de oorsprong van Berlusconi’s fortuin.

Maar Berlusconi zocht met zijn spectaculaire uitvallen tijdens de campagne vooral de aandacht op zich toe te spitsen omdat er binnen de rechtse coalitie, de Casa delle Libertà (Huis van de vrijheden), grote rivaliteit heerst. Hij vreesde dat zijn Forza Italia binnen die coalitie relatief veel zwakker zou worden ten voordele van de Nationale Alliantie en de UDC, twee groepen die bij stond en wijle afstand namen van de premier – die daarentegen op bijna onvoorwaardelijke steun kan rekenen van de uiterst-rechtse Lega Nord. Met zijn spectaculaire uitvallen profileerde Berlusconi ook de eigen partij tegenover de concurrentie binnen het zogenaamde Huis van de Vrijheden.

Die concurrentie komt vooral van de ogenschijnlijk loyale Gianfranco Fini, de leider van AN, die er al jaren op rekent dat hij de natuurlijke opvolger wordt van Berlusconi wiens partij, Forza Italia, volledig rond de chef is opgebouwd en met die chef ook zou kunnen verdwijnen.

(Uitpers, nr. 74, 7de jg., april 2006)

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :