Isra??ls smadelijke aftocht uit Libanon

Op woensdag 24 mei, zowat zes weken eerder dan de voorziene datum van 7 juli en 22 jaar nadat de Verenigde Naties hun onmiddellijk vertrek eisten, verlieten de laatste Israëlische troepen hals over kop Zuid-Libanon. Een netjes georganiseerd vertrek was het niet. Eens de eerste posten ontruimd moest het Zuidlibanese Leger (SLA), Israëls lokale militie, in principe de taken van het Israëlische leger overnemen. Maar het SLA stortte gewoonweg ineen, zodat het een versnelde smadelijke Israëlische aftocht werd. En het is zeer de vraag of Israël er de verwachte vruchten van zal plukken. Of werd hij uitgevoerd om een nieuwe oorlog mogelijk te maken?


Israëls militaire bezetting van een deel van Zuid-Libanon begon in 1978 toen er een eerste grootscheepse operatie tegen de Palestijnse guerrillero’s werd ondernomen, die vanuit Zuid-Libanon operaties ondernamen tegen Israël. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties eiste toen via resolutie 425 het onmiddellijke en onvoorwaardelijke vertrek van Israël. Er werd ook een “tijdelijke” vredesmacht opgericht, UNIFIL (United Nations Interim Force in Lebanon), die als taken kreeg de Israëlische terugtrekking officieel te bevestigen, de vrede en veiligheid in het gebied te herstellen en de Libanese regering bij te staan bij het herstel van haar gezag in het gebied.


UNIFIL kwam, maar Israël trok zich niet volledig terug. UNIFIL was immers geen echte militaire macht en dus niet in staat de veiligheid van Israëls noordelijke grens te verzekeren tegen de aanvallen van Palestijnse feddayin, noch die van Libanezen en Palestijnse vluchtelingen in Zuid-Libanon tegen Israëlische aanvallen. Israël koos daarom voor een vooruitgeschoven verdediging van zijn noordelijke grens en nederzettingen door een grensstrook bezet te houden. Een deel van het werk werd toevertrouwd aan het Zuidlibanese Leger, een militie bestaande uit Libanese christenen en al dan niet onder dwang lokaal gerekruteerde sjiitische moslims.


Het concept werkte nooit. De noordelijke grens was nooit veilig en de aanwezigheid in Zuid-Libanon kostte vele Israëlische soldaten het leven. Ook de grote invasie van 1982, waarbij Israël zelfs de Libanese hoofdstad Beiroet bezette en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) van Yasser Arafat tot ballingschap naar het verre Tunis dwong, leverde niet het verwachte resultaat op. Libanese milities, in de eerste plaats Hezbollah, de sjiitische Partij van God, namen met steun van het revolutionaire Iran en van Syrië de fakkel over. Voor hen was juist de bezetting een reden tot strijd voor de volledige bevrijding van het vaderland.

De voordelen van terugtrekking



Het was dan ook geen slecht idee van de vorig jaar aan het bewind gekomen Israëlische premier Ehud Barak om, zonder vredesverdrag met Libanon, eenzijdig de troepen uit Zuid-Libanon weg te halen. Dan zou de reden voor de aanvallen en meteen ook de druk op de noordelijke nederzettingen en op het leger verdwijnen. Meer nog, dan zou er sterke diplomatieke druk kunnen worden uitgeoefend voor de toepassing van resolutie 520 van de Veiligheidsraad, die oproept tot het vertrek van “alle buitenlandse strijdkrachten”, dus ook van de 35.000 Syrische manschappen, uit Libanon.


Syrië, dat Hezbollah gebruikte als drukkingsmiddel op Jeruzalem, zou een belangrijke troefkaart verliezen in het overleg over een vredesverdrag met Israël. En als het eveneens tot het verlaten van Libanon zou kunnen worden gedwongen, zou het opnieuw beducht moeten zijn voor een Israëlische aanval richting Damascus via de Bekaa-vallei in een nieuw militair conflict. Wegens die verzwakte positie zou Syrie, aldus Israël, gemakkelijker tot territoriale toegevingen kunnen worden gedwongen.


Het lijkt heel simpel, maar zo eenvoudig is het niet. In de eerste plaats leed Israël prestigeverlies, waardoor zijn onderhandelingspositie is aangetast. In Israël zijn de meeste mensen opgelucht over het vertrek, maar beschaamd over de manier waarop dit gebeurde en over de manier waarop de lokale bondgenoten in de steek werden gelaten. Met de aftocht kwam er meteen ook een einde aan de politiek van het “goede hek”, waaronder via bepaalde grensovergangen handel werd gedreven en vele Libanezen in Israël konden gaan werken.


In het Midden Oosten wordt de Israëlische terugtrekking bestempeld als een zege, een overwinning op het machtigste leger van het Midden Oosten en als een nederlaag voor Israël. Er wordt meteen nogmaals op gewezen dat Israël een onbetrouwbare partner is voor minderheden (zoals de Libanese maronieten, de Koerden in Syrië en Irak???) die denken aan samenwerking, of al samenwerken met Israël.

Volledige terugtrekking



De Verenigde Naties zijn inmiddels al bezig te controleren of Israël inderdaad heel Zuid-Libanon heeft ontruimd. Daar lijkt weinig twijfel over te bestaan. Aanvankelijk had Jeruzalem eraan gedacht nog een reeks militaire posities op de heuveltoppen net over de grens te behouden, evenals gebieden met waterbronnen en zones die door Israëlische landbouwbedrijven in cultuur waren genomen en waar hier en daar ook woningen waren op gebouwd. Maar Barak zou opdracht hebben gegeven tot een volledige terugtrekking om elk excuus voor nieuwe aanvallen te voorkomen.


President Hafez al-Assad van Syrië en zijn Libanese vazallen hebben het zo niet begrepen. Israël komt er niet zo makkelijk vanaf. Ze hebben al het probleem van de Shab’a Boerderijen, een rijk landbouwgebied van 25 vierkante kilometer op de hellingen van de Hermon-berg en palend aan de Golan-hoogten, op tafel gelegd. Volgens Beiroet stond Syrië dit gebied in 1951 aan Libanon af en werd het in de zesdaagse oorlog van juni 1967 samen met de Syrische Golan door Israël bezet. De VN wijzen erop dat het gebied op de meeste kaarten die het van Libanon en Syrië kreeg als Syrische gebied staat vermeld en dus Syrisch is. Maar Syrië en Libanon hebben die interpretatie van VN-gezant Terje Roed-Larsen verworpen. Hezbollah heeft dus nog een excuus om de strijd voort te zetten.


Beide landen eisen dat de volledige Israëlische terugtrekking ook de vrijlating inhoudt van alle Libanese gevangenen die in Israël worden vastgehouden (degenen die in de beruchte Khiam-gevangenis in Zuid-Libanon werden vastgehouden werden door Hezbollah bevrijd). Het gaat om een twintigtal mensen, onder wie de sjiitische sjeik Obeid, die werden ontvoerd om als pasmunt te dienen voor in Libanon vermiste Israëli’s. Verder menen zij dat UNIFIL niet eenzijdig kan dienen ter verdediging van Israëls veiligheid. En dat er een einde moet komen aan de Israëlische schendingen van het luchtruim en van de territoriale wateren van Libanon. Secretaris-generaal Kofi Annan van de VN heeft Israël inmiddels al gevraagd in te stemmen met dit laatste.

Terugtrekking als voorbode van oorlog?



Maar het is weinig waarschijnlijk dat Israël dit zal aanvaarden zolang er geen vredesverdrag met Libanon is om niet telkens te worden beschuldigd van woordbreuk als het reageert met luchtaanvallen op grensincidenten. Incidenten die onvermijdelijk lijken als er niet snel vooruitgang komt in het vredesoverleg van Israël met Syrië en Libanon. En die aanleiding kunnen geven tot een oorlog met Syrië. Want de eenzijdige en plotse terugtrekking wordt door sommige waarnemers gezien als voorbode van een eventuele nieuwe oorlog van Israël om zijn suprematie in de regio definitief veilig te stellen na de kapitulatie van Egypte door zijn vredesverdrag van 1979 en de vernietiging van Irak door de Golfoorlog in 1991. Enkel het Syrische militair potentieel, met onder meer zijn massavernietigingswapens, staat die totale suprematie nog in de weg. Israël heeft al gezegd dat elke actie aan de Libanese grens als een casus belli zal worden beschouwd.

Het vredesproces is momenteel immers dood en het moment voor militaire actie is gunstig. Zag het er begin dit jaar nog naar uit dat Israël snel vrede zou sluiten met Syrië om dan de vrije hand te hebben met Yasser Arafat en die tot chef te maken van een uit stukjes en brokjes bestaande bantoestan, dan is het klimaat al snel omgeslagen. In Israël is er meer en meer verzet gerezen tegen terugtrekking van de Golan. In de Knesset worden hinderpalen (via bijzondere meerderheden enz.) opgeworpen om de goedkeuring van een vredesakkoord met Syrië in een referendum zoveel mogelijk te saboteren. Barak zelf zet de kolonisatie op de Golan en op de westelijke Jordaanoever en in de Gaza-strook gewoon voort alsof er geen vredesproces is. En hij is niet langer de onbetwiste meester van de Israëlische politiek. Hij moet regeren met een uiterst labiele coalitie die hem meer en meer stokken in de wielen steekt en afdreigt.


De vredesbesprekingen met Syrië zijn afgesprongen op Baraks weigering tot een volledige terugtrekking naar de lijnen van 4 juni 1967. Hij wil het hele meer van Galilea onder controle houden en heeft daarvoor de steun van de Amerikaanse president Bill Clinton. Die nodigde president Assad op 26 maart uit voor een top in Genève, maar tot ontsteltenis van de Syriërs bleek dat Clinton zich beperkte tot het verdedigen van de Israëlische standpunten. Er werd schamper gezegd dat Syrië het vredesverdrag liet mislukken op een strook grond van 100 m langs het meer. Maar waarom zou Syrië die 100 m moeten opgeven en niet Syrië, dat vanaf het begin van het vredesproces in Madrid in 1991 heeft gezegd dat het enkel genoegen zou nemen met een totale Israëlische terugtrekking.


Van de kant van Clinton en de Verenigde Staten is dit jaar niets meer te verwachten. De campagne voor de presidentsverkiezingen van november zwelt aan. Clinton mag dan wel niet meer herverkiesbaar zijn, hij wil zeker de kansen van zijn vice-president Al Gore niet verknallen door de joodse lobby tegen de haren in te strijken. Hetzelfde geldt voor de kansen van zijn echtgenote Hilary Clinton, die opkomt voor de senaatszetel van New York. Hilary en Bill Clinton hebben zich in het verleden wel eens positief uitgelaten over het Palestijns zelfbeschikkingsrecht, maar in de huidige omstandigheden zullen ze die woorden zeker niet meer herhalen.


Premier Barak heeft dus tot het einde van het jaar de handen vrij. Zelfs voor oorlog indien hij dat wil, een oorlog die hem bovendien uit zijn coalitieproblemen zou kunnen helpen. Van de Europeanen hoeft hij geen verzet te vrezen: die hebben de eenzijdig pro-Israëlische Amerikaanse standpunten overgenomen en doen slechts af en toe wat rituele lippendienst aan de principes. Ook al komt de oorlog er niet dan zullen het spannende maanden blijven in het Midden Oosten. Hezbollah staat aan het grenshek oog en oog met de Israëli’s, soldaten en burgers van de nederzettingen, zodat een nieuwe spiraal van incidenten, represailles en tegenrepresailles bijna onvermijdelij lijkt.


En de Palestijnen hebben in Libanon gezien dat niet vreedzaam onderhandelen, maar geweld meer resultaten oplevert. Ook het Palestijnse spoor zit volledig in de impasse. De zoveelste “deadline” van 13 mei is zonder enig akkoord verstreken en van Israëlische kant wordt al openlijk gezegd dat de definitieve oplossing, voorzien voor 13 september, mag worden vergeten; dat er mogelijks nog jaren zal moeten worden gepraat. In die omstandigheden is een nieuwe intifada, een Palestijnse volksopstand, niet uit te sluiten. Halfweg mei heeft Israël daar al een voorsmaakje van gekregen door gewelddadige botsingen tussen Israëli’s en Palestijnen naar aanleiding van de weigering van Israël om 1.650 Palestijnse politieke gevangenen vrij te laten. Nochtans was de vrijlating van alle politieke gevangenen al beloofd in het veel bejubelde Oslo-akkoord van 13 september 1993.

Visited 3 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).