Israëlisch lobbygroep AIPAC in nauwe schoentjes

Het team van neo-conservatieve hardliners dat zich thuis voelt in de kantoren en salons van het Witte Huis in Washington zit met een erg vervelend zaakje opgescheept. Op 6 mei laatsleden arresteerde het FBI Larry Franklin, een topmedewerker van de ‘Iran Desk’ van het Pentagon en een vertrouweling van minister van Defensie Donald Rumsfeld en zijn onderminister Douglas Feith.

De Amerikaanse federale recherche was Larry Franklin al ruim twee jaar op het spoor. Na zijn arrestatie legden de rechercheurs van het FBI de hand op uiterst bezwarend materiaal. Franklin was een belangrijke schakel in het Israëlische spionagenetwerk in de Verenigde Staten. Hij had zeer gevoelige informatie van het Pentagon over het Iraanse atoomprogramma en over de plannen van de VS-overheid om het land van de ayatollahs aan banden te leggen doorgespeeld aan de Israëli’s. Franklin werkte hiervoor nauw samen met een van de beruchtste en invloedrijkste zionistische lobbygroepen in de States, AIPAC (American Israel Political Affairs Committee). Het AIPAC is niet alleen een spionnennest, het is een club die de verkiezingscampagnes van tientallen Amerikaanse politici financiert, een vaste voet in huis heeft in het Congres en belangrijke sommen doorsluist naar Israël.

Op de dag van Larry Franklins arrestatie stapten in Polen achttienduizend mensen, aangevoerd door de Israëlische premier Ariel Sharon en Nobelprijs winnaar voor de vrede Elie Wiesel, op in de “mars van de overlevenden”. Op de terreinen van de concentratiekampen Ausschwitz en Birkenau herdachten zij de joodse slachtoffers van het nazi-schrikbewind. In beide kampen brachten de nazi’s 1,5 miljoen mensen om het leven. Generaal Sharon hield er een stevige toespraak. “De joden kunnen alleen op zichzelf en dus op Israël vertrouwen,” zei de Israëlische premier. Pech voor hem. De zaak Larry Franklin levert eens te meer het bewijs dat de staat Israël vooral op medewerking vanuit de Verenigde Staten is aangewezen. Israël is niet alleen het land dat jaarlijks het grootste bedrag aan buitenlandse hulp uit de VS opstrijkt (1), de Israëlische inlichtingendiensten hebben hun mannetjes tot in de hoogste regionen van het Amerikaanse staatsapparaat. En hun lobbyorganisatie AIPAC is daarbij een onmisbare en goed geoliede machine. Het FBI vond bij een huiszoeking in de privé woning en in de kantoren van Larry Franklin niet minder 83 geclassificeerde documenten. 38 droegen de stempel ‘top secret’, 37 ‘secret’ en 8 ‘confidential’. Voor Larry Franklin werd het speurdersnet aangetrokken tijdens een ontmoeting op 26 juni 2003 in het Italiaanse restaurant Tivoli in Arlington, een voorstad van Washington. Franklin zat er te tafelen met Naor Gilon, de chef van de afdeling politieke zaken van de Israëlische ambassade in Washington, en met twee prominenten van het AIPAC, voormalig politiek directeur Steve Rosen en Keith Weissman, de Iranspecialist van deze zionistische lobbygroep. De FBI-agenten luisterden mee en kwamen al snel tot de bevinding dat de vier heren niet echt bijeenzaten om een schotel pasta en een portie tiramisu naar binnen te werken. Hier zat een uitgelezen kransje van een Israëlisch spionagenetwerk aan tafel. Na de huiszoekingen bij Larry Franklin bleek dat de Pentagonmedewerker al ruim dertig jaar belangrijke informatie via het AIPAC naar de Israëli’s versluisde. In restaurant Tivoli ging voornamelijk informatie over tafel over de Amerikaanse Iran-politiek en ook over pro-Iraanse groepen, zoals de DAWA-partij en de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak. Informatie, daar kwam het FBI later achter, die door het AIPAC ook werd doorgegeven aan de Iraakse ‘oppositieleider’ Ahmed Chalabi, die na de inval van het Amerikaanse leger in Irak een belangrijke rol zou spelen in de bestuursraad, die door het bezettingsleger was opgericht. Ahmed Chalabi is een persoonlijke vriend van de Israëlische Likoedhaviken Ariel Sharon en Benyamin Nethanyahu en een beschermeling van VS-minister van Defensie Donald Rumsfeld en voormalig CIA-directeur Jim Woolsey. Na dit uiterst compromitterend onderonsje in restaurant Tivoli, ontsnapte Larry Franklin aan een arrestatie. Hij deed een beroep op topadvocaat John Thorpe Richards. Die zorgde ervoor dat hij op borg (100.000 dollar) vrij bleef.

Twee jaar later, op 6 mei laatstleden werd Franklin uiteindelijk toch gearresteerd. Uit het onderzoek bleek dat zijn kantoor in het Pentagon een indrukwekkende databank en bibliotheek was, waar de Israëlische geheime diensten en de top van het AIPAC zich jarenlang hebben kunnen bedienen. Larry Franklin bezorgde hen ultrageheime informatie van het Pentagon en de National Security Council. De kringen waarin Franklin zich beweegt speelden ook een belangrijke rol bij de stroom van desinformatie, propaganda en leugens, waarvan de regering en president Bush zich hebben bediend om de militaire expeditie tegen Irak te verantwoorden. Het waren deze kringen die de verhalen bekokstoofden over de banden van het regime van Saddam Hoessein met Osama Bin Laden of de volslagen verzonnen uraniumdeal die de Iraakse leider zou hebben gesloten met het Afrikaanse Niger. Larry Franklin werkte in het Pentagon voor het ‘Office of Special Plans’, dat onder leiding van Douglas Feith de Amerikaanse regering, president en Congres van valse informatie over Irak heeft voorzien. De bekende onderzoeksjournalist Seymour Hersh beschreef het clubje van neoconservatieven rond Feith als volgt: “ze noemen zichzelf met enig gevoel voor zelfspot ‘the cabal’ (het kabaal, een uit het Hebreeuws afstammende term voor geheim genootschap of samenzweerderskliek). Het is een kleine groep van politieke adviseurs en analisten, die in de dagen na 11 september 2001 aan de slag ging. Deze mensen hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen de Amerikaanse publieke opinie te kneden. Zij bepaalden in grote mate het Amerikaanse beleid tegenover Irak. Zij baseerden zich op gegevens die afkomstig waren van andere inlichtingendiensten en op informatie van het Iraaks Nationaal Congres van Ahmed Chalabi. Zij waren scherpe concurrenten van de CIA en van de DIA, de inlichtingendienst van het Pentagon, en waren voor president Bush de enige informatiebron om te beweren dat Irak over massavernietigingswapens beschikte en dat het regime van Saddam Hoessein banden had met Al Qaeda.”

Het FBI kwam erachter dat Larry Franklin ook gevoelige informatie van het Pentagon over het Iraanse atoomprogramma aan de Israëli’s heeft doorgespeeld. In het verleden heeft de joodse staat al bewezen erg eigengereid te kunnen optreden tegen landen in het Midden-Oosten, die mogelijk de atoombom kunnen aanmaken. In 1981 bombardeerde de Israëlische luchtmacht met succes een in aanbouw zijnde kerncentrale van Saddam Hoessein.

Slechts een handvol commentatoren en analisten in de Verenigde Staten zijn gealarmeerd door dit nieuwe spionageschandaal. De mainstreammedia hebben er nauwelijks aandacht voor.

Als het werkelijk tot een proces komt tegen Larry Franklin, zijn contactman op de Israëlische ambassade in Washington, Noar Gilon, en de twee kopstukken van het AIPAC, Steve Rosen en Keith Weissman, wordt er een weinig fraai licht geworpen op de bijzondere betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Israël, op de rol van de zionistische lobbygroep AIPAC en de Israêlische geheime diensten en op het selecte gezelschap in het Pentagon dat oorlogspropaganda fabriceert en verspreidt

De Amerikaanse historicus Paul W. Schroeder had in het rechtse Amerikaanse opinieblad ‘The American Conservative’ (2) al gewezen op de bijzonder speciale relatie tussen de Verenigde Staten en Israël. Israël heeft de Amerikanen altijd aangespoord om af te rekenen met het regime van Saddam Hoessein. Israël laat geen oproep onbenut om het team van George W. Bush aan te porren om het werk zo snel mogelijk helemaal af te maken en ook het Baathregime in Damascus en het bewind van de ayatollahs in Teheran uit het zadel te bombarderen. “De Amerikaans-Israëlische samenwerking”, schreef Schroeder, “is naar mijn mening uniek in de wereld. Normaal gezien trachten de grootmachten oorlogen te voeren via hulptroepen. Kleine bevriende naties voeren in hun plaats oorlog voor hun belangen. In het geval van de VS en Israël is het de eerste keer dat een grootmacht (in feite een supermacht) de hulptroepen levert voor een oorlog ten dienste van een kleine bevriende natie.”.

Of de zaak Larry Franklin (de man riskeert een celstraf van tien jaar) meer wordt dan een storm in een glas water, valt nog af te wachten. In de beklaagdenbank zal ook het AIPAC moeten plaatsnemen en dat is een machtige organisatie. Het AIPAC werd in 1954 opgericht. De lobbygroep heeft zijn kantoren in Washington. Beschikt over een jaarlijks budget van 33,4 miljoen dollar, heeft in het verleden tientallen Amerikaanse politici financieel gesteund tijdens hun verkiezingscampagnes. Het AIPAC telt niet minder dan 85.000 leden en heeft een 150 man sterke personeelsstaf. In het Amerikaanse Congres beschikt het AIPAC over zes geregistreerde lobbyisten, die minstens twee maal per jaar elk zetelend Congreslid opzoeken. De organisatie heeft al aangekondigd alle juridische middelen te zullen inzetten om naast Larry Franklin ook zijn medebeschuldigden Naor Gilon, Steve Rosen en Keith Weissman vrij te krijgen.

Rosen en Weissman zetten inmiddels de toon. Zij verklaarden dat ze het slachtoffer zijn geworden van een afrekening van een stel antisemieten binnen het FBI. Het hele FBI-onderzoek deden ze af als een “Kristallnacht in Washington”. Aan zin voor enige proportie heeft bij het AIPAC nog nooit ontbroken. Wordt (wellicht) vervolgd…

(1) Officieel krijgt de staat Israël elk jaar 1,8 miljard dollar militaire hulp van de Verenigde Staten en 1,2 miljard dollar economische hulp. Deze jaarlijkse hulppot van 3 miljard dollar is echter niet het enige manna vanuit Washington. Zo kunnen de Israëli’s regelmatig een beroep doen op Amerikaanse renteloze leningen. In 1997 bijvoorbeeld voor een bedrag van 2 miljoen dollar. En dan zijn er de belastingvrije giften van de pro-Israëlische organisaties in de Verenigde Staten, zoals het AIPAC, de B’nai B’rith Anti-Defamation League, de Zionist Women’s Organization (Hadassah), het Simon Wiesenthal Centre, het American Jewish Congress. 44% van alle joden ter wereld leeft in de Verenigde Staten (38% in Israël) en de meerderheid van de Amerikaanse joden zijn fervente aanhangers van de staat Israël. Hoeveel deze organisaties jaarlijks overmaken aan de staat Israël is een goed bewaard geheim. Een aantal van deze organisaties beschikt over fabelachtige jaarlijkse budgetten. Het AIPAC 35 miljoen dollar, de Anti-Defamation League over 45 miljoen dollar.

Volgens cijfers van het Amerikaanse Congres ontving de staat Israël in de periode 1949-1996 voor 62,6 miljard dollar aan Amerikaanse hulp. In dezelfde periode hebben de landen van Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied samen 62,4 miljard dollar hulp ontvangen uit Washington of nagenoeg evenveel als het kleine Israël. Enige uitzondering is Egypte, dat na de ondertekening van het Camp-Davidvredesakkoord met Israël (in 1978) jaarlijks 2,2 miljard dollar hulp ontvangt van de VS. Het Camp Davidakkoord was echter een belangrijke pijler van de Amerikaanse Midden-Oostendiplomatie. Het Egyptische regime van president Hosni Moebarak beschouwt deze jaarlijkse hulp dan ook als een soort ‘vredesdividend’.

(2) Paul W. Schroeder, ‘The US going to war in Iraq’, The American Conservative, 2003.

(Uitpers, nr. 65, 6de jg., juni 2005)

Visited 5 Times, 1 Visit today

Tags :