Israël: militairen hebben belang bij oorlog

De intifada kost de Israëlische regering handen vol geld. Israël lijkt nu ook belust op confrontatie met de Arabische buurlanden. Zou het kunnen dat Israël ook op het oorlogspad is omdat een verborgen agenda bepaalt dat het defensiebudget omhoog moet?

Onlangs vroegen de Israëlische defensieminister, Benjamin Ben-Eliezer en de stafchef van het leger Shaul Mofaz, de minister van Financiën, Silvan Shalom om 3,9 miljard NIS (Shekel – ruwweg 39 miljard frank) extra vrij te maken bovenop het 36,4 miljard tellende defensiebudget om de kosten te kunnen dekken van de intifada de komende zes maanden (Ha’aretz, 17 april 2001). Een deel van dat bedrag, 900 miljoen NIS (Shekel – 9 miljard frank) was al om die dringende redenen uitgekeerd. De vorige premier en defensieminister Ehud Barak had het Israëlische leger omwille van de intifada 2 miljard NIS (20 miljard frank) extra beloofd, maar het voortduren van de intifada vereist volgens het leger een additionele 1,9 miljard NIS.

De kans is groot dat de militairen grotendeels op hun wenken zullen worden bediend, enkele maanden eerder zouden ze hebben bot gevangen. Op 6 augustus 2000, anderhalve maand voor het uitbreken van de intifada (!) vroegen de militairen 1 miljard NIS extra nodig als voorbereiding op toekomstige botsingen met de Palestijnen. Hoewel op dat ogenblik de onderhandelingen met de Palestijnen niet echt vlot verliepen, was deze voorspelling toch wat verrassend. Barak was op dat ogenblik in elk geval niet van plan om het defensiebudget te laten stijgen. Het verdwijnen van de Israëlische troepen uit Zuid-Libanon in de zomer van vorig jaar en de dan nog altijd optimistische voorspellingen dat er een akkoord zou komen met de Palestijnen wat dan weer extra buitenlandse middelen zou losweken, maakten dat er zeker geen behoefte was om meer aan defensie te besteden. Bovendien was er dringend vers geld nodig voor onderwijs, dat het met een bescheiden 26,9 miljard NIS moet stellen.

De weken daarna, liet het leger nog wat alarmerende kreten los: militaire bestellingen liepen gevaar en 17.000 jobs stonden op de helling. Op 28 september 2000 volgt het provocerende bezoek van Ariel Sharon aan Al-Aqsa in Jeruzalem onder stevige bewaking. De dag nadien werd de Palestijnse reactie op het bezoek, ongemeen hard neergeslagen. Er wordt met scherp geschoten en 7 Palestijnen vinden de dood. Toeval? De gebeurtenissen kwamen er voor het leger in elk geval op het goede ogenblik. De roep voor een stijging van het defensiebudget klonk almaar luider ook in politieke kringen. In november 2000 leverden de inlichtingendiensten een "angstaanjagend" rapport af: de Syrische steun voor de Hezbollah zou kunnen leiden tot een conflict op dat front, Iran agiteerde op de achtergrond en er waren Iraakse troepenbewegingen gesignaleerd aan de Jordaanse grens. Volgens de krant Yedioth Aharonot was de centrale boodschap het proberen overtuigen van de minister van Financiën om het defensiebudget met 750 miljoen NIS extra te doen stijgen. Het Palestijnse Knesset-lid Azmi Bishara legt duidelijk een link tussen de agressieve aanpak en oorlogstaal van het leger en het gelobby om het defensiebudget te laten stijgen: "Ze konden de minister van Financiën niet overtuigen om meer van het budget te geven aan het leger, dus praten ze oorlogstaal en lekken ze in de media de mogelijkheid dat er oorlog met Syrië komt." Syrië is nochtans helemaal geen partij voor het Israëlische leger en daarom zeker niet gediend met een gewapend conflict. De hele zaak lijkt inderdaad verdacht veel op – een geslaagde – self-fulfilling prophecy.

Israël wordt nochtans al royaal bediend door de VS. Op dit ogenblik krijgt de Israëlische regering jaarlijks 3 miljard dollar steun uit de VS-pot voor buitenlandse hulp. 1,8 miljard dollar (ongeveer 80 miljard frank) daarvan gaat naar militaire steun, de resterende 1,2 miljard Frank is economische steun. Helemaal aan het einde van het Clinton-tijdperk, op 19 januari 2001 tekenen de Israël en de VS een ‘Memorandum of Understanding" (MOU). Het gaat om een officiële verklaring die de VS engageert om de militaire steun aan Israël te verhogen en in ruil de economische steun te verminderen gedurende de komende 10 jaar. De economische steun zou (te tellen vanaf 1999) jaarlijks met 120 miljoen dollar uitdoven. De militaire steun moet met 60 miljoen dollar stijgen. Tegen 2008 is voorzien dat de militaire steun aan Israël uiteindelijk 2,4 miljard dollar zal bedragen.

(Uitpers, mei 2001)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 47 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook