Israël is een racistische staat

Op de racismeconferentie van de Verenigde Naties in Genève in april was er heel wat beroering over de toespraak van de Iraanse president Mahmoed Ahmadinejad. De delegaties van de landen van de Europese Unie verlieten de zaal toen hij Israël als een racistische staat bestempelde.

“Durban II start met racisme” titelde de “kwaliteitskrant” De Standaard op 21 april. Met Durban II wordt verwezen naar een gelijkaardige conferentie in het Zuid-Afrikaanse Durban in 2001. Die krant bracht overigens geen verslag uit over de conferentie maar voerde er een haatcampagne tegen en probeerde de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht ervan te overtuigen dat hij niet naar Genève zou moeten gaan. Een campagne, waarbij alle journalistieke regels met de voeten werden getreden. Kortom, een campagne met vermenging van nieuws en commentaar, een echte krant onwaardig.

Nochtans kan er niet de minste twijfel over bestaan dat Israël een racistische staat is. Hij is een apartheidsstaat, die zijn Palestijnse inwoners discrimineert. Dat blijkt al uit zijn eigen karakterisering dat Israël “de staat is van het joodse volk”, en niet van al zijn inwoners. Een Israëlische nationaliteit bestaat er officieel niet. Men heeft de “joodse” of “Arabische” nationaliteit. Dat de EU daar volmondig achter staat, en dus instemt met de discriminatie, betekent niet dat dit geen racisme meer is. Afgezien daarvan zijn er massa’s discriminerende wetten en praktische maatregelen tegen de Palestijnen – en dan hebben we het hier alleen over de Palestijnen in Israël, niet over die in de sedert 1967 bezette gebieden (de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem en de Gazastrook.

Zo is bepaald – we halen maar slechts enkele voorbeelden aan – dat 93% van het land “onvervreemdbare eigendom is van het joodse volk”, terwijl vóór de onafhankelijkheid van Israël nauwelijks 6% eigendom van joden was. De onteigening van de Palestijnen gaat nog steeds door, zoals te zien in de acties tegen de bedoeïenen in de Negev-woestijn. Vorig jaar werd een wet van kracht waaronder partners van huwelijken tussen Palestijnen in Israël en uit de bezette gebieden zich niet in Israël mogen vestigen. Om het even welke jood mag wel een echtgenote uit om het even welk land naar Israël meebrengen. Er is verder het verbale racisme tegen de Palestijnen, de dagelijkse haatcampagnes, die wettelijk zijn toegelaten. Elke denigrerende opmerking over joden daarentegen wordt door de wet bestraft. Om het even wie mag, en hier wordt de “vrijheid van meningsuiting” ingeroepen, de Palestijnen beledigen, oproepen om ze te uit het land te verzetten, zelfs ze allemaal te vermoorden, te verdrinken in de Dode Zee. Rabbijnen kunnen ongestraft verkondigen dat het leger zonder scrupules zoveel Palestijnse burgers mag doden als het wil. Een fractie van het geciteerde over joden zou de Europese instellingen tot krachtige veroordelingen en sancties aanzetten, tot anti-Palestijnse mediacampagnes leiden. Als joden in Israël dit doen wordt er zelfs geen formeel protest geuit. Vrijheid van meningsuiting, niet waar?

Racisme aan de kaak stellen, zoals Ahmadinejad dit deed, op een conferentie die uitgerekend de bestrijding van het racisme tot voorwerp heeft, is “tegengesteld aan de principes en de waarden van de Verenigde Naties”, zo meende minister De Gucht in zijn toespraak tot de conferentie. Israël is blijkbaar boven elke kritiek verheven. Men moet er over zwijgen, zoals ook de kernbewapening van Israël een taboe is. Blijkbaar is het racisme van de staat Israël wel in overeenstemming met de principes van België, van de VN, van de EU en van de Navo…

Merkwaardig is in dit verband ook dat de islamofoben heel andere criteria hanteren als het gaat over de islam en het jodendom. Zo stond in De Morgen (21.04.09) in een vrije tribune te lezen dat “de islam als politieke ideologie een grote zwarte steen van mannelijke agressie, inktzwart obscurantisme en diepe achterlijkheid is”. De man heeft zich blijkbaar nooit over de joodse wetten in Israël gebogen, waarop trouwens een groot deel van de islam gebaseerd is. Zo zou men bv. kunnen stellen dat de moslims de hoofddoek van de joden hebben overgenomen. Nergens in de koran staat zo’n verplichting, maar de joodse wet schrijft voor dat vrouwen hun haar niet mogen laten zien. In Jeruzalem treft men in de fundamentalistische joodse wijken vele vrouwen met hoofddoeken aan. Minder “obscurantistische” vrouwen daarentegen omzeilen de wet door hun haar af te scheren en een pruik te dragen. Vrouwen in het algemeen worden onder joodse wetten even erg gediscrimineerd als in de islam. Zo hebben ze gereserveerde plaatsen achteraan in bussen. Echtscheiding is voor de vrouw zelfs moeilijker dan in de islam, want de man moet toelating geven. Klachten door vrouwen bij de totaal vrouwonvriendelijke rabbinale rechtbanken worden steevast naar de prullenmand verwezen: de man heeft immers altijd gelijk. Ook heeft de islam de mannelijke besnijdenis overgenomen uit het jodendom. En hoe men het draait of keert, die besnijdenis is evenzeer een seksuele verminking als de vrouwelijke besnijdenis, zoals die in Afrika veel voorkomt.

Potsierlijker nog wordt het als de man in De Morgen stelt dat “de waarheid luidt dat erin de hele wereld geen enkel land met een islamitische meerderheid bestaat waar de minderheden de facto gelijke rechten hebben – gewoonlijk worden ze daarentegen gepest, gediscrimineerd of zelfs vermoord”. Die beschrijving klopt perfect voor het enige land met een joodse meerderheid – Israël. Meer nog in Israël gaat het niet alleen om een de facto discriminatie, maar zelfs één in vele wetten en regels vastgelegd racisme.

(Uitpers, nr. 109, 10de jg., mei 2009)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 75 Times, 2 Visits today

Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).