Geopolitieke Ontwikkelingen
Mensenrechten

INTERNATIONALE POLITIEK

Regionale Conflicten
Economie

Is de internationale beleidselite van de VS-Democratische Partij de trappers kwijt? | Uitpers %

Is de internationale beleidselite van de VS-Democratische Partij de trappers kwijt?

Image

Wie vandaag in de betere VS-boekhandel op zoek is naar een analyse van de plaats die de Verenigde Staten onder President Trump inneemt op het wereldtheater ziet onmiddellijk de dikke pil van 534 bladzijden,“Autocrats vs. Democrats: China, Russia, America, and the New Global Disorder” van Michael McFaul liggen.

McFaul behoort tot de beleidselite op diplomatiek gebied van de Democratische Partij. Hij zat, en zit tendele nog steeds, op een bevoorrechte plaats om de wendingen in het Amerikaanse buitenlandbeleid te volgen en te beinvloeden.

McFaul diende vijf jaar lang in de regering-Obama: eerst als speciaal assistent van de president en senior directeur voor Russische en Euraziatische zaken bij de Nationale Veiligheidsraad in het Witte Huis (2009–2012), en vervolgens als Amerikaans ambassadeur in de Russische Federatie (2012–2014).

Hij zag gaandeweg de relatie tussen de VS en Rusland verslechteren. Zo onderhandelde hij over de noodlottige onthouding van Rusland bij de stemming in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de NAVO-interventie in Libië.

Hij werd informeel adviseur van Hillary Clintons presidentiële campagne en vervolgens commentator voor MSNBC en MSNOW, waar hij verbanden legt tussen verzet tegen president Donald Trump in eigen land en het bevorderen van de democratie in het buitenland.

Tegelijk was hij reeds sinds 1995 Professor Internationale Politiek en van 2015 tot 2025 directeur van het Freeman Spogli Institute for International Studies (FSI) aan de Stanford University. Hij heeft een groot deel van zijn academische carrière gewijd aan onderzoek naar politieke veranderingen, de concurrentie tussen grootmachten en het Amerikaanse beleid ten opzichte van Rusland. Hij spreekt uit ervaring en gebruikt meer feiten, statistieken en personen dan veel anderen in zijn vakgebied.

Zo is hij ook auteur en co-auteur van diverse boeken, waaronder *Autocrats vs. Democrats: China, Russia, America, and the New Global Disorder* (2025); *From Cold War to Hot Peace: An American Ambassador in Putin’s Russia* (2018); *Russia’s Unfinished Revolution: Political Change from Gorbachev to Putin* (2015); en *Advancing Democracy Abroad: Why We Should, How We Can * (2009).

Een ‘liberaal internationalist’

McFaul beschouwt zich als “liberaal internationalist, zij het geen traditionele, in een tijd waarin illiberaal nationalisme in zwang is. Misschien luidt de herverkiezing van Trump een blijvende koerswijziging in richting isolationisme, unilateralisme en onverschilligheid ten aanzien van Amerikaanse waarden in het Amerikaanse buitenlands beleid. Ik weet het niet. Ik hoop van harte van niet, want ik vrees dat deze ideeën de langetermijnbelangen van het Amerikaanse volk niet dienen” (p. 13).

Daarmee is de toon gezet. Zoals de ondertitel van het boek al aangaf, speelt Europa nauwelijks een rol in McFaul’s wereldbeeld, dat voonamelijk met een Amerikaanse bril op naar de wereld, en meer specifiek de geviseerde concurrenten op wereldniveau – China en Rusland – kijkt.

Oorspronkelijk wilde McFaul Europa nog opvoeren als de vierde grootmacht aan de liberale, democratische kant, maar, afgezien van pagina-gebrek, was er “een analytische overweging, mede ingegeven door de historische observatie dat het Westen in reactie op de Sovjetdreiging doorgaans relatief eensgezind optrad. Of dit in deze eeuw – en met name in het Trump-tijdperk – nog steeds opgaat, is ongewis … Mocht Europa daadwerkelijk gaan optreden als een autonome grootmacht die, onafhankelijk van de Verenigde Staten, invloed uitoefent op de uitkomsten binnen het internationale systeem, dan vergt die historische omslag een geheel nieuw boek” (pp 14-15).

China en Rusland

McFaul structureert het boek in drie delen: een korte geschiedenis van de Amerikaanse betrekkingen met Rusland en China, een uitgebreide vergelijking van het huidige mondiale machtsevenwicht, en een reeks beleidsaanbevelingen die bedoeld zijn om de lessen van de Koude Oorlog aan te passen aan de situatie vandaag. Het boek is niet alleen beschrijvend, maar ook analytisch. McFaul vergelijkt autocratieën en democratieën op basis van economische prestaties, militaire capaciteit, innovatie en alliantienetwerken.

In elk deel onderzoekt hij Rusland en China naast elkaar. Hoewel, zoals McFaul terecht opmerkt, Rusland en China beide autoritair zijn, verschillen ze ook duidelijk van elkaar. De instrumenten die nodig zijn om de Russische agressie tegen te gaan, zijn immers niet dezelfde als die nodig zijn om te concurreren met de langetermijnambities van China.

Rusland is een staat in verval met een relatief kleine economie, ernstige demografische uitdagingen en een leiderschap dat afhankelijk is van repressie, nationalisme en militaire macht om invloed te behouden. De wereldwijde impact komt vaak tot uiting door dwang en ontwrichting: militaire agressie, desinformatie, cyberaanvallen, energiebenutting en politieke inmenging.

China daarentegen is een opkomende economische en politieke grootmacht binnen de bestaande wereldorde. In plaats van te proberen dat systeem op te blazen, opereert Peking er over het algemeen binnen, gebruikmakend van handel, investeringen, toeleveringsketens en internationale instellingen om zijn invloed uit te breiden en zijn belangen te beschermen.

Waar Rusland vaak destabiliseert, concurreert en manoeuvreert, poogt China het systeem in zijn voordeel te kantelen zonder het bestaande internationale kader te vernietigen waarbinnen het opereert.

Trump

McFaul argumenteert dat Trump — als ‘nuttige idioot’ –, de vier pijlers van de Amerikaanse macht aan het slopen is. Door de lessen van de vorige eeuw te verwerpen, is hij het Amerikaanse voordeel ten opzichte van China en Rusland aan het ondermijnen.

McFaul beklemtoont evenwel dat deze teleurgang reeds voor de komst van Trump is begonnen.

Door de macht van de Sovjet-Unie en de aantrekkingskracht van het communisme wereldwijd te overschatten, steunden de VS regelmatig corrupte dictators die hun anticommunisme verkondigden en hun macht misbruikten in oorlogen die zogenaamd bedoeld waren om democratie te verspreiden.

Rusland, economisch gezien klein in vergelijking met China, is strijdlustig geworden, geobsedeerd door het herstellen van zijn status als grootmacht.

De opkomst en groei van China heeft de mythe ontkracht dat welvarende landen automatisch democratisch worden, maar McFaul waarschuwt ons ook om China niet te overschatten zoals we dat met de Sovjet-Unie hebben gedaan. Hij merkt op dat de Chinese economie hapert en dat negen van de tien rijkste landen ter wereld democratieën zijn. De VS hebben tientallen bondgenoten; China en Rusland moeten het doen met Noord-Korea en Iran.

Aan de opkomst en impact van de BRICS wordt relatief weinig aandacht besteed. “Terwijl China blijft groeien als grootmacht, is het niet onvermijdelijk dat het de Verenigde Staten uit hun leidende rol in de wereldeconomie zal verdringen. Ik acht dat onwaarschijnlijk” (p. 318), omdat “de US dollar de voorkeursmunt voor de meeste landen blijft” (p. 319).

Toch vindt McFaul het ontmoedigend dat president Trump de democratie niet prijst en de mensenrechtenschendingen in China en Rusland niet veroordeelt. In plaats daarvan prijst Trump hun leiders, kleineert hij Amerikaanse bondgenoten en heeft hij zich teruggetrokken uit verdragen en andere pogingen tot internationale samenwerking.

McFaul schrijft: “Onze tegenstanders begrijpen duidelijk de voordelen van onze binnenlandse verdeeldheid en hebben zich soms in de Amerikaanse politiek gemengd om deze verdeeldheid te verergeren.” Hij klinkt eerder pessimistisch: “Trump maakt Amerika niet opnieuw groot. Hij maakt Amerika zwak – precies op een moment in de geschiedenis waarop we ons dergelijke fouten niet kunnen veroorloven. China is in opkomst, en het is onwaarschijnlijk dat Poetin stopt in Oekraïne” (p. 436).

Oekraïne

Een van de sterke punten van het boek is dat het de uitdagingen behandelt die China en Rusland samen creëren. De Russische oorlog tegen Oekraïne vindt niet op zichzelf plaats. China heeft de impact van sancties helpen verzachten door de handel uit te breiden, diplomatieke steun te bieden in internationale fora en verhalen te herhalen die de schuld bij het Westen leggen. Als we ons zorgen maken over de wereldveiligheid op de lange termijn, moeten we de doelen en acties van zowel Rusland als China begrijpen, benadrukt McFaul.

De corruptie van Rusland en de gebrekkige logistiek op het slagveld in Oekraïne zijn geen geïsoleerde mislukkingen, maar weerspiegelen diepere zwakheden van autocratisch bestuur, waar informatie wordt vervormd en verantwoording beperkt is.

Tegelijkertijd hebben democratieën hun eigen kwetsbaarheden, vooral wanneer politieke polarisatie de besluitvorming vertraagt of de vastberadenheid verzwakt.

De toekomst?

Het derde deel van het boek bevat aanbevelingen voor Amerikaanse beleidsmakers voor de toekomst. McFaul merkt bijvoorbeeld op dat het niet haalbaar noch verstandig is om overal en altijd China te bekampen. China is te groot en te sterk verweven met het mondiale systeem.

Democratieën moeten onderscheid maken tussen gebieden die krachtig verzet vereisen, gebieden van beheersbare concurrentie en gebieden waar samenwerking mogelijk blijft.

De Verenigde Staten zouden allianties moeten versterken in plaats van alleen te opereren, thuis moeten investeren in democratische instellingen en economische concurrentiekracht, agressie duidelijk en consequent moeten afschrikken en zowel isolationisme als overmoed moeten vermijden, argumenteert McFaul.

Het centrale, misschien wel bepalende, thema van het boek blijft echter een onwrikbaar geloof in het belang en de rechtvaardigheid van het liberale buitenlandbeleid na de Koude Oorlog, gekoppeld aan een onwil om de onbedoelde gevolgen die zich gaandeweg voordeden te onderzoeken.

McFaul betreurt de afnemende steun van het Amerikaanse publiek voor de liberale internationale orde – of het toenemende isolationisme van ‘America First’, – maar zonder al te veel stil te staan bij de redenen waarom de Amerikaanse houding zo dramatisch is veranderd. Hij stelt ook niet de vraag of sommige van deze liberale kruistochten hebben bijgedragen aan het nationalisme en illiberalisme dat nu de politiek in de hele westerse wereld teistert.

Een nostalgische leeservaring voor elites in het buitenlands beleid

Daarom voelt McFaul’s boek voor Emma Ashford, senior fellow bij het Reimagining U.S. Grand Strategy-programma van het Stimson Center, en auteur van “First Among Equals: U.S. Foreign Policy in a Multipolar World” aan alsof het in 2015 is geschreven, niet in 2025.

Onze kernbelangen, zo stelt McFaul, zijn: (1) het beschermen van Amerikaans grondgebied, (2) het afschrikken van aanvallen op onze bondgenoten wereldwijd, (3) het stoppen van Russische annexatie en verovering in Europa, (4) het voorkomen van een oorlog met China over Taiwan, en (5) het behoud van de vrijheid van scheepvaart in de Zuid-Chinese Zee. We moeten dat alles doen zonder onze bevoegdheden te overschrijden, zegt hij, en terwijl we “het beste leger ter wereld behouden”.

Maar deze beleidsvoorstellen, opgelijst in hoofdstuk 14 (vanaf p. 396), sluiten sterk aan bij de aanpak van de regering-Biden: een duurzaam Amerikaans exceptionalisme (inclusief een verenigde elite die accepteert dat de VS “de vrije wereld moet leiden”), substantiële investeringen in militaire capaciteiten, sterkere allianties met andere democratieën, meer Amerikaanse troepen in het buitenland en nieuwe internationale instellingen.

Over de concrete plannen om dit alles te realiseren blijft McFaul redelijk vaag. Bovendien geeft hij toe dat “in tegenstelling tot de Koude Oorlog komen de grootste bedreigingen voor Amerika vandaag de dag niet van Rusland of China, maar van binnenuit.” Trump, zo betoogt hij, heeft “bijna alle” Amerikaanse bezittingen uit het Koude Oorlog-tijdperk “verzwakt of vernietigd”.

Het is in veel opzichten een geluk voor McFaul dat Trump bestaat om als zijn tegenpool te dienen, merkt Emma Ashford cynisch op: Trump krijgt misschien niet de schuld van alles, maar toch van veel, van democratische disfunctie tot isolationisme, nationalisme en protectionisme. “Is het op één hoop gooien van Trump en zijn kiezers met buitenlandse autocraten wel de beste manier om het vertrouwen in ons democratisch systeem te herstellen?”

Bovendien is, volgens sommigen, de Democratische Partij niet alleen impopulair; ze is stuurloos en onzeker of haar weg vooruit via het centrum loopt, dan wel via een scherpe draai naar links.

Referentie

Michael McFaul, (2025), Autocrats vs. Democrats: China, Russia, America, and the New Global Disorder, Mariner Books, New York, 544 pagina’s, ISBN 978-0-358-67787-1

Homo conflictus

Wat een luxe! Twee Vlaamse boeken, bijna tegelijk over ‘geschiedenis en toekomst’ van de welvaartsstaat! En twee totaal verschillende visies en aanpak, wel twee keer zonder statistieken en grafieken over procentpuntjes hier en zoveel-na-de-komma daar. Een boek geschreven door een historicus en een ander door een socioloog. Het boek van historicus van der Ven werd ... Lees verder

De wortels van de welvaartsstaat

De geschiedenis van de ‘welvaartsstaat’ is een complex historisch proces. Het is een verhaal van hoe we ons verhouden tot elkaar en tot onze gedeelde geschiedenis. De welvaartstaat is niet links of rechts, maar het resultaat van het opbouwen van sociale structuren die stabiliteit en welzijn moeten garanderen. De verzorgingsstaat die in de negentiende eeuw ... Lees verder

Atlas van de Wereldgeschiedenis

Kaart voor kaart door de tijd De auteurs van deze luxueuze atlas tonen in 140 kaarten, vele foto’s en tijdlijnen hoe de mens zich ontwikkelde en verspreidde over de aarde en welke wereldrijken er ontstonden. Doordat de kaarten vergezeld zijn van verklarende teksten, kun je deze atlas ook gebruiken als historisch leesboek. Het begint met ... Lees verder