Irakezen moeten zelf voor veiligheid gaan zorgen

De strijd tegen het geweld is de prioriteit van de in mei, na ruim vijf maanden onderhandelen aangetreden Iraakse premier Nouri al-Maliki. Maar die strijd lukt niet al te best. Aanslagen, moorden, ontvoeringen en het vermoorden van gevangenen (Irakezen, Russen, Amerikanen…) blijven schering en inslag. En ondertussen kalft de “coalition of the willing” verder af. Zelfs Britten en Amerikanen gaan beginnen met troepen terug te trekken.

Met andere woorden, sedert de verkiezing van een “echt” parlement op 15 december, dat “zijn verantwoordelijkheden” moet gaan opnemen, heeft iedereen een excuus om de plaat te poetsen. Met andere woorden, Nouri al-Maliki, wordt langzamerhand in de steek gelaten. Het is immer, letterlijk en figuurlijk, te heet in Irak. Hij moet nu maar zijn eigen boontjes gaan doppen.

De dood van Aboe Moessab al-Zarqawi was een opsteker voor de Amerikaanse president Bush, ook in de opiniepeilingen die tot 38% instemming stegen. De president bracht op de golf van euforie na de dood van Al-Qaida-leider onmiddellijk daarna een kort bezoek aan Bagdad als blijk van steun aan de eerste minister. Maar hij liet in niet mis te verstane woorden horen dat de toekomst in al-Maliki’s handen ligt. Wel beloofde hij dat de Amerikanen Irak zullen blijven bijstaan. Dat zal dan met minder manschappen zijn, dan de ongeveer 135.000 GI’s die er nu zijn. Tegen eind dit jaar moeten Iraakse soldaten de veiligheidstaken op een aantal plaatsen hebben overgenomen. Maar hoe snel de Amerikanen zullen vertrekken bleef in het ongewisse door interne verdeeldheid onder de Democraten in het Amerikaanse Congres.

Ook de Britten, die met zowat 8.000 soldaten het tweede grootste contingent van de coalitie in Irak hebben, hebben officieel aangekondigd dat ze met de terugtrekking van hun manschappen gaan beginnen. Tegen eind dit jaar zullen er al honderden thuis zijn.

De Italianen, die met 2.900 soldaten het vierde sterkste contingent hebben (na de Zuid-Koreanen), zullen waarschijnlijk al binnen enkele maanden weg zijn. De nieuwe Italiaanse premier Romani Prodi, zei eerder dat de terugtrekking tegen eind dit jaar een feit zou zijn.

In Japan liet premier Junichiro Koizumii verstaan dat de 600 Japanse militairen, die zich met humanitaire projecten bezig hielden in de provincie Muthana, vervroegd de aftocht zullen blazen. Dat opent dan de weg naar de exit van de 460 Australische soldaten, die tot taak hadden de Japanners te beschermen. Voorlopig de laatsten om aan te kondigen dat ze de benen nemen zijn de Roemenen. Premier Calin Popescu Tariceanu vindt dat de aanwezigheid van 700 Roemeense soldaten in Irak te duur kost en dat hun vertrek een besparin van € 780 miljoen zal opleveren.

Dat president George Bush nogal eens steken laat vallen is geen geheim. Toen hij naar Boedapest ging ter herdenking van de vijftigste verjaardag van de opstand tegen de Russen, bedankte hij zijn gastheren voor de “vitale rol” die ze in Irak spelen – terwijl de Hongaren het daar al meer dan een jaar geleden voor bekeken hielden. Ook de vergelijking die hij maakte tussen de oorlog in Irak en de Hongaarse opstand was eerder bizar. Het is eerder zo dat de Irakezen, zoals destijds de Hongaren, naar de wapens grepen tegen de bezetter die met tanks het land binnenrolde. De Hongaren werden al vlug verslagen, maar de Irakezen houden het nog altijd vol. Ze vinden duidelijk niet dat bezetting “vrijheid” brengt.

Nu het “veiligheidsplan”, met de ontwapening van alle milities, van al-Maliki niet werkt, probeert de premier het op een andere manier. Hij kondigde een plan voor nationale verzoening aan, waaronder er een voorwaardelijke amnestie kan worden gegeven aan de soennitische rebellen als die geen bloed aan hun handen hebben. Ook zal het ontslag, in 2003 door de Amerikaanse proconsul Paul Bremer, worden herbekeken van honderdduizenden leden van de Baath-partij van Saddam Hoessein en van leden van de strijdkrachten. Aangenomen wordt dat dit collectieve ontslag velen in de armen van de rebellen heeft gedreven.

Het is echter de vraag of hij dit plan zal kunnen doordrukken, want de Koerden en sjiieten, die veel te lijden hadden van grootscheepse en bloedige repressie onder Saddam Hoessein, hebben er veel bezwaren tegen. Zoals de uiterst moeizame regeringsonderhandelingen aantonen bestaan er nog altijd bijna onoverkomelijke meningsverschillen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Zowel over de rol van de religie in het nieuwe Irak als over de gewestvorming en, vooral, over de grenzen van die gewesten.

Alle 24 punten van het verzoeningsplan moeten worden besproken en uitgewerkt in de schoot van een “nationale raad voor de verzoening en voor de nationale dialoog”. De vraag is hoe lang het zal duren vooraleer er overeenstemming over de samenstelling van de raad zal worden bereikt. Zo is er, bij wijze van precedent, na dit van de regeringsvorming, nog altijd geen akkoord over de samenstelling van de commissie die de grondwet moet amenderen, een commissie die al lang aan de slag had moeten zijn.

Onder die omstandigheden is efficiënt werken gewoonweg onmogelijk. En dat speelt in de kaart van de opstandelingen. Het heeft ook bijgedragen tot de wens tot vertrekken bij de coalitiepartners, die zich al een paar jaar dood ergeren aan de enorme corruptie en aan het immobilisme, zowel op het vlak van de politiek als op dit van de heropbouw. De Irakezen zijn er drie jaar na de invasie nog altijd slechter aan toe dan onder het door het embargo doodgeknepen regime van Saddam Hoessein. Het blijvend tekort aan elektriciteit, water en benzine zijn een voortdurende bron van ergernis voor de Irakezen. Om dan nog niet te spreken van het elementaire gebrek aan veiligheid.

Afghanistan

Irak is niet het enige fiasco voor het Westen. Maar misschien is Irak geen fiasco en is het de bedoeling het land kapot te maken om te verhinderen dat het op basis van zijn enorme olierijkdommen in de toekomst weer een regionale macht wordt. Hoe het ook zij, ook in Afghanistan beginnen de zaken volledig uit de hand te lopen. De omverwerping van het Taliban-regime na de aanslagen van 9/11, gebeurde grotendeels door de “krijgsheren”, die tot opluchting van de bevolking van hun macht waren beroofd door de Taliban. De krijgsheren zagen een kans om hun macht te herwinnen. Ze speelden de Amerikaanse kaart en werden door de Amerikanen gekocht en bewapend. Met als gevolg dat er opnieuw chaos, geweld en willekeur heerst in het land als in de periode vóór de Taliban en dat de papaverteelt bloeit als nooit tevoren. Het is zelfs zo erg dat vele Afghanen opnieuw heimwee krijgen naar de Taliban, die ten minste voor rust en orde zorgden. Die Taliban hebben zich inmiddels voldoende gehergroepeerd om de westerse troepen meer en meer het vuur aan de schenen te leggen.

De westerse troepen dreigen er in eenzelfde situatie te verzeilen als de Sovjet-troepen, die het land in 1979 binnenvielen en te maken kregen met een moordende guerrilla, die pas eindigde met hun vertrek in 1989. De Amerikanen hebben wel geluk dat ze erin geslaagd zijn de leiding van de operaties over te dragen aan de NAVO, zodat ze de last aan lijken en kosten kunnen delen met de bondgenoten. Vraag is hoe die bondgenoten zullen reageren als ze meer en meer in de vuurlijn komen van de Taliban. Kunnen landen als Nederland en België lang verliezen aan manschappen dragen? In Rwanda was de dood van tien para’s het signaal om daar onmiddellijk alle Belgische soldaten weg te halen.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).