Irak geraakt niet uit het moeras

Het met veel poespas aangekondigde “veiligheidsplan”, met 30.000 extra-soldaten, voor Bagdad is al maanden in uitvoering. Zonder enig succes. Daardoor krijgt de Iraakse regering niet de verhoopte ademruimte om dringend noodzakelijk wetgevend werk te doen. De Amerikanen zijn daar niet gelukkig mee en zelfs zo wanhopig dat ze nu soennitische stammen bewapenen en financieren. Een begin van een terugkeer naar een soennitisch regime voor Irak?

De dodenteller voor de Amerikaanse soldaten stond de voorlaatste dag van juni op 3.570, waarmee binnen enkele maanden een nieuwe drempel, van 4.000, in het zicht komt. De drie laatste maanden zijn er immers, ondanks het veiligheidsplan, telkens meer dan 100 Amerikanen gedood. Een logisch gevolg van het plan, waarvoor meer manschappen op straat werden gebracht. Reken daarbij nog eens bijna 30.000 gewonden in de strijd en 25.000 anderen die verwondingen opliepen bij ongevallen. Een totaal van al zowat 60.000 Amerikaanse “casualties” (verliezen) sinds de invasie van 2003. Geen wonder dat het leger nog nauwelijks aan nieuwe rekruten geraakt. Het gaat nu zelfs zo ver dat er criminelen worden aangeworven! (1)

De populariteit van Bush is gezakt tot 29% en voor de Republikeinse partij komen, met mogelijke catastrofale gevolgen, de presidentsverkiezingen van eind volgend jaar al maar dichterbij. Van de Iraakse autoriteiten, die al zo dikwijls door Washington op hun verantwoordelijkheid werden gewezen, valt weinig te verwachten. Hete hangijzers worden steeds naar later verschoven: de beloofde grondwetsherziening ten voordele van de soennieten; de regionalisering met onder meer het referendum over Kirkoek, waardoor de Koerden de stad in handen hopen te krijgen; de nieuwe wet op de petroleumexploitatie; en de reïntegratie van voormalige leden van de Baath-partij van de inmiddels opgehangen Saddam Hoessein.

De voortdurende verlamming is ook het gevolg van het feit dat de meerderheidsgroep van de sjiieten aan het uiteen vallen is. Moqtada al-Sadr heeft na de nieuwe aanslag op de Askariyya-moskee in Samarra, een belangrijk sjiitische heiligdom (het is de plaats waar de laatste verdwenen sjiitische imam weer als de mahdi moet opduiken), zijn aanhangers uit het parlement teruggetrokken. Eerder al had hij zijn ministers uit de regering weggehaald.

En na die aanslag, waarbij de moskee, waarvan vorig jaar al de gouden koepel werd weggerukt door een explosie, nu ook nog twee minaretten verloor, bood de sjiitische vice-president Adel Abdul Mahdi zijn ontslag aan uit frustratie, maar trok het later weer in. Ook de sjiitische premier Nouri al-Maliki is niet gelukkig, maar hij spendeert, samen met zijn Al-Dawa-partij, zijn tijd vooral aan pogingen de macht in handen te houden. De derde belangrijke sjiitische component, de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak, staat voor een opvolgingsprobleem. Haar leider werd na de Amerikaanse invasie vermoord. Diens opvolger, Abdul Aziz al-Hakim, heeft longkanker en zou in slechte toestand verkeren. De crisis verhindert echter niet dat de sjiitische milities, vooral het Leger van de Mahdi van Moqtada al-Sadr, zeer actief blijven. Ook tegen de Amerikanen. Geen wonder dat die dan ook complotten smeedden om al-Sadr te vermoorden – een reden voor Moqtada om enkele maanden onder te duiken.

Ten overstaan van het voortdurende geweld van sjiieten en van Al Qaeda, hebben de Amerikanen het voorbeeld gevolgd van Saoedi-Arabië en andere Arabische Golfstaten: ze zijn begonnen met het bewapenen en financieren van soennitische stammen. In de eerste plaats voor de strijd tegen Al Qaeda, maar van sommige stammen is geweten dat ze met de Amerikaanse wapens ook de Amerikanen blijven aanvallen.

In feite volgen de Amerikanen het voorbeeld van de Britten, toen die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog de Ottomaanse provincies Mossoel, Bagdad en Basra samenvoegden tot de staat Irak. En meteen geconfronteerd werden met opstanden van Koerden, sjiieten en, in mindere mate, van soennieten. Toen ze er niet uit geraakten gaven ze de macht aan de minderheid van de soennieten. Die hadden immers bestuurlijke ervaring opgedaan in het soennitische Ottomaanse Rijk en hadden ook vele officieren geleverd aan het Ottomaanse leger. De soennieten bleven aan de macht tot de invasie van 2003. Feit is dat ze qua scholing, ervaring in burgerlijke en militaire zaken nu nog altijd voorop staan. Zou de geschiedenis zich kunnen herhalen?

De vraag is wel of de Amerikanen er, zoals de Britten destijds, zullen in slagen een marionettenregime in het zadel te krijgen, dat het onder de Britten uithield tot de revolutie van 1958. Dat kan nog wel enige tijd vergen. En heeft Washington nog die tijd nu het interne verzet in de VS tegen de oorlog nog toeneemt? President Bush heeft totnogtoe zijn slag altijd thuisgehaald: de Democraten mochten dan verbaal zeer actief zijn, uiteindelijk stemden ze toch in met een verdere financiering van de vijandelijkheden zonder enige voorwaarde, zoals een tijdsschema voor de terugtrekking van de troepen, te kunnen opleggen. De naderende verkiezingen spelen echter in het nadeel van Bush. Veel zal ook afhangen van de balans van het veiligheidsplan, die generaal Petraeus in september aan het Congres zal voorleggen.

Succesvolle politiek?

Ware het niet dat er zoveel Amerikaanse verliezen waren, dan zou men eigenlijk de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten (waar Afghanistan soms ook toe wordt geregekend) een succes kunnen noemen. De “oorlog tegen het terrorisme” heeft de posities van de Amerikanen er enorm versterkt. Ze controleren Afghanistan, maar laten op het terrein de kastanjes uit het vuur halen door de soldaten uit andere NAVO-landen. Soldaten die niet mogen raken aan de papaverteelt en drugshandel van de Afghaanse “krijgsheren”, die de bondgenoten van Washington zijn. De oorlog in Afghanistan bood de Amerikanen de kans basissen te vestigen in enkele voormalige Centraal-Aziatische republieken van de Sovjet-Unie. Waarmee uitvals- en spionagepunten tegen Rusland én China verwierven.

De verovering van Irak zette Iran langs twee kanten –Afghanistan en Irak – in de tang. En door de vernietiging van Irak werd de suprematie van Israël in de regio veilig gesteld. De Palestijnse kwestie werd vakkundig gereduceerd tot een lappendeken van bantoestans, die de Israëli’s naar believen mogen bestoken en uithongeren.

Dé grote misrekening was echter dat het allemaal niet zo gemakkelijk ging als verhoopt – en er teveel lijkkisten moesten worden teruggevlogen naar de States. In Afghanistan zijn de NAVO-troepen in een steeds gevaarlijker avontuur aan het verzeilen. Het heeft nog niet de intensiteit bereikt van de guerrilla die destijds, van 1979 tot 1989, tegen de bezettende Sovjet-troepen werd gevoerd, maar het evolueert in die richting. Een volslagen verrassing was dat de Irakezen de Amerikanen niet onthaalden als bevrijders maar als bezetters – wat ze ook zijn. Zonder het Iraakse verzet zouden de operaties al lang zijn uitgebreid naar Syrië en Iran. Maar dat was gezien de omstandigheden niet meer haalbaar. Vandaar dat de Amerikanen Israël vorige zomer onrechtstreeks inzetten tegen Syrië via een invasie van Zuid-Libanon. Maar die operatie werd een enorm fiasco voor Israël, dat ook geconfronteerd werd dat veel van zijn wapentuig plots verouderd bleek, niet bestand tegen Iraanse raketten.

Desondanks wordt er op het Pentagon en op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken nog altijd verder gekeken, zonder rekening te houden met een aftocht. De nieuwe Amerikaanse ambassade in Bagdad is gebouwd als een enorme vesting, die plaats biedt aan honderden mensen en duidelijk ingericht is als hét machtsscentrum van Irak, dat bestand moet zijn tegen aanvallen, zelfs met artillerie en vliegtuigen. Ook worden er plannen opgesteld voor de vestiging van vier permanente Amerikaanse militaire basissen in het land.

Ondanks de recente openingen van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice naar Iran en Syrië worden die twee landen nog altijd geviseerd. De Amerikanen bewapenen Iraanse minderheden – Koerden, Azeiri’s, Arabieren en Baloetsji’s – en de eerder als “terroristen” bestempelde Iraanse Volksmodjaheddin voor acties tegen het islamitische regime. En onlangs troffen de Isrsaëli’s voorbereidingen voor militaire operaties tegen Syrië op de Golan-hoogten. Van vrede en vreedzame oplossingen is er geen sprake.

(Uitpers, nr 88, 8ste jg., juli-augustus 2007)

(1) McClatchy Newspapers, 13.06.07

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).