Iraans regime slaat terug in al zijn wreedheid

Waar bleef de solidariteit met het verzet?

De beelden die nu doorkomen over protesten in Iran, tonen burgers die nog durven betogen tegen executies van deelnemers aan die protesten. Zoals de beelden van maandag voor de gevangenis in Karaj, bij Teheran, waar Mohammad Ghobadlou; 22, en Mohammad Boroughani, 19, op de executielijst staan.

Ghobadlou was schuldig bevonden aan “oorlog tegen God”. Ook maandag werden drie andere jongemannen voor dezelfde reden tot executie veroordeeld. Volgens Amnesty International riskeren nog tientallen anderen de doodstraf, andere bronnen spreken van 80.

Zelfbehoud

Executies als antwoord op elke vorm van verzet. Zoals in 1988 toen de huidige president, Ebrahim Raisi, ook mee aan de trekker zat. Andere wreedheden worden bovengehaald, waarbij vooral de vrouwen slachtoffer zijn: bij betogingen gericht schieten op borsten en genitaliën, seksuele vernederingen en geweld in de gevangenissen.

Na vier maanden protest is het duidelijk dat het regime uit zelfbehoud voor de zeer harde aanpak kiest. Ali Khamenei, als ‘velayat faqih’ de hoogste leider van de Islamitische Republiek, gaat ervan uit dat toegevingen alleen maar tot meer verzet kan leiden. Daarbij wordt verwezen naar de sjah die in 1978 met toegevingen zijn regime trachtte te redden, tevergeefs.

Vorige week werd Hoessein Ashtari ontslagen als politiechef. Misschien werd hij verantwoordelijk geacht voor de dood half september van Mahsa Amani die voor de zichtbaarheid van wat hoofdhaar door de ‘zedenpolitie’ was opgepakt en in handen van de politie overleed. Maar Ashtari werd beslist niet weggestuurd omdat hij ‘te hard’ zou zijn. Want zijn opvolger, Ahmad-Resa Radan, is een harde superradicaal. Hij wil strikte naleving van de regels, ook voor mannen- die moeten met geen ‘westerse haardracht’ rondlopen.

Westers

Westerse haardracht? Wie zich ‘westers’ kleedt of gedraagt, heult wellicht samen met de westerse Satans. Want Khamenei en co beweren, en geloven dat misschien zelf, dat het verzet het werk is van westerse agenten. Wie eraan meedoet, is meteen een landverrader. Wijlen ayatollah Khomeini noemde indertijd vrouwen die de sluier afwijzen – en mannen die dat steunen – spionnen en contrarevolutionaire agenten.

Die verdraaide redenering leeft in zekere mate ook in het Westen zelf. De solidariteitsbewegingen in het Westen met de Iraanse vrouwen, waren en zijn overwegend het werk van Iraniërs zelf. De steun van buitenaf was eerder marginaal.

Universeel?

Vooral op campussen in de VS leeft het idee dat er niet iets is als universeel feminisme. In die visie zijn westerse vrouwen die solidair zijn met vrouwen in moslimlanden, aangetast door een postkoloniale mentaliteit, door een gevoel van “witte suprematie”. In Frankrijk is er de ruime invloed geweest van een boek, eerder een pamflet, uit 2012 – “Les Féministes blanches et l’empire”, met eenzelfde boodschap: de feministen die zich bekommeren om de islamitische hoofddoek, scharen zich achter een kolonialistisch racistisch project…

Houria Bouteldja, stichtster in Frankrijk van de Parti des indigènes, verwierp uitdrukkelijk de stelling “mijn lichaam behoort mij toe”. Nee, aldus Bouteldja, mijn lichaam behoort mijn familie, mijn clan, mijn ras, de islam…toe. Zo iemand heeft kunnen rekenen op sympathie van linkse coryfeeën, onder wie Annie Ernaux, Nobelprijs Literatuur. Ook in België vinden we in “linkse milieus” (aanhalingstekens) een ruime verspreiding van die visie.

Feministen afgeschilderd als lakeien van het imperialisme die erop uit zijn niet-westerse culturen te veroordelen? Toen op 8 maart 1979 in Teheran tienduizenden vrouwen op straat kwamen tegen het verplicht dragen van de hoofddoek, kregen ze bezoek van een internationale feministische delegatie. Er waren in die tijd nogal wat westerse intellectuelen die hoge verwachtingen hadden in Khomeini en zelfs van een sjiïto-socialisme spraken. Een van die bewonderaars: Michel Foucault.

Bij de feministische delegatie was er toen, 43 jaar geleden, volop discussie over al dan niet universele feministische waarden. Sommige deelneemsters vonden dat het land zo erg onder de westerse greep had geleden, dat er begrip moest zijn voor Iraanse vrouwen die polygamie, “want zo gewild door God”.

Geïsoleerd

Resultaat is wel dat de Iraanse vrouwen en mannen de voorbije vier maanden weinig internationale steun hebben ondervonden. De Iraanse revolte kon en kan niet rekenen op een elan van internationale solidariteit. Internationalisme in het algemeen, feminisme in begrepen, zijn verdampt in identitaire nevelen. Tot scha van de Iraanse vrouwen en mannen die er in hun strijd met een religo-militaire dictatuur redelijk alleen voor staan.

Zie ook:

Iran, een gekaapte revolutie

Print Friendly, PDF & Email

Visited 309 Times, 2 Visits today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook