Iraakse hete zomer nefast voor Bush

Het zit president George Bush jr. allesbehalve mee in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2004. Het aantal Amerikaanse werklozen is onder zijn bewind met ruim drie miljoen gestegen, het begrotingstekort swingt de pan uit en zal dit jaar 455 miljard dollar bedragen. En in Irak loopt het Amerikaanse dodental gestaag op. Zo vader zo zoon? Ook vader George Bush werd in 1992 na zijn oorlog tegen Irak in 1991 niet herkozen.

De cijfers van de opiniepeilingen beginnen onheilspellend te worden. Volgens de jongste peiling van het weekblad Newsweek is nog maar 44% van de geregistreerde kiezers voor de herverkiezing van Bush jr. en wil 49% hem kwijt. Ook is zijn populariteitsscore sedert april met 18% achteruitgegaan tot 52%. Bijna 70% is bang dat de Amerikaanse inspanningen in Irak zullen vastlopen. Daar waren eind augustus sedert het officiële einde van de oorlog al 140 Amerikanen door aanslagen en ongevallen omgekomen of twee meer dan in de periode tussen 20 maart, toen de oorlog begon, en 1 mei. En het einde van de reeks is lang niet in zicht. In Irak lopen in de zomer de temperaturen op tot 45 à 50° maar ook zonder die hitte zou het in Irak een hete zomer zijn geweest.

Ook Bush’ beste bondgenoot, de Britse premier Tony Blair, begint in nauwe schoentjes te geraken. Volgens een door de Daily Telegraph op 29 augustus gepubliceerde opiniepeiling heeft slechts nog 27% van de Britten vertrouwen in de eerste minister, 59% van de Britten niet meer. Het is niet toevallig dat op de dag dat de cijfers werden gepubliceerd, Alastair Campbell, de perschef en rechterhand van Blair, ontslag nam. Ook voor Blair wordt een nieuwe ambtstermijn problematisch.

"Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel", zo luidt een populair gezegde. Meestal klopt het niet, maar dit keer komen de leugens wel als een boemerang terug. Alastair Campbell verontschuldigde zich eerder dit jaar voor de publicatie van een bezwarend "rapport" voor Irak, dat veel lof kreeg toegezwaaid door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, maar dat achteraf vulgair plagiaat bleek: gewoonweg samengesteld met van het Web geplukte teksten. Maar niettemin houden de Britse bewindslieden vol dat ze het dossier tegen Irak niet hebben opgepept om een oorlog te rechtvaardigen!

Dat beweren ze ook op het onderzoek dat gaande is naar de zelfmoord van de wetenschapper David Kelly. Tony Blair heeft wel de verantwoordelijkheid op zich genomen voor het publiek maken van de naam van Kelly – de man die de informant was van de BBC in verband met dit oppeppen – maar beweert nog steeds boudweg dat hij de Britten niet belogen en bedrogen heeft. Dit ondanks het feit dat er door de "coalitiestrijdkrachten" nu al maanden vergeefs wordt gezocht naar de zgn. massavernietigingswapens, die president Saddam Hoessein "binnen de 45 minuten" zou hebben kunnen inzetten. Even vergeefs wordt er nog altijd gezocht naar bewijzen voor de vermeende band tussen het Iraakse Baath-regime en Al-Qaeda. De tweede voornaamste reden voor de oorlog was immers de "strijd tegen het terrorisme".

De leugens rond Irak dreigen ook Bush fataal te zullen worden. In de hele aanloop naar de oorlog hielden de Democraten hun mond om niet voor onpatriottisch te worden gescholden. Maar nu de argumenten ter rechtvaardiging van de oorlog vals blijken, wordt er weer kritiek geleverd. Vooral de Democraten die het willen opnemen tegen de Republikein Bush in de presidentsverkiezingen van 2004 laten hun stem horen. Bush heeft hen zelf de munitie geleverd, waarmee hij nog maanden lang zal worden bestookt.

Nu de oorlog tegen Irak een vergissing van formaat blijkt, kan Bush weinig positieve resultaten van zijn ambtstermijn voorleggen. De economie draait vierkant, behalve de sector van de bewapeningsindustrie waarin toevallig(?) Bush en zijn fundamentalistische en neoconservatieve entourage heeft in geïnvesteerd. De "strijd tegen het terrorisme" is ook in Afghanistan een puinhoop: de Taliban en Al-Qaeda hergroeperen er zich en drijven hun acties op. En dat alles kost handenvol geld: in Irak gaat het om een miljard dollar per week, in Afghanistan om een miljard dollar per maand. Ook de ambities om na de "overwinning" in Irak vrede te scheppen tussen Israëli’s en Palestijnen via de zgn. "road-map" zijn aan het mislopen. Bush heeft daar in het begin wel aan gewerkt en zware druk uitgeoefend op de Israëlische premier Ariel Sharon. Maar wegens de scherpe reacties van de joodse lobby en zijn andere problemen, heeft hij het vredesproces zo goed als laten vallen. Dat zal hem zeker joodse stemmen opleveren, maar kan hem in enkele staten cruciale stemmen kosten van de Arabische Amerikanen,die in 2000 massaal op hem stemden.

Terug naar de VN

Dat Bush in nood zit blijkt uit het feit dat hij nu zijn hoop stelt op de Verenigde Naties, de organisatie waarvoor hij eerder slechts misprijzen had. Eerdere verzoeken aan onder meer India, Rusland, Duitsland en Frankrijk om troepen te sturen naar Irak liepen op niets uit omdat de aangezochten er niet veel voor voelen zich in het Iraakse wespennest te mengen en antwoordden dat ze slechts zouden kunnen meewerken onder een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad. Daarom is nu de VN-piste dan maar aangeboord in de hoop via de organisatie geld en manschappen te krijgen. Een knelpunt is dat Bush wel alle touwtjes in handen wil blijven houden. Wat niet aanvaardbaar is voor de meeste leden van de Veiligheidsraad.

Maar zelfs onder een VN-mandaat zullen maar weinig landen troepen willen sturen voor een vredesmacht. De gespecialiseerde organen van de VN zoals Unicef, het Wereldvoedselprogramma enz. zijn in Irak graag gezien. Ze hebben de Irakezen de sancties helpen overleven en de Irakezen weten maar al te best dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië constant hun werk probeerden te ondermijnen. Met de politieke organen van de VN ligt het helemaal anders. Het is de Veiligheidsraad die de sancties afkondigde, die tot een massale verarming en tot de dood van ongeveer 1,5 miljoen Irakezen hebben geleid. In dit licht moet de aanslag op het hoofdkwartier van de VN in Bagdad dan ook niet verwonderen. Een VN-vredesmacht of een multilaterale vredesmacht al dan niet met VN-vlag zal even onwelkom zijn als de Amerikanen en hun weinige vazallen die er nu al zijn (Britten, Spanjaarden, Polen, Nederlanders…).

De komende weken zal er, ter gelegenheid van de opening van de Algemene Vergadering in september in New York, hard gewerkt worden achter de schermen. Als Bush echter blijft vasthouden aan zijn leidende rol, dan zal hij niet op veel medewerking kunnen rekenen. Maar als de Amerikaanse verliezen blijven oplopen, zal Bush wel verplicht zijn meer water bij de wijn te doen in de hoop dat de VN, als het al te erg wordt, het zaakje overnemen.

Brutaal bezettingsleger

Op een verbetering van de situatie op het terrein kan er inmiddels nauwelijks worden gerekend. De hoop dat de dood van Saddam Hoesseins zonen Uday en Qusay verbetering zou brengen bleek al snel een illusie. Het land is in chaos. De nutsvoorzieningen werken nog altijd niet. Onveiligheid is troef. Op die gebieden is het erger dan het ooit geweest is onder Saddam Hoessein. En wat repressie betreft moeten de Amerikanen niet onder doen voor de Iraakse dictator. Cijfers over door de Amerikanen doodgeschoten Irakezen worden niet gepubliceerd, maar het loopt in de honderden, zoniet duizenden. Nachtelijke raids zijn schering en inslag en gebeuren zonder enig respect voor de Irakezen. Diefstal en geweld zijn geen uitzondering bij de huiszoekingen. De lugubere gevangenis van het omvergeworpen regime te Abu Ghraib is overgenomen door de Amerikanen, die er met de aan Saddam Hoessein toegeschreven methoden werken: foltering, mishandeling en slechte behandeling, volslagen willekeur. En totale rechtsonzekerheid voor degenen die het ongeluk hebben te worden opgepakt. Familieleden krijgen geen enkele informatie en worden van het kastje naar de muur gestuurd.

Kortom, het Amerikaanse leger gedraagt zich als een brutaal bezettingsleger, niet als een leger dat de Irakezen kwam bevrijden van een wrede dictator en snel het land zou "heropbouwen". Deze heropbouw is nog zo’n mythe: Irak werd aangevallen omdat het potentieel een rijk land is en dus potentieel machtig. Het moest worden vernietigd omdat het vooral door Israël als een bedreiging werd gezien. Wat ook grondig en systematisch is gebeurd sedert 1991 en verder werd gezet na de "bevrijding". Heropbouw is niets meer dan een propagandaslogan.

Desintegratie

Op de op 13 juli gevormde Regeringsraad van 25 leden moet niet worden gerekend om de toestand te verbeteren. Behalve goed voor zichzelf zorgen hebben de leden nog niet veel gedaan. De eerste beslissing bestond erin om van 9 april, de dag van de bevrijding van Bagdad door de Amerikanen, de nieuwe nationale feestdag te maken, werd op onbegrip onthaald. En op de "afgeschafte" feestdagen van 16 en 17 juli werd er wel degelijk gefeest in Bagdad. Verder is er nog een tribunaal opgericht om Saddam Hoessein, als ze hem te pakken krijgen, en de coryfeeën van de Baath-partij te berechten. Maar ruim anderhalve maand na hun aantreden zijn de leden van de Regeringsraad er nog altijd niet in geslaagd de bevoegdheden te verdelen en een regering te vormen. In het soennitische hartland rond Bagdad en Tikrit worden de leden van de Regeringsraad als marionetten van de Amerikanen beschouwt.

In feite is de desintegratie van Irak volop aan de gang. In het noorden zijn er nog altijd twee aparte Koerdische staatjes: dat van Massoed Barzani in het noordwesten en dat van Jalal Talabani in het zuidoosten. En de Turkmenen daar, destijds door de Ottomanen ingevoerd om een buffer te vormen tussen Koerden en Arabieren, roeren zich meer en meer. Vooral in en rond Kirkoek is er al zwaar gevochten. Die gevechten kunnen aanleiding zijn tot een Turkse interventie ten gunste van de Turkmenen. En nog in het noorden eisen ook de christelijke Assyriërs meer en meer autonomie op. Hun woordvoerders in het buitenland spreken nu over de twaalf jaar "onderdrukking" door de Koerden, die ze gekend zouden hebben in de periode van feitelijke Koerdische autonomie (1991-2003).

De sjiieten in het zuiden en het centrum zijn onderling scherp verdeeld. Er zijn verscheidene fracties die om de macht strijden. In de heilige stad Najaf, waar imam Ali, de neef en schoonzoon van de profeet Mohammed begraven ligt, werden al twee leiders vermoord. Op 10 april werd de door de Amerikanen uit zijn Londense ballingschap teruggehaalde sayyed Abdoel Majid al-Khoei door woedende groep sjiieten doodgehakt omdat hij als een zetbaas van de Amerikanen werd beschouwd. Op 29 augustus kwam ayatollah Mohammed Bakir al-Hakim, samen met een 80-tal andere mensen, om bij aanslag met een bomauto. Al-Hakim was de leider van de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak, die sedert de jaren 1980 vanuit Iran opereerde. Ook militair: het waren eenheden van die beweging die in 1991, in de nasleep van Saddam Hoesseins nederlaag in de oorlog om Koeweit, het land binnenvielen en de mislukte opstand tegen het regime ontketenden. Nadien voerden ze jarenlang – totdat Saddam Hoessein volgens een Brits-Nederlands plan van de jaren 1950 ze liet droogleggen – guerrilla in de moerassen met de hulp van een deel van de Moeras-Arabieren.

In tegenstelling met wat zijn Iraans verleden zou laten veronderstellen, stelde al-Hakim zich zeer gematigd op en sprak hij zich uit voor samenwerking met de Amerikanen – wat vermoedelijk de reden was voor de aanslag. Zijn beweging werd in de persoon van zijn broer Abdul Aziz al-Hakim opgenomen in de Regeringsraad. Of hij echt gematigd was en geen tweede islamitische republiek naar Iraans model wenste, zullen we nooit meer te weten komen. Al-Hakim ging er vanuit dat de sjiieten de meerderheid vormen in Irak en via de stembus aan de macht zouden komen. Maar wat er dan zou gebeuren is onduidelijk.

Wie hem heeft vermoord was op het moment van dit schrijven niet bekend. Het oud regime kan er hebben achtergezeten, maar een andere kandidaat is sayyed Muqtada al-Sadr, 25, die de meest militante anti-Amerikaanse sjiitische leider is. Hij leidde in april al een betoging bij de Iman Ali-moskee in Najaf toen al-Khoei werd vermoord. Muqtada al-Sadr is de zoon van wijlen groot-ayatollah Muhammad al-Sadr, die in 1999 werd vermoord. Naar wordt aangenomen door het regime van Saddam Hoessein. Een andere beroemde verwant van Muqtada is de islamitische theoreticus Muhammad Baker al-Sadr, die in 1980 samen met zijn zuster Bint al-Huda, door het regime van Saddam Hoessein werd terechtgesteld. Muhammad Baker was, evenals wijlen ayatollah Khomeini, één van de grote voorstanders van de wilayat al-faqih of het bestuur door de rechtsgeleerde zoals dat sedert de revolutie van 1979 in Iran functioneert. Het systeem komt er op neer dat een land door de clerus, die in de islam vooral rechtsgeleerden zijn, moet worden bestuurd. Muqtada al-Sadr is voorstander van de invoering van dit systeem in Irak. Hij haalt geregeld uit naar de Amerikanen en kondigde aan dat hij een eigen leger wil vormen om de heilige plaatsen in Irak te beschermen.

Naast de genoemde personen zijn er nog de hoogste geestelijke sjiitische leider, groot-ayatollah Ali Sistani, en de beweging Al-Dawa, die in de aanloop naar de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1988) een reeks aanslagen pleegde in Irak, onder meer op minister Tareq Aziz. Ook Al-Dawa, destijds een extremistische beweging, zetelt in de regeringsraad.

Ten slotte zijn er nog de Arabische soennieten. Zij lijken het minst verdeeld en zijn zich bewust van het gevaar van minorisering door Koerden en sjiieten.Vandaar dat zij in grote meerderheid achter het regime van Saddam Hoessein stonden, zonder hem daarom persoonlijk te steunen. Maar Saddam Hoessein was de voortzetting van het Britse bestuurssysteem dat de macht in handen had gegeven van de soennitische minderheid om het land samen te houden en de diverse etnische en religieuze groepen al dan niet met harde hand in toom te houden.

(Uitpers, nr. 45, 5de jg., september 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 28 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook