Laten we beginnen Boek omslag Laten we beginnen
Dominique Willaert
EPO, Berchem
2020
284 blz.

Neen, het zijn geen 25 BV’s die op de cover van ‘Laten we beginnen’ bij elkaar gebracht zijn, maar 25 frisse gezichten van jonge twintigers van diverse origine die onder impuls van Dominique Willaert aan het woord komen in dit boeiende brievenboek. De theater- en filmmaker van het Gentse Victoria Deluxe doet op die manier een invitation à la danse aan die jongeren om samen na te denken over de maatschappij waarin zij leven. Daarmee breit Willaert een verlengstuk aan de sociaalartistieke werking van dit geëngageerde gezelschap. In 2019 namelijk creëerde Victoria Deluxe samen met veertien enthousiaste jongeren een toneelvoorstelling ‘Laten wij beginnen’. Deze voorstelling stond stil bij de manier waarop jonge mensen vandaag in de wereld staan. Er werd gezocht hoe jongeren zich verhouden tot de uitdagende, complexe en soms dreigende buitenwereld.

Generatie Z

‘Met deze brieven wil ik een dialoog creëren tussen ouderen en jongeren en tussen jongeren onderling,’ schrijft Dominique Willaert in brief 25 aan zijn laatste correspondent, de 21-jarige Gentse dramastudent Ferre Vuye. Hij is een van de tien jongeren die meespeelden in de theatervoorstelling, maar daarnaast bevraagt Willaert ook correspondenten met een heel ander profiel en die voor hem op een heel andere manier in beeld zijn gekomen. Gemeenschappelijk is wel dat ze allemaal tot de generatie Z die ook wel Zoomer wordt genoemd, behoren. Dat gaat niet op voor de brieven schrijvende vragensteller Dominique Willaert die, geboren in 1968 een post- 68’er is, maar toch, zoals uit de inhoud van zijn brieven blijkt, met de instelling van een soixantehuitard in het leven staat. De correspondentie is dus een ‘ouderwetse’ ontmoeting geworden over de generaties heen. ‘Ouderwets’ omdat ze niet aan de snel-snel wetten van het twittergebeuren beantwoordt, maar eerder aan de rust van een brievenuitwisseling en aan de tijd die nodig is om op deze diepgaande invitation à la danse van Willaert een goed overdacht antwoord te schrijven. ‘Laten we beginnen’ is een uitnodiging tot reflectie en tevens een peilen naar engagement, want Dominique Willaert schuwt de grote maatschappelijke vragen van deze tijd niet en stelt ze duidelijk vanuit zijn maatschappijvisie. Kunnen we dit gewelddadige systeem geweldloos ontmantelen? Hoe kunnen we voldoende macht ontwikkelen? Kunnen de bestaande en vooral de nieuwe sociale bewegingen de nodige druk en macht ontwikkelen? Behoor jij tot de generatie jongeren die zal proberen om zelf meer politieke macht op te bouwen? In hoeverre leeft het thema ‘sociale zekerheid’ onder de jongeren? Enzovoort enzoverder, zo vraagt Willaert in al zijn voorzetbrieven de kleren van het lijf van al die jongeren. Het zijn echter niet alleen vragen aan de jongeren, maar ook aan zichzelf en daarop probeert hij eerlijk te antwoorden. In die zin kan het boek ook gelezen worden als een expliciteren van het ‘credo’ waarvoor de auteur staat, want hij slaagt erin om in die 25 brieven op een maatschappijkritische manier evenveel aspecten van de manier van leven anno 2020 in dit land en in de westerse samenleving te bevragen en te problematiseren. Op die manier wil hij zijn correspondenten uit hun tent lokken, maar dat kun je maar alleen, zo weet hij als sociaalartistieke begeleider, als je ook bereid bent zélf uit je tent te komen. En dat doet hij dan ook. Om zijn beschouwingen in te leiden doet hij vaak een beroep op elementen uit zijn persoonlijk leven. Zo ontstaat er ook een beeld van de West-Vlaamse jongen uit een eenvoudig gezin van Geluwe die zich stilaan losmaakt uit zijn milieu en een eigen, tegendraadse weg begint af te leggen. Lef en moed om te experimenteren, maar ook om buiten de lijntjes te kleuren moeten volgens hem aangemoedigd worden, zowel door ouders als door leerkrachten. Het is niet toevallig dat Willaert de Franse filosoof Albert Camus aanhaalt die in L’Homme révolté een rebel beschrijft als iemand die ‘NEE’ zegt, zonder zichzelf te verzaken. ‘Tegen al wie dit leest, zeg ik: ‘Laat ons in alle verwarring rebels en radicaal zijn, want dat lijkt mij onze verantwoordelijkheid.’’ (p. 126) Naast ‘verzet’ is ook ‘hoop’ een kernbegrip in Willaerts mens- en maatschappijvisie en voor dat laatste begrip verwijst hij naar de Duitse filosoof van de hoop Ernst Bloch die het begrip ‘concrete utopie’ lanceerde. ‘Door ons een betere toekomst te verbeelden, kunnen we ons handelen een andere richting geven.’ (p. 263)

Verhalen vertellen

De autobiografische verwijzingen verrijken Willaerts meer algemene, vaak filosofische beschouwingen en zijn tevens een uitnodiging aan de jongere die hij aanschrijft om over de brug te komen met eigen vragen en verhalen. Dat laatste benadrukt hij heel sterk: ‘Begint verandering niet met het oprecht en diep luisteren naar de verhalen van mensen? Omdat het in de vorm van verhalen is dat we leren dat onze wereld bewoond wordt door unieke mensen.’ (p. 74) Deze benadering sluit dicht aan bij het werk van de Amerikaanse auteur en activiste Rebecca Solnit die ook in het boek van Willaert wordt geciteerd. ‘Verandering zien, begrijpen hoe die werkt en waar ieder van ons daarin macht heeft; erkennen dat we in een overgangstijd leven, en dat dit proces verder zal gaan dan we ons nu kunnen voorstellen.’ Dat schrijft Solnit in haar inleiding ‘Kathedralen en wekkers’ bij de essaybundel ‘Wiens verhaal is dit?’ Solnit wil meehelpen aan het bouwen van kathedralen van woorden, tot het schrijven van nieuwe verhalen, nieuwe narratieven die vooralsnog geen mainstream zijn kunnen worden omdat ze onvoldoende uitgedragen werden ofwel weggelachen en – erger nog – verboden werden. Dat doet ook Willaert op zijn manier. ‘Tot de leeuw leert schrijven, zal elk verhaal de jager loven,’ zegt een Afrikaans spreekwoord. Vandaar die invitatie om met eigen verhalen te komen.

Hoop en verzet

Prendre la parole, het woord (durven) nemen is een zeer belangrijke stap in het individuele emancipatieproces van iedereen. Dat weet ook de Brusselaar van Albanese origine Bleri Lleshi die als politiek filosoof en jongerenwerker jaren geleden ‘Brieven uit Brussel’ publiceerde waarvan een aantal in De Morgen verschenen en ook gebundeld werden in een tweetalig boek. ‘Hoop, verzet en liefde’ zijn ook bij hem kernwoorden die voorliggen in de manier waarop hij jongeren benadert. Vanuit dezelfde emancipatorische inspiratie, maar dan vanuit sociaalartistieke invalshoek heeft nu ook Dominique Willaert die invitation à la danse tot engagement gegeven. Het is een sterke aanzet geworden om samen, jong en oud, de rangen van het verzet tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid te komen versterken.

Transgenerationeel

Terwijl ik dit boek las, kreeg ik, pre- soixantehuitard, een warm déjà vu-gevoel. In de jaren zeventig en tachtig van vorige eeuw was ik mede-oprichter van de Aktiegroep Kritisch Onderwijs (AKO) en leraar maatschappelijke vorming en moraal en zo probeerde ik in mijn klaspraktijk via institutionele pedagogie en Freinettechnieken te werken aan dezelfde emancipatorische doelstellingen als Willaert en Bleri nu doen. Ik weet niet of de uitdrukking ‘l’histoire se répète altijd opgaat, maar er zijn zeker recurrenties waar te nemen in de geschiedenis. Opvoeden tot gehoorzaamheid en tot integratie in het bestaande zal altijd wel de dominante stroming zijn, maar in de marge worden andere verhalen geschreven die getuigen van hoop en verzet. Dat was zo en dat is nog steeds zo. Dat blijkt uit de genuanceerde antwoorden van de meeste jongeren die zoekende zijn naar zichzelf én naar antwoorden op de indringende vragen van Dominique Willaert. Die antwoorden zijn, hoe kan het ook anders, zeer uiteenlopend. Sommige briefschrijvers hebben wij meer aangesproken dan andere – ik zou graag wel eens kennismaken met Joeri, Joppe, Matilde, Jonas, Martha, Shushanik, Marieke, Anna, Jolnar, Joris en Ferre die op mij de sterkste indruk in het boek hebben nagelaten – maar ik heb in het algemeen toch de indruk dat in de generatie Z de universele geest van hoop en verzet nog steeds leeft. Laat dit door een oude soixantehuitard gezegd zijn die hiermee ook graag zijn appreciatie uitdrukt voor dit titanenwerkje van de post-68’er Dominique Willaert. Hierdoor zijn bij de bespreking van dit boek alvast vertegenwoordigers van drie generaties aanwezig die elkaar de hand reiken. Transgenerationeel verzet heet zoiets. Kom op, laten we eraan beginnen: samen, jong en oud.