Intifada of Oorlog(2)

De huidige intifada wordt door de Israëlische regering steevast getypeerd als het gewapende, gewelddadige, criminele en ‘terroristische’ Palestijnse antwoord op het ‘vredesproces’. Dit verzet lijkt zomaar uit het niets te zijn ontsproten. Zo verwordt deze intifada tot het symbool van de ‘ultieme onwil’ vanwege de Palestijnen om ‘vrede’ na te streven. Het ultieme bewijs hiervan zou ‘Arafat’s’ verwerping zijn van de ‘verregaande voorstellen’ vanwege Barak op Camp David. Deze maand het tweede deel van de studie van Maly Ico.

De Tweede Intifada en Beeldvorming

De meeste media presenteren hun verslaggeving van een delicaat conflict in ‘evenwicht’, teneinde het geloof in de ‘objectiviteit’ van het nieuws te installeren of om op zijn minst de kritiek van éénzijdigheid te vermijden. Een beeld van een Palestijns slachtoffer zal daarom steevast in ‘balans’ gebracht worden met een Israëlisch slachtoffer. Deze werkwijze komt deels door ‘tijdsgebrek’ in de meest ruime zin en is er hoofdzakelijk op gericht om kritiek te vermijden. In de praktijk heeft dit met ‘objectiviteit’ doorgaans weinig te maken:

"Attempts at "balance" are regularly observed in the coverage of funerals, particularly by the television news media. It is not unusual to see coverage of a Palestinian funeral immediately followed by coverage of an Israeli funeral. Although both are real events that tear apart the lives of grieving families, the reality is often that several other Palestinians were shot dead and tens injured on the same day that a single Israeli was killed."(1)

De media geven een beeld mee van een gelijkopgaande strijd tussen beide partijen. Het verstoorde machtsevenwicht tussen beide partijen blijft buiten beeld. Dit verstoorde machtsevenwicht is echter cruciaal om de verslaggeving over het conflict enigszins te begrijpen. Dit ‘evenwicht’ in de verslaggeving versterkt het beeld alsof men te maken zou hebben met een traditionele oorlog tussen twee partijen: ‘Palestina’ versus Israël, islam versus jodendom, ‘terrorisme’ versus verdediging, … Dit is natuurlijk een aanslag op de realiteit: de Palestijnen vormen geen reële dreiging voor het voortbestaan van de staat Israël. De Palestijnen hebben geen natie; zij hebben geen leger; zij hebben nagenoeg geen economie, ze hebben geen vrijheid… Het Palestijnse volk is al meer dan 35 jaar onderhevig aan de bezetting door Israël: ze zijn machteloos. In het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn er geen twee gelijke partijen die in staat van oorlog zijn, we hebben een slachtoffer dat in opstand komt tegen zijn bezetter. Willen de media zo ‘objectief’ mogelijk zijn, dan is het hun taak om de reële situatie te verslaan en niet uit gemakzucht hun toevlucht te nemen tot de momenteel populaire "one from each side" aanpak van de (televisie)media.

De ‘al-Aqsa Intifada’ en de Islam

De huidige intifada zal hoogstwaarschijnlijk de geschiedenis ingaan als de ‘al-Aqsa intifada’, naar het bezoek van Sharon aan het complex. Hiermee wordt de toon direct gezet. In tegenstelling tot de eerste intifada, krijgt de huidige meteen de stempel opgedrukt van het religieuze, de islam. De al-Aqsa moskee is namelijk één van de drie belangrijkste plaatsen in de islam en is tot op heden een zeer belangrijk religieus en onderwijskundig complex. De indruk wordt gewekt dat enkel het provocerende bezoek van de eerste minister Sharon aan de al-Aqsa Moskee de opstand doet uitbreken. De religie wordt gezien als de belangrijkste onderliggende oorzaak van het conflict. Als we ons nu bewust zijn van het discours rond de islam in de internationale media(2), kan men meteen voorspellen dat dit voor de Palestijnen geen goede zaak kan zijn.

Het gevaar van het beschrijven van deze opstand als de al-Aqsa intifada zit hem in het ééndimensionale beeld van de intifada. De opstand lijkt hoofdzakelijk gevoed door religieuze motieven en zou uitgebroken zijn naar aanleiding van de islamitische heiligdommen. Het verdoezelt met andere woorden de (gelegitimeerde) nationalistische beweegredenen. Het typeren van de opstand als de al-Aqsa intifada moet begrepen worden in de "Huntingtonificatie" van het conflict: het jodendom tegen de islam, "the clash of civilizations". Het verstoorde machtsevenwicht tussen beide partijen lijkt verdwenen te zijn. Dit proces is zeer zeker niet vrijblijvend, maar toont ‘de ander’ als een enorme islamitische dreiging:

"Sharon is arguing that it is Arafat’s Palestinian terror, Islamic extremism, and Iran and Iraq that are disrupting the region." (3); " The Palestinians and their supporters in the Arab and Muslim countries (…) The Arabs try to utilize every opportunity, no matter what the topic to focus the debate on Israel’s ‘crimes’(…)Levy also links the this to the events of September 11 (…): "At least for a few months the Muslims became the centre of attacks at international conferences". He notes (…)’ they had to defend themselves against accusations that they were ‘enemies of humanity’,’ he says."(4)

Palestijnen, moslims of Arabieren worden steevast als de grote Islamitische dreiging afgebeeld in onze media. Dit komt tot stand door de permanente associatie van de islam met terrorisme, fundamentalisme et cetera. Dit beeld komt echter niet per toeval tevoorschijn in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het is noodzakelijk om het beeld van ‘de spontane uitbarsting van geweld’ verkocht te krijgen. De werkelijke oorzaken van het conflict blijven veilig weggeborgen voor het grote publiek. Het geweld wordt, vaak impliciet, toegeschreven aan het ‘moslim-zijn’. Opeens lijken de legitieme nationale beweegredenen van de Palestijnen heel ver weg. De stempel is gedrukt: de ‘fundamentalistische’, ‘terroristische’ en ‘inherent gewelddadige’ islam met zijn martelaren voert oorlog tegen het jodendom met zijn ‘superieure waarden’.(5) Dit zelfbeeld wordt vaak antagonistisch opgebouwd aan het vijandsbeeld. Het onrecht waarmee de Palestijnen sinds jaren te kampen hebben onder de Israëlische bezetting verdwijnt weer uit beeld.

Verschillende ontwikkelingen in de realiteit lijken in eerste instantie te suggereren dat de al –Aqsa intifada wel degelijk een religieuze strijd zou zijn. Bewegingen als Hamas en de Islamitische Jihad steunen namelijk op een fundamentalistische religieuze ideologie. Toch moet er mijns inziens op gewezen worden dat de intifada per definitie een nationale strijd is. Het is een verzet tegen hun bezetting door een koloniale supermacht en zijn bondgenoten. Het Palestijnse volk wenst, zeer begrijpelijk, de bezetting te beëindigen:

"Het is de uitdrukking van een veel grotere frustratie over de algemene politieke toestand na de mislukking van het vredesproces dat in Oslo met zoveel beloften gestart was. Die uitbarsting hadden wij al heel lang verwacht. We wisten alleen niet wanneer de vonk in het kruitvat zou slaan."(6)

"The Intifada broke out because the Palestinian public was tired of this situation of occupation that adopts other names, which are userfriendly for 21st century Westerners. But because the Israeli public does not see the occupation, it perceives the uprising as a unilateral and unjustifiable act of aggression, rather than an act of resistance, of a type that has repeatedly taken place throughout human history."(7)

Religie kan hier dan ook slechts als een mobiliserende factor gezien worden. Religie wordt namelijk aantrekkelijker naarmate het echte leven ondraaglijker wordt. Het wordt als het ware een toevluchtsoord. Bij de Palestijnse bevolking is dit niet anders. Prof. El Malik stelt: "Het fundamentalisme schijnt vooral in echt uitzichtloze tijden aantrekkelijk te worden."(8) De religie is hier hoogstens een middel om een nationalistisch doel te bereiken: een soevereine Palestijnse staat. De Palestijnen verwijzen dan ook naar de huidige intifada als de "intifada voor de onafhankelijkheid". Ludo Abicht verwoordt het als volgt:

"Op vrijdag 10 november 2000 zitten we namelijk al in de zevende week van de tweede volksopstand die intussen door alle Palestijnen de intifada van de Onafhankelijkheid genoemd wordt, met een enigszins uitdagende verwijzing naar de joods-Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949."(9)

Dr. Majed Nassar staat achter volgende stelling:

"The role of the media in altering reality during both Intifadas has served to mask the primary purpose of Intifada, namely the struggle toward freedom form Israeli occupation."(10)

Palestijnen zijn Arabieren

Het typeren van de Palestijnen als Arabieren (of zelfs dieren) moet ook in deze context gezien worden. Een overduidelijk en constant gebruikt concept in deze context is de ‘Israeli Arab’:

"The bill would have prevented Israeli Arabs (…)" (11); "Inquiry on Arab Israeli riots starts(…)The clashes between Israeli citizens, both Arabs and Jews, (…)"(12)"bringing us venomous snakes (the Palestinians) and strengthening their hand." (13);

De ‘Israeli Arab’ is natuurlijk een Palestijnse Israëli(14). Door de ‘ander’ te categoriseren als een ‘Arabier’ verdwijnt het onrecht uit het beeld, namelijk dat zij nog steeds leven in hun geboorteland ‘Palestina’, wat nu Israël is geworden. De keuze om de ander te bestempelen als Arabier of Palestijn is met ander woorden niet vrijblijvend: het is een ethisch-morele keuze met verregaande gevolgen in de realiteit. Immers men ontneemt de Palestijnse burger zijn nationale rechten door hem uitsluitend te categoriseren als een ‘Arabier’: dit heeft namelijk als gevolg dat er niet meer gepraat en gedacht wordt over het Palestijnse volk. Zo kan het Palestijnse volk ook geen aanstalten meer maken op hun rechten:

Bij deze categoriesering moet men steeds bewust zijn van de achterliggende mythe: "De Arabieren hebben 22 landen, waarom willen zij het enige joodse land hebben?" Volgens deze mythe is de Palestijnse nationaliteit onbestaand of op zijn minst onterecht. Zo worden zij ‘Arabieren’ en volgens de interne logica eisen zij dus onterecht het Israëlische land op. Dit is echter een aanslag op de realiteit! Voormalig Palestina (het huidige Israël en de bezette gebieden) was één provincie onder het Ottomaanse bestuur en onder het Britse Mandaat. De stakingen in 1930, 18 jaar voor het ontstaan van de staat Israël, waren uitingen van een Palestijns nationalisme. Deze mythe doet echter meer: het verdoezelt de verschillen tussen de Arabische landen onderling en hun vaak problematische relatie met het Palestijnse volk. Deze landen waren bijvoorbeeld de Palestijnse vluchtelingen liever kwijt dan rijk, denk maar Libanon en Jordanië. In de verschillende kranten zien we toch vaak dat de Palestijnen beschreven worden aan de hand van het concept Arabier. Het concept Arabier wordt dan weer geassocieerd met de islam.

"(…) and the threat of greater Arab violence." (15); "(…) to use the Israeli –Arab dispute (…)" (16); "(Shas Rabbijn Ovadia Yosef over Barak) (…) who is selling out everything to the Arabs just to keep his seat.(…)." (17) ; “the Arab-Israeli conflict is deepseated and almost intractable" (18); " All the suicides and would-be suicides have been Muslim, and most have been unmarried, but their ages and levels of education vary." (19) " " the Islamic fundamentalist movement(…)." (20); "(…) Nobody expected the Arab Violence. (…) the volcanic explosion within the Arab sector." (21)

Het concept ‘Arabier’ wordt bij de gemiddelde nieuwsconsument meteen gelinkt met de islamitische godsdienst. De islam beschouwt men als gewelddadig en extreem gevaarlijk, men vergelijkt de opstand hier zelfs met "een vulkanische explosie". De artikels in de kranten ondersteunen vaak dit beeld, maar ook een hele resem ‘wetenschappelijke’ boeken zijn aan dit onderwerp gewijd. De verwijzing naar de religie is een zeer handige strategisch politieke zet: zo worden ‘zij’ de schuldigen van het conflict: het zit hem in hun religie.

De mythe van de ‘grote islamitische dreiging’ moet constant nieuw leven ingeblazen worden. Dit gebeurt tegen de realiteit in: Israël is de grootste militaire supermacht van de regio en Israël wordt dan nog eens volop gesteund door de grootste macht in deze wereld. De Arabische buurlanden en ‘de islam’ vormen geen werkelijke bedreiging op het voortbestaan van Israël. Landen zoals Egypte (Vredesakkoorden met Israël, afhankelijk van de VS voor financiële steun), Jordanië (Vredesakkoorden met Israël, handelsrelaties, …), Syrië (na de val van de Sovjetunie, volkomen verouderde militaire infrastructuur) en Libanon (volledig afhankelijk van Syrië) zijn niet bij machte om een werkelijke partij te vormen voor de Israëlisch-Amerikaanse alliantie met zijn militaire superioriteit.

De islamitische eenheid die noodzakelijk zou zijn om een eventuele dreiging te vormen voor het voortbestaan van Israël is in de realiteit zeer ver te zoeken. Zoals de geschiedenis ons leert, hebben de Arabische landen de Palestijnen dan ook maar al te vaak lippendiensten bewezen, meestal uit ‘nationaal’ belang. Wil men deze mythe toch geloofwaardig maken, tegen de realiteit in, dan moet men deze natuurlijk op regelmatige tijdstippen voeden.

"Van Dijk points out that one means of increasing the appearance of truth in news is to resort to evidence from other reliable sources (authorities, respectable people, professionals)"(22). Dit mechanisme is hier ook aanwezig, het is immers zeer belangrijk dat de link tussen de Palestijnse groeperingen, hun ‘islamitische en Arabische broeders’ en de grote dreiging geloofwaardig blijft.

"The Mossad and Shin Bet delegates stressed that the Islamic terror groups are exploiting the current lull in order to gather strength and attain firearms from Arab states and other sources."(23); "After U.S. President George W. Bush’s state of the Union speech last week, in which he labelled the Iranian regime a member of what he called "an axis of evil" because of its support for the terrorist organizations like Hezbollah and Hamas, and its effort to develop weapons of mass destruction."(24)

"PM: Irak, Iran and Syria backing Palestinian Terror. Prime Minister Ariel Sharon said Thursday morning that the Palestinian Authority was responsible for the recent wave of terror attacks and that Iraq, Iran and Syria were supporting terror." (25) " Shin Bet chief Dichter warns of imminent terror wave (…) He also said The Shin Bet had warnings of an additional 60 planned suicide bombings." (26)

Het ‘islamitische gevaar’ wordt leven ingeblazen en beïnvloedt het denken over de realiteit. De werkelijke oorzaken van de Palestijnse opstand worden zo professioneel weggewerkt, het ‘gevaar’ wordt als het reële vertrekpunt beschouwd om het conflict te benaderen:

"The transition from a peace process to an armed conflict with the Palestinians has had its impact on the way Israel sees the next war (…) The result could be Syrian Scuds launched into the Israeli home front, either with or without Iraqi help, and with Palestinian involvement in the conflict in order to increase the number of casualties." (27)

De Arabische landen lijken dus een reële dreiging te vormen voor Israël, de Palestijnen zijn echter ‘de gruwelijkste vijand’ als we dit citaat mogen geloven: to increase the number of casualties". Met de dreigende oorlogstaal van de V.S aan Irak, duikt Saddam Hoessein in de Israëlische media terug op als de bondgenoot van de Palestijnen. Samen vormen zij en andere Arabische landen de ‘grote Arabische bedreiging’ voor de staat Israël. Hier zien we een subtiel verschil tussen het ‘linkse’ Ha’aretz en het ‘rechtse’ Jerusalem Post. De Jerusalem Post stelt het volgende citaat centraal in het artikel "Saddam threatens ‘victory over Israel with the Palestinians’( 8 augustus 2002):

"Iraqi President Saddam Hussein threatened Thursday he would one day celebrate a victory over Israel with the Palestinians, media reports said.(…) a force of civilians that Saddam set up in 2000 with the aim of driving the Israelis out of Jerusalem and supporting the Palestinian uprising."(28)

Bij de krant Ha’aretz vinden we in het artikel "Iraq’s Saddam Hussein says not frightened by U.S. threat"(8 augustus 2002), dat handelt over dezelfde toespraak, dit citaat helemaal niet terug. Meer nog op 5 augustus 2002 wijdt men een artikel aan het ‘ontkennen’ van de inmiddels populaire vergelijking tussen ‘Arafat en Saddam’. Deze vergelijking heeft sterk aan belang gewonnen na het vacuüm dat ontstond door de ‘verdwijning’ van Bin Laden uit het V.S. –discours liet. Al is er volgens dezelfde journalist:

"(…) plenty of evidence in the archives proving the similarity of the two. And for those who don’t remember the pictures of the "butcher of Baghdad" in Arafat’s arms, along comes the news report of an Iraqi plot to equip Arafat’s soldiers with biological weapons."(29)

… toch kan men, volgens deze journalist, de claim niet leggen dat Arafat en Saddam elkaars gelijken zijn:

"There is no greater lie than the claim of the similarity between Arafat and Saddam, and the propagandists who are spreading the lie know it." (30)

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat een krant met een faam zoals Ha’aretz veel subtielere methoden zal gebruiken dan de Jerusalem Post. Hoewel dit Ha’aretz-artikel een zeer kritische toon in zich lijkt te dragen, zien we bij nader onderzoek een mooi afleidingsmanoeuvre. De gelijkenis tussen Arafat en Saddam wordt onderuit gehaald maar het beeld van de PA en Irak als trouwe bondgenoten blijft overeind. De mythe van ‘het grote Arabische gevaar’ blijft overeind:

"Iraq uses dollars to pay of families of suicide bombers. (…) Even if Bush Jr. finishes what his father didn’t, some other Arab or extremist Muslim zealot (Iran for example) will take Saddam’s place as the hero in the mosques of Nablus and on the banks of Gaza." (31)

Even recapituleren: in het eerste citaat roept de journalist het beeld op van de grote gelijkenis tussen Arafat en Saddam (plenty of evidence in the archives proving the similarity of the two.). Daarna stelt hij dat er geen grotere leugen bestaat dan die gelijkenissen, waarvan er nochtans genoeg bewijzen zijn. Tot slot doet hij het statement dat het Palestijnse volk uiteindelijk toch een Arabische en extremistische Moslim zal volgen. Met andere woorden vloeit het probleem niet voort uit de persoon van Saddam Hoessein, noch van Arafat, maar uit de Islam, de Arabieren.

Het verwijzen naar de ander als een Arabier met alle connotaties als gevolg, is niet alleen eigen aan het rechtse Likud, maar ook de linkse flank ontsnapt er niet aan. Toenmalig premier E. Barak toont hier hoe je de spelregels van het discours toepast:

"Israel strives for peace but a peace that will be reached around the negotiating table rather than through (the imposition) of the will of one side on the other or through a kind of international (coercion).(…) Unfortunately we do hear different signals from the Arab side" (32)

We moeten er nogmaals op wijzen dat als Barak het heeft over de ‘Arabische’ zijde, hij een metonym gebruikt waarmee hij de Palestijnen typeert als Arabieren. Arabieren en ‘de’ islam worden in de Westerse media steeds benaderd aan de hand van hoofdzakelijk negatieve kenmerken (fundamentalisme, terrorisme, niet-democratisch, achterlijk). Dit citaat vormt hier geen uitzondering op: Israël is vredelievend en wil dit bereiken via diplomatieke middelen, de ‘Arabieren’ zouden geen vrede willen. Hierdoor ontkent de toenmalige premier niet alleen de politieke doeleinden van de Palestijnen als een volk met rechten(33), hij suggereert dat de Arabieren het conflict steeds willen verderzetten: de Arabieren willen niet wat de Israëli’s willen, namelijk de diplomatieke weg naar de vrede. Men kan dit enkel ‘begrijpen’ als men vooronderstelt dat Arabieren ‘inherent gewelddadig’ zijn, maar zeg nu zelf: welke burger wil in normale omstandigheden nu geen vrede?

Deze stigmatisering van ‘de ander’ als een Arabier leeft blijkbaar ook sterk onder een deel van de Israëlische bevolking:

"A few meters down the road angry protesters gathered shouting, "Death to the Arabs." A group of men at one point decided to take revenge on the Arab workers at a building site across the street. Police stopped them (…) " We don’t want them in Israel. Why are they(the police) pushing us away? The Arabs kill us, why can’t we do to them what they do to us?"(…)" (34) " "Death to the Arabs" (…)" You see the Arab beggar sitting there? The police are protecting him so we can’t lynch him. Let me go over there and I’ll show them that we can do to them what they are doing to us." (35)

Het concept wordt niet alleen gebruikt om ‘de ander’ te stigmatiseren. Het verklaart de Palestijnse nationaliteit als onbestaande of onterecht. De achterliggende redenering gaat als volgt: als de Palestijnse nationaliteit onbestaande zou zijn of onterecht, dan is de stap klein voor Israël om de Palestijnen hun recht op hun land en vrijheid te ontzeggen. Het wordt dan namelijk ‘Israëlisch grondgebied’. Zij zijn Arabieren en moeten maar onderdak vinden in de Arabische landen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat veel gelauwerde, corrupte boeken gewijd zijn aan het ontkennen van de nationale rechten van de Palestijnen (denk maar aan het veel gelezen boek van Joan Peters’ "From Time Immemorial"). (36)

(Uitpers, nr. 38, 4de jg., februari 2003)

Noten

(1) Nigel P. & King-Irani L., 2001: The ‘conflict between equals’, electronic intifada

http://electronicintifada.net/coveragetrends/conflictofequals.html

(2) Said E., 2000: The End of Oslo, London, Granton Books, p. 138:

"(…) both Israel and the United States identify fundamentalist Islam – a label often compressed into the one word ‘islam’ – with oppossition to the peace process, to Western interests, to democracy, and to Western civilization."

(3) Zie Jerusalem Post 21 maart 2001: Keinon H., 2001: Waging war on conventional wisdom.

(4) Zie Ha’aretz 3 juli 2002: Sheleg Y. 2002: The tactic is to tie every topic to Israel.

(5) Zie Jerusalem Post 28 december 2000: JP-internetstaff, 2000: Meimad opposes sole Palestinian control of Temple Mount.

(6) Abicht Ludo, 2001: Kinderen van God. Religie, opstand en bezetting in Jeruzalem.

http://www.wereldwijd.be/magazine/ww307-14.htm

(7) Amira Hass, 2002: They don’t see the occupation, fontenelles- Palestine Archive: Ha’aretz:

http://home.mindspring.com/~fontenelles/hass/hass7.htm

(8) Abicht Ludo, 2001: Kinderen van God. Religie, opstand en bezetting in Jeruzalem.

http://www.wereldwijd.be/magazine/ww307-14.htm

(9) Abicht Ludo, 2001: Kinderen van God. Religie, opstand en bezetting in Jeruzalem.

http://www.wereldwijd.be/magazine/ww307-14.htm

(10) Dr. Majed Nassar Union of Health Work Committees Palestine 2000: People of the Intifada: The Palestinians Struggle for freedom and Independence.

http://www.addameer.org/september2000/opinion/peopleintifada.html

(11) Zie NewYork Times 14 juli 2002: Joel Greenberg, 2002: Israel backs off bill to curb Arab home buying.

(12) Zie Ha’aretz November 2000: Inquiry on Arab Israeli riots start.

(13) Zie Jerusalem Post 24 januari 2001: Hoffman G., 2001: Shas mentor: Barak hates Israel.

(14) Voor een bespreking van de Israëlische Palestijnen in Israël zie (o.a.): Azmi Bishara, 1998: De positie van de Palestijnen in Israël: over Israëlisering en ‘etnische democratie’.

(15) Zie Jerusalem Post 27 december 2000: Steinberg G.M., 2000: Beyond the point of no return.

(16) Zie Washington post 10 maart 2002: SN, 2002: The Middle East Missions.

(17) Zie Jerusalem Post 24 januari 2001: Hoffman G., 2001: Shas mentor: Barak hates Israel.

(18) Zie Ha’aretz 12 februari 2002: Ha’aretz Staff, 2002: UK foreign secretary ‘skeptical’ on EU plan.

(19) Zie NewYork Times 20 juni 2001: Bennet J., 2002:The New Suicide Bombers: Larger and More varied Pool.

(20) Zie Ha’aretz 1 augustus 2002: Ha’aretz Staf, 2002: IDF readies response to J’lem bomb.

(21) Zie Ha’aretz 1 augustus 2002: Ettinger Yair 2002: Wilk tells of panel: Nobody expected the Arab Violence.

(22) Uit Rojo M. L. , 1995: Division and rejection: from the personification of the Gulf Conflict to the demonization of Saddam Hussein. Discourse & Society, Sage, London, Thousand Oaks, and New Dehli.

(23) Zie Ha’aretz 4 januari 2002: Security officials: Either press Arafat or dump him.

(24) Zie Ha’aretz 6 februari 2002: Benn. A: 2002: PM to tell Bush: Iran’s influence in Lebanon must end.

(25) Zie Ha’aretz 20 juli 2002: Ha’aretz services and agencies, 2002: PM: Iraq, Iran and Syria backing Palestinian terror attacks.

(26) Zie Ha’aretz 1 augustus 2002: Gideon Alon: Shin Bet chief Dichter warns of imminent terror wave.

(27) Zie Ha’aretz 5 februari 2002:Benn A; 2002: Analysis/the changing face of the next war.

(28) Zie Jerusalem Post 8 augustus 2002: The JP internet staff en the AP: Saddam threatens ‘victory over Israel with the Palestinians’.

(29) Zie Ha’aretz 05 augustus 2002: Akiva Eldar 2002: Saddam and Arafat, Sharon and Golda.

(30) Zie Ha’aretz 05 augustus 2002: Akiva Eldar 2002: Saddam and Arafat, Sharon and Golda.

(31) Zie Ha’aretz 05 augustus 2002: Akiva Eldar 2002: Saddam and Arafat, Sharon and Golda.

(32) Zie Jerusalem Post 13 November 2000: Herb K.& Zacharia J. No breakthrough in Washington talks.

(33) Zie Maly Ico, 2001, Over Racisme en Beeldvorming in het Israëlisch – Palestijnse conflict:

http://www.flwi.rug.ac.be/cie/imaly/index.htm

(34) Zie Jerusalem Post 15 februari 2001: Lahoud L., 2001: Angry Protestors at Azor: Keep Palestinians out.

(35) Zie Jerusalem Post 5 maart 2001: Lahoud L. 2001: "We don’t feel safe"

(36) Voor een uitvoering bespreking van dit boek zie: Finkelstein N.G., 1988, Disinformation and the Palestine question: The Not-So-Strange case of Joan Peters’s From Time Immemorial, in Said E. & Hitchens C., 1988, Blaming the Victim,Verso, London.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 56 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Maly Ico

zie ook