Indonesische generaals op vinkenslag

In mei is het alweer vijf jaar geleden dat de Indonesische dictator Soeharto van de macht werd verdreven. Vooral de armere Indonesiërs stelden toen hun hoop op Megawati Sukarnoputri die na twee presidenten, Habib en Wahid, staatshoofd werd. Maar onder haar bewind is de macht van de generaals snel aan het groeien.

Een op stapel staande wet wil de legerleiding zelfs vrijheid van handelen geven. « Artikel 19 van die wet komt neer op een staatsgreep », waarschuwen enkele kranten. « Om een staatsgreep te plegen hebben we artikel 19 niet nodig », repliceert stafchef Ryamizard Ryacudu, voorstander van de harde lijn.

De macht van Soeharto berustte meer dan dertig jaar op de militairen. Hij was zelf aan de macht gekomen met een bijzonder bloedige anticommunistische militaire machtsgreep (tussen 500.000 en één miljoen mensen werden afgeslacht). In zijn regime kreeg het leger een erg bevoorrechte positie. De partij van het regime, de Golkar, was in veel opzichten de politieke arm van de legerleiding. Maar bovendien, zeer belangrijk, konden de officieren zich persoonlijk verrijken als "zakenpartners" van de (overwegend Chinese) ondernemers. De generaals hadden geld en macht. Ze konden zich "uitleven" in bloedige onderdrukkingen, onder meer in het opstandige Atjeh en in de geannexeerde gebieden van westelijk Nieuw-Guinea en Oost-Timor.

De militairen hadden dus veel te verliezen met de val van het Soeharto-regime. Toen ze echter garanties kregen voor hun eigen positie draaiden ze bij en offerden ze de dictator op. Intussen hadden ze ook begrepen dat ze niet veel te vrezen hadden van Megawati Sukarnoputri die nochtans in de ogen van veel Indonesiërs symbool was van standvastig verzet tegen de dictatuur. Meer omdat ze de dochter van Sukarno, de stichter van de republiek, was dan voor wat ze zelf had gedaan.

Het aantal aan militaire voorbehouden parlementszetels werd verminderd en de politiemacht werd van de strijdkrachten gescheiden. Maar de militairen bleven toch maar in het parlement en de meesten konden buiten schot blijven in enkele bloedige drama’s, zoals dat in Oost-Timor. Het was niet meer zoals onder Soeharto, maar toen president Abdurrahman Wahid op defensie en in de legerleiding benoemingen en promoties doorvoerde die de legerleiders niet aanstonden, gingen ze meer en meer aanleunen bij toenmalig vice-presidente Sukarnoputri om Wahid te helpen vloeren. Wat dan ook gebeurde.

Megawati

Onder Megawati Sukarnoputri hebben de generaals hun invloed (en daarmee gepaard gaande straffeloosheid) weer zien toenemen. Er was in het parlement nochtans overeengekomen dat die invloed zou teruggedrongen worden. Zo was al voorzien dat de militairen in het volgende parlement, dat normaal in 2004 wordt verkozen, geen voorbehouden plaatsen meer krijgen. Er werd ook gewerkt aan een wetgeving die duidelijk moet maken dat de verkozen instellingen de baas zijn over de strijdkrachten.

Er was ook druk van buitenaf geweest om de generaals op hun plaats te zetten. Die druk kwam dan vooral ten tijde van president Clinton uit Washington. Met George W. Bush in het Witte Huis werd die druk veel minder. Na de aanslagen van 11 september 2001 viel die zelfs helemaal weg, kort daarop besliste Washington de samenwerking met het Indonesische leger te hervatten en weer Indonesische militairen op te leiden. De druk ging zelfs de andere richting uit na de aanslag vorig jaar op een disco op Bali; de legerleiding profiteerde van die aanslag om een grotere rol voor zichzelf op te eisen in de strijd tegen het terrorisme.

Die legerleiding maakt echter vooral gebruik van de meegaande houding van president Sukarnoputri en van de zwakheden van het politieke establishment. Machtsmisbruik en corruptie zijn met de val van Soeharto zeker niet verdwenen, daarover zijn veel Indonesiërs hun illusies over de democratisering kwijt. Het maakt de politieke wereld kwetsbaar tegenover een agressieve legerleiding.

Artikel 19

Hoe de generaals de zwakheden van de politici uitbuiten, kwam zeer goed naar voor bij de uitwerking van een wet over de strijdkrachten. De bedoeling van die wet was oorspronkelijk om de strijdkrachten wel degelijk onder controle van de democratisch gekozen instellingen te plaatsen. Maar de werkgroep kwam op de proppen met een tekst voel voetangels. Niet te verwonderen als men weet dat het ministerie van Defensie zelf begin vorig jaar aan de militairen had gevraagd om een tekst op te stellen waarin ze zichzelf aan banden leggen.

Het duurde even eer enkele waakzame burgers begin dit jaar in de gaten kregen wat er gaande was. Artikel 19 van de uitgewerkte tekst bepaalde dat de chef van de strijdkrachten de president slechts 24 uur na het inzetten van troepen "ter beveiliging van de staat" de president op de hoogte moet brengen. Met andere woorden, de legerbaas kan op eigen houtje troepen inzetten "om de staat te verdedigen" en moet pas achteraf het staatshoofd op de hoogte brengen…

Er is niet alleen artikel 19. Ook andere artikels maken geen duidelijk onderscheid wie de bevoegdheid heeft op te treden bij "interne onrust". Het geeft de militairen de vrije hand om naar eigen goeddunken troepen in te zetten als ze vinden dat dit in het belang van het land nodig is. Wat wel een bijzonder rekbaar begrip is.

De opschudding over deze plannen leidde tot felle debatten in een werkgroep die de tekst moest nakijken. Om uit de discussie te geraken werd de opstelling van een eindtekst toegewezen aan een groep van vier man: drie generaals van het landleger en een luchtmachtkolonel. Uiteraard keerden die terug naar een tekst waarbij de legerleiding het laken naar zich toetrekt.

Schrik

Maar die plannen om het leger weer een grotere rol toe te bedelen, komen niet alleen van generaals. In de vijf jaar van democratisering is er van belangrijke sociale hervormingen niet veel in huis gekomen. De maatschappelijke problemen die tot de crisis van 1998 leidden, zijn zeker niet verdwenen.

Vandaar ook dat de zakenwereld schrik heeft van massamobilisaties, zelfs al gaat het tegen de Amerikaanse oorlog in Irak. Want er is altijd het risico dat dergelijke mobilisaties uit de hand lopen en zich tegen het regime keren. Voor die kringen is het dan ook altijd geruststellend een leger achter de hand te hebben dat hun belangen kan vrijwaren. De plannen om de generaals weer meer macht te geven komen zeker niet alleen uit het brein van de generaals.

(Uitpers, nr. 41, 4de jg., april 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 27 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook