In Turkije is er niets aan de hand

Donderdag 25 november 1999 oordeelde het Turkse Hof van Cassatie dat er niets onregelmatigs was gebeurd toen Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) op 29 juni op het gevangeniseiland Imrali ter dood werd veroordeeld. Het doodvonnis werd bijgevolg niet verbroken. Een merkwaardige uitspraak als men bedenkt dat Turkije advocaten toegang tot Öcalan weigerde en degenen die hem wel konden zien geen vrije en onbeperkte toegang tot hun cliënt hadden. Elk gesprek werd bijgewoond door met bivakmutsen gemaskerde politiemannen, elk woord genoteerd.


 


Alleen dat al is voldoende om het vonnis te doen verbreken door het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Een hof waar Turkije “kind aan huis is” omdat het telkens weer opnieuw wordt veroordeeld op klacht van individuele burgers. Dat Turkije de mensenrechten aan zijn laars lapt is uitvoerig gedocumenteerd door Turkse en internationale mensenrechtenorganisaties. Dat de militairen de ware machthebbers zijn, de democratie slechts een façade is en er geen vrijheid van opinie noch van meningsuiting bestaat, zijn eveneens feiten die door niemand worden betwijfeld. Zelfs westerse leiders kunnen dat niet ontkennen.


Toch getuigen ze van een onbegrijpelijk begrip voor Turkije. Zoals president Clinton in Istanbul wijzen ze steevast op de “vooruitgang” die Turkije al heeft geboekt op het gebied van de eerbied voor de mensenrechten – zonder te zeggen waaruit die zogenaamde vooruitgang bestaat, die nog door niemand anders is gezien. Ze komen op voor “humanitaire interventies” als het hun past, maar in Turkije is er, ondanks 15 jaar oorlog, het verjagen van miljoenen Koerden, het platbranden van hun dorpen, foltering, moord en verdwijningen blijkbaar niets aan de hand.


Een nieuw toppunt van hypocrisie werd bereikt in Istanbul, waar op 18 en 19 november een topconferentie plaats had van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Des te meer als men bedenkt dat die organisatie opkomt voor democratie, mensenrechten en voor de rechten van minderheden. Het heeft voor dat laatste zelfs een speciale Hoge Commissaris, de Nederlandse oud-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel. Men zou kunnen veronderstellen dat de meeste van de 55 leden van de organisatie bezwaren hadden tegen het houden van een topconferentie van staats- en regeringsleiders in een land dat met al die principes en rechten de vloer aanveegt. Niets daarvan. Noch president Bill Clinton, noch bv. de Belgische premier Guy Verhofstadt zagen er graten in om in Istanbul te vergaderen en aldus de Turkse machthebbers internationale respectabiliteit te geven.


De Koerden? Nooit van gehoord!



Meer nog, in de 48 punten tellende slotverklaring wordt er geen enkele directe kritiek op Turkije geuit, alsof er in dat land niets aan de hand is. Nochtans worden in de verklaring talrijke conflicten uitvoerig behandeld, worden er ook de rechten van de zigeuners (Roma en Sinti) in verdedigd. “Onze gedachten gaan naar het groot aantal Albanezen in Kosovo die hun leven verloren, naar diegenen die hun eigendommen verwoest zagen en de honderdduizenden die werden verdreven en hun huizen verlieten”, luidt het in het derde punt. Geen woord echter in de hele tekst over de drie tot vijf miljoen Koerden die in Turkije uit hun dorpen en huizen werden verdreven, geen woord over de zowat 3.500 dorpen en gehuchten die door het Turkse leger werden vernield.


Abchazië, Zuid-Ossetië, Nagorno-Karabach, Moldavië, Wit-Rusland, Tsjetsenië??? komen allemaal aan bod. De Koerden in Turkije bestaan blijkbaar niet. Commisaris Van der Stoel weet nochtans dat er Koerden bestaan, want in zijn functie als speciale gezant voor de mensenrechten in Irak (waaruit hij onlangs ontslag nam), noteert hij zorgvuldig wat de Koerden in Irak hem vertellen over de repressie van het regime van president Saddam Hoessein en diens regering. Elk jaar brengt hij daar uitgebreid verslag over in een rapport en laakt hij de schendingen van de mensenrechten door het regime in Bagdad, dat hij daarvoor zonder enig pardon aan de kaak stelt. Hij weet ook dat er elke maand zowat 5.000 kinderen sterven in Irak als gevolg van de sancties van de Verenigde Naties, maar merkwaardig genoeg
stelt hij nooit de VN, noch de voornaamste gangmakers van de sancties, Washington en Londen, verantwoordelijk voor die massale schending van de mensenrechten – zoals het recht op leven – van de Iraakse burgers.


Het houden van een OVSE-top in Turkije en het verbijsterend stilzwijgen van een organisatie die zegt zich om de rechten van minderheden te bekommeren, doet vragen rijzen over de geloofwaardigheid, de ernst en zelfs het bestaansrecht van dergelijke internationale organisaties. Het waarom van het stilzwijgen is duidelijk: de OVSE is een Koude Oorlogsorganisatie en was bedoeld om het het Westen een voet in huis te geven in het communistische Oost-Europa onder het mom van het verdedigen van de mensenrechten. Uiteraard was ze niet bedoeld om bevriende regimes en bondgenoten aan de kaak te stellen. Wat dan ook niet gebeurt, ook al overtreft de omvang van de gruwelijkheden in Turkije vele malen van die in Kosovo en Tsjetsjenië.


Officieel heet de Koude Oorlog geëindigd te zijn met de val van de Berlijnse muur tien jaar geleden. Maar de Koude Oorlogsambtenaren en -politici zijn nog altijd op post en voeren nog altijd oorlog tegen hun voormalige vijanden. Tegen alles wat communistisch of links is. Tegen alles wat de suprematie van de Verenigde Staten in het gedrang zou kunnen brengen. Democratie en mensenrechten zijn slechts stokken die worden gebruikt om de publieke opinie een rad voor de ogen te draaien. Het zijn geen waarden op zich.


De “waarden” van de NAVO



Wat voor de OVSE geldt is ook van toepassing op de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Tijdens de oorlog tegen Servië dit voorjaar had secretaris-generaal Javier Solana voortdurend de mond vol over de “waarden” van het bondgenootschap. Wat die waren zei hij slechts enkele keren: verdediging van de vrijheid, democratie en mensenrechten. Slechts weinig journalisten hadden daar bedenkingen bij of hadden oog voor de geschiedenis van het bondgenootschap. De NAVO is geen “democratische club” noch een “vredesorganisatie”. Het was een oorlogsorganisatie tegen het Oostblok. In plaats van te zeggen dat de NAVO voor vrede in Europa heeft gezorgd, kan men even goed stellen dat Europa in vrede is kunnen blijven leven ondanks de NAVO en haar onafgebroken bewapeningswedloop. Sedert de Verklaring van Washington van april 1999 heeft de NAVO zich het recht toegeëigend om om het even waar op te treden. Onder het mom van “humanitaire interventies”, die ze echter weigert in Turkije, Palestina???


De NAVO heeft de democratie nooit hoog in haar vaandel gedragen. Ze zag de democratie eerder als een bedreiging voor haar oorlogspolitiek. Het enige land dat ooit bijna uit de NAVO werd gezet, was Portugal toen het in 1974 door een militaire staatsgreep tegen het fascistisch regime een democratie werd. En de NAVO-landen hielpen jarenlang dictatoriaal Portugal zijn koloniale oorlogen in Afrika te voeren. Het Spanje van dictator Franco was niet formeel lid van de NAVO, maar wel in praktijk: de Amerikaanse NAVO-opperbevelhebber in Europa was ook steeds de bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Spanje. De militaire staatsgrepen en dictaturen in Griekenland (1967) en in Turkije (1960, 1971, 1980) werden door de NAVO aangemoedigd en toegejuicht. In heel Europa werd in het kader van het Gladio-netwerk, dat bedoeld was om guerrilla te voeren in geval van een Sovjet-bezettting, samengewerkt met extreem rechtse groepen. Verschillende daarvan hebben geprobeerd met het materiaal en geld van de NAVO hun landen te destabiliseren om er een “autoritair” regime te vestigen, zonder dat de NAVO hen daarvoor publiek op de vingers tikte of desavoueerde. Nog steeds genieten de uiterst-rechtse Turkse “Grijze Wolven” overal in West-Europa bescherming van de inlichtingendiensten. Dit terwijl Turkije, als de NAVO haar eigen regels zou volgen, niet eens lid van de NAVO zou kunnen zijn: de militairen zijn er immers niet onderworpen aan het burgerlijk gezag, maar zijn er de ware machthebbers, zoals ze zelf geregeld laten weten.


 

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).