In Nepal kletteren de (ook Belgische) wapens weer

De Europese Unie heeft begin februari via de Franse ambassade in Kathmandu bij de Nepalese regering haar bezorgdheid uitgesproken over de schendingen van de mensenrechten en de politieke situatie in dat land. Maar hoe geloofwaardig is die bezorgdheid, wetende dat het Nepalese regeringsleger massaal die mensenrechten schendt met onder meer Brits en Belgisch wapentuig? De regering van Tony Blair drijft het zelfs zover ontwikkelingsgeld aan te wenden voor de levering van twee vliegtuigen voor het Nepalese leger.

De EU dringt aan op een snelle verbetering van de veiligheidssituatie en op de vorming van een meerpartijenregering – koning Gyanendra nam in oktober 2002 alle macht in handen en stelde verkiezingen voor onbepaalde tijd uit. Begin vorig jaar kwam er een bestand tussen de regering en de CPNM, de Nepalese maoïsten die onlangs de achtste verjaardag van hun opstand herdachten. In augustus zegden de maoïsten het bestand op, onder meer nadat enkele van haar vertegenwoordigers waren opgepakt. De besprekingen hadden dan hoe dan ook nog niets opgeleverd.

De monarch hield en houdt het been stijf omdat hij weet op royale buitenlandse steun te kunnen rekenen. Die komt vooral van de VS, India, Groot-Brittannië, België, China. De maoïsten zijn daarentegen veel geïsoleerder, althans op internationaal vlak, want in Nepal kunnen ze in de dorpen en in toenemende mate in de steden op brede steun rekenen. Het succes van hun stakingsoproepen ook in Kathmandu wijzen op die steun. Het argument dat mensen die oproepen slechts opvolgen uit schrik, snijdt weinig hout, want het is de regering die zich dagelijks schuldig maakt aan wreedheden.

Alarmkreten

Dat laatste blijkt alleen al uit de bijna dagelijkse alarmkreten van Amnesty International over mensen die door politie en leger worden opgepakt en nadien spoorloos verdwijnen, over executies van gevangenen, over het afslachten van dorpelingen verdacht van steun aan de maoïsten. Ook verscheidene activisten van mensenrechtenorganisaties zijn verdwenen of worden doodgewoon vermoord. AI veroordeelt ook moorden gepleegd door maoïsten, maar het gros van de aanklachten gaat over politie en leger die terreur uitoefenen. Het aantal doden door geweld stijgt onrustwekkend, driekwart van de doden vallen door optreden van het leger.

Die dodentol dreigt nog meer op te lopen met de plannen van de regering om "dorpsmilities" op te richten, waarbij dorpsbewoners verplicht worden zich bij die milities aan te sluiten. De oprichting van die milities houdt ook risico’’ in op afrekeningen en andere ontsporingen, zo leert de ervaring in andere landen, waaronder de Filipijnen waar sommige milities uitgroeiden tot doodseskaders en roversbenden.

Het inzetten van gesofisticeerde wapens is een andere reden waarom het dodental sterk oploopt. Het UNDP, het Ontwikkelingsfonds van de VN, waarschuwt al jaren dat de moderne machinegeweren wereldwijd de echte massavernietigingswapens zijn – die jaarlijks 300.000 mensen doden. Het Rode Kruis schat dat in conflicten zestig procent van burgerslachtoffers onder de kogels van machinegeweren valt. Daaronder in Nepal ook Belgische geweren, al hebben Belgische politici dat liever te vergeten.

Ondanks de uitbreiding van het leger, de militarisering van de politie en de wapenleveringen aan deze "prille democratie" (dixit onze regering in 2002), slaagt het regime er niet in de maoïstische opstand terug te dringen. Af en toe voeren ze operaties uit in opstandige regio’s, maar dat dient vooral om de indruk van een offensief te wekken, want de troepen trekken zich al even snel terug.

De maoïsten slagen er ook niet in om de militaire status-quo te doorbreken, maar zij hebben de jongste maanden bij herhaling kunnen aantonen dat ze hun inplanting versterken in de gebieden waar ze stevig voet aan de grond hebben, ongeveer de helft van het grondgebied. Zo hebben ze in diverse gebieden lokale besturen gevestigd. En toen de koning begin februari een bezoek bracht aan Nepalgunj, in het westen van het land waar de maoïsten sterk staan, keerde de bevolking hem de rug toe met een ‘bandh’, zoiets als een algemene stilstand.

Kasten

De maoïsten winnen in de dorpen vooral aanhang met het verjagen van de ‘zamindars’, de grootgrondbezitters die tot twee kasten behoren, de Bahuns (Brahmanen, de priesterkaste) en de Chhetris (de krijgerskaste). Die twee kasten hebben het in Nepal al eeuwen voor het zeggen. Zij controleren leger, media en grond. De legale partijen die in de jaren ’90, tot oktober 2002, van de macht mochten proeven, worden ook door die kasten gedomineerd, wat mede uitlegt waarom ze zo weinig aan landhervorming deden. Oudere boeren herinneren zich ook nog de operaties ‘Romeo’ en ‘Kilo Sera’ uit de jaren ’70 en ’80 toen koning Birendra zijn troepen losliet op boeren die zich tegen hun uitbuiters verzetten.

Vijf partijen die in het ontbonden parlement zaten, trachten toch nog ruimte te vinden tussen despoot Gyanendra en de maoïsten. Zij organiseren in de steden demonstraties voor het herstel van de parlementaire democratie, maar het succes is matig. Onder druk van vooral de studentenbewegingen sluiten ze de eis van een republiek niet uit, maar de koning en zijn omgeving doen dat – wellicht terecht – af als tactiek om de monarchie wat onder druk te zetten.

Militaire optie

Voorlopig wijst niets er echter op dat de koning een beetje macht uit handen wil geven. Mede onder invloed van Washington en vooral van de Amerikaanse ambassadeur Michael Malinowski, een oudgediende van Pakistan en Afghanistan, kiest hij voor een agressieve militaire aanpak. Veruit de meeste fondsen gaan naar de verdere uitbouw van het leger, nu 70.000 manschappen, en de militarisering van de politie, 40.000 manschappen. Het Amerikaanse AID (Bureau voor Ontwikkelingshulp) overweegt de hulp aan de Nepalese regering voor het bestrijden van de opstand met 14 miljoen dollar (bij de bestaande 17 miljoen) op te voeren.

Washington plaatste de maoïstische CPNM vorig jaar op de lijst van terreurorganisaties. Fondsen werden bevroren, websites worden geweerd. Maar bovenal leveren de Amerikanen wapens en opleiding.

De Britse regering leverde vorig jaar reeds gevechtshelikopters. Er ontstond een rel toen bleek dat het geld daarvan afkomstig was uit een "vredesfonds". Begin dit jaar vernamen de Britse parlementsleden vanuit Nepal dat Londen het Nepalese leger twee toestellen levert betaald uit hetzelfde "Global Conflict Prevention Fund". Een woordvoerder van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat het niet om hetzelfde soort "vergissing" ging als met de helikopters, maar voegde er wel aan toe dat "de Britse regering de Nepalese regering wil steunen". De twee toestellen kunnen verticaal opstijgen en zijn daarom erg geschikt om in de Nepalese bergstreken te worden ingezet. Vorig jaar had de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw gezegd dat de Nepalese maoïsten onvoorstelbaar gemeen zijn, maar over de talloze bewezen schendingen van de mensenrechten door het Nepalese koninklijk leger sprak hij met geen woord.

India, Bhutan

India steekt een handje toe met wapens en opleidingen. Maar het helpt de Nepalese monarchie ook door in India Nepalese maoïsten op te pakken en aan Kathmandu uit te leveren. Twee maoïstische leiders die in New Delhi een bijeenkomst wilden bijwonen, werden aangehouden en onmiddellijk aan het Nepalese leger uitgeleverd. De Indiase regeerders vrezen de nauwe samenwerking tussen de Nepalese en de Indiase maoïsten die vooral in het noordoosten en oosten van India actief zijn. New Delhi is ook niet zo gelukkig met de groeiende rol van Washington in Nepal dat het tenslotte als zíjn achtertuin beschouwt.

Intussen is er ook een maoïstische partij opgericht in Bhutan, de BCP-MLM (Bhutan communistische partij- Marxistisch-Leninistisch-Maoïstisch). Die beweging bestempelt de Bhutanese monarchie als een lakeiregime ten dienste van het Indiase expansionisme en eist de uitroeping van een republiek.

De Bhutanese maoïsten trachten vooral aanhang te vinden onder de 100.000 Bhutanese vluchtelingen die uit Bhutan zijn weggejaagd en in het oosten van Nepal al jaren in kampen leven. In Bhutan is er totnogtoe nog geen enkel "experiment" geweest met parlementaire democratie, de monarchie is er nog in alle opzichten absoluut. Ze tracht ook andere etnische groepen dan de Bhutanese, waaronder vooral de Nepalese, te verjagen om het koninkrijk "etnisch zuiver" te houden.

(Uitpers, nr. 51, 5de jg., maart 2004)

Visited 9 Times, 2 Visits today

Tags :