INTERNATIONALE POLITIEK

In het spoor van Fanon, en van vele anderen

Image

Laat me duidelijk zijn: hieronder volgt een bespreking en een kritiek op het boek van Koen Bogaert, maar zijn werkstuk is gewoon schitterend, leerrijk, vlot en toegankelijk geschreven. Dit moet overduidelijk verplichte lectuur worden voor alle jonge mensen die vaak nog denken dat Afrika een land is dat door onze Gutmenschen van de ondergang werd en wordt gered.

Dekolonisering

Bogaert’s boek is een nieuwe en overtuigende versie van de oude kritiek op ‘ontwikkeling’, gekaderd in een historische context van kolonisering en gekoppeld aan de onlosmakelijke band met het huidige racisme in onze samenleving.

Voor dat kader maakt Bogaert gebruik van Frantz Fanon, de Caraïbische filosoof en psychiater die actief was in de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd en duidelijk maakte dat ‘dekolonisering’, gericht op het veranderen van de wereld … een programma van totale wanorde’ is. Hij wees hij op de ‘onhoudbare contradicties’ van het systeem en op wat het betekent zwart te worden in een witte wereld.

Dekolonisering gaat volgens Fanon – en Bogaert – duidelijk veel verder dan politieke onafhankelijkheid, het gaat over het afbouwen van de ‘machtsstructuren, denkbeelden en uitsluitingsmechanismen die nu  nog steeds doorwerken’. We spreken vandaag niet meer over ‘beschavingsmissies’, maar eerder over ‘ontwikkelingssamenwerking’, het idee blijft echter hetzelfde. (p.15). De welvaart in het Noorden en de armoede in het Zuiden staan niet los van elkaar.

Kolonialisme, aldus Fanon, was ook een project van kennisproductie. Vandaar dat de gekoloniseerde mens moet bevrijd worden van het aangeleerde minderwaardigheidsgevoel (p.17).

Dekoloniseren wordt daarom een dubbel project: het afbouwen van machtsstructuren en dominante ideeën, enerzijds, en het ontmantelen van een neokoloniale continuïteit en structuren van ongelijkheid, anderzijds.

Dekolonisering is een revolutionair proces binnen een bestaande orde, over wanorde naar een nieuwe orde, waarvan we niet weten hoe die er zal uitzien. Volgens Fanon is de strijd voor emancipatie tegelijk een ‘emancipatie in de strijd’.

De kern van het probleem is dat er geen nationale oplossingen zijn voor wat een wereldwijde systeemcrisis is die sociale ongelijkheid, klimaatverandering, migratie en pandemieën veroorzaakt’. (p.33). ‘Kolonisering was altijd een project van globalisering, dekolonisering zal dat ook moeten zijn’ (p. 23).

Koloniseren als dehumaniseren

In opeenvolgende hoofdstukken gaat Bogaert te werk om alle dominante verhalen die we hebben over het Zuiden, over de kolonisering zelf, het dehumaniseren van de ‘Ander’, het noodzakelijk ontstaan van het racisme en de rol van de koloniale rijkdom in de ontwikkeling van de industriële revolutie, te ontkrachten.

Wie heeft de macht om wat te benoemen?’ Het gaat er niet in eerste instantie om een ‘objectief’ verhaal te brengen, wel om de machtsstructuren bloot te leggen die aan de basis liggen van wat we ‘geschiedenis’ noemen, want dit is altijd het resultaat van een sociale strijd. We menen te weten dat het Europese humanisme een eind heeft gemaakt aan de slavernij, maar is dit ook zo? Hebben niet ook de tot slaaf gemaakte mensen een eersterangsrol gespeeld?

Het gaat om een epistemische strijd, stelt Bogaert terecht. De idealen van de Verlichting waren geenszins bedoeld voor ‘alle mensen’, maar enkel voor witte mannen. Maar wie de mythes heeft gecreëerd, heeft er ook echt in geloofd (p.60). De koloniale mythe is echter slechts één kant van een verhaal dat niet strookt met de werkelijkheid.

Kolonialisme en kapitalisme

De exploitatie van de koloniale rijken was grotendeels gefinancierd door privékapitaal (p. 83). Kongo Vrijstaat, VOC (de Nederlandse Oostindische Compagnie) en EIC (de Britse Oost-Indische Compagnie):  de staatsmacht creëerde de geglobaliseerde wereldmarkt in het belang van de opkomende Europese kapitalisten en vice versa.

VOC en EIC waren echter geen kapitalistische bedrijven, maar ze hebben wel het bedje gespreid voor het kapitalisme. Kolonialisme en kapitalisme zijn nauw vervlecht. Het kolonialisme ligt mee aan de basis van de uitbouw van moderne kapitalistische wereldmarkt geschoeid op Europese leest. Het zijn de plantages in de Caraïben die hebben bijgedragen tot de industrialisering van Groot-Brittannië. De slavernij van die tijd kan niet vergeleken worden met die van andere tijden en regio’s maar was een specifiek historisch instituut dat mee de vandaag bestaande wereldorde heeft gemaakt

De bron van het racisme ligt niet in de Verlichting zelf, maar bij een sociale klasse die nieuwe ideeën nodig had voor een nieuwe wereld. Bogaert spreekt daarom van een raciaal kapitalisme als erfenis van het kolonialisme als machtssysteem.

De Verlichting moet daarom gezien worden als een tweesnijdend zwaard: ze produceerde ‘universele’ waarden en daarmee ook de ruimte voor verzet tegen het koloniaal geweld.

In de laatste hoofdstukken brengt Bogaert zijn eerder gepubliceerd verhaal over de Haïtiaanse revolutie en hoe die mee de basis heeft gelegd voor het zwart Atlantisch humanisme en hoe die de revolutie van het denken mee vorm heeft gegeven.

Dekolonisering, zo besluit Bogaert, is een radicaal alternatief, een historische strijd voor een nieuw soort humanisme, de strijd voor een nieuwe mens en een nieuwe orde, voor een universele emancipatie.

En hij besluit met mijn lievelingsparagraaf van dit boek: ‘dat we de geschiedenis van de ideeën die nog steeds onze moderne wereld en onze universele waarden en normen vormgeven, in de eerste plaats moeten begrijpen als een mondiale geschiedenis. Een geschiedenis, bovendien, die niet los staat van de reële strijd die onderdrukte mensen hebben gevoerd voor hun eigen vrijheid en emancipatie.’ (p.273)

Een nieuw verhaal?

Misschien zal Koen Bogaert het niet graag horen, maar wat ik zo fantastisch vind aan dit boek is dat het een aantal ‘oude’ waarheden weer boven haalt en in het nieuwe kleedje van de ‘dekolonisering’ weer aantrekkelijk maakt. Wellicht heeft het te maken met een generatieverschil, maar het spreekt voor zich dat Fanon’s ideeën zelf niet volkomen nieuw waren. Wat ontbreekt in dit boek is de Latijnsamerikaanse dimensie, met onafhankelijkheden die veraf stonden van de inheemse bevolking – grotendeels uitgemoord tijdens de kolonisering zelf – maar met een vergelijkbare kritiek op die kolonisering. Denkers als Mariátegui of concepten als het ‘interne kolonialisme’ hebben de pijnpunten bloot gelegd. Het structuralisme en later de ‘dependencia’ theorieën van een flink aantal intellectuelen hebben de hypocrisie van het Noorden aan de kaak gesteld. De weg die door het ‘centrum’ was uitgestippeld, aldus schrijvers zoals Gunder Frank, was gewoon onmogelijk, het was immers de ‘ontwikkeling’ die tot ‘onderontwikkeling’ leidde en niet omgekeerd. Ook het armoedeverhaal van de jaren 1990 dat ikzelf analyseerde was niets anders dan een terugkeer naar het pre-emancipatieverhaal.

Met het nieuwe kader van de ‘dekolonisering’ wordt pas goed duidelijk dat het verhaal inderdaad mondiaal is en dat de goede bedoelingen van de zogenaamde ‘samenwerking’ en de ‘armoedebestrijding’ totaal misplaatst zijn. Hopelijk wordt naar dit nieuwe verhaal beter geluisterd dan vroeger.

Een tweede punt dat ik wil onderstrepen is hoe verademend dit boek voor mij is geweest. Zelf ben ik vooral met Latijns Amerika bezig en moet me helaas permanent ergeren over de radicaliteit waarmee de ‘moderniteit’ wordt afgewezen. Denkers als Quijano, Mignolo, Dussel, Echeverría, Grosfoguel, de Sousa Santos, maar ook Esteva en Escobar laten niets heel van de erfenis waarmee dit continent hoe dan ook zit opgezadeld. Bogaert maakt duidelijk dat het kolonialisme ook kennisproductie was en blijft, en dat de vertogen van de Verlichting tegelijk als ruimte voor verzet hebben gediend. De revoluties die vandaag bezig zijn, zoals nu in Peru of gisteren in Chiapas met de Zapatisten maken dankbaar gebruik van de discours die hen werden opgedrongen. Zij streven inderdaad naar vrijheid en gelijkheid, naar burgerschap en emancipatie. Het is een grote verdienste van Bogaert’s boek een coherent kader te bieden waarin die strijd voor een beter humanisme vandaag kan geplaatst worden.

Tenslotte is het van erg groot belang dat Bogaert wijst op de niet westerse inbreng in de ideeën van de Verlichting. Diverse auteurs wezen al op de inbreng van de Arabische denkers in Spanje; Graeber en Wengrow vertellen in hun ‘Dawn of Everything’ over de dialogen met Noordamerikaanse inheemsen. Net vandaag plaatst David Van Peteghem een post op facebook in verband met de ‘levendige discussies over racisme in de middeleeuwse karavaansteden’. Wat dat racisme betreft mogen we ook niet vergeten hoe de Spanjaarden een heus debat en zelfs een rechtszaak organiseerden om uit te maken hoe ‘menselijk’ die inheemsen waren. Tenslotte werden in die eerste eeuw van kolonisering duizenden Amerikaanse inheemsen naar Europa gebracht en werd er nagedacht en gefilosofeerd over die ‘Andere’. Ik ben er derhalve niet van overtuigd dat het ‘racisme’ en de ‘slavernij’ die Europa heeft gekend zo uniek waren voor het kapitalisme. Dat er een nauwe band bestond en bestaat mét dat kapitalisme, zeer zeker. Maar het had ook anders gekund, want zo lichtvoetig werd er heus niet overheen gedacht. Het was wel, zoals Bogaert schrijft, het machtsdenken dat het heeft gehaald.

Tenslotte, en tussen haakjes, ik ben het niet eens met het nawoord van Sibo Kanobana . De reis is belangrijk, ja, maar niet belangrijker dan het eindpunt. Ik ben zelf zo’n twintig jaar actief in sociale bewegingen wereldwijd, iedereen heeft zijn alternatiefje, iedereen is bezig, en er verandert niets. Want men leert niets van elkaar en men kent elkaar zelfs niet. Vandaar dat het mijn overtuiging is dat er wel degelijk mondiale initiatieven nodig zijn, dat er aan een politieke articulatie wordt gedacht, dat er mondiaal geageerd kan worden. Dat leidt tot wanorde, zeer zeker, en dat is goed.

Koen Bogaert heeft een zeer nuttig en positief boek geschreven dat hopelijk veel zal worden gelezen. Het biedt aanknopingspunten voor mondiale actie, het biedt een coherent en genuanceerd verhaal waar een jonge generatie mee aan de slag kan.

Print Friendly, PDF & Email

Relevant

Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis

Hoe te begrijpen wat er zich rond ons zonder degelijke geografische en historisch kennis? Niet dus, vandaar dat ook in tijden van smartphone en AI een degelijke atlas een…

Print Friendly, PDF & Email

Wiens en welk ‘Westen’?

Als er over ‘het Westen’ werd gesproken, zei Nawal el Saadawi, de Egyptische schrijfster, altijd: ‘Whose West are you talking about’? En ze had gelijk. Alles hangt af van…

Print Friendly, PDF & Email

Masker valt af en toont racisme

“Qu’il retourne en Afrique” – dat hij naar Afrika terugkeert, riep Grégoire de Fournas in de Franse Assemblée naar Carlos Martens Bilongo. De zitting werd onmiddellijk opgeheven. De Fournas,…

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

EU na de verkiezingen

Wat gaat er gebeuren na de Europese verkiezingen? Wij weten het niet, maar dat belet ons niet te speculeren, de krant moet gevuld worden. Dat laatste doen we niet…

Print Friendly, PDF & Email

Democratie in nood

Europees Parlement heeft nood aan een grondige schoonmaak Veel zelfbewieroking en somber tandengeknars in het Europees Parlement, zowel bij de ontslagnemende MEPs als bij de promotiediensten. In 2019 zaten…

Print Friendly, PDF & Email

Europese Parlementsverkiezingen : allemaal verliezers

De Grieken hebben een eigenaardige relatie met Europa. Als je hen vraagt of ze er deel van uitmaken, zullen ze allemaal zeggen van wel. Maar als je een gesprek…

Print Friendly, PDF & Email
De voorgeschiedenis van de Zijderoute

You May Also Like

×