In de Kaukasus ontbreekt een democratische mentaliteit

Begin januari maakte ik een tiendaagse reis naar de Kaukasus. Ik bezocht Georgië, waar de zittende president Saakasjvili op 6 januari nipt de presidentsverkiezingen won en ook Armenië waar onlangs op 19 februari premier Sarkisian tot nieuwe president werd verkozen. In beide landen zag ik verzuurde gezichten en hoorde ik enorm veel kritiek van de gewone man op de politieke situatie waarin de landen verkeerden.

Georgië

Niemand in Georgië lijkt in twijfel te trekken dat president Saakasjvili op een onverdiende en frauduleuze manier herkozen werd. Een minderheid vond dit geen probleem: “Hij is verdiend herkozen. Zelfs indien hij fraude heeft gepleegd, gun ik hem de overwinning. Hij heeft veel veranderingen teweeg gebracht en we hebben veel vooruitgang geboekt.Wat is het alternatief? Opnieuw chaos?”

Tachtig procent van de kiesgerechtigde bevolking eiste dan ook een tweede verkiezingsronde omdat zij een tweede ambtstermijn van Saakasjvili als president niet zagen zitten. De oppositie werd massaal gesteund in hun protest. Saakasjvili heeft immers verloren in grote Georgische steden als Tbilisi, Batumi en Azdjaria. De claim van de oppositie dat de verkiezingen oneerlijk en ondemocratisch zijn verlopen, lijkt dan ook gerechtvaardigd. Zo telde men in de gemeente Kwemo Kartili (Marneuli) 1600 stembiljetten terwijl er in werkelijkheid maar 400 stemgerechtigden geregistreerd zijn. Algemeen wordt aangenomen dat de president in werkelijkheid slechts 22% van de stemmen wist te vergaren. Trouwe aanhangers met twee of meerdere verblijfplaatsen stemden echter meerdere malen voor hem waardoor Saakasjvili nog eens dertig procent van de stemmen achter zijn naam kon schrijven.

Gelijktijdig met de presidentsverkiezingen werd er een referendum georganiseerd over de datum van de parlementsverkiezingen. De president stelde voor om parlementsverkiezingen te organiseren in de herfst van 2008 terwijl de oppositie die reeds in maart 2008 wilde organiseren. Een meerderheid, 63 %, stemde voor de organisatie van de parlementsverkiezingen in maart 2008, wat ook zou kunnen duiden op de verminderde populariteit van Saakasjvili en op frauduleuze praktijken van de regeringspartij. Bovendien zou het merendeel van de stemmen voor Saakasjvili van de Azerische, Armeense en Migrelse gemeenschappen komen. Tot slot wordt ook gezegd dat de erg dure verkiezingscampagne van Saakasjvili gefinancierd werd door Turkse handelaars. Zij gaan ervan uit dat enkel Saakasjvili hen een rooskleurige en veilige toekomst kan garanderen gezien zijn goede relaties met het Westen.

Wat de oppositie verzwakt is hun onderlinge verdeeldheid en hun ongeloofwaardig programma. Het programma van Saakasjvili is inhoudelijk veel sterker. Bovendien hebben de oppositieleiders, in tegenstelling tot Saakasjvili, geen nauwe betrekkingen met het Westen.

Daarnaast heeft Saakasjvili tijdens zijn ambtstermijn als Georgisch president de laatste jaren ook dingen verwezenlijkt die in zijn voordeel pleiten. Zo bond hij de strijd aan tegen de alomtegenwoordige corruptie, verwezenlijkte hij grootse infrastructuurwerken, voerde hij hervormingen door in de administratie, de politie en het legerapparaat, enz. Ook in het dagelijks leven is de vooruitgang voelbaar. De steden zijn sinds 2004 veel moderner geworden. Bijna overal is er nu stromend water en heeft iedereen toegang tot elektriciteit. De gewone man in de straat zal deze enorme verbeteringen direct erkennen maar er onmiddellijk aan toevoegen dat het binnenlands beleid anders moet gevoerd worden en in de eerste plaats in het voordeel van ‘Jan met de pet’. Zo valt het op dat de nieuwe machthebbers met het geld zijn gaan lopen. De nieuwe politieke leiders, die vroeger ordinaire ambtenaren waren, zijn plots miljonairs geworden. Bovendien zijn zij erg autoritair. “Een nieuwe, moderne maffia is ontstaan. Ze zijn financieel te machtig om tegen op te treden.”

De laatste jaren werden de meest waardevolle staatseigendommen voor ridicule prijzen aan privé-ondernemers verkocht. Zo werd het gemeentehuis van Tbilisi, een prachtige gebouw in het midden van de stad, onlangs verkocht en zal men er een hotel van maken. De bevolking is razend over het feit dat enorm veel gebouwen en gronden verkocht zijn aan buitenlanders. Vooral de Turken hebben lucratieve handelszaken opgezet in Georgië. Overal zijn ze te vinden: in de bouwsector, de textielsector, transport, horeca, gezondheid, voeding, enz….

In de zogenaamd hervormde en gemoderniseerde politie- en ambtenarensector is er nog altijd sprake van willekeur. Bovendien treden zij nog steeds erg autoritair op en kan men in geval van problemen niet op hen rekenen. E. P. zegt hierover het volgende: “Er wordt gesproken over democratie… Maar een democratische mentaliteit is nog ver te zoeken!”

Armenië

Vanaf het moment dat je de grens oversteekt naar Armenië, zie je het enorme verschil tussen Armenië en Georgië. De douaniers zien er vermoeid uit en doen moeilijk. De toestand op het vlak van infrastructuur is miserabel: vuile en stinkende wc’s, geen water, geen voorzieningen in de wachtlokalen, zeer primitieve werkomstandigheden en werkwijzen. Buitenlanders worden onnodig lang opgehouden. Het verkrijgen van een visum wordt bemoeilijkt omwille van corruptie en administratieve redenen. Zo wordt er moeilijk gedaan als je aan de grensovergang niet onmiddellijk een visum voor Armenië kan voorleggen. Nochtans kan men sinds enkele jaren voor twintig dollar aan de grens een visum kopen. Aan de grens maakt men echter geen onderscheid tussen 20 dollar en 20 euro. Wanneer je 20 euro geeft, moet je dus geen wisselgeld verwachten. Wanneer je uiting geeft aan je protest, haalt men zijn schouders op. Ze doen dan alsof ze je niet begrijpen.

De politieke toekomst van Armenië is evenmin hoopgevend. De corruptie en het autoritaire karakter ervan is, in tegenstelling tot Georgië, erg voelbaar. De bevolking gelooft niet in de regering en de president die nog nooit hebben geluisterd naar de wil en de wensen van de bevolking. Alhoewel de Armeense autoriteiten maar al te graag een pro-westerse koers zouden varen, zijn ze ervan overtuigd dat dit in de praktijk slechts een verre droom is. Ze zouden in plaats van Rusland graag de Verenigde Staten of de Europese Unie als bevoorrechte partner kiezen. In de praktijk weten ze echter niet hoe zij onafhankelijker kunnen worden van Rusland.

De bevolking is radeloos en moedeloos. Erg weinig mensen geloven nog in een betere toekomst voor Armenië. Tachtig procent van de Armeniërs zou onmiddellijk, indien zij hiervoor de middelen zouden hebben, naar het buitenland vertrekken en bij voorkeur naar de VS of Europa.

Volgens de Koerdische organisaties is het Armeense minderhedenbeleid de laatste jaren duidelijk gewijzigd. Waar Koerden zich ten tijden van de Sovjet-Unie erg welkom voelden in Armenië, is daar nu geen sprake meer van. In de jaren tachtig telde Armenië nog 75 000 Koerden. Nu wonen er nog maar 25 000 Koerden in Armenië. Zij maken ook melding van een grote aanwezigheid van de Turkse Geheime Diensten (MIT). Meestal komen de Turkse geheime agenten ‘vermomd’ als handelaars via Georgië, Azerbeidjaan of Iran het land binnen. Voor de Turkse burgers is het immers nog steeds moeilijk om handel te drijven in Armenië. Op deze manier slagen de Turkse autoriteiten erin hun positie in de Kaukasus te versterken.

De Armeense en Turkse autoriteiten onderhouden relaties met elkaar maar wel op een strikt geheime en erg omzichtige manier. Hierin spelen de Iraniërs een cruciale rol die de Turken helpen om hun positie te versterken in Armenië.

Wat de toekomst zal brengen, is vooralsnog onduidelijk. Nu de voormalige premier Serge Sarkisian bijna zeker de nieuwe Armeense president zal worden, verwacht men echter weinig veranderingen in het buitenlands beleid. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij de nauwe banden met Moskou proberen te bewaren en zal er geen toenadering komen tot de buurlanden Azerbeidjaan en Turkije, wat in de praktijk tot het isolement van Armenië heeft geleid. De genocide op de Armeniërs die werd gepleegd ten tijde van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog, de culturele genocide die al een eeuw bezig is en de kwestie van Nagorno-Karabach, dat sinds een bestand met Azerbeidjan (1994) door Armenië wordt bestuurd, zorgen voor spanningen met de twee landen. Hoelang zullen de Armeense autoriteiten hun voet nog stijf kunnen houden? Verschillende buurlanden zoals Turkije, Iran, Azerbeidjaan en Georgië hebben nu eenmaal geen goede betrekkingen met Armenië. En wat voert Rusland in zijn schild? Zal Rusland Armenië laten vallen voor andere belangen in de regio? Hoe gaat de regio er dan uitzien? En zijn de VS en de EU bereid om in de bres te springen voor Armenië?

We zwijgen dan nog over de talrijke andere minderheden en godsdiensten in de regio: de Abkhazen, Tsjetsjenen, Adjaren, Osseten, Tsjerkessen, enz. Zonder twijfel blijft de Kaukasus een kruitvat waar etnische, religieuze en regionale conflicten elk moment kunnen losbarsten.

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

Bron: De Koerden, jg. 8, nr. 41, maart-april 2008, blz. 20-21.

(Info over De Koerden: Koerdisch Instituut, Bonneelsstraat, 16, 1210, Brussel. E-mail: kib@skynet.be, website : www.kurdishinstitute.be)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 60 Times, 1 Visit today

Tags :
Over

zie ook