Imperialisme: de ware naam van de globalisering

Michael Parenti – Hoe de rijken de wereld regeren – EPO – 199 blz.

Imperialisme. Kapitalisme. Wie gebruikt die woorden nog? Bedrijfsleiders, politici, universiteitsprofessoren en journalisten zeker niet. Die hebben het over de vrije markt, de markteconomie, de vrijhandel, de globalisering. Woorden om de ware aard van het systeem dat de wereld overheerst te verhullen. Michael Parenti doorprikt die camouflagepogingen en toont ons het ware gelaat van het kapitalisme dat overheerst wordt door het Amerikaanse imperialisme.

Imperialisme veronderstelt het bestaan van imperia, zoals het vroegere Britse Empire en het huidige Amerikaanse imperium. Imperia, zo stelt Michael Parenti, worden doelbewust gestuurd door leiders die vastberaden massa’s personeel en middelen inzetten om andere landen en volkeren te plunderen. Dat doen de Verenigde Staten van Amerika al decennia lang. Iedereen lijkt dat normaal te vinden. De VS zijn nu eenmaal de sterkste natie ter wereld en dus hebben ze het recht om overal tussenbeide te komen en andere landen aan zich te onderwerpen. Als de VS tegen een ander land een oorlog ontketenen, in een ander land een staatsgreep organiseren of een onderdrukkend regime in stand houden, wordt dat door de leiders en pers van de bondgenoten van de VS meestal zonder meer gedoogd en in vele gevallen zelfs gesteund.

Parenti maakt meteen duidelijk waar het het imperialisme om te doen is. Het gaat niet zozeer om de macht omwille van de macht, maar wel om verrijking. De auteur omschrijft imperialisme als het proces waarbij de dominante investeringsbelangen van het ene land militaire en financiële macht uitoefenen over een ander land met de bedoeling zich de grond, het werk, het kapitaal, de natuurlijke rijkdommen, de handel en de markten van dat land toe te eigenen. Imperia, nu de VS en vroeger het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, treden op de gruwelijkste wijze op tegen landen die het aandurven een eigen koers te varen, een economisch nationalisme na te streven. Die landen moeten worden gekortwiekt. Denken we maar aan Vietnam, Irak, het Indonesië van Sukarno, Cuba, ex-Joegovlavië, Iran, Venezuela, Noord-Korea en zovele andere. Landen die zich economisch in de Amerikaanse invloedssfeer inschakelen en het kapitalisme aanvaarden worden door de VS als bevriende naties beschouwd. Alle andere landen zijn vijanden en moeten volgens de Amerikaanse imperialistische logica bestreden en onderworpen worden.


Nieuwe wereldorde


De reactionaire Amerikaanse leiders, die volledig in dienst staan van het grootkapitaal, willen volgens Parenti een nieuwe wereldorde scheppen waarin het kapitaal alles overheerst, waar geen openbare sector meer bestaat en over vakbonden niet meer wordt gesproken. Met een welvarende, geletterde, goed georganiseerde arbeidersklasse moet korte metten worden gemaakt. Weg met openbare gezondheidszorg, pensioenrechten, werkzekerheid, bescherming van milieu en consumenten. Alles wat de winsttoename belemmert en naar een meer egalitaire samenleving leidt moet verdwijnen. De zogenaamde hervormingen die in de voormalige Sovjetunie en in Oost-Europa na de val van de Muur werden doorgevoerd illustreren dit op schrijnende wijze.

De voorbije vijftig jaar stegen de investeringen van multinationale bedrijven in arme landen op spectaculaire wijze. Ook de handelsstromen, de internationale hulp en leningen aan die landen namen toe. Toch is de armoede wereldwijd toegenomen. Het aantal mensen dat in armoede leeft groeit sneller dan de wereldbevolking. Dat betekent dat hoe rijker een kleine minderheid wordt, des te groter de groep armen wordt. Naarmate het Amerikaanse imperium sterker wordt, wordt de wereldwijde werkende klasse groter en armer. Daar zorgden en zorgen de westerse koloniale veroveringen en oorlogen voor. Michael Parenti merkt scherp op dat het de superieure vuurkracht en niet de superieure cultuur is die eerst de Europeanen en later de Noord-Amerikanen een dominante positie in de wereld bezorgden.

Naast het militaire geweld versterkt ook het commerciële geweld die positie. Zo ondergraven de VS de economie van tal van landen door er goedkope gesubsidieerde producten naar uit te voeren waardoor de eigen productie van die landen niet meer concurrentieel is en door in die landen miljoenen mensen tegen hongerlonen voor hun multinationals te laten werken. In landen als Honduras en Bangladesh bestaat opnieuw slavenarbeid in dienst van de multinationals.

Bieden de VS de armere landen dan geen ontwikkelingshulp? Zeker, maar die dient vooral om infrastructuurwerken ten gunste van de multinationals uit te voeren. Leningen aan die landen worden toegekend om VS-producten te kopen en landen die hulp krijgen moeten VS-bedrijven preferentieel behandelen. Het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank, die door de VS worden gedomineerd, steunen dit onderdrukkende beleid.

Einde nationale soevereiniteit


Naast die bedrijfsinvesteringen en ‘hulp’ zorgt het Amerikaanse imperium voor zowel meer rijkdom voor enkelen als voor meer armoede voor velen door het opleggen van een internationale regelgeving die bedrieglijk vrijhandel of globalisering wordt genoemd. De woorden multinationaal of transnationaal moeten letterlijk worden genomen als het over bedrijven gaat. Transnationale bedrijven willen letterlijk boven de soevereine macht van naties staan. Daar zorgen de zogenaamde vrijhandelsakkoorden voor. Die worden onder meer in de schoot van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gesloten. Door die akkoorden ontsnappen transnationale bedrijven aan de soevereiniteit van de natiestaten. De beperkingen die de WTO-akkoorden opleggen slaan niet op bedrijven, uitsluitend op regeringen. Die mogen bedrijven geen strobreed in de weg leggen. Landen mogen geen wetten meer uitvaardigen om het leefmilieu, de volksgezondheid of de consumenten te beschermen, als die wetten de vrijhandel storen. Vrijhandel leidt tot het opofferen van alle democratische rechten ten gunste van de bedrijfsbelangen.

Vrijhandel bevoordeelt bovendien de sterke naties ten koste van de zwakkere en behartigt de belangen van de rijken ten koste van alle anderen. Als echt imperium voelen de VS zich zelfs boven de WTO-regels verheven die nochtans op hun maat worden geschreven. Zo veroordeelde de WTO in 2009 de Amerikaanse subsidies voor de katoentelers in de VS, omdat de arme landen daar al te zeer onder lijden. De VS lapten die veroordeling aan hun laars en gingen vrolijk door met het verstrekken van subsidies. In dezelfde zin weigeren de VS internationale akkoorden te ondertekenen als ze die niet in overeenstemming met hun belangen achten. Om er maar enkele te noemen: het akkoord over het verbod op landmijnen; de oprichting van het Internationaal Strafhof; het verbod op antipersoonsmijnen; het Kyoto-milieuverdrag enz.

Om hun macht als imperium te behouden en uit te breiden moeten imperia zoals de VS een militaire macht in stand houden die steeds meer geld opslokt. De imperialistische oorlogen, zoals die tegen Afghanistan en Irak, kostten de VS in 2010, indirecte kosten meegerekend, tussen 850 miljard en 1 biljoen dollar. Met slechts 5 procent van de wereldbevolking nemen de VS bijna 50 procent van alle defensie-uitgaven wereldwijd voor hun rekening. Waar zou die torenhoge schuldenberg van de VS toch vandaan komen? Die was in 2010 goed voor bijna 15 biljoen dollar.

Een en ander is voor de Amerikaanse president Barack Obama, die in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, geen reden om de militaire uitgaven te verminderen. Integendeel, in 2010 trok hij 7 miljard dollar extra uit voor de ontwikkeling van atoomwapens. Maar daarover maakt de internationale openbare opinie zich minder zorgen. Evenmin als over de ware bedoeling van de Amerikaanse militaire uitgaven voor andere landen. Die uitgaven dienen geenszins om die landen te vrijwaren van buitenlandse invasies, maar wel om regerende oligarchen en multinationale investeerders te beschermen tegen binnenlandse opstanden. Zo wordt nog maar eens bewezen dat kapitalisme geen voorwaarde voor democratie is, zoals de liberale ideologen ons willen doen geloven. Als imperialisten moeten kiezen tussen democratie zonder kapitalisme of kapitalisme zonder democratie, kiezen ze onvoorwaardelijk voor het laatste.

Het boek van Michael Parenti is een anti-gif tegen de imperialistische propaganda die dag na dag de aardbol bezoedelt.

(Uitpers nr. 141, 13de jg., april 2012)