Ilan Pappe, de gehate doodgraver van Isra??ls mythen

Ilan Pappe is geen gewone Israëlische burger. “Ik ben de meest gehate Israëli in Israël”, zegt hij over zichzelf zonder enige trots. Pappe behoort tot de toonaangevende Israëlische “nieuwe historici”, die sedert de jaren 1980 aan de hand van de toen opengestelde staatsarchieven over de “Onafhankelijkheidsoorlog” van 1948 de mythen over de stichting van de staat Israël naar de prullenmand verwezen. Zijn meest bekende boek is “The Making of the Arab-Israeli Conflict 1947-1951”, uitgegeven in 1992 bij I.B. Tauris, Londen & New York.


 



Samen met mensen als Benny Morris, Avi Shlaim, Tom Segev, Simha Flappan en andere bent u een promiment (en het meest controversiële) lid van de school van de “nieuwe historici” in Israël. Kan u kort samenvatten wat die historici aan het verhaal van Israël hebben toegevoegd?


Het is een intellectuele beweging die tien jaar geleden begon. Ze bestaat niet enkel uit historici, maar ook uit mensen die met cultuur te maken hebben, academici, journalisten, kunstenaars, schrijvers enz. die Israëls verleden met een kritische blik bekijken. Ik kan zeggen dat ze grote delen van de Palestijnse interpretatie van het verleden hebben aanvaard. De historici deden dat met de hulp van de archieven en met hun professionele ervaring. Dat gaf deze interpretatie een zeker gewicht bij de publieke opinie.


Palestijnen en extreem linkse Israëli’s zegden in het verleden al hetzelfde, maar nu werd dit bevestigd door historisch opzoekingswerk. Er werden verschillende onderwerpen aangepakt, maar de historici zijn vooral bekend voor het hoofdstuk over 1948, waar zij enkele van de voornaamste stichtingsmythen van Israël ondermijnden.


In de eerste plaats aanvaardden ze niet dat er een oorlog was tussen een joodse David en een Arabische Goliath, van “weinigen tegen velen”. Zij stelden vast dat er een evenwicht was op de slagvelden en er zelfs, naarmate de oorlog vorderde, een overwicht was van de joodse en dan van de Israëlische strijdkrachten. Daarbij ontdekten ze ook nog dat het meest efficiënte Arabische leger – het Jordaanse leger – al voor de oorlog een geheim akkoord had gesloten met de joden. “Collusie over de Jordaan”, zo bestempelde Avo Shlaim het in zijn boek met de gelijknamige titel (“Collusion across the Jordan”). Dit akkoord – een verdeling van Palestina tussen de Jordaniërs en de joden, in plaats van tussen de joden en de Palestijnen – was in grote mate bepalend voor het resultaat van de oorlog


Daarna ondergroeven zij de mythe van de vrijwillige vlucht van de Arabieren. Zij beweerden dat de Arabieren werden verdreven, dat er massale uitdrijvingen plaats hadden in 1948 en dat Israël toen alles deed om de terugkeer van de vluchtelingen te verhinderen.


En, ten laatste, sloegen zij de bodem uit de mythe dat Israël “naar vrede zocht”. Zij zegden dat er een kans op vrede was na 1948, maar dat die kans werd verkeken wegens Israëls onverzettelijkheid en onbuigzaamheid – en niet wegens de onbuigzaamheid van de Arabieren. (Dat was mijn voornaamste bijdrage).


De nieuwe geschiedenis in Israël heeft het niet alleen over 1948. Zij analyseert het zionisme als een koloniaal fenomeen van de late 19de eeuw. Zij bekeek ook op zeer kritische wijze de binnen- en buitenlandse veiligheidspolitiek van Israël in de jaren 1950. Zij ondermijnde de mythe dat Israël een klein, geïsoleerd land was omgeven door vijanden. Ze beweerde dat Israël daarentegen vrij agressief was en een machtspolitiek voerde. Op binnenlands vlak discrimineerde Israël zijn Arabische burgers zoals het uit de Arabische landen geïmmigreerde joden discrimineerde.


Het laatste onderwerp is de houding van de joodse gemeenschap in Palestina tijdens de jaren van het [Britse] mandaat. Het is een zeer gevoelig onderwerp. De zionistische leiders kwamen er uit te voorschijn als zeer pragmatische leiders die het belang van de joodse gemeenschap in Palestina boven dan dan de joodse gemeenschap in Europa stelden, zelfs in tijden van absoluut gevaar zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Betwiste besluiten



Wat was het antwoord dat de nieuwe historici kregen van de “oude” historici zoals Shabtai Tevet, Anita Shapira, Efraim Karsh of Itamar Rabinovich?


De eerste reactie was eerder geringschattend. Er werd gezegd dat ons werk niet professioneel was, dat men er geen acht moest op slaan. De tweede golf van reacties was dat het werk wel belangrijk was, maar dat de besluiten ervan moesten worden verworpen. Ik kan daar inkomen, maar niet in de zeer boosaardige reacties van Ephraim Karsh. Wat mij betreft, betwisten ze alles! Ze lijken Benny Morris gemakkelijker te aanvaarden dan mij. Dat verbaast mij niet: de conclusies van Benny Morris geven redenen tot opluchting. Zo bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat er in 1948 nu eenmaal een oorlog aan de gang was, “à la guerre comme à la guerre” . Ik daarentegen beweer dat het meer op een etnische zuivering leek.

Het is juist omwille van die conclusie dat u zo controversieel bent in uw land. Omdat u zegt “dat er een ongeschreven plan was om in 1948 de Arabieren uit Palestina te verjagen”.


Absoluut. Ze waren voorzichtig genoeg om het niet op papier te zetten, maar er was een “plan D” (Dalet) betreffende systematische verdrijving. Dit werd in maart 1948 voorbereid door de joodse strijdkrachten. In dat plan legden ze een zeer belangrijk principe vast: elk Arabisch dorp of elke wijk die zich niet zou overgeven aan de joodse strijdkrachten, dat niet de witte vlag zou hijsen, moest worden uitgeroeid, vernietigd en de mensen verdreven. Ik denk dat ze goed wisten dat er weinig kans was dat meer dan vijf of zes dorpen zich zouden overgeven. Waarom zouden zij zich overgeven speciaal na [de massamoord in] Deir Yassin en de grote schrik die deze veroorzaakte in de Arabische gemeenschap. In feite hesen slechts vier dorpen de witte vlag. Al de rest was een potentieel object voor uitdrijving. Ik moet er aan toevoegen dat enkele wijken ook de witte vlag hesen, maar het mocht hen niet baten???


Dit is allemaal overduidelijk. We moeten er rekening mee houden dat er onder het verdelingsplan van de Verenigde Naties van november 1947 evenveel joden als Arabieren zouden zijn in de joodse staat. Dat was in tegenspraak met de idee van een joodse staat.. Ze zorgden ervoor dat er zo weinig mogelijk Arabieren overbleven.


Terug nu naar de oude historici. Die hebben het veel moeilijker met mij dan met Benny Morris omwille van mijn ideologische opvattingen en omdat ik een veel grotere relativist ben. Ik geef toe dat mijn [socialistische] ideologie mijn historische werk beïnvloedt, maar wat dan nog? Dat is toch het geval bij iedereen.

U en Morris werkten over dezelfde onderwerpen, stelden dezelfde feiten vast en toch zijn de conclusies verschillend. Morris blijft beweren dat, alhoewel duizenden Arabieren werden verdreven, men niet kan zeggen dat er een uitdrijvingsplan bestond.


Morris is een positivist: als het enkel implicit is, niet geschreven is, dan wil hij de zaak niet opwerpen in zijn boeken. Ik denk dat historici verder moeten gaan dan dat. De discussie ziet er ongeveer zo uit: Morris zegt dat zelfs als iemand zegt dat hij je uit jouw huis wil verdrijven en als je gaat lopen omdat je weet dat het datgene is dat hij wil doen, dit geen uitdrijving is. Ik beschouw dat wel als verdrijving. Ik beschouw de overbrenging van mensen van een buurt in Haifa naar een andere als een overplaatsing, niet als een verplaatsing.. Het brengt een vluchtelingenervaring mee, die dikwijls moeilijker te verwerken is dan je stad helemaal verlaten omdat je elke dag de mensen ziet die jouw huis overnamen.


Dit is de aard van onze verschillen. Ik zeg ook dat ze voorvloeien uit ideologische posities, niet alleen uit feiten. Ik ben meer antizionistisch terwijl Morris zich nog als een zionist beschouwt, en daarin ligt wellicht het verschil.

U zei ergens dat u een “niet-zionist” was???


Neen, “post-zionist”. Want echt anti-zionist zou betekenen dat ik Israël zou moeten verlaten. Als je de Palestijnen van dienst wil zijn, dan moet je vertrekken. Als je ze van binnen in Israël wil helpen, dan laat je ook de joden hun droom van een thuisland realiseren. Dit is een belangrijke boodschap voor de Palestijnen: er zijn daar vijf miljoen joden, je kan de klok niet terugdraaien. Je moet rekening met hen houden. Of ze er nu kwamen als het gevolg van een daad van onrecht of niet, ze vormen een deel van de realiteit.

Twee staten of één binationale staat?



De meeste Palestijnen lijken nu bereid een tweestatenoplossing te aanvaarden???


Ja. Maar het ligt moeilijker voor Israël omdat 20% van de Israëli’s Palestijnen zijn, het is dus een binationale staat. Anderzijds zal er een andere binationale staat komen, Palestina, want ik zie geen enkele Israëlische regering de kolonisten, die een grote en zeer vijandige joodse bevolkingsgroep vormen, weghalen. Op lange termijn zal dat zijn gevolgen hebben op de tweestatenoplossing: we zullen één staat moet hebben.

Maar dit is een zeer onpopulaire gedachte in Israël???


Natuurlijk! Ze hebben immers een vredesplan op het oog, waarin geen plaats is voor echte soevereine Palestijnse staat, maar alleen voor bantoestans zonder dat er één nederzetting moet worden ontmanteld. Ze willen heel Jeruzalem voor zichzelf en willen het vluchtelingenprobleem niet aanpakken. Waarom zouden ze zich dan verzetten tegen de idee van verdeling?


Maar vertel hen dat verdeling betekent dat er een echte soevereine Palestijnse staat komt met een leger enz., dat de nederzettingen worden opgedoekt, dat Jeruzalem wordt verdeeld en dat een of ander recht op terugkeer komt voor de vluchtelingen. Dan zul je wel zien hoe ze denken over verdeling!

Laat ons teruggaan naar 1948. David Bar-Ilan schreef onlangs, in overeenstemming met wat vele conservatieven denken, dat de verantwoordelijkheid over wat er toen gebeurde op de schouders van de Palestijnen moet worden gelegd, want zij verwierpen het verdelingplan van de VN.


Dit is een verbazingwekkende beschuldiging, want in 1947 stelden de VN een oplossing voor, die enkel door één partij, de joodse, werd aanvaard. En uit de geschiedenis van de VN blijkt gewoonlijk dat als er geen akkoord is van beide partijen, dat je dan die oplossing niet uitvoert. Daar begon het verkeerd te lopen. Het feit is dat je een oplossing oplegt aan een meerderheid van de inwoners van Palestina, die deze oplossing verwerpen. Je moet dan niet verbaasd zijn dat ze zich daartegen verzetten, ook met geweld.


Dit heeft niets te doen met de verdrijving van de Palestijnen. Die was niet het resultaat van de verwerping van het verdelingsplan, maar het resultaat van het gebruik dat de zionistische leiders van de situatie maakten om een ideologie van transfert uit te voeren. Het was voor de zionistische leiders duidelijk dat je zonder verwijdering van de lokale bevolking de droom van een joodse natiestaat niet zou kunnen verwezenlijken. De politiek ten overstaan van het verdelingsplan heeft weinig te maken met de verdrijvingspolitiek. De ene leidde niet tot de andere. Wat er gebeurd is, is dat de joodse gemeenschap wachtte tot het juiste moment en dat moment dan volledig uitbuitte.

Het Israëlische argument gaat verder met de bewering dat de Palestijnse leiders een historische kans misten toen ze het verdelingsplan verwierpen.


Misschien. Maar zelfs als dit een valabel argument is – wat ik niet geloof – dan verdrijf je nog geen hele bevolking omdat ze dwaze leiders heeft. We hebben niet eens het recht te zeggen dat ze verkeerd waren bij het weigeren van de verdeling. Ze zagen het zionisme als een koloniale beweging. En er zijn weinig redenen om dat standpunt niet te begrijpen. Laat ons even denken dat de Algerijnse nationale beweging in de jaren 1950 zou hebben ingestemd met een verdeling van Algerije in twee staten, een voor de Algerijnen en een voor de blanke kolonisten (de “pieds noirs”)! Wie zou dan gezegd heb tegen de Algerijnse leiders: “Mis deze historische kans niet!”? De Palestijnen hadden natuurlijke andere problemen. Ze hadden patriarchale, feodale structuren, familieloyauteiten die de nationale overstegen. Maar dat heeft zeer weinig te maken met Israël dat weloverwogen de lokale bevolking verdreef. Als je vandaag een oplossing wil, dan moet Israël daar rekening mee houden in termen van compensatie en in termen van terugkeer. Zonder dat zal er geen rechtvaardige oplossing zijn voor het Palestijnse probleem. Dit is een heel eenvoudige waarheid, die de Israël weigeren te aanvaarden.

De Israëli’s in het algemeen of vooral de leiders?


De Israëli’s in het algemeen vanwege de leiders. Maar ik denk dat dit gaat veranderen. Onlangs lanceerde een prominent lid van de Arbeidspartij, Moshe Katz, die het Palestijns comité van de partij leidt, van een terugkeer van 100.000 Palestijnen. Was het een proefballon van [eerste minister Ehud] Barak? Ik hoop het, maar ik twijfel eraan [het initiatief van Katz werd snel en krachtig afgewezen door zijn partij, B.L]. Barak zegt dat het enkel om een humanitair probleem gaat waarvoor Israël geen enkele bijdragen heeft te leveren. Het voorstel van Katz heeft wat te maken met het nieuwe post-zionistische denken, dat ook in de Arbeidspartij opgang maakt. Het is een goed teken.

Nieuwe geschiedenis in de schoolboeken



Onlangs werden er in de Israëlische scholen nieuwe leerboeken geïntroduceerd. Sommige mensen zijn daar zeer boos over. Ze zeggen dat die boeken “het gevoel van rechtvaardigheid van het zionistische project ondermijnen, zelfs het joodse recht op het Land van Israël in twijfel trekken”. (De schrijver Aharon Megged zei dat dit “een morele zelfmoord is die onze kinderen alles ontzegt wat ons trots op Israël maakte”).


Ik heb die boeken gelezen. Zij wijzen op een bereidheid onder de opvoeders in het ministerie van Opvoeding om het verleden te herschrijven. Het is een goed teken, dat tien jaar geleden nog ondenkbaar was. Het valt echter nog te bezien hoe de leraars in boeken in de klassen zullen gebruiken. Feit is dat de boeken bewijzen dat de zienswijzen van de nieuwe historici beginnen door te dringen.

U schreef onlangs in de krant “Haaretz” dat er geen permanente oplossing met de Palestijnen kan komen zonder een Israëlische erkenning van het onrecht uit het verleden. Denkt u dat Israël in die richting gaat?


Nog niet omdat het politieke systeem die [permanente] oplossing nog niet geabsorbeerd heeft. Ongelukkiglijk genoeg denk ik dat we een periode ingaan, waarin iedereen over vrede zal spreken terwijl op het terrein die vrede de vervanging van een vorm van bezetting door een andere zal zijn. Het zal nog verscheidene jaren duren – hoeveel weet ik niet – vooraleer de mensen aan Palestijnse kant zich zullen realiseren dat ze bij de neus genomen zijn, en God weet hoe ze dan zullen reageren.

Het vredesproces wordt verondersteld in minder dan een jaar te zijn afgerond.


Dit is geen vredesproces. Dat is een van de redenen waarom ik in Brussel ben. De regering-Barak wordt internationaal erkend als een vredesregering, maar op het terrein voert ze geen vredespolitiek. Als mensen zoals ik erin slagen de wereld te overtuigen dat er een probleem is met het vredesproces, dat alle problemen moeten worden heropend voor de onderhandelingen, dan kunnen we misschien de volgende catastrofe voorkomen. Als dat niet gebeurt, dan zal het enige tijd duren, maar de mensen zullen ontdekken dat een permanente oplossing van de Palestijnse kwestie, waaronder slechts 60% van de westelijke Jordaanoever en van de Gazastrook in Palestijnse handen komt, waaronder heel Jeruzalem in joodse handen blijft, waaronder geen enkele joodse nederzetting wordt ontmanteld, waaronder Israël de Palestijnse grenzen, het water en de economie controleert, waaronder er geen oplossing is voor het vluchtelingenprobleem, dat dit geen vrede kan worden genoemd.


Het Westen leeft in de illusie dat er twee openingsposities zijn: de Israëlische, die ik zojuist heb beschreven, en de Palestijnse die een volledig onafhankelijke en soevereine staat op de westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook inhoudt. Maar dat is niet zo. Er bestaat geen Palestijns vredesplan. De Amerikanen, die ongelukkiglijk genoeg de sleutel zijn, zien de eindfase van het vredesproces als de fase waarin de Palestijnen ervan moeten worden overtuigd het Israëlische diktaat te aanvaarden. Dat noemen we nu “vrede”.


Tegelijkertijd gaat de nederzettingspolitiek verder evenals de stille verdrijving van de Palestijnen uit Jeruzalem. De Palestijnen krijgen reservaten aangeboden in plaats van bevolkte gebieden zoals in de interimperiode. Israël heeft juist de laatste hand gelegd aan het plan om een ringweg rond Oost-Jeruzalem aan te leggen om te komen tot een Groot-Jeruzalem dat 10% van de westelijke Jordaanoever uitmaakt. En ze zullen Arafat nog een decoratie geven, zoals de koningen van de bantoestans in Zuid-Afrika er kregen.

Palestijnse autoriteit op verkeerde pad



Arafats leiderschap wordt betwist, maar zijn reactie bestaat erin de critici in de gevangenis te stoppen, zoals hij op 27 november deed met negen mensen die een petitie tegen hem hadden ondertekend.


Ja, er is een probleem. De Palestijnse Autoriteit, die onder druk staat, doet twee verkeerde dingen. Het eerste is, met de onderhandelingen met Israël als excuus, de verwaarlozing van de democratisering en de opbouw van een burgerlijke maatschappij. Ten tweede, en dat is waarschijnlijk nog belangrijker, speelt ze dubbel spel omdat ze gefrustreerd is door de onevenwichtige krachtsverhoudingen. Maar dat werkt niet goed. Enerzijds legt ze tegenvoorstellen op tafel voor, maar anderzijds danst ze naar Amerika’s pijpen. Dat geeft een zeer dubbelzinnig beeld over haar vermogen om te regeren. Ze gebruikt liever geweld dan overtuiging tegenover de oppositie en het zou kunnen dat ze zo’n blijvende schade aanricht aan het Palestijnse politieke leven, dat dit moeilijk zal om te keren zijn.

In september drukte Barak namens de Israëlischer regering zijn spijt uit voor het lijden van het Palestijnse volk, maar tegelijkertijd ontkende hij alle schuld of verantwoordelijkheid. Dat zette Gideon Levy ertoe aan in “Haaretz” te antwoorden: “Zijn we niet verantwoordelijk voor de verdrijving van mensen, voor het folteren van mensen, voor het met de grond gelijk maken van honderden dorpen, voor de arrestatie van tienduizenden zonder vorm van proces?”


Giedeon Levy had het zeer juist voor. Maar Barak heeft geen spijt. Hij zei enkel “sorry”. Hij ziet het lijden los van de Israëlische politiek. Maar we praten niet alleen over de politiek van het verleden. We spreken ook over de huidige politiek. De Israëli’s doen de Palestijnen nog altijd lijden. Ze doen het in Libanon, op de westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook. De enige plaats waar het bijna niet meer gebeurt is in Israël zelf, waar de minderheid van Palestijnse Israëli’s het nu beter heeft dan vroeger.

Het ziet ernaar uit dat de joodse Israëli’s, alhoewel ze goed opgevoed worden, zich niet echt realiseren (of niet willen realiseren) wat ze het Palestijnse volk aandeden en nog aandoen. Hoe verklaart u dat?


Dat is het gevolg van een lang indoctrinatieproces, dat begint in de kindertuin en je verandert zo’n houding niet gemakkelijk. Ze is ingepompt door een zeer machtige indoctrinatiemachine, die een racistische visie van de andere geeft. Die andere wordt beschreven als primitief, bijna onbestaand, vijandig. De uitleg die wordt gegeven voor die vijandigheid is dat hij primitief, islamitisch en antisemitisch geboren wordt – niet dat de vijandigheid voortkomt uit het feit dat iemand zijn land heeft afgenomen. Voeg daarbij de ervaring van de jonge soldaten op de westelijke Jordaanoever en in Gaza. Daar hebben ze, zoals de eerste zionistische kolonisten, geleerd de Palestijnen te beschouwen als een deel van het landschap, niet als menselijke wezens.


De houding tegenover de Palestijnen is de keerzijde van het zionistische succes. We waren zo succesvol als degenen in het Wilde Westen. Anders zou je morele problemen hebben en dat kan je niet. Je lost dat morele probleem op door te zeggen dat de verjaagde mensen geen gelijkwaardige mensenlijke wezens zijn, dat het juist wilden zijn, leden van de inheemse bevolking, die diende te worden overwonnen, zoals we de armoede overwonnen en zoals we de vijandige mosquito’s overwonnen. Dat is de hoofdreden.


De tweede reden is dat veel van het politieke kapitaal van de joodse staat gebaseerd is op een morele superioriteit die opgeëist wordt in de naam van de holocaust. Ik wordt meer dan wie ook in Israël gehaat omdat ik een universele, niet een zionistische les uit de holocaust trek. In de naam van de holocaust vraag ik dat Israël zich zou schamen. Maar als je in Israël zou leven, zou je begrijpen dat dit teveel gevraagd is. Misschien zou ik voorzichtiger moeten zijn als ik dat vraag omdat dit voor al te veel mensen een bocht van 180?? zou betekenen. En dat is juist het probleem. Alhoewel de Palestijnen al veel was aangedaan vóór de holocaust, rechtvaardigt die holocaust nu alles, van voor of na. Zelfs een belangrijke intellectueel als Martin Buber kon volgende uiterst domme uitspraak doen: “We plegen een klein onrecht om een groot onrecht recht te zetten”. Hoe kan men zoiets zeggen! Waarom is het een verbonden met het ander?

U erkent dat de meeste Israëli’s uw visie niet delen. Ziet u de zaken snel veranderen?


In absolute termen hebt u gelijk. We vormen maar een kleine groep, maar ons relatief aantal is enorm gegroeid. Twee voorbeelden: toen we ons werk als nieuwe historici begonnen, waren we maar met drie: Morris, ikzelf en Shlaim, die niet eens in Israël woonde. Op een dag zaten we alle drie in mijn auto op weg naar Jeruzalem. Ik zei: als we een dodelijk ongeval hebben, dan is dat het einde van de nieuwe geschiedenis in Israël! Nu is er een hele reeks academici die onze visie delen. Kwantitatief gezien maakt dat weinig indruk, maar kwalitatief wel. Onder degenen die in de tv, het theater of de filmindustrie werken, zelfs onder de leidende journalisten zijn er maar weinigen die onze zienswijzen niet delen.


Tweede voorbeeld: Hadash [een bundeling van partijen, waaronder de communistische partij]. Nogmaals, het lijkt gering, maar toch. In 1992 stemden slechts 2.000 joden voor Hadash, in 1996 6.000 en in 1999 15.000! Er is nog een lange weg te gaan. Ik heb mijn collega’s dikwijls gezegd dat ze het verkeerd voor hebben als ze snel resultaten verwachten. Het kan twintig jaar duren, maar Israël zal veranderen zoals Zuid-Afrika. Als de apartheid omver kon worden geworpen, dan kunnen de negatieve aspecten van het Israëlisch-Palestijns conflict eventueel ook worden verwijderd. Ik ben echter bang dat in geval van crisis de Israëli’s in de middenmoot zich eerder bij het nationalistische kamp zullen aansluiten.


Opiniepeilingen bewijzen dat dit de trend is. De mensen kregen de volgende vraag voorgelegd: als u de keuze hebt tussen een theocratische niet-democratische joodse staat of een democratische niet-joodse staat, wat zou u verkiezen? En een meerderheid van de joden – ongeveer 60% – koos voor de niet-democratische joodse staat. Er is nog veel werk te doen in deze middengroep, bij de leden van de stilzwijgende meerderheid, bij de mensen die geen overtuiging hebben en zich vooral zorgen maken over hun dagelijks bestaan.

 

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :
Over