"Ik geloof in de kracht van geweldloos verzet"

Yara Nseir is een jonge activiste uit Damascus die gevlucht is naar Beiroet,de hoofdstad van buurstaat Libanon. Zij was van meet af aan betrokken bij de betogingen tegen het regime van Assad. Ze is een van de 310 leden van de Syrische Nationale Raad, een platform van negen oppositiegroepen. Daarin behoort ze tot de groep van ‘onafhankelijken’. We brengen dit interview in een poging wat meer inzicht te geven op de diversiteit van de oppositie verwikkeld in een complex conflict met het regime.

Vorige zomer werd Yara Nseir aangehouden nadat ze flyers had uitgedeeld tijdens een actie in Damascus. Ze zat 18 dagen lang achter de tralies, waar ze, anders dan veel medegevangenen, redelijk goed behandeld werd. Ze zag en hoorde hoe anderen door de veiligheidsdiensten werden geslagen en mishandeld. “Ik ben afkomstig van een christelijke middenstandsfamilie. Het regime stelt zich op als de beschermer van de minderheden. Bovendien geniet ik in binnen- en buitenland een zekere bekendheid en zijn er bepaalde relaties die me beschermen. Dat heeft me wellicht behoed voor erger. Ik heb gezien hoe kinderen zwaar geslagen werden. Dikwijls ging het om soennimoslims, die gemakkelijk worden gezien als potentiële leden van de gehate Moslimbroeders.” Ze besloot naar Libanon te vluchten, omdat haar zaak nog voor de rechtbank moest komen. De feiten die haar ten laste worden gelegd kunnen tot zeven jaar gevangenisstraf opleveren. In de hoofdstad Beiroet zet ze samen met andere activisten, haar politieke activiteiten voort. “Niet gemakkelijk. Het voelt alsof we de andere activisten in de steek hebben gelaten. Maar hier kan ik belangrijk werd doen. Ik werk nu onbezoldigd voor het mediabureau van de Syrische Nationale Raad.”

In veel media krijg je het beeld van een opstand van de bevolking tegen het autoritaire regime van Bachir Al-Assad. Maar na enkele dagen rondreizen door het land merk je dat de bevolking erg verdeeld is en dat het regime blijkbaar nog op veel steun kan rekenen.

Dat klopt. Dat is ook het zwakke punt van de revolutie. Assad doet zich voor als de beschermer van minderheidsgroepen zoals Alawieten, Christenen, Druzen. Het gaat dan al gauw om een derde van de bevolking. Daartegenover plaatst hij het gevaar van een machtsgreep door de Moslimbroeders, islamisten die hun machtsbasis hebben bij de soenni’s, de grootste groep in het land. Volgens mij is dat zogenaamde gevaar absolute nonsens, maar Assad is er in geslaagd om de minderheden te overtuigen dat als hij weg is, zij in gevaar komen. Veel van deze mensen kan je zien als een grijze zone. Zij steunen Assad uit angst voor het alternatief. Volgens mij is het een van de grote fouten van de oppositie dat ze te weinig op deze grijze zone gefocust heeft. Assad heeft dat wel gedaan.

We zullen nog veel werk hebben om de mensen en vooral deze minderheidsgroepen ervan te overtuigen dat de oplossing een democratische rechtsstaat is, waarbinnen de rechten van minderheden beschermd zullen worden, dat ze in de eerste plaats Syrische burgers zijn met gelijke rechten. Ik heb goed geluisterd naar het discours van de Moslimbroeders. Ook zij herhalen voortdurend dat ze streven naar een seculiere democratische rechtsstaat.

Is die schrik toch niet een beetje terecht? De Syrische Nationale Raad is een samenwerkingsverband van uiteenlopende groeperingen waartussen heel wat meningsverschillen bestaan met de meer progressieve Lokale Coördinatiecomitées en de eerder conservatieve Moslimbroeders. Als het regime valt kan die interne verdeeldheid aan de oppervlakte komen en uitmonden in een nieuwe machtsstrijd.

Ja, de oppositie is erg verdeeld en in dat opzicht kan je parallellen trekken met Egypte. Maar er is ook een groot verschil. De Syrische maatschappij kent weliswaar sectaire identiteiten, maar is ook veel seculierder dan Egypte. Er is een grotere religieuze tolerantie. Syrië kan geen islamistische staat worden, omdat de maatschappij te divers is samengesteld met uiteenlopende groepen. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we een seculiere democratische rechtsstaat kunnen uitbouwen, ook al verschillen we van mening over hoe die concreet moet worden ingevuld. Ik weet dat de samenstelling van de Syrische Nationale Raad soms vragen doet rijzen. Maar ze is een weerspiegeling van de Syrische maatschappij. Het heeft geen zin om de Moslimbroeders te negeren want ze zijn een politieke realiteit. We kunnen samenwerken omdat ze benadrukken dat ze een democratisch rechtssysteem willen waarbij ze verwijzen naar het Turkse model. Ik ben het daar niet mee eens, er zijn ook heel wat problemen met dat model en het wordt soms mooier voorgesteld dan het is, maar het is wel een goede basis om te kunnen samenwerken.

In deze strijd zijn we verplicht om met elkaar rekening te houden en samen te werken. Dat is noodzakelijk om in de toekomst enige stabiliteit te garanderen. Dit gezegd zijnde, wil ik me op de korte termijn ook niet al te optimistisch uitlaten. We moeten niet naïef zijn. Syrië zal nog door een lange moeilijke periode door moeten. Zelfs als het regime gevallen is, kunnen er nog vele gevaarlijke chaotische jaren volgen. Je mag niet vergeten dat de bevolking tenslotte al meer dan veertig jaar geen democratische ervaringen meer heeft opgedaan. Zij is verstoken gebleven van het publieke debat, zonder echte persvrijheid. De drang om zich politiek te organiseren was daardoor niet erg groot. Tel daar ook nog eens de heersende angst voor de alomtegenwoordige Mukhabarat (geheime politie) bij. Weet je wel wat voor een uitdaging dat is? We moeten dus niet meteen het perfecte systeem verwachten, zeker in de eerste jaren zal het met vallen en opstaan zijn. Maar we moeten vertrouwen hebben in de kracht van de bevolking.

Een van de grote discussiepunten binnen de oppositie draait rond het gebruik van geweld. De Lokale Coördinatiecomités willen ten alle prijze vermijden om in een Libisch scenario terecht te komen. Maar de opstand krijgt geleidelijk aan een militair karakter.

Ik ben een tegenstander van de gewapende opstand. Dat thema krijgt ook veel aandacht ten koste van de alternatieven voor het gebruik van geweld. Ik geloof veel meer in de kracht van burgerlijke ongehoorzaamheid en geweldloos verzet dan in het gebruik van geweld. We zoeken naar creatieve methoden om ons protest kracht te geven. Het gaat om wat ik de ‘kunst van het verzet’ zou noemen. In elke stad of wijk heb je wel actievormen waar we van kunnen leren. We hebben ook veel aan onze contacten met Egyptische en Tunesische bewegingen en hun ervaringen. Verder voeren we veel gesprekken met experts in geweldloos verzet die actief zijn in binnen- en buitenland. Zo is er Jane Sharp die verschillende geweldloze methoden heeft ontwikkeld. Sinds december werken we met een strategisch plan. Een krachtig wapen is de staking. In steden als Hama en Deraa hebben leerkrachten en studenten al scholen gesloten, houden winkeliers hun deuren dicht. Als alle fabrieken en overheidsinstellingen het werk neer zouden leggen en de deuren dicht houden, hoe kan het regime dan op termijn nog overleven? Andere acties zijn het blokkeren van de wegen, sit-ins. En uiteraard is het heel belangrijk om aanwezig te zijn op het internet en de media. Zelf werk ik in het mediabureau van de SNR.

Maar dat wordt toch een schizofrene situatie? Aan de ene kant werken jullie met een strategisch plan voor geweldloos verzet en aan de andere kant groeit de toenadering met het Vrije Syrische Leger dat een gewapende opstand voert.

De leider van de SNR, Burhan Ghalioun heeft inderdaad een ontmoeting gehad met kolonel Riaad Al-Asaad, de aanvoerder van het Vrije Syrische Leger. Opnieuw hebben we eigenlijk weinig keuze. Ze zijn evenzeer een realiteit. Dat we met hen in contact staan is een noodzakelijke vorm van ‘damage control’. We koesteren nog altijd de hoop dat het Vrije Syrische Leger zich zal beperken tot het verdedigen van de bevolking. Ik ga dan ook totaal niet akkoord met militaire acties zoals in Zabadani (Zabadani is een stadje ten noorden van Damascus dat op 19 januari veroverd werd door het Vrije Syrische Leger. Het reguliere leger zag zich verplicht om tijdelijk zijn troepen terug te trekken) en hoop dat die niet worden uitgebreid. Ondanks lokale successen is het Vrije Syrische Leger totaal geen partij voor het leger dat over tanks en luchtmacht beschikt. Ik zou ook niet graag hebben dat we hier een tweede Libië gaan creëren.

Uit bevragingen van deelnemers en participanten aan de betogingen in Egypte blijkt dat de belangrijkste drijfveer voor de mensen om afstand te nemen van het regime de sociaaleconomische toestand was. Is dat in Syrië ook zo?

Assad legt in zijn speeches de nadruk op de nood aan economische hervormingen. Het gaat om een jonge revolutie. Werkloosheid, slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen vormen dan ook een van de drijfveren van de opstand. Het regime wil en kan daarop inspelen omdat het daar meer speelruimte heeft zonder dat er aan zijn macht wordt geraakt, maar sociaal-economische eisen zijn volgens mij niet de belangrijkste. Op een van de eerste borden die tijdens de demonstraties werden meegedragen, stond “we zijn hier niet voor brood, maar voor waardigheid”. Voor een stuk gaat het om een artificiële opdeling, want economie en politieke macht zijn nauw met elkaar verbonden. De mensen willen fundamentele politieke hervormingen, vrije meningsuiting, politieke gelijkheid en een einde aan de corruptie. Assad heeft hier alle geloofwaardigheid verloren en dus moet hij verdwijnen. Met een ander politiek systeem kunnen we dan ook werk maken van sociaal-economische problemen zoals het aanpakken van de werkloosheid.

Hoe zit het met de mensenrechtensituatie in het land?

Niet goed. In Syrië kennen we al lang het probleem van de politieke gevangenen. Er is geen opinievrijheid en wie daar toch al te gretig van gebruikt maakt wordt zonder pardon opgepakt en opgesloten. Sinds het uitbreken van de protesten treedt het regime dan ook hard op tegen activisten en velen zijn opgepakt. Het is moeilijk om daar een cijfer op te plakken maar ik schat dat het in de richting gaat van 30.000 gevangenen. Van heel veel medestanders blijven we in het ongewisse. We weten dat ze zijn opgepakt, maar als we naar het politiestation gaan zeggen ze dat ze van niets weten. Er worden geen officiële dossiers bijgehouden over wie is opgepakt, waar ze zijn opgesloten, welke aanklachten tegen hen lopen, hoe hun situatie is. Voor een aantal onder hen vrezen we voor hun leven. Er zijn al mensen die overleden zijn tijdens hun gevangenschap. Als er geen officiële informatie bestaat hebben gevangenen ook geen toegang tot advocaten en zijn ze compleet onbeschermd. Dit is het ergste wat je als gevangene kan overkomen en opent de deur voor folterpraktijken. We proberen meer informatie te krijgen. Families en vrienden organiseren soms protestacties voor politiekantoren en eisen dat er informatie wordt vrijgegeven. We werken hard rond de situatie van politieke gevangenen, maar vooralsnog met weinig resultaat. Elke vrijdag, wanneer de belangrijkste protesten plaatsvinden, staat altijd in het teken van een thema. Deze vrijdag (20 januari, nvdr) noemen we trouwens de ‘vrijdag van de gearresteerden’.

De wereld kijkt naar wat er in Syrië gebeurt. Het Westen nam al verschillende sancties tegen het regime. Rusland en China zijn voorzichtiger of houden het regime nog de handen boven het hoofd. En dan is er Turkije dat duidelijk de kaart trekt van de oppositie. Opnieuw lijkt Syrië speelbal van een regionaal machtsspel.

Ik denk dat de meeste internationale hoofdrolspelers niet echt begaan zijn met het lot van de Syrische bevolking, maar dat ze er vooral op uit zijn om hun belangen te verdedigen. Ik heb dan ook weinig vertrouwen in mensen als de Franse president Sarkozy. Veel ministers in het buitenland pleiten er voor dat het regime van Assad moet verdwijnen. Maar heel ernstig is dat niet. Er leeft een groot wantrouwen in de oppositie. Men is duidelijk bang voor wat er kan komen in het post-Assad tijdperk. Dat is misschien ook begrijpelijk want tot nu heeft de oppositie redelijk gefaald om eenheid te creëren in de strijd tegen het regime. Maar als Europa geloofwaardig wil zijn moet ze verder inzetten op de politiek van sancties en niet blijven hangen in verklaringen. Ik weet dat de sancties ook de bevolking raken, maar ik denk dat ze bereid is om de gevolgen daarvan te dragen. Maar goede sancties moeten het regime en haar belangen raken. Diplomatieke isolatie, het viseren van de top van het regime. Zolang Assad nog geld vindt om zijn repressieapparaat te financieren, nog geld vindt voor de shabeeha (paramilitairen die het regime steunen en/of ervoor betaald worden, nvdr), is dit sanctiebeleid ondermaats. Er moet ook druk komen op Rusland en Iran zodat ze hun steun aan het regime stopzetten. Libanon moet zijn grenzen beter controleren, enz.

Er zijn al heel wat sancties, maar die lijken niet veel effect te hebben. Bovendien loop je kans om als oppositie gebruikt te worden. De Syrische Nationale Raad wordt nu al omschreven als instrument van buitenlandse krachten en het imperialisme met alle gevolgen van dien.

Assad speelt het slim en weet zijn bondgenoten te kiezen. Zolang dat zo is, zal het moeilijk zijn om het regime ten val te brengen. Ook in de regio. De Arabische Liga zit niet op een lijn en er is veel interne discussie. Op Libanon kunnen we niet echt rekenen want daar is de Syrische invloed nog altijd heel groot. Er is ook de rol van de Libanese Sjiitische verzetsbeweging Hezbollah, die het regime in Damascus steunt, ook om pragmatische redenen, want het versterkt haar positie in de Libanese politieke machtsstrijd. Irak, een ander buurland, kampt zelf met heel wat interne problemen en zit met een verdeelde regering. Voorlopig lijkt de regering, die gedomineerd wordt door sjiitische politieke partijen, samen te werken met het regime in Damascus. We beschikken over rapporten van wapens die vanuit Irak worden geleverd. Irak zou nochtans een grotere rol kunnen spelen. Ik kan je verklappen dat er geheime onderhandelingen lopen tussen de SNR en Bagdad. Irak weet ook wel dat de toekomst van het land bij de oppositie ligt. Zoals elk land denkt het aan zijn eigen belangen.

Er is nogal veel kritiek op de waarnemersmissie van de Arabische Liga.

De waarnemers waren niet voorbereid en dus niet opgewassen voor hun opdracht. De meesten zijn aangeduid door de regimes uit de landen waar ze afkomstig zijn en konden daardoor niet onafhankelijk opereren. Hoewel er zeker wel een aantal waren die hun taak ernstig probeerden op te vatten. Als de observatiemissie echt wilde slagen dan had deze moeten samengesteld zijn met onafhankelijken bij voorkeur met ervaring in mensenrechtenkwesties. In elk geval waren ze afhankelijk van de bescherming van het Syrische veiligheidsapparaat. Dat maakt dat ze niet eerlijk zullen durven rapporteren uit schrik voor mogelijke gevolgen.(1) Trouwens op dit ogenblik ligt de missie stil. Dat heeft zowel te maken met de evaluatie die de Arabische Liga van hun missie aan het maken is, als ook met het feit dat hun veiligheid niet voldoende kan gegarandeerd worden.

Hoe zie je de toekomst van Syrië?

Dat is moeilijk in te schatten. Zoals gezegd moeten we nog door een lange tunnel met chaos, interne politieke rivaliteiten, geweld ook. De oppositie moet zich beter organiseren en leren uit de fouten die gemaakt werden. Zo denk ik dat we meer moeten focussen op de belangrijke minderheidsgroepen en hen tonen dat het alternatief voor Assad geen chaos of moslimstaat hoeft te zijn. Dat we dat tot nu niet gedaan hebben is een fout die door velen binnen de SNR erkend wordt. Het gaat er om vertrouwen te creëren binnen alle lagen van de bevolking. We zijn natuurlijk nog volop met de uitbouw van de organisatie. Binnen de SNR beschikken we nu over een goed uitgewerkte structuur met een algemeen secretariaat waarin alle oppositiegroepen zijn vertegenwoordigd, een uitvoerend comité en tien verschillende bureaus, waaronder het mensenrechtenbureau, het mediabureau, het bureau voor steun aan de revolutie en het bureau voor financiële en economische zaken. We hebben dus een grote stap gezet ten opzichte van enkele maanden geleden om het verzet en het politieke werk beter te organiseren.

(*) Interview werd op 20 januari 2012 afgenomen te Beiroet, voor de gewelddadige escalatie in de stad Homs. Het verschijnt ook in het maart/aprilnummer 2012 van het tijdschrift Vrede.

Noot

  1. Het rapport van de missie van de Arabische Liga werd op 27 januari gepubliceerd zonder veel gevolg en weinig aandacht in de media. Het volledige rapport kan je lezen op: http://globalresearch.ca/Report_of_Arab_League_Observer_Mission.pdf

Visited 14 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).