Ierland stemt over EU-verdrag

Op 12 juni 2008 houdt Ierland een referendum over het Lissabon Verdrag, dat in de plaats moet komen van de verworpen grondwet van de Europese Unie. We keken even de folder in van de Ierse campagne “Vote no. For a democratic, social en demilitarised Europe” (Stem nee. Voor een democratisch en gedemilitariseerd Europa) en focussen hierbij op het militaire luik.

Ierland is wellicht de enige EU-lidstaat waar er een referendum wordt gehouden rond het Verdrag van Lissabon. Daartoe is het grondwettelijk verplicht. Eens dit verdrag geratificeerd is, schuiven er nieuwe bevoegdheden naar de Unie die de Ierse grondwet aanbelangen. Het Ierse volk heeft dit recht omdat in 1986 Raymond Crotty voor het Hoog Gerechtshof verkreeg dat het doorschuiven van grondwettelijke bevoegdheden alleen maar wettelijk kan gebeuren via een referendum. De Ieren stemmen dus ook een beetje voor alle andere burgers in de Unie die dat recht niet hebben.

In feite is het nieuwe verdrag in heel grote mate een kopie van de afgekeurde grondwet, maar dan zodanig opgesteld dat het onleesbaar is (met ontelbare verwijzingen naar vorige verdragen in plaats van de artikels opnieuw uit te schrijven): het gaat dus om een andere manier van presenteren van grotendeels dezelfde inhoud. Het moest vooral de Franse, de Britse en de Nederlandse regering de kans geven een referendum in hun land te ontlopen.

De Ierse ‘Nee-campagne’ stelt dat een sociaal Europa het recht op universele toegang tot kwaliteitsvolle openbare diensten zou moeten garanderen. Een economische politiek zou volledige tewerkstelling prioritair moeten stellen, ontwikkeling moet evenwichtig en duurzaam zijn, met een onvoorwaardelijke bescherming van de mensenrechten. Aan Fort Europa moet een einde gesteld worden, de Unie moet gedemilitariseerd worden, kernwapens geschrapt, en democratische besluitvorming ingevoerd worden, waarbij politieke leiders verantwoording moeten afleggen.

Het Lissabon Verdrag daarentegen wil de Unie verder militariseren. Het stelt dat de militaire uitgaven van alle lidstaten moeten verhogen, en wil dat alle landen hun infrastructuur openstellen voor militaire activiteiten van de Unie. De banden met de NAVO worden versterkt. Een subgroep van lidstaten kan een militair bondgenootschap vormen binnen de Unie en in samenwerking met de NAVO, wie daar niet in participeert neemt ook niet deel aan de discussies en beslissingen hieromtrent. Dergelijke allianties kunnen opgezet worden zonder dat Ierland er bij referendum over beslist. Het verdrag vergroot de inzetmogelijkheden van EU-troepen in het buitenland. Het Iers leger wordt opgenomen in de militaire structuren en -planning van de EU, die gedomineerd worden door staten met een koloniaal verleden en een geschiedenis van gebruik van militaire macht voor politiek-economische doeleinden. Alle lidstaten moeten bijdragen voor de kosten van deze militarisering.

Neutraliteit

De Ierse neutraliteit -wat betekent dat Ierland officieel niet deelneemt aan militaire bondgenootschappen of zijn grondgebied laat gebruiken door oorlogvoerende partijen- wordt zomaar weggegooid. De Ierse politieke elite heeft toegelaten dat meer dan een miljoen VS soldaten de luchthaven Shannon als tussenstation konden gebruiken om naar Irak te gaan. Dit is een duidelijke overtreding van de internationale wet op de neutraliteit (Den Haag Conventie 1907). Tegelijkertijd weigert de Ierse regering CIA vliegtuigen op te sporen die op weg zijn naar illegale gevangenissen (bvb. in Polen, Roemenië, Egypte) om gedetineerden naar deze illegale foltercentra te brengen.

Ierse troepen kunnen bijvoorbeeld ook deelnemen aan een EU-interventie onder leiding van Frankrijk in Tsjaad. Via deze door de Verenigde Naties goedgekeurde missie, geeft Frankrijk, als voormalige koloniale macht, steun aan het dictatoriaal regime in Tsjaad dat verkiezingsuitslagen fraudeert en kindsoldaten inzet. Onder de officiële humanitaire bezorgdheid ligt de Franse wil verscholen om de westerse invloed uit te breiden over de olie en het uranium van het gebied. In de ogen van de lokale bevolking zijn Ierse troepen trouwens moeilijk te onderscheiden van de Franse-, die door een groot deel van Afrika worden gehaat omwille van de gewelddadige koloniale geschiedenis. Het Lissabon Verdrag zet de poort open voor Ierse deelname aan dergelijke controversiële militaire activiteiten van de Unie. “Indien we de traditie van de Ierse neutraliteit hoog willen houden en onze troepen niet naar oorlogen willen sturen met neokoloniale bedoelingen, dan moeten we dit verdrag verwerpen”, staat te lezen in de infofolder van de Ierse Nee-campagne .

Gevolgen

Het nieuwe verdrag breidt de bestaande Petersbergtaken(1) uit. Het gaat hier om een lijst van veiligheidsopdrachten die door de civiele en militaire macht van de EU kunnen worden uitgevoerd. De Lissabontekst stelt: “Gezamenlijke ontwapeningsoperaties, militair advies en ondersteuning in postconflict stabilisatie. Al deze opdrachten kunnen bijdragen aan de strijd tegen het terrorisme, met inbegrip van steun aan derde landen die het terrorisme bestrijden op hun grondgebied” (art 28B).

Maar wie moet er ontwapend worden, en wat voor een regeringen moeten er in het zadel worden geholpen via een postconflict stabilisatie? Hoe komt zo’n beslissing tot stand?

De in het verdrag van Lissabon voorziene nieuwe Euro-minister van buitenlandse zaken, die ook vice-voorzitter is van de Commissie zal zijn, leidt de ministersvergaderingen en het geheel van het Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid. De regeringsleiders beslissen over de algemene benadering op voorstel van de Euro-Minister van Buitenlandse Zaken, die de concrete invulling voorstellen aan de ministers van defensie. Zij beslissen unaniem. Dat maakt dat deze Euro-minister van buitenlandse zaken een belangrijke en centrale rol speelt tegenover het totnogtoe geldende intergouvernementeel overleg.

Het militaire beleid van de Unie loopt in overeenstemming met het buitenlands beleid (art 10a). Het handelsbeleid van de Unie, dat ook een onderdeel is van hetzelfde buitenlandse beleid, moet de hindernissen voor internationale handel, buitenlandse directe investeringen en douane wegwerken. (art 188c). Zouden de interventietroepen van de Unie niet onontkoombaar de zijde kiezen van die groepen in een gewapend conflict die de handels- en investeringsvisie van de Unie gunstig gezind zijn? En de Europese ondernemingen makkelijk toegang verlenen tot hun grondstoffen? Dergelijke vrije handel is niet noodzakelijk in het voordeel van de armen.

De strijd tegen het terrorisme (art 28B) is al evenmin politiek neutraal. Ze kan gebruikt worden om politiek-militaire acties tegen de bevolking, bewegingen of regeringen goed te keuren. Dergelijke verantwoording van militaire interventies roept sowieso vraagtekens op.

Nergens staat er in het verdrag dat een VN-mandaat nodig is om een militaire interventie van de Unie uit te voeren. Een Ierse regering zou dus kunnen deelnemen aan de planning, de training en het beheer van militaire activiteiten van de Unie, zelfs indien er geen VN mandaat voor is. En de regering zou de illusie van steun aan de VN hoog kunnen houden door de troepen niet rechtstreeks naar het front te sturen.

Gestructureerde samenwerking

Het nieuwe verdrag zou de idee institutionaliseren van een permanente gestructureerde samenwerking (art 28). Hierbij kunnen militaire bondgenootschappen opgezet worden tussen  lidstaten die een gezamenlijke militaire actie willen voeren. Sommige lidstaten zijn immers tegen de rechtstreekse oprichting van een EU-leger. De subgroep die wel onderlinge militaire allianties wil smeden, kan sowieso gedijen binnen het EU-kader als ze maar over de militaire capaciteit beschikt voor meer veeleisende operaties (beleefde woorden voor oorlog). Deze militair superieure Europese machten zullen als een geheel werken, en worden op die manier in feite een Europees leger, zonder dat er een officieel en door alle lidstaten goedgekeurd Europees leger is opgericht.

Het protocol over de gestructureerde samenwerking meent dat een assertievere rol van de Unie bij zal dragen tot de vitaliteit van de NAVO, in overeenstemming met de Berlijn-plus akkoorden over het delen van de militaire infrastructuur van EU en NAVO. Enkel de lidstaten die de akkoorden onderschrijven kunnen ook deelnemen aan discussies en beslissingen hieromtrent in de Raad. Lidstaten buiten deze samenwerking hebben niks in de pap te brokken maar zouden er wel de gevolgen van ondergaan. En elke lidstaat zal mee financieren via hun bijdrage voor de EU militaire budgetten.

Door het verdrag wordt het engagement van de EU versterkt om zich in de NAVO planning in te schrijven. Een planning waarvan de basis nog altijd bestaat uit kernwapens en de strategie om ze als eerste in te zetten.

Iedereen betaalt

Wat ook het participatieniveau van het nationale leger is, de Ierse belastingsbetaler zal net zoals alle andere EU-burgers, moeten opdraaien voor de kost van de militarisering. (art 28). Het Lissabonverdrag zegt nog: “Elke lidstaat engageert zich tot een progressieve verbetering van haar militaire capaciteiten”. Dat wil dus zeggen dat hogere militaire uitgaven een vereiste worden, iets dat het Verdrag bvb. niet oplegt voor gezondheid of onderwijs. En we moeten ook “civiel en militair personeel ter beschikking stellen om het EUdefensiebeleid te realiseren”. Er bestaat nu al een militair comité van de EU om de militaire activiteit te coördineren, zoals er ook al een Europees Defensie Agentschap (EDA) aan het werk is.

Het nieuwe verdrag creëert een ministerie van buitenlandse zaken met duizenden personeelsleden die het buitenlands veiligheids- en defensiebeleid van de Unie vorm zullen geven. Een eigen nationaal beleid wordt dan schier onmogelijk.

Het verdrag maakt de oprichting van een Europees leger waarschijnlijker, want nu zegt de tekst dat een gemeenschappelijk defensiebeleid zal leiden tot een gemeenschappelijke defensie -waar er in het Verdrag van Nice nog sprake was van: “kan leiden -indien alle lidstaten akkoord gaan”. (art 28A). Dergelijke verandering zou een referendum vereisen in Ierland. Maar hierboven legden we al uit dat een Europees leger al de facto tot stand zal komen via een “permanente gestructureerde samenwerking”, waar dan weer geen referendum voor nodig is.

In 2003 was de EU al overeengekomen om een leger van 60.000 soldaten bijeen te brengen om gelijk waar in de wereld te kunnen optreden binnen de 60 dagen. Dit verliep echter niet volledig volgens planning en dus werden de kleinere ‘battle groups’ (gevechtsgroepen) geïnstalleerd. De 13 ‘battle groups’ bestaan uit 1500 tot 2500 zwaar bewapende manschappen die gelijk waar in de wereld, binnen de 15 dagen na een beslissing van de Raad van Europa, operaties van hoge intensiteit (dwz. oorlog) moeten kunnen uitvoeren.

Het Ierse leger is ingedeeld bij de ‘Nordic battle group’ samen met Zweden, Noorwegen, Finland en Estland. Noorwegen is geen lid van de Unie, maar wel van de NAVO. De Finse minister van buitenlandse zaken is dan weer sterk aan het pleiten opdat Finland zou toetreden tot de NAVO. Het Zweedse leger doet al militaire oefeningen samen met de NAVO. Er kan dus gesteld worden dat de ‘battle groups’ effectief een uitbreiding zijn van de EU-VS militaire as. De ‘Nordic battle group’ wordt in 2008 operationeel.

Tot de opdrachten van de ‘battle groups’ behoren “gemeenschappelijke ontwapeningsoperaties, steun aan derde landen in de strijd tegen het terrorisme en steun bij de hervorming van hun veiligheidssector. De EU moet in staat zijn op te treden vooraleer het tot een crisis komt en preventief kunnen handelen.”

Onderlinge bijstand

Als nieuw element in het verdrag zegt de clausule voor onderlinge defensie en bijstand in art 28: “Indien een lidstaat het slachtoffer is van een gewapende aanval op zijn grondgebied, hebben de lidstaten de verplichting om hulp en bijstand te verlenen met alle middelen die ze ter beschikking hebben, in overeenstemming met artikel 52 van het VN Charter”. Dergelijke solidariteitsclausule staat ook nog in artikel 188R. Voorstanders van een EU-leger zien in deze clausule een engagement voor een gemeenschappelijke defensie. Maar deze clausule getuigt van een zeer brede benadering qua gemeenschappelijke defensie en militaire actie. Ze zou namelijk gebruikt kunnen worden om steun te vragen voor een lidstaat van de Unie dat een ander land binnenvalt dat terroristen herbergt, net zoals de VS steun vroegen en kregen voor Afghanistan.

Huidige strategie

De huidige veiligheidsstrategie van de Unie spoort samen met de doctrine van preventieve oorlog van president Bush. Citaat: “Ons traditioneel concept van zelfverdediging (…) was gebaseerd op een dreigende invasie. Met de nieuwe bedreigingen zal de eerste defensielijn dikwijls in het buitenland liggen… We moeten klaar staan om op te treden vooraleer een crisis uitbarst.”

De veiligheidsstrategie van de Unie zegt ook dat deze bedreigingen niet uitsluitend door militaire middelen kunnen worden afgewend. Zoals Concord, een pan-Europese federatie van meer dan 1200 ontwikkelingsorganisaties, al aangaf, dreigt humanitaire hulp dus als een oorlogswapen gebruikt te worden. Het is nu nog niet duidelijk of de nieuwe EU-minister van buitenlandse zaken het budget van ontwikkelingssamenwerking zal controleren. Maar indien humanitaire hulp wordt gelinkt aan militaire interventies zouden de ngo-medewerkers meer gevaar lopen voor hun leven, aldus Concord, Trocaire, Oxfam en andere NGO’s. De slachtoffers van de imperialistische militaire operaties van de VS of de EU maken immers niet echt het verschil tussen hun soldaten en hun burgers.

Gevolgen voor Ierland

Dit verdrag heeft ernstige militaire gevolgen voor alle lidstaten, en zeker voor het ooit neutrale Ierland. Het is een nieuwe betekenisvolle stap naar de creatie van een Europese superstaat met een imperiale politiek. Het geeft verhoogde militaire macht aan de politieke elites in de EU, die weigeren referenda te organiseren om hun bevolking te consulteren. Intussen zijn er lidstaten die actief de oorlog en bezetting van Irak steunen -anderen ondergaan en aanvaarden. Dit is een oorlog om controle over de Iraakse olie te verkrijgen/behouden, en om de militaire dominantie van de VS en de Zionisten in het Midden Oosten te garanderen.

Het is dezelfde elite die de hulp aan de Palestijnse Autoriteit afsloot omdat ze niet akkoord kon gaan met de democratische uitslag van de verkiezingen. Het is dezelfde elite die geweigerd heeft op te roepen voor een wapenstilstand toen Israël Libanon binnenviel. Het is dezelfde elite die de volkeren mee zal slepen in oorlogen die niet te winnen zijn.

Het Ierse volk voerde een onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britse bezetting. Het kon daardoor een eigen grondwet aannemen. Artikel 6 hiervan zegt dat alle macht aan het Ierse volk toekomt. De Ierse politieke elite is aan het proberen om grondwettelijke bevoegdheden over te dragen aan de Europese Unie zonder referendum. Dat is een negatie van het proces Raymond Crotty, dat op zijn beurt de enige reden vormt waarom Ieren nu iets te zeggen hebben in wat de elites willen doen: nog meer bevoegdheden overhevelen naar de EU. De Nee-campagne stelt het als volgt: “Als we zo hard vochten in de onafhankelijkheidsoorlog, waarom zouden we dan nu deelnemen aan een militair bondgenootschap van rijke en machtige neokoloniale staten? Wat is het verschil in de ogen van de mensen die het onderwerp vormen van een interventie, tussen de rol van Ierse soldaten in een EU ‘battle group’ en de rol die de Ierse soldaten speelden in het leger van het Britse Rijk?”

Wat de Europese elite te bieden heeft is een groeiend imperialistisch Europa. Dat kan rechtstreeks afgeleid worden uit de woorden van de voorzitter van de Europese Commissie, Jose Manul Barroso: “Soms maak ik de vergelijking over de creatie van de Europese Unie met het opzetten van een keizerrijk (‘empire’)”.

(Uitpers, nr 99, 9de jg., juni 2008)

Dit artikel staat ook in het meinummer van het tijdschrift Vrede

Voetnoot:

(1) De Petersbergtaken maken deel uit van het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) en hebben betrekking op: 1. humanitaire en reddingsopdrachten, 2. vredeshandhavingsopdrachten en 3. opdrachten van strijdkrachten op het gebied van crisisbeheersing, met inbegrip van het tot stand brengen van vrede. Deze opdrachten zijn vastgelegd in de Petersbergverklaring, die werd aangenomen tijdens de WEU-ministerraad van juni 1992.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 61 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook