Hypocrisie rond massavernietigingswapens in het Midden-Oosten

De VS en Groot-Brittannië drijven de confrontatie met Irak verder op. Saddam Hoessein is geen doetje, zoveel is zeker. Maar twee Golfoorlogen, de verplichte ontmanteling van massavernietigingswapens en een jarenlang embargo hebben ervoor gezorgd dat Irak militair compleet verzwakt is. Maar zelfs na toegevingen van Bagdad zetten Bush en Blair alles op oorlog.

Overdrijvingen worden daarvoor niet geschuwd. Inspanningen al evenmin: de Britse premier Blair beweegt hemel en aarde om zijn landgenoten te overtuigen van de dreiging die van Irak uitgaat en hij publiceert gretig ‘bewijzen’. Daarbij worden twee aspecten bewustop de achtergrond gehouden. De bewapening van Saddam Hoessein tijdens de Iran-Irak-oorlog door dezelfde oorlogsstokers en andere westerse landen en de reële dreiging die uitgaat van het rechts-extremistische regime in Israël. Dat beschikt over een gevaarlijk nucleair monopolie in het Midden-Oosten, zonder dat daar een haan naar kraait.

Irak en de Verenigde Staten leven nu al meer dan tien jaar op voet van oorlog. Eigenlijk zou je moeten zeggen dat de Golfoorlog nooit is geëindigd. Volgens de officiële versie draait de crisis rond de ontmanteling van de Irakese massavernietigingswapens. Irak is daartoe verplicht sinds de VN-Veiligheidsraad op 3 april 1991 resolutie 687 stemde. De resolutie verplicht Irak tot stopzetting van de productie en ontmanteling van het chemische, biologische en nucleaire arsenaal en de lange afstandswapens.

Bagdad moest zich onderwerpen aan streng toezicht van UNSCOM (United Nations Special Commission). Eens ontwapend zou Irak verlost worden van de economische sancties, die al in de eerste week van de Golfcrisis (VN-resolutie 661 en herbevestigd in resolutie 687) in augustus 1990 werden ingesteld.

De inspecties zouden al gauw tot spanningen leiden. Irak en voormalige VN-inspecteurs beschuldigden UNSCOM ervan een instrument te zijn in handen van de VS. Zo bestond twee derden van het inspectieteam uit Amerikanen. Later zou blijken dat UNSCOM inderdaad gebruikt werd voor onvervalste spionageactiviteiten. De vroegere chef van UNSCOM, de Zweed Rolf Ekéus, liet achteraf horen dat de VS-regering door infiltratie van agenten in de inspectieteams en de plaatsing van afluisterapparatuur, de schuilplaats van Saddam Hoessein probeerde te achterhalen.(1) Ekéus beschuldigde de VS en "andere leden van de VN-Veiligheidssraad" ervan dat ze "de leiders van het inspectieteam onder druk zetten om inspecties uit te voeren die controversieel waren vanuit Irakees oogpunt, en daarbij een blokkering schiepen die gebruikt kon worden als rechtvaardiging voor een directe militaire actie".(2) Ook ex-inspecteur Scott Ritter bracht een gelijkaardig verhaal. Hij noemde de inspecties een "farce" en stelde dat er informatie werd doorgespeeld aan Israël, de grootste vijand van Irak.(3)

Butler in dienst van VS

Vooral het toenmalige hoofd van UNSCOM, Richard Butler, was kop van jut. Volgens Irak stond hij gewoon in dienst van de VS. Irak verbrak de relaties met UNSCOM in juni 1998. In een brief aan de VN-Veiligheidsraad beschuldigde Bagdad Butler ervan de Veiligheidsraad te misleiden. De inspecties zorgden voor toenemende spanningen. Richard Butler was niet meteen een diplomaat. Op het hoogtepunt van de crisis, in december 1998, moest Butler een rapport opmaken waaruit moest blijken in welke mate Irak zijn belofte van 14 november respecteerde tot volledige samenwerking met de VN-inspecteurs. Volgens verschillende Midden-Oostenkenners, liet Butler daarbij na zijn inspectieteamleden te consulteren en stond hij in voortdurend contact met de Verenigde Staten. De kritiek op Butler groeide, ook in de VN-Veiligheidsraad.(4) Tijdens een ontmoeting van de ‘Gulf Cooperation Council’ (Golfsamenwerkingsraad) moest VN-Secretaris-Generaal Kofi Annan toegeven dat Butler een arrogant type was: "Ik weet dat de taal die Butler soms gebruikt scherp is en vrij van diplomatie. Een zaak die veel mensen in de wereld droevig stemt."(5)

Scott Ritter, ex-inlichtingsofficier van de VS-Marine en als inspecteur door Saddam als de meest ‘provocatieve’ omschreven, stelde dat de VS aan Butler "vroeg om de toon in zijn rapporten te verharden om de bombardementen te rechtvaardigen".(6)

Volgens Irak hadden de inspecties er al lang voor gezorgd dat het land volledig is ontwapend. Irak wilde eindelijk van het sanctieregime verlost worden, wat maar kon van zodra formeel aanvaard werd dat de ontwapening van Irak een feit was. (7) De VS en Groot-Brittannië hadden daar weinig oren naar. Nochtans waren alle inspecteurs, op Butler na, het er over eens dat Irak’s arsenaal zo goed als vernietigd was.(8) In een interview met CNN op 17 juli 2002 bevestigt Scott Ritter dat nog eens: "Tegen december 1998 hebben we 90 tot 95 procent van Irak’s massavernietigingscapaciteit in rekening kunnen brengen. Wij vernietigden alle fabrieken, alle productiemiddelen. We konden sommige wapens niet in rekening brengen, maar chemische wapens hebben een levensduur van vijf jaar. Biologische wapens hebben een levensduur van drie jaar."(9) Butler rapporteerde dat inspectieteams geen vrije toegang kregen, hoewel in werkelijkheid op 300 inspecties die in minder dan een maand tijd werden uitgevoerd slechts drie incidenten zijn gemeld.(10)

Toch vonden de VS en Groot-Brittannië het verslag van Butler een voldoende argument om operatie ‘Desert Fox’ te starten. In de nacht van 16 op 17 december begonnen Amerikanen en Britten Bagdad en andere steden 70 uur lang te bombarderen.

De bombardementen haalden weinig uit. UNSCOM liep uit op een complete mislukking. Frankrijk nam het voortouw van een groeiende groep landen die aandrong op een andere VN-politiek. De werking van UNSCOM moest worden herbekeken: niet langer meer verrassingsinspecties, maar een continue controle op lange termijn. Frankrijk wilde overigens met de hervorming van UNSCOM zich op een elegante manier ontdoen van de omstreden Butler. Ook Rusland en Egypte drongen aan op zijn ontslag.

Protest tegen sanctieregime

Bovendien kwam er ook meer en meer protest op het sanctieregime tegen Bagdad. Allerlei rapporten maar ook uitspraken van hoge VN-functionarissen bevestigden wat al eerder werd vermoed: de sancties zijn een ramp voor de burgers. Denis Halliday, de man die het ‘olie-voor-voedsel’-programma tot aan zijn vertrek leidde heeft het zelfs meermaals over ‘genocide’.(11)

Volgens Halliday controleren de VS de volledige economie van Irak en zijn er al rond 1 miljoen kinderen gestorven. "Een groot deel van de burgerbevolking van Irak wordt bedreigd door de boycot die de VN tegen het land heeft uitgeroepen. En onder het mom van VN-resolutie 687 bombarderen Amerikaanse en Engels vliegtuigen voortdurend burgerdoelen."(12) Elders stelde Halliday nog: "Bovendien heeft Scott Ritter, de wapeninspecteur die menig VN-functionaris ‘de grootste cowboy aller Amerikanen’ noemde, twee jaar geleden al gesteld dat de Irakese wapenprogramma’s – biologische, chemische en conventionele – absoluut dood zijn en niet snel zullen herrijzen" en dus sancties niet meer nodig zijn."(13) Op de groeiende kritiek tegen de sancties antwoordden de VS dat de humanitaire uitzonderingen op het sanctieregime misbruikt werden door Irak, waardoor de goederen niet op de juiste bestemming kwamen.

Resolutie 1284 moest een einde maken aan het aanslepende gebakkelei over UNSCOM (Frankrijk, China en Rusland onthielden zich in de stemming). Er werd een nieuw orgaan opgericht: UNMOVIC (UN Monitoring, Verification and Inspection Commission).(14) Aan het hoofd kwam de Zweed Hans Blix, oud-minister van Buitenlandse Zaken en van 1981 tot 1997 hoofd van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen. In die functie was hij al belast met de zoektocht naar nucleaire wapens in Irak. De resolutie bepaalt dat de Veiligheidsraad kan overgaan tot opschorting van de import- en exportsancties voor een periode van 120 dagen indien Irak gedurende 120 dagen heeft samengewerkt met de wapeninspecteurs. Daarna kunnen de sancties eventueel opnieuw worden ingesteld indien UNMOVIC zou vaststellen dat Irak opnieuw weigert samen te werken.

Irak bleef echter op het standpunt dat het niet meer moet weten van de inspecties en eiste de onmiddellijke opheffing van de sancties. Resolutie 1284 veranderde uiteindelijk weinig. De sancties bleven ook in de Veiligheidsraad ter discussie staan en de inspecteurs geraakten nog altijd niet ter plaatse. Ook de kritiek bleef onveranderd dezelfde. Hans von Sponeck, die Halliday opvolgde stapte op zijn beurt in maart 2000 op uit onvrede met de sanctiepolitiek: "Bestellingen van hulpmateriaal worden getroffen door veto’s, gelden door de VS geblokkeerd. Ik noem dat ethisch onverantwoord".(15) Von Sponeck deed een oproep om hulp aan de gewone Irakezen los te koppelen van de ontwapening.

Nu heeft het Irakese regime laten weten toch in te stemmen met wapeninspecties. De regering Bush, die er in werkelijkheid op uit is om gewoon Saddam Hoessein ten val te brengen, komt daardoor in een moeilijkere positie, omdat een belangrijk argument om een grootschalige militaire operatie uit te voeren is weggevallen.

Wat verzwegen wordt

Sinds kort is Premier Blair druk in de weer om de slechte wil van Saddam Hoessein aan te tonen. Om een vrijgeleide te bekomen voor militaire actie is hij op de proppen gekomen met een rapport dat moet ‘bewijzen’ dat Irak onverdroten verder bouwt aan zijn arsenaal massavernietigingswapens en een ernstige bedreiging vormt. "Hij moet gestopt worden" aldus Blair. "Rapporten van veiligheidsdiensten maken duidelijk dat hij werkt aan de uitbouw van zijn capaciteit aan massavernietigingswapens en het is de overzeese overtuiging dat hij deze wapens zou inzetten voor zijn vitale regionale belangen."(16)

Iedereen weet dat Saddam Hoessein geen doetje is. Maar de energie die gestoken wordt in het demoniseren van het Irakese regime en de daarbij geleverde immense militaire inspanningen moeten bij elk gezond denkend wezen vraagtekens doen rijzen. Blijkbaar is het politiek geheugen kort. Wie lag er wakker van diezelfde Saddam Hoessein toen hij onder het oog van de hele wereld deportaties en slachtpartijen onder de Koerden aanrichtte of chemische wapens aan het Iraanse front inzette?

Boter op het westers hoofd

De politieke verontwaardiging over de wreedheid van het regime bleek tot aan de tweede Golfoorlog zo goed als afwezig. Amerikaanse, Britse, Duitse en andere westerse bedrijven hebben immers aan Irak de noodzakelijke technologie geleverd voor de aanmaak van massavernietigingswapens.(17) Nadat de regering Reagan in het midden van de eerste Golfoorlog (tussen Iran en Irak) Irak verwijderde van de lijst van staten die het terrorisme steunen, gingen er tussen 1985 en 1990 massa’s producten met militaire toepassingen naar Irak. Het waren voornamelijk Duitse bedrijven die in Irak de bedrijven bouwden waar mosterdgas en de zenuwgassen Sarin en Tabun werd geproduceerd. Vanuit de VS kwam de technologie nodig om chemische wapens aan te maken.(18) In 1988 zou Bagdad een contract verlenen aan het Amerikaanse bedrijf Bechtel Corporation voor de productie van ethyleen oxide (nodig voor de aanmaak van mosterdgas), een bedrijf waar voormalig VS-Staatssecretaris George Schultz in het bestuur zou gaan zetelen.(19) De productiecapaciteit van zenuwgas verzonk met 48 ton overigens in het niets met wat de VS produceerden begin jaren ’70 (naar schatting 1.000 ton). Irak bleef trouwens ook na de oorlog tegen Iran afhankelijk van het Westen omdat het niet in staat was elementair phosphorus, een noodzakelijke basisstof voor zenuwgas, zelf te produceren. Een zelfde verhaal voor mogelijke biologische wapens. De VS bezorgden Irak culturen van verschillende besmettelijke ziekten, tussen 1985 en 1991, los van het feit of het voor militaire dan wel civiele doelen diende. Het VS-bedrijf Sigma Chemie was er verantwoordelijk voor dat nog in 1991 Irak in het bezit kwam van belangrijke virussen en mycotoxines.(20)

Ook voor de ontwikkeling van nucleaire wapens speelden VS-bedrijven een belangrijke rol. Veertig procent van de uitrusting van Saad 16, een complex voor onderzoek en ontwikkeling van raketsystemen en atoomwapens kwam uit de VS. Het gaat om de bedrijven Hewlett Packard, Tektronix en Wiltron. 93 procent van het verrijkt uranium van Irak was afkomstig van Frankrijk, dat het goedje leverde in de jaren ’80. De in 1981 door Israël vernietigde kernreactor in Osira, was eveneens van Franse makelij. Maar Irak had onvoldoende plutonium om nucleaire wapens te maken, noch beschikt het land over een beschikbare raket om kernkoppen te dragen.

Irak was zonder twijfel volop aan het werken aan een programma voor massavernietigingswapens. Dat het Irakese leger ook bereid was deze effectief in te zetten hebben we gezien in de oorlog tegen Iran en aan de gasaanval op de Koerdische stad Halabja, waarbij zeker 5.000 burgers het leven lieten. De Verenigde Staten wisten dat maar al te goed, maar zagen daar geen graten in. In Washington zat de schrik er goed in dat Iran de overhand zou halen tegen Irak. Bagdad moest dus gesteund worden. Niemand minder dan Donald Rumsfeld, Reagan’s speciale afgezant en nu minister van Defensie in de regering van Bush, overhandigde Saddam Hoessein een brief waarin Reagan aanbood de diplomatieke relaties te hernieuwen en de economische en militaire banden aan te halen".(21) Behalve een gevreesde overwinning van Iran zat ook olie in het verhaal. Marvin Feuerwerger, een medewerker van het Pentagon onder Reagan gaf olie, naast Irak’s strategische positie, op als belangrijkste argument om het land van wapens te voorzien. "We praten over een land met de tweede grootste voorraad aan oliereserves, 50 miljard aan cash reserves en nog eens 80 miljard dollar aan kredieten van Arabische landen en andere staten. Al dat geld, samen met Irak’s potentieel om een tegenwicht te vormen voor Iran in de Golf, maakte van Irak een belangrijke klant".

De Israëlische massavernietigingswapens

De hele discussie over Irakese massavernietigingswapens zou ons bijna de Israëlische massavernietigingswapens doen vergeten. Niet toevallig weigeren de grootste voorstanders van een oorlog tegen Irak, VS en Groot-Brittannië, een niet onbelangrijk onderdeel van de bewuste VN-resolutie 687 uit te voeren: "de dreiging die alle massavernietigingswapens uitoefenen, wegen op de vrede en de veiligheid in de regio alsook is er de noodzaak om te werken aan een zone die dergelijke wapens uitsluit." Verder onderstreept punt 14 van de tekst dat alle maatregelen voor de ontwapening van Irak gebeuren in een context waarvan "de objectieven eruit bestaan een zone in het Midden-Oosten te creëren die vrij is van massavernietigingswapens en alle draagraketten." Dit maakt dat er niet alleen verplichtingen voor Irak staan ingeschreven, maar ook voor de andere ondertekenaars van deze tekst.(22)

En dat er massavernietigingswapens in Israël aanwezig zijn, staat onomstotelijk vast. Israël was tegen 1988 in het bezit van naar schatting 200 nucleaire wapens (23), een arsenaal dat volgens bepaalde bronnen wel eens heel wat groter zou kunnen zijn. Het blijven schattingen omdat Israël naast India en Pakistan vooralsnog weigert het Non Proliferatieverdrag (NPV) te ondertekenen. 187 andere staten deden dat wel. Binnenkort zal ook Cuba tekenen.

Het NPV verplicht de ‘erkende’ nucleaire machten (VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en China) om geen atoomwapens of militaire nucleaire technologie te transfereren naar andere staten. Niet-atoommachten verbinden zich er toe om geen atoomwapens te verwerven. Een controlemechanisme, het Internationaal Bureau voor Atoomenergie (IAEA), ziet er op toe dat alles volgens de spelregels verloopt.

Omdat Israël het verdrag niet heeft getekend is de controle op het Israëlische kernwapenarsenaal onbestaande. Tijdens een herzieningsconferentie van het NPV in 1995, is er bovendien een resolutie gestemd die duidelijk op het Israëlisch nucleair arsenaal is gericht. Ten eerste worden "alle staten in het Midden-Oosten die dat nog niet hebben gedaan, opgeroepen zonder uitzondering zo vlug mogelijk tot het verdrag toe te treden en hun nucleaire faciliteiten onder de volledige controle te plaatsen van het IAEA". De resolutie vraagt verder, net zoals in de ‘Irak’-resolutie en in resolutie 49/71 van de Algemene Vergadering van de VN, dat er effectief werk wordt gemaakt van een zone vrij van massavernietigingswapens.

Kort nadat Iran een ballistische raket testte, de Shahab-3, liet de voormalige Israëlische premier, Shimon Peres, op 13 juli 1998 op een persconferentie in Jordanië, voor het eerst publiekelijk verstaan dat Israël in het bezit is van atoomwapens: "Israël bouwt aan een nucleaire optie niet om Hiroshima, maar om Oslo te bekomen."(24) Intussen beschikt Israël naar schatting over 350 tot 500 kg ‘weapon grade’ plutonium. Dat wordt aangemaakt in de reactor in Dimona die al sinds 1964 operationeel is. De bewijzen van het bestaan en de activiteiten van Dimona kwamen er na de publieke verklaringen van de uit Israël gevluchte kernfysicus, Mordechai Vanunu, die zijn verhaal met wetenschappelijke gegevens en foto’s in 1986 liet publiceren in de Sunday Times. Hij werd kort daarna in Rome door de Mossad in de val gelokt, mishandeld, ontvoerd en in een geheim proces tot 18 jaar gevangenis veroordeeld. De eerste twaalf jaar daarvan bracht hij door in isolement in een veel te kleine cel.

Het Israëlische nucleaire programma dateert al van de jaren veertig. Het werd opgestart in het Weissman Instituut voor Wetenschappen onder de directie van Ernst David Bergmann, de vader van de Israëlische bom, die in 1952 de Israëlische Atoomenergie Commissie oprichtte.(25) Het grootste deel van de technologische nucleaire ondersteuning kwam vanuit Frankrijk, waardoor de reactor in Dimona kon worden gebouwd. Ook de VS waren van in het begin actief, door in te staan voor de opleiding van Israëlische nucleaire wetenschappers en door de levering van nucleair gerelateerde technologie, zoals de kleine reactor voor onderzoek (1955) onder het programma ‘Atomen voor Vrede’. Uranium werd geleverd door het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Naast nucleaire wapens werkt Israël ook zo goed als zeker aan een programma voor de aanmaak van biologische wapens, meer bepaald in Nes Tziyona Biological Institute (Tel Aviv).(26) Vermoedelijk werd met het Apartheidsregime samengewerkt voor de ontwikkeling van een ‘etnobom’. Israël heeft in elk geval het verdrag dat het verbod op biologische wapens regelt niet getekend. Ook zou Israël over een productiecapaciteit beschikken voor mosterd- en zenuwgas, hoewel vermoedelijk nog niet gemonteerd op ballistische raketten.(27) Het verdrag op verbod van chemische wapens is in 1993 getekend, maar de ratificering blijft uit.

Zeker is dat Israël alles heeft van een nucleaire grootmacht. Tel Aviv beschikt over de zesde voorraad militair plutonium in de wereld met gesofistikeerde dragers en lanceersystemen. Daaronder 50 Jericho-2 raketten met een reikwijdte van 1.500 km en 50 Jericho-1 raketten met een reikwijdte van 500 km. Onbevestigde rapporten melden dat Israël op dit ogenblik hard werkt aan Jericho-3 die tot 4.800 km ver zouden reiken, wat betekent dat zelfs Europa binnen Israëlisch nucleair bereik komt. Israël beschikt daarnaast over een hele reeks gevechtsvliegtuigen die eveneens met atoomwapens kunnen geladen worden (2 F-15I, 6F-15D, 18 F-15C, etc…). Nog niet zolang geleden heeft Tel Aviv zijn nucleaire militaire capaciteit verder uitgebreid, dankzij de ingebruikname van drie ‘Dolphin’duikboten geleverd door Duitsland. Deze duikboten beschikken over het meest geavanceerde gevechtssysteem.(28) Ze zijn geschikt om langeafstandskruisraketten (zoals Tomahawk met een draagwijdte van 1.500 km) te lanceren. Dat betekent dat Israël via lucht, land en zee een ‘nucleaire Triangel’ heeft voltooid.

Dat arsenaal staat ook onder geen enkele internationale controle, zoals door het Internationaal Bureau voor Atoomenergie (IAEA). De pers is het zelfs verboden om er rechtstreeks over te berichten. Enkel berichten in de buitenlandse pers mogen gebracht en besproken worden.

De Israëlische regering kiest er vooralsnog voor om de dubbelzinnigheid over haar atoomwapens te bewaren, omdat de huidige situatie, aldus Shimon Peres, er voor zorgt dat iedereen voldoende overtuigd is van de nucleaire afschrikking zonder tegelijk de status van duidelijkheid te hebben wat het gemakkelijker zou maken om Israël aan sancties te onderwerpen.

In hoge militaire kringen wordt onderzocht of de dubbelzinnigheid behouden moet blijven. Dat neemt niet weg dat alsmaar openlijker over atoomwapens wordt gesproken. David Ivry, in 1998 de directeur-generaal van het ministerie van Defensie, spreekt over een ‘second strike capability’ en alludeerde op de VS-doctrine tijdens de Koude Oorlog, de ‘wederzijdse verzekerde vernietiging’ (MAD), "als model voor Israël".(29) Hoewel Israël het NPV niet heeft getekend verhinderde dat niet dat beide landen in 1998 een ‘Memorandum of Agreement’ hebben afgesloten tegen dreigingen van regionale raketten en massavernietigingswapens. (30) In het memorandum geen woord over het gevaar van Israëlische preventieve aanvallen, noch over het Israëlische arsenaal massavernietigingswapens.

Israël bezit een nucleair monopolie in het Midden-Oosten zonder dat er zicht is op de nucleaire strategie, het arsenaal en zonder enige controle van externe instanties. Dat is een gevaarlijke situatie. Uitspraken van hoge officieren en defensiespecialisten tonen dat wel eens meer dan louter afschrikking in het geding zou kunnen zijn. Generaal-majoor Yitzhak Ben-Yisrael, hoofd van de Bewapeningsadministratie voor Onderzoek en Ontwikkeling stelt dat behalve een afschrikkingspolitiek ook een preventieve aanvalscapaciteit noodzakelijk is. "Een klein land kan niet voor lange periodes in gevecht gaan. Een preventieve aanval is daarmee in overeenstemming". En hij vervolgt: "Je kan niemand afschrikken behalve door je capaciteit te tonen".(31) Vooral het debat in Israëlische defensiekringen over hoe reageren in geval van een aanval met chemische of biologische wapens doet het ergste vrezen. Shai Feldman, directeur van het Jaffa Centrum voor Strategische Studies aan de universiteit van Tel Aviv zegt dat Israël er op voorbereid dient te zijn om elk wapen te gebruiken – nucleaire wapens inbegrepen – indien het wordt aangevallen met chemische en biologische wapens.(32)

Het Israëlische arsenaal is veruit superieur en zorgt voor gevaarlijk ongelijke militaire machtsverhoudingen in het Midden-Oosten. De dreiging is reëel, zeker omdat de actuele politieke situatie in Israël alle kanten uit kan, inclusief een nog grotere greep van extreem-rechts op het politiek gebeuren. De Israëlische academicus Israel Shahak vreest "het perspectief dat Gush Emunim, of rechtse Israëlische fanatici of waanzinnige Israëlische legergeneraals de controle verwerven over nucleaire wapens,…" Ariel Sharon zelf is in elk geval onvoorspelbaar. Een oorlog tegen Irak zou wel eens tot gevaarlijke situaties kunnen leiden.

(Uitpers, nr. 34, 4de jg., oktober 2002)

Noten:

Schwedischer Diplomat wirft USA Spionage vor. Der Spiegel, 29 juli 2002
2 Weapons Inspections were manipulated. In: The Financial Times, 29 juli 2002; Arch-enemy or phantom menace? In: The Herald, 8 juli 2002
3 Barbara Crosette. Top U.N. Arms Inspector Tries to Quiet Ex-Iraq Team Member. In: The New York Times, 2 oktober 1998.
4 Zie Alain Gresh in Le Monde Diplomatique januari 1999 en Majed Nehmé in Le nouvel Afrique Asie
5 Un Chief statements on Iraq. In: Arabic News.Com (http://www.arabicnews.com/ansub/Daily/Day/981209/1998120925.html op 6/09/2002)
6 The New York Post, 17 december 1998 geciteerd in: Alain: Gresh, ibidem
7 Iraq: We have no more patience with the sanctions. In: ArabicNews.com, 8 juni 1998 (
http://www.arabicnews.com/ansub/Daily/Day/980806/1998080607.html per 4/09/2002)
8 Majed Nehmé. Croisade Américain. In : Le Nouvel Afrique Asie, januari 1999
9 Scott Ritter: Facts needed before Iraq attack. interview met Scott Ritter. CNN.COM, 17 juli 2002 (
http://www.cnn.com/2002/WORLD/meast/07/17/saddam.ritter.cnna/ op 6 september 2002)
10 Majed Nehmé. ibidem
11 Michael Janssen. Denis Halliday: Iraq sanctions are genocide. In: Daily Star (Libanon), 7 juli 2000
12 De Groene Amsterdamer, 15 juli 2000
13 Catherine Vuylsteke. Het geweten van de VN. In: De Morgen, 1 april 2000
14 S/RES/1284 (1999). United Nations, 17 december 1999
15 Catherine Vuylsteke. Het geweten van de VN. In: De Morgen, 1 april 2000
16 Iraq’s weapons of mass destruction. The assesment of the british government, september 2002
17 Jonathan Broder. Arming Iraq. In : Nuclear Times, winter 1990-91
18 Norm Dixon. How he US armed Saddam Hussein with chemical weapons. In: Green Left Weekly, 28 augustus 2002; Patrick Tyler. Officers Say U.S. Aided Iraq in War Despite Use of Gas. In: The New York Times, 18 augustus 2002
19 William Norman Grigg. Arming Saddam. In: The New American, nr 7, 30 maart 1998; Stephanie Reich, ibidem
20 Stepahnie Reich. Slow motion holocaust. US Designs on Iraq. in: CovertAction Quarterly, nr. 72, lente 2002
21 William Norman Grigg. ibidem
22 Alain Gresh. Guerre sans fin contre l’Irak. Au mépris des Nations Unies. In: Le Monde Diplomatique, januari 1999
23 Warner D. Farr. The third temple’s holy of holies : Israel’s nuclear weapons. The Counterproliferation Papers No. 2, USAF Counterproliferation Center, Alabama, september 1999; Harold Hough. Could Israel’s nuclear assets survive a pre-emptive strike? In: Jane’s Intelligence Review, 1 september 1997
24 Michael Barletta en Christina Ellington. Israel’s Nuclear Posture Review. Center for Nonproliferation Studies, december 1998 (via: http://cns.miis.edu/research/wmdme/israelnc.htm
25 John Steinbach. Nuke Nation. Israel’s weapons of mass destruction. In: CovertAction Quarterly, april/juni 2001
26 Uzi Mahnaimi and Marie Colvin. Israel Developing an Ethno-Bomb. In: The Sunday Times, 15 November 1998
27 Weapons of Mass Destruction Capabilities and Programs. Zie: http://cns.miis.edu/research/wmdeme/israel.htm
28 Completing the Deterrence Triangle. In: Proliferation Brief, Vol. 3, nr 18, 29 juni 2000
29 Eliot A. Cohen, Michael J. Eisenstadt en Andrew J. Bacevitch. Jewish State Studies Atomic Arms Option After Founding. Washington Times , 12 augustus 1998
30 Dit ‘Memorandum of Agreement’ (13 oktober 1998) is te vinden op http://cns.miis.edu/research/wmdme/isrl_moa.htm
31 Ha’aretz, 25 augustus 1998
32 Michael Barletta en Christina Ellington. ibidem

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 51 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook