Hongarije, een broos model

Hongarije geldt nog meer dan Polen als een modelleerling in het examen voor toetreding tot de Europese Unie (EU). Hongarije kent de jongste jaren economische groeipercentages van 5 procent en staat erg ver met de privatiseringen. Dus… Een recent rapport van de VN-commissie voor Europa relativeert dat wel: Hongarije haalde slechts in 1998 opnieuw het productieniveau van 1989. Maar inderdaad, dat alleen al is in Centraal- en Oost-Europa een hele prestatie.

Hongarije was al onder het ‘communistisch’ regime klaargestoomd voor het kapitalisme. Vanaf het begin van de jaren ’80 kregen ondernemers veel meer armslag, er was bij de implosie van het regime in 1989 al een klasse van kleine en middelgrote ondernemers. Dat, de centrale ligging en de openheid van de nieuwe regering in het begin van de jaren ’90, maakten Hongarije in de jaren ’90 erg aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Van de rond 100 miljard dollar buitenlandse investeringen uit de jaren ’90 in de landen van het vroegere Sovjetblok, ging tot 1999 bijna de helft naar Hongarije.

In de periode 1990-1994 werd het politieke leven gedomineerd door het MDF, Hongaars Democratisch Forum, van Joszef Antáll. Die partij diende zich aan als een gematigde christen-democratische partij, maar in haar schoot was er een zeer sterke extreem-nationalistische strekking, geleid door de schrijver Istvan Csurka. Het MDF voerde campagne met landkaarten van ‘Groot-Hongarije’ en tegen ‘het onrecht van Trianon’. (Het Verdrag van Trianon van 1920 perkte Hongarije in tot de grenzen van vandaag).

Daardoor kwamen miljoenen etnische Hongaren buiten Hongarije te leven (Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen). Daarmee hielden de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog helemaal geen rekening met hun eigen principe (dat van de Amerikaanse president Wilson) dat de staatsgrenzen best samenvielen met de etnische samenstelling van de bevolking. De frustratie over Trianon werkte kort daarop de coup in de hand van de fascistische regent Horty.

Antáll wierp zich in 1990 op als de premier van alle Hongaren, ook die buiten de staatsgrenzen. Dat leidde tot heftige reacties in Roemenië en Slowakije die in "hun Hongaren" een vijfde colonne van het Hongaars irredentisme zagen. Maar intussen zetten de nationalisten de deur van de Hongaarse economie wijdopen voor buitenlandse kapitaalgroepen die snel enkele pareltjes van de Hongaarse economie voor een appel en een ei inpalmden. Er waren verscheidene affaires waarin bleek hoe Hongaarse compradores voor enkele stuivers uitverkoop hielden in ruil voor persoonlijk profijt. Zo waren hotels voor nauwelijks enkele percenten van de eigenlijke waarde aan buitenlandse groepen verkocht. De verontwaardiging leidde tot enkele correcties. Maar buitenlandse investeerders hadden wel begrepen dat er in Hongarije zaken te doen vielen.

De economische liberalisering had zware sociale gevolgen. Gezondheidszorg werd zeer duur, voor velen onbetaalbaar. In het oude regime hadden veel mensen twee of drie jobs, nu moesten ze er vier nemen om rond te komen. De sterke stijging van het aantal hart- en vaatziekten, vooral bij mannen tussen 30 en 60, werd door specialisten van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) toegeschreven aan de enorme stress op het werk en in het dagelijks leven.

Het misnoegen daarover speelde in de kaart van de ex-communisten, nu de Socialistische Partij. De SP won in de verkiezingen van 1994 een volstrekte meerderheid van de zetels, maar ging toch scheep met de liberale Vrije Democraten (SzDSz, vooral bestaande uit gewezen dissidenten) omdat ze zeer ruim wilden zitten om een soberheidbeleid te voeren. Ze droegen er wel zorg voor het economisch liberalisme "sociaal te corrigeren", zodat ze hun positie in de verkiezingen van 1998 min of meer konden handhaven, maar niet genoeg om weer een meerderheid te halen. Deze keer was het aan de beurt van Fidesz, de ‘Jonge democraten’ van Viktor Orban die samen met de ‘Partij van Kleine Eigenaars’ een rechtse regering vormde. Uitgesproken rechts, bleek sindsdien.

Dat heeft weinig te maken met het gewicht van die Kleine Eigenaars, want veel van de leiders van die partij raakten gecompromitteerd in schandalen rond corruptie en exorbitante uitgaven. Orban kan nu profiteren van de crisis van die partner en van de economische groei waardoor de werkloosheid is teruggelopen tot officieel rond zes procent. Maar hij loopt wel het risico dat hij bij de verkiezingen van volgend jaar voor de keuze zal staan: een alliantie met de uiterst-rechtse partij van Csurka, de MIEP, of een grote coalitie met de socialisten.

Die volgende regering hoopt de toetreding van Hongarije tot de EU af te ronden. Er blijven echter nog wel enkele problemen hangen.

  • Economisch:

De groei is ongelijkmatig verdeeld. Het zijn vooral de ondernemingen die profiteren, niet de massa van gewone burgers. Het gemiddeld loon van een Hongaarse arbeider is minder dan een tiende van dat van een Duitse arbeider, de levensduurte is nochtans niet zoveel lager meer. De ontgoocheling over het uitblijven van verbetering in het dagelijks leven is zeer groot. Er zijn ook talrijke plekken van armoede: in het oosten, waar veel zware industrie was, is de werkloosheid wel groot, de zigeuners hebben het veel moeilijker dan vroeger, bejaarden kunnen de gezondheidszorgen niet betalen, allerlei voordelen van vroeger zoals goedkope woningen en vakantie zijn weggevallen. Ondanks het relatief herstel is er ook een braindrain geweest die een hypotheek vormt op verdere ontwikkeling.

  • De minderheden:

Hongarije wordt op de vingers gekeken inzake zijn beleid tegenover minderheden. Orban heeft enkele vriendelijke uitlatingen gedaan, maar die zijn meer gericht naar de EU dan naar eigen land. De regering geeft wel toe dat er hier een reëel probleem is, want de Roma (zigeuners) – tussen 500.000 en 800.000 – worden wel degelijk gediscrimineerd. Tijdens het communistisch regime waren er een soort positieve discriminatie. In feite is die term wel erg positief voor wat het inhield, maar er waren toch ernstige inspanningen voor huisvesting, tewerkstelling, scholarisatie.

In maart ll. kende de Franse overheid politiek asiel toe aan twee Roma gezinnen die uit Hongarije waren ontvlucht en klacht indienden bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Op die manier gaf Parijs Boedapest een waarschuwing.

Begin mei publiceerde Jennö Kaltenbach, ombudsman voor de minderheden, een rapport waarin hij zijn grote ongerustheid over het politieke klimaat in Hongarije uit. Fidesz en MIEP zitten vaak in hetzelfde kamp, bij voorbeeld in de aanval op Laszlo Majtenyi, ombudsman voor dataprotectie, die aandringt op openheid van bestuur. Kaltenbach maakt zich zorgen over de toenemende aanvallen in de media op de Roma die als ‘anti-Hongaars’ worden afgeschilderd. In de scholen wordt nationalistische propaganda verspreid, het taalgebruik wordt steeds simpeler, de maatschappelijke domheid wordt groter, vindt de ombudsman.

  • Groot Hongarije:

In de aanloop tot het EU-lidmaatschap moet Hongarije zijn grenzen meer afsluiten met landen die niet in het koppeloton zitten of nog geen kandidaat zijn. Hongarije moet zijn grens met Oekraïne ‘beveiligen’, waardoor de banden moeilijker worden met de kleine Hongaarse minderheid in Oekraïne. Boedapest voerde onlangs weer een visumplicht in voor burgers van Oekraïne.

Veel gevoeliger liggen de relaties met Roemenië waar tussen 1,7 en 2,5 miljoen etnische Hongaren wonen. Roemenen moeten nog een visum hebben om naar EU-landen te reizen. Roemenië is een belangrijk land voor mensensmokkel. Het zit de Hongaren in Hongarije erg dwars dat met toetreding tot de EU de contacten met de Hongaren in Roemenië moeilijker dreigen te worden. Vandaar een ‘statuswet’ waarbij de etnische Hongaren buiten Hongarije een speciaal statuut zouden krijgen, tot woede van de betrokken landen.

Het is alleszins koren op de molen van de extreem-rechtse MIEP en Csurka die met vertrouwen de verkiezingen van volgend jaar tegemoet zien. Wat indien na die verkiezingen een antisemitische xenofobe partij als MIEP in de regering komt van een land dat nog maar kandidaat is voor de EU?

(Uitpers, juli-augustus 2001)

 

  • Profiel

Oppervlakte : 93.000 km²
Bevolking : 10 miljoen. Daalt met 20.000 per jaar door hogere sterfte bij volwassen mannen en laag geboortecijfer.
Levensverwachting : 71 jaar
Lid van Navo.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 52 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook