De forse nederlaag van Viktor Orban en diens Fidesz blokt de opmars van uiterst-rechts in Europa alvast af. Die opmars leek na de successen van de voorbije jaren – Italië, Slovakije, Tsjechië en andere – bijna onstuitbaar. Temeer daar er sinds vorig jaar grote politieke en financiële steun vanuit de VS kwam. Maar met de zware nederlaag van boegbeeld Prban, is het tij gekeerd. Voor lang?
Ommekeer?
De controle over de overheidsapparaten en de media, het manipuleren van de kieswet, het heeft allemaal niet geholpen. Het autoritarisme is omkeerbaar, dat is een grote opluchting. Misschien kan Trump daar lessen uit trekken, en liefst niet de verkeerde. Tot overmaat houdt Orban niet genoeg over om de nieuwe regeerders te kunnen dwarsbomen, zoals de reactionaire PiS in Polen wel kan en doet.
Is het elan van uitrst-rechts in Europa daarmee afgebroken? Hongarije is een gunstig voorteken. Maar laten we toch even afwachten wat de Tisza van Peter Magyar, tot twee jaar geleden trouw Fidesz-lid, de Hongaren brengt. Diverse opposities hadden zichzelf weggecijferd om van Orban te worden verlost, maar het politieke spectrum is meer dan Fidesz en Tisza.
Hoe dan ook, ontgoocheling in Moskou en Washington, ontgoocheling voor de Europese susterpartijen van Fidesz waaronder het Vlaams Belang. En dat is lekker meegenomen. Opluchting daarentegen in Brussel en Kiev natuurlijkj. Al is het ook hier toch even afwachten.
Kalender
Intussen kijkt Europa tegen een kalener en politieke situaties aan waarin uiterst-rechts nog sterk kan scoren. Het heeft nu nog regeringsleiders in Rome, Praag en Bratislava. Als kwatong kunnen we daar Brussel aan toevoegen, want de N-VA van premier De Wever is in het EU-parlement lid van de fractie ERC met het Pool;se PiS, het Spaanse Vox, het Italiaanse Fratelli d’Italia… Uiterst-rechts heeft een vinger in de pap in Finland en Zweden, mikt op regionale successen in Duitsland, staat nummer één in Oostenrijk en is in opmars in Bulgarije en Roemenië.
In Zweden komen er in september verkiezingen waarin de rechtse partijen nu al hebben aangekondigd dat ze de ultrarechtse Zweedse Democraten bij winst in de regering zullen opnemen.
Volgend jaar komen er parlementsverkiezingen in Polen en dat ziet er niet goed uit voor de huidige centrumcoalitie, wel voor diverse uiterst-rechtse partijen. Ook volgend jaar hoopt de Italiaanse premier Giorgia Meloni haar meerderheid te bevestigen, al was haar verlies bij het recente referendum over justitie een hoopvol teken dat ze ook kan verliezen.
Er zijn natuurlijk de Franse presidentsverkiezingen over een jaar. Bij de huidige stand van zaken maken Marine Le Pen en Jordan Bardella van het Rassemblement National (RN) de grootste kans op winst. Frankrijk in handen van uiterst-rechts, dat zou de nederlaag van Orban meer dan compenseren.
Buiten de EU is er ook nog de opmars van Nigel Farage’s ReformUK in het Verenigd Koninkrijk. De manier waar Keir Starmer en Labour regeren steken hem een handje toe, maar de grote groei van de Green Party schept dan weer hoop dat Farage’s succes niet onafwendbaar is.
Er is dus nog hoop. Tot spijt van Vladimir Poetin, Donald Trump, JD Vance en hun Europese vrienden.

