Hongaarse regering misbruikt corona-crisis om dissidentie te onderdrukken

Op 30 maart 2020 introduceerde de populistische Hongaarse premier Viktor Orbán een wet, bijgenaamd ‘de Coronaviruswet’, die hem uitzonderlijke bevoegdheden geeft in deze crisistijd.

Het gaat om een vrijgeleide voor een autocratisch bestuur per decreet, zonder ingebouwde einddatum. Hoewel de Coronaviruswet de regering de macht geeft om het parlement volledig te omzeilen, werd ze zonder enig probleem goedgekeurd aangezien de rechts-conservatieve partij van Orbán, Fidesz, de parlementaire meerderheid heeft.
Het was voor de invoering van de wet al duidelijk voor de oppositie dat de Hongaarse regering haar noodbevoegdheden zou misbruiken om onder meer dissidente stemmen te muilkorven en bepaalde rechten in te perken. Sinds Orbán 10 jaar geleden verkozen werd tot premier voert hij een kruistocht tegen de onafhankelijke Hongaarse media en iedereen die kritiek heeft op zijn beleid. De huidige pandemie leverde hem in de vorm van de Coronaviruswet een ideaal instrument om zijn greep op de pers te vergroten. Ze belooft gevangenisstraffen van twee tot vijf jaar voor iedereen die “feiten verdraait” of “valse informatie” publiceert. Journalisten die zich kritisch uitlaten over de manier waarop de regering de huidige crisis aanpakt, hangt nu dus opsluiting boven het hoofd.

Klassebeleid

Er zijn nochtans redenen genoeg om kritiek te hebben op het corona-beleid van de Hongaarse regering. De openbare gezondheidssector bevindt zich in zeer slechte staat na decennia van systematische bezuinigingen en onderfinanciering. Zo beschikt het onderbemande en onderbetaalde gezondheidszorgpersoneel over te weinig beschermend materiaal (maskers, handschoenen, …).
Verder past Orbáns antisociale reactie op de COVID-19 pandemie perfect in zijn beleid dat de rijken bevoordeelt. De maatregelen ter bestrijding van de onvermijdelijke recessie die gepaard gaat met de corona-pandemie zijn allemaal gericht op de hoge klasse en hogere middenklasse van de Hongaarse maatschappij. Het economisch plan concentreert zich op het redden van ondernemingen en het grootste deel van de steun voor individuen bestaat uit belastingkredieten. Mensen zonder inkomen hebben uiteraard niets aan deze vorm van steun. Werknemers en arbeiders die getroffen worden door de crisis krijgen amper financiële tegemoetkomingen. En terwijl hypothecaire leningen worden opgeschort, zijn er geen maatregelen die huurders helpen. Zij moeten elke maand huur blijven betalen. Het Europees Verbond van Vakverenigingen schreef begin april een protestbrief gericht aan Orbán waarin aangeklaagd wordt dat hij de arbeidersklasse aan haar lot overlaat in deze crisis.

Land in oorlog

In de meest recente persvrijheidsindex (2019) samengesteld door ‘Reporters Without Borders’, stond Hongarije op de tweede laatste plaats van minst persvrije landen in de EU (alleen Bulgarije doet nog slechter). Kritische Hongaarse journalisten stellen dat de nieuwe Coronaviruswet de objectieve rapportering over de pandemie veel moeilijker maakt en nog meer zelfcensuur in de hand werkt uit vrees voor rechtszaken. In de eerste week van april werd de wet al ingezet om journalisten de toegang tot bepaalde informatie te weigeren en hen te bedreigen. Vooral op de sociale media is er een duidelijke stijging van dreigende commentaar. Het officiële discours luidt dat het land “in oorlog” is en dat critici zich in het kamp van het virus bevinden als ze zich tegen de speciale bevoegdheden van Orbán keren.

Corona-wet als dekmantel

Daarnaast blijkt de nieuwe Coronaviruswet, zoals op voorhand werd gevreesd, ook een dekmantel te zijn voor de invoering van allerlei restrictieve maatregelen die helemaal niets te maken hebben met de huidige pandemie. Zo breidde Fidesz haar controle over de culturele sector al uit door de raad van toezicht voor theaters te bevolken met door de regering aangeduide leden. Deze demarche past in de strijd van Orbán tegen de artistieke onafhankelijkheid of de “liberale culturele hegemonie”. Verder werd van de wet gebruik gemaakt om de constructie door te duwen van een nieuw museum in een van de grootste parken van Boedapest, een persoonlijk project van de premier waar de burgemeester van de hoofdstad zich tegen verzette. Documenten gerelateerd aan de constructie van een nieuwe treinlijn naar Belgrado -een megaproject waarvan vermoed wordt dat er vriendjespolitiek mee gemoeid is- worden dankzij de wet 10 jaar geheim voor het publiek. Op 31 maart, één dag na de goedkeuring van de Coronawetgeving en op de Internationale Dag voor Transgender Zichtbaarheid, werd ook een verbod ingevoerd om van geslacht te veranderen. Het is nog niet duidelijk wanneer en of Orbán zijn huidige speciale bevoegdheden terug zal afstaan, maar het is zeker dat minstens een deel van de recent ingevoerde regressieve maatregelen, zal behouden worden.

Respons

De Hongaarse oppositie heeft zich proberen verzetten tegen de nieuwe wetgeving via een online demonstratie waaraan 100.000 mensen deelnamen. Op Europees niveau liet de Commissie weten dat het de Hongaarse Coronaviruswet “onderzoekt”. Op woensdag 1 april kwamen 16 EU-lidstaten naar buiten met een verklaring die bezorgdheid uitdrukt over bepaalde noodmaatregelen die ingevoerd worden in deze crisistijd. Hoewel de Hongaarse Coronaviruswetgeving duidelijk de aanleiding vormde voor dit statement, werd nergens letterlijk naar Hongarije verwezen. In een sterk staaltje van ironie liet Hongarije via zijn minister van Justitie weten dat het dit initiatief “om te verzekeren dat de fundamentele waarden van de Unie gehandhaafd blijven”, mee onderschrijft.
Dit artikel verscheen eerder op Vrede.be

Over Soetkin Van Muylem

Lees ook