Hoe steden de wereld veranderen

Jeb Brugman, De Stad 2.0, Hoe steden de wereld veranderen, Business, Amsterdam, 2009, 355 blz. ISBN 9789047002499

 

 

 

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden. Dat is voor het eerst in de geschiedenis. Tegen 2040 zal ongeveer twee derde van de mensheid in steden leven. Het is geen nieuw gegeven, maar de bekende planoloog Jeb Brugmann (°1959) benadrukt deze trend om de stelling in zijn boek De stad 2.0. te bewijzen: steden kunnen de wereld veranderen

In 1999 begon Jeb Brugmann aan een inventarisatie van tien jaar werk van duizenden urbanisten, die probeerden de nieuwe mondiale agenda voor duurzame ontwikkeling te vertalen in praktijken van stadsplanning en -management. Het was een uitvloeisel van Lokale Agenda 21 die gelanceerd werd tijdens de VN-top over milieu en ontwikkeling in 1992. Het werd het grootste van vele experimenten uit de afgelopen vijftien jaar om beter inzicht te krijgen in progressieve stedelijke transformaties. Meer dan 10.000 steden in 115 landen werden erbij betrokken. Brugmann bezocht er heel veel van en woonde zelf op verschillende plaatsen in de wereld, waaronder New Jersey, Bangalore en nu in Toronto. Deze kosmopoliet weet dus waarover hij schrijft. Brugmanns werk werd financieel gesteund door de regeringen van Australië, Brazilië, Canada, Colombia, Finland, Duitsland, Japan, Nederland, Zuid-Afrika, Engeland en ook door de EU, UNDP, UN-Habitat, de Wereldbank, honderden gemeentes en een groot aantal privé ondernemingen.

Een ‘googleblik’

Brugmanns uitgangsstelling is revolutionair. De belangrijkste huidige mondiale veranderingen zijn geworteld in een meer lokale, materiële transformatie, namelijk de omschakeling van samenlevingsopbouw binnen een bepaald gebied of binnen bepaalde grenzen naar samenlevingsopbouw (en de strijd om die onder controle te krijgen) binnen bepaalde woonblokken. De stedelijke strategie die hij ontwikkelt, begint op het niveau van bepaalde wijken en straten en breidt zich uit tot netwerken van steden die zich rond een gemeenschappelijk doel scharen.

In een mooi hoofdstuk “Het onwaarschijnlijke leven van een stukje stad” beschrijft hij met een ‘googleblik’ zijn stadsbuurt in het Canadese Toronto: “Onze curieuze buurt lijkt op vele stadsbuurten over de hele wereld die we vanzelfsprekend vinden. Gezichten en spelers mogen verschillen, maar de dynamiek van dit stukje Toronto verschilt waarschijnlijk nauwelijks van de dynamiek die je in jouw buurt kunt waarnemen vanaf het dak van je huis of kantoor. Het is de dynamiek van de snel veranderende wereldorde, die ik voorstel simpelweg de Stad te noemen, zoals we ook spreken over de ijskappen, de steppen, de regenwouden of de zeeën.” (p. 34)

Mondiaal Stadssysteem

Zoals uit het vorige citaat blijkt, gebruikt Brugmann stad en Stad in een zeer eigen betekenis: stad met een kleine letter is een aaneengesloten stedelijk gebied en Stad met een hoofdletter gebruikt hij om de uitgestrekte geografie aan te duiden die steden gezamenlijk vormen door hun import van mensen en hulpbronnen uit landelijke gebieden en hun onderlinge uitwisseling van handel, scheepvaart, reizen, financiën en informatie. De periode van de natiestaat en van individuele bedrijven heeft afgedaan. In de plaats daarvan verschijnen steden en hun netwerksystemen op het toneel. Zij worden volgens hem de nieuwe commandocentra van een mondiaal Stadssysteem. Brugmann onderscheidt vier basiselementen van wat hij het stedelijk voordeel noemt. Dichtheid, schaal, associatie en expansie zijn volgens hem de drijvende krachten achter de groei in ieder stukje stad. Als men de dynamiek van het stedelijk voordeel verkeerd inschat kan dat zeer pijnlijke politieke gevolgen hebben. Dat overkwam het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime toen het de steden probeerde te monopoliseren. De dichtbevolkte, grootschalige townships van barakken en krotten aan de rand van de steden, creëerden niet te onderdrukken krachten van stedelijke associatie.

Bidonville als meerwaarde

Opmerkelijk is dat Brugmann niet alleen steden uit het Noorden bezoekt, maar dat hij ook heel wat inspiratie haalt uit de vaak bizarre stedelijke ontwikkelingen die zich in het arme Zuiden voordoen. De dynamiek en de krachten die zich daar van onderuit ontwikkelen neemt hij in zijn boek als voorbeeld. In de typische armenwijken van Azië, Latijns-Amerika of Afrika doen zich volgens hem gelijkaardige ontwikkelingen voor. De eerste plattelandsmigranten arriveren er doorgaans zo arm als een kerkrat, maar zij beginnen van meet af aan ‘meerwaarde’ op te bouwen. Brugmann beschrijft die ‘meerwaardevorming’ zo. “De eerste strategie voor stedelijk voordeel is landinvasie: het feitelijk in beslag nemen van ongebruikte, vaak laagwaardige grond op steile hellingen, in overstromingsgebieden of in moerassen. De landbezetting gaat vaak over in informeel landbezit. Ook als zich natuurrampen of gewelddadige sloop voordoen, kunnen ze zich als gemeenschap van illegale landbezetters organiseren, de sloppenwijk op een minder riskante plek herbouwen en een start maken met investeringen om van de woestenij stabieler bezit te maken. De jaren daarna komen er werkplaatsen bij of verdiepingen die verhuurd worden. Dan gaan de georganiseerde sloppenbewoners wegen bouwen, collectieve water- en sanitaire voorzieningen aanleggen en voorlopige diensten organiseren zoals een vuilnisophaaldienst of een vrijwillige brandweer. Ze veranderen een marginaal stukje grond in een aanwinst waar uiteindelijk een behoorlijke marktprijs voor te krijgen is, hetzij via een legale transactie, hetzij via de parallelle markt via de ondergrondse economie.” (p. 72-73)

Strategische steden

De groei van die bidonvillesteden beschrijft hij niet alleen in zijn algemeenheid, maar hij maakt ook uitvoerige en zeer gedocumenteerde casestudies van onder meer het stadsdeel Dharavi in Mumbai en hoe het huidige Rio de Janeiro met haar favela’s omspringt. Hij beschrijft ook zeer gedetailleerd hoe steden als Barcelona, Chicago en Curibita (Brazilië) zich ten goede hebben ontwikkeld. Hij noemt het ‘strategische steden’ omdat zij hun beleid, instituties en praktijk zodanig op elkaar hebben afgestemd dat ze in de loop van de decennia de groei hebben kunnen richten op breedgedragen strategische doelen. Daar zit hem volgens Brugmann ook het verschil tussen planologie en urbanisme. Planologie gaat uit van de veronderstelling dat we een bepaald doel willen bereiken. Een urbanist zal zich daarentegen de vraag stellen ‘hoe willen we dit doel bereiken?’ Het uitgangspunt van een goede strategische praktijk is volgens Brugmann dat je voortdurend de lokale waarden die de keuzen, gedragingen en gebruiken van de burgers bepalen, formuleert en evalueert. Zo kan men komen tot een ‘gedeeld voordeel’. Hij citeert met instemming de Barcelonees Jordi Campillo: “De bouw van de stad is niet iets wat de stad van bovenaf oplegt, maar berust op consensus.”

In Vlaanderen is men nog lang niet doordrongen van die wijsheid, want anders had men de groei naar een megaproject als dat van de Oosterweelverbinding wel anders aangepakt.

Charmant naïef

Stedelijke strategie begint met het geloof dat progressieve transformaties in onze steden mogelijk zijn. Dat geloof is bij Brugmann zeer sterk aanwezig. Ook zijn geloof in de waarde van strategisch denken in verband met innovatieprocessen op microniveau die op termijn ook op macroniveau hun effecten kunnen hebben. “Als we maar eenmaal leren hoe we de groei van onze steden moeten ontwerpen, besturen en beheren, kunnen we ook oplossingen bedenken voor de vele mondiale problemen waarmee we geconfrontreerd worden.” (p. 25)

De stad 2.0 is hoe dan ook een inspirerend en goed geschreven boek van een visionair iemand, die met zeer overtuigende journalistieke reportages en interviews zijn stelling probeert te bewijzen.

Als de neuzen van de verschillende belangengroepen maar in dezelfde richting kijken en zich herkennen in de stedelijke veranderingen waaraan zij mee participeren, dan komt het wel goed met deze wereld. Misschien moet je toch een Noord-Amerikaan zijn om met zoveel charmante, maar toch ook wel naïeve verve dat uitgangpunt te verdedigen. Steden zullen zeker een almaar belangrijkere rol gaan spelen in het leven van de bewoners van deze planeet, maar indien de ongelijke verdeling van de rijkdommen onverminderd blijft voortbestaan – nergens in zijn boek spreekt Brugmann over scheve sociaal-economische verhoudingen – zal het mondiaal Stadssysteem van de toekomst ook daarvan een afspiegeling blijven.

(Uitpers nr. 123, 12de jg., september 2010)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=911423&refsource=uitpers

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).