In 1950 schreef Miguel Angel Asturias, Nobelprijs Literatuur 1967, het volgende: “Zij kronkelden over de grond, bleke ratten in witte pakken, hun bijziende ogen afgeschermd met een bril, wankelend door hun wiebelende huizen die elk ogenblik dreigden te worden weggeveegd. Zij zochten al wie zich tegen hun plannen verzetten, wie hen in overleg met hogere machten trotseerden, te vernietigen, niettegenstaande alle voorzorgsmaatregelen die waren genomen.” Ik citeer uit het eerste deel van de ‘Bananen-trilogie’, Viente fuerte (De Storm). In het tweede deel, El Papa Verde (De groene Paus, 1954), over de algemeen beheerder van de Yankee Fruit Company, lees ik: “… er was een andere god gekomen. De dollar. Een andere religie: die van de grote stok (big stick).”
Merkwaardig dat nu, met de oorlog die de VS en Israël zijn begonnen tegen Iran, lieden zich verbeelden – sommigen zijn zelfs als historici geschoold – dat er een nieuw tijdperk in de internationale politiek is aangebroken. Nieuw? Hoezo? Hoeveel vergetelheid kan een mens verdragen?
In 2003 (herdruk 2005) schreef de Bulgaarse cultuurfilosoof Tzvetan Todorov een essay, Le Nouveau Désordre mondial, waarin hij een analyse geeft van de ‘grote stok’ politiek van de VS. Een land en een volk plat bombarderen om er zogezegd democratie te brengen.
Wat de ploeg van Donald Trump, zowel in Venezuela als in Iran, uitvoert is in niets verschillend van wat de ploeg van George W. Bush in 2003 heeft gedaan. Beter: het gaat om hetzelfde imperiale beleid. De rechtvaardiging van de oorlog tegen de soevereine staat Iran door de ploeg van Trump is precies dezelfde als die welke werd vooruitgeschoven door Bush en zijn medewerkers. Iran (eerder was het Irak): een gevaar voor de wereld, omdat het land zou kunnen beschikken over een dodelijk wapenarsenaal. Iran: een staat die met zijn regime een gevaar is voor de eigen bevolking. Die twee zaken samen, zo meent een VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties, rechtvaardigen de oorlog ten bate van de mondiale veiligheid.
Oud verhaal
Het is een ‘verhaal’ dat méér dan honderd jaar oud is, het verhaal van de imperiale politiek die steunt op wat Todorov neo-fundamentalisme noemt. In een officieel document van het Witte Huis, 20 september 2002 – The National Security Strategy – wordt deze ideologie schaamteloos helder onder woorden gebracht: macht (de grote stok) gaat boven recht.
In het document leest men (Todorov citeert het): “Vandaag houdt de mensheid de mogelijkheid in haar handen om de triomf van de vrijheid op haar vijanden te verzekeren. De Verenigde Staten zijn trots op de verantwoordelijkheid die hen toevalt om deze belangrijke missie te volbrengen.” Fundamentalisme omdat de VS zich beroepen op een absoluut Goed dat zij willen opleggen aan allen. Neo, schrijft Todorov, omdat het niet meer om God gaat, maar wel om de Noord-Amerikaanse opvatting van een liberale democratie.
De schrijver van dit essay heeft al in 2003 de ideologie van de huidige Trump-minister van oorlog, Hegseth én van die VS-ambassadeur bij de VN ironisch omschreven: “De recente geschiedenis (= 2003!) van de VS toont dat de dreiging van demagogie, manipulatie van de publieke opinie, ondoorzichtigheid van beslissing en bestuur niet noodzakelijk denkbeeldig is.” En hij formuleert een vraag waarop het antwoord duidelijk is: “Is het nastreven van wereldhegemonie door preventieve oorlogsvoering het beste middel om onze veiligheid te garanderen een onze belangen te verdedigen?” Het antwoord is neen. Zoals in 2003 is gebleken, en zoals opnieuw zal blijken, als het al niet is gebleken.
De door de VS beoogde doelen werden en worden niet bereikt, maar wat wel wordt bereikt zijn privé-doelen, met name de consolidatie van de zakelijke belangen van een imperiale mogendheid. “De rechtvaardiging van de oorlog vanuit het doel een democratie in te stellen is niet alleen ontoereikend op zich, het is simpelweg een bedrog waarachter een traditioneel doel is verborgen: nationaal belang.”
Wat Todorov in 2003 analyseerde, werd ten andere al in 1967 door Hannah Arendt aan de orde gesteld. In het ‘Voorwoord’ van het tweede deel van haar The Origins of Totalitarianism, vermeldt zij de uitspraken van Allan W. Dulles, hoofd van de CIA, die in 1957 in een lezing vertelde: “De regering (van de VS) moet het vuur met vuur bestrijden. Daarom is het legitiem om subversief te zijn, te manipuleren en geweld te gebruiken, ten gunste van de geheime interventie in aangelegenheden van andere landen.”
Continuïteit
In die zin is wat Trumps tattoo minister van oorlog recent uitkraamde – het is zijn versie van tout est permis, tout est possible, kortom sla erop los en stoor u niet aan regels en wetten – een napraten van wat de CIA-boss ongeveer zeventig jaar eerder verkondigde. Nieuw? Neen. Continuïteit. Ja. Voorzetting van hetzelfde.
Het is niet onbelangrijk te weten dat zowel Allan W. Dulles als zijn oudere broer John F. Dulles, samen met de toenmalige VS vicepresident, Henry Cabot Lodge, zetelden in de beheerraad van de United Fruit Company. Dat is de VS-imperiale onderneming die met succes aanstuurde op de door de CIA ondersteunde en VS georganiseerde militaire coup van 1954 (operatie PBSUCCESS), tegen de democratisch verkozen sociaaldemocratische georiënteerde president van Guatemala, Jacobo Árbenz Guzmán. Om er een dictatuur te vestigen.
Kortom, keurige toepassing van de oude en beproefde ‘grote stok’ (big stick) religie, zoals Miguel Angel Asturias het heeft genoemd, en die een tegendraadse Noord-Amerikaanse socioloog C. Wright Mills ertoe heeft gebracht zijn Listen Yankee te schrijven. Met een paradox: ‘de geschiedenis herhaalt zich niet. Eerst als een tragedie. Daarna nog eens. En vervolgens nog eens.’ Wellicht de reden dat historisch geschoolde lieden verkiezen vergetelheid te cultiveren. Ook dat is ten andere historisch.
Ronald Commers, ere gewoon hoogleraar Universiteit Gent

