Hoe ethisch, humaan en groen is het geel-blauwe IKEA?

Olivier Bailly, Denis Lambert, Jean-Marc Caudron, Jérôme Chaplier, ‘IKEA: een model op losse schroeven’, Oxfam-Magasins du Monde, Waver, 2007, 109 blz., 15 euro.

Oxfam-Magasins du Monde, de Franstalige zus van de Oxfam- Wereldwinkels, zet een fijne traditie voort. Na kritische analyses van de confectie- en textielindustrie en van speelgoedgigant Walt Disney (1) leggen de Franstalige wereldwinkeliers de multinational van het instapklare wonen, IKEA, even onder het vergrootglas.

Ikea is het kind van de Zweedse ondernemer Ingvar Kamprad. In 1926 is die midden in de Zweedse bossen geboren in het godvergeten dorp Agunnaryd. Op zijn vijfde boekt de kleine Ingvar Kamprad zijn eerste winst. Hij koopt luciferdoosjes om de zwavelstokjes per stuk door te verkopen. Op zijn zeventiende sticht hij het postorderbedrijf Ikea. De naam bestaat uit de eerste letters van zijn voornaam en familienaam, aangevuld met de E van Elmtaryd (de familieboederij waar hij is opgegroeid) en de A van Agunnaryd, zijn geboortedorp. Elke adept van de vrije markteconomie zal het niet zonder afgunst beamen: Ikea is een succesverhaal. In 1994 realiseerde de groep een zakencijfer van 3,3 miljard euro, in 2005 bedroeg dit al 14,8 miljard euro of een stijging van 400%.

Het verkoop- en productiemodel is even eenvoudig als geniaal. Ikea is de onbetwiste kampioen van het kant-en-klare wonen. De geel-blauwe Ikeavestigingen zien er overal ter wereld hetzelfde uit. Dezelfde showrooms, dezelfde cafetaria’s met dezelfde Zweedse gehaktballen op het menu, dezelfde ballenbaden voor de kinderen van de klanten, dezelfde meubelen, dezelfde wijnglazen en keukenbenodigdheden.

Produceren tegen de scherpste prijs is het motto. Dat heeft Ikea jarenlang gedaan door een intense samenwerking met de communistische staten Polen, Hongarije, China, Tsjechoslovakije of de Sovjetunie. Grondstoffen (hout voor de Ikeameubelen bijvoorbeeld) waren er helemaal niet duur, de loonkost verwaarloosbaar. Een van de populaire keukenstoelmodellen van Ikea uit de jaren tachtig werd in de voormalige DDR vervaardigd door gevangenen.

Door de jaren heen heeft de Zweedse onderneming zijn aantal toeleveringsbedrijven steeds verder uitgebreid in de lageloonlanden van deze wereld.

Het motto (en het imago) van Ikea is de filantropie zelve: ‘een beter dagelijks leven voor de grote massa’. Neem de proef op de som en ga eens na in je eigen familie-, vrienden- en kennissenkring: je zal er nauwelijks iemand aantreffen die geen Ikeaproduct in huis heeft. Het klinkt als een niet te verifiëren stadslegende, maar één Europese baby op tien zou verwekt zijn in een Ikeabed. Ikea is aanwezig in vierentwintig landen van Europa, Australië, Noord-Amerika en Latijns-Amerika. En Ingvar Kamprad en de zijnen staan klaar om ook de gigantische Russische en Chinese markten te bestormen. Alleen Afrika valt buiten het gezichtsveld van deze Zweden. Afrikanen verdienen te weinig voor ‘het betere dagelijkse leven’ dat Ikea in de aanbieding heeft.

Een zelfverzonnen verhaal

Ingvar Kamprad en Ikea zijn synoniemen. De voormalige Zweedse luciferverkoper heeft eigenhandig het hele Ikeaconcept bedacht en samen met een handvol getrouwen is hij ook de uitvinder van een uiterst efficiënte communicatiestrategie. Telkens als Ikea in opspraak komt met minder frisse praktijken, geven de baas en zijn getrouwen toe dat er fouten zijn begaan en ‘dat er nog werk aan de winkel is’. Niet alleen de verkoopstrategie, ook de communicatiestrategie van de Zweedse multinational, blijkt bijzonder succesvol. Ikea verzint zijn eigen verhaal, slaat af en toe mea culpa, belooft beterschap en het grote publiek slikt het. Ikea heeft een uiterst positief imago, hoe onterecht ook.

In 1994 krijgt Ingvar Kamprad er lucht van dat een Zweedse journalist zijn weinig frisse pro-naziverleden op het spoor is gekomen. Kamprad heeft van 1941 tot 1950 – negen jaar lang – zeer vriendschappelijke banden onderhouden met Per Engdahl, de leider van de Zweedse nazi-beweging. De Ikeabaas voelt dat zijn imperium beschadigd dreigt te worden en gaat over tot een mea culpa. Op de Zweedse televisie bekent hij met tranen in de ogen zijn ‘jeugdzonde’, hij schrijft een brief aan alle Ikeamedewerkers en in zijn officiële biografie laat hij zelfs twaalf bladzijden opnemen over deze zwarte episode in zijn leven. “Deze vriendschap is het stomste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan”, zo luidt het. Hij neemt zonder enige moeite afstand van elk fascistisch of racistisch gedachtegoed. Kamprad herinnert eraan hoeveel liefde hij koesterde voor zijn Duitse grootmoeder, valt zonder enige reserve het antisemitisme van zijn vader zaliger aan. In zijn biografie verandert dit mea culpa al snel in zelfbeklag van een man die zich ten onrechte aangevallen voelt: “Ik heb me dikwijls afgevraagd wanneer een oude man erop mocht hopen dat zijn jeugdzonden vergeven worden. Zag dan niemand de spijt en de wroeging die ik over deze fouten had? Is het een misdaad om opgevoed te zijn door een Duitse grootmoeder en vader? Ik herhaal: wanneer worden een grijsaard de dwalingen uit zijn jeugd vergeven?”

Wanneer Kamprad het bij het begin van de jaren vijftig te druk krijgt met zijn florerende zaken om zich nog langer in te laten met zijn nazi-idool Engdahl, is hij al lang geen kwajongen of naïeve, door liefde verscheurde snotneus meer: hij is dan vierentwintig…

Maar Kamprads mediastrategie werkt. Telkens als zijn bedrijf in een kwalijk daglicht komt te staan, wordt er opgebiecht dat het een lieve lust is. ‘Fouten’ worden steevast toegegeven en meteen weer vergoelijkt. Ikea weet niet alleen zijn winstcijfers te behouden ook zijn maagdelijkheid.

De auteurs van het boek maken een behoorlijk indrukwekkende lijst op. In de pers duiken verhalen op over Ikea dat illegaal gekapt hout tot meubelen laat verwerken. Geen nood: het bedrijf kondigt aan dat aan het probleem gewerkt wordt en neemt zelf contact op met Greenpeace en het WWF. Enig probleem: Greenpeace of WWF hebben geen enkele reële controle op de praktijken van de Zweedse multinational en moeten zich beperken tot de vrome vaststelling dat het met Ikea weliswaar traag maar de goede weg opgaat.

In Denemarken en Duitsland wordt aangetoond dat bepaalde plankjes bij Ikea een belangrijke hoeveelheid kankerverwekkende formaldehyde bevatten. Komt in orde, zeggen de bonzen van Ikea. Ze nemen dokter Karl-Henrik Robert, een kankerspecialist en in 1989 oprichter van de organisatie Natural Step, bij de arm. Hij begeleidt de ‘ecologische politiek’ van het bedrijf. Maar voor het overige blijven pottenkijkers liefst uit de buurt.

Sommige Ikea-producten zijn het resultaat van kinderarbeid? Er wordt gepraat met UNICEF en Save The Children. Sinds 2000 heeft Ikea zelfs een eigen gedragscode (IWAY), die onder meer moet garanderen dat zijn toeleveranciers geen kinderen tewerkstellen, hun werknemers correct betalen, geen illegaal gekapt hout gebruiken… Enig probleem: Ikea controleert de naleving van de IWAY-regels zelf. Kampvard en de zijnen zijn paternalisten van het zuiverste water: wie anders dan een oplettende vader kan over al zijn kindertjes waken?

Maar de truc werkt en Ikea komt telkens goed weg met het zelfverzonnen verhaal over transparantie, menslievendheid en milieubewustzijn.

Transparantie

Wie het boek ‘Ikea: een model op losse schroeven’ leest, zal zich allicht de vraag stellen waarom er niet minder dan vier auteurs nodig waren voor een tekst van iets meer dan honderd bladzijden. Het antwoord ligt bij Ikea zelf. Het bedrijf is zo doorzichtig als een olietapijt op de oceaan na een ramp met een olietanker.

“Niets is minder transparant dan Ikea,” stellen de auteurs. “Als niet-beursgenoteerd bedrijf is de maatschappij gebouwd op een ondoorzichtige structuur waar niets van doorsijpelt. Zo is het onmogelijk te weten te komen wie er eigenaar van is, onmogelijk om details van rekeningen te bekomen, onmogelijk om een geconsolideerde balans te bekijken, onmogelijk om een zicht te krijgen op de activa en investeringen van de maatschappij.

“Eenvoud is bij ons een mooie traditie”, schreef Ingvar Kamprad ooit. Maar dat geldt niet voor de structuur van zijn bedrijf. In 1973 richt hij in Zwitserland een stichting op en daarna vestigt hij in diverse landen filialen. Toevallig staten met een erg ondoordringbare fiscale ‘transparantie’: Zwitserland, Panama, de Nederlandse Antillen of Luxemburg. Daarnaast bestaat ook nog de Stichting Ikea Foundation in Nederland, zij is houder op naam van de naamloze vennootschap INGKA Holding, waaronder alle Ikeabedrijven gegroepeerd zijn (en die zoals de Nederlandse wet dat voorschrijft over een INGKA Foundation beschikt, een stichting met caritatieve doelstellingen). En voorts is er nog Inter Ikea Systems met zetel in het Nederlandse Delft, overkoepeld door Inter Ikea met zetel in het Belgische Waterloo. Er bestaat niet één analist die in deze mist zijn weg nog vindt. Volgens The Economist van 11 mei 2006 is de INGKA Foundation goed voor een netto balans van 36 miljard euro, een stevig bedrag voor wie het vergelijkt met de Bill Gates Stichting die 26,9 miljard dollar kan voorleggen. Volgens Bertill Torekull, één van de grootste bewonderaars van Ingvar Kamprad en Ikea en auteur van een hagiografsch boek ‘De saga van Ikea’, kennen slechts twee mannen de details van de structuur van Ikea, de twee topverantwoordelijken Hans Skalin en Per Ludvigsson. Slechts twee mannen die weten hoe een bedrijf waarin 90.000 mensen werken in elkaar zit… “Het is een voorbeeld van transparantie voor een bedrijf dat niets te verbergen heeft”, zo merken de vier Oxfam-auteurs niet zonder sarcasme op.

Zij zijn in India eens gaan kijken hoe het er bij sommige toeleveranciers van Ikea aan toegaat. De lonen zijn er tot het strikte minimum beperkt en van een vakbond is er nergens een spoor te bekennen. In 1998 na berichten over mensonwaardige omstandigheden bij Ikea-onderaannemers in Roemenië, dreigde de International Federation of Building and Wood Workers (IFBWW) met een boycot tegen de Zweedse multinational. Daarop ondertekende Ikea een raamakkoord met deze internationale vakbondsfederatie. Wantoestanden zullen in de toekomst worden onderzocht, maar de buitenwereld mag het niet weten…

‘Ikea: een model op losse schroeven’ is een erg nuttig boekje voor al wie toch niet aan de verleiding kan weerstaan om op zaterdag bij Ikea langs te gaan met één aankoop in gedachten en een volle winkelkar bij de kassa.

(Uitpers, nr 85, 8ste jg. , april 2007)

‘Ikea: een model op losse schroeven’ is te koop in de Oxfam-Wereldwinkels of kan besteld worden bij Oxfam-Magasins du Monde, rue Provinciale, 285, 1301 Waver (010/43.79.50 / mdmoxfam@mdmoxfam.be / www.madeindignity.be)

Noot:

(1) Carole Crabbé, ‘De mode uit de doeken. Twaalf vragen over werken in de textielconfectie’ (1998) en Carole Crabbé en Isabelle Delforge, ‘Speeltjes van de globalisering. Walt Disney allesbehalve een sprookjeswereld’ (2002).