“Ik schreef dit boek in de hoop een nationaal debat op gang te brengen over het gevaar van desinformatie en hoe we dat kunnen bestrijden. Door de geschiedenis heen hebben autoritairen desinformatie gebruikt om de macht van het volk over te nemen. Als voormalig aanklager voor nationale veiligheid zie ik hoe egoïstische krachten ons land saboteren. … Desinformatie is bedoeld om een sterke emotionele reactie op te roepen, om ons naar extremere standpunten te drijven. … Het gesprek dat ik voorstel is geen debat over Democratische en Republikeinse politiek. Het gaat over de essentiële behoefte aan waarheid in zelfbestuur”, stelt Barbara McQuade op pagina 13 van haar New York Times Bestseller ‘Attack from Within. How Disinformation is Sabotaging America’. Volgens haar is de Amerikaanse samenleving meer gepolariseerd dan ooit tevoren. “We worden strategisch uit elkaar gedreven door desinformatie – het opzettelijk verspreiden van leugens vermomd als waarheid”.
Barbara McQuade is hoogleraar aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Michigan, waar ze strafrecht en nationaal veiligheidsrecht doceert. Ze is tevens juridisch analist voor NBC News en MSNBC. Van 2010 tot 2017 was ze officier van justitie voor het oostelijke district van Michigan. Ze werd benoemd door president Barack Obama en was de eerste vrouw in deze functie. McQuade was tevens vicevoorzitter van de Adviescommissie van de procureur-generaal en medevoorzitter van de subcommissie terrorisme en nationale veiligheid. Voordat ze werd benoemd tot officier van justitie, was McQuade twaalf jaar lang assistent-officier van justitie in Detroit, onder meer als plaatsvervangend hoofd van de Nationale Veiligheidseenheid. In die functie behandelde ze zaken met betrekking tot terrorismefinanciering, buitenlandse agenten, bedreigingen en exportovertredingen. McQuade is lid van diverse besturen van non-profitorganisaties en maakte van 2020 tot 2021 deel uit van het Biden-Harris Transition Team.
Wantrouwen ten aanzien van nieuwsmedia
In een situatie waarin het publieke vertrouwen in nieuwsverslaggevers zeer laag is en nieuwe generatieve AI-tools het gemakkelijk maken om nepfoto’s, -video’s en -verhalen te creëren en te verspreiden, bulkte de campagne van 2024 van georganiseerde pogingen om kiezers te beïnvloeden, percepties te verdraaien en mensen negatief materiaal over verschillende kandidaten te laten geloven.
Volgens het gezaghebbende Brookings Institute zijn er best wel vele redenen voor de verkiezingsoverwinning van Donald Trump en de Republikeinen aan te wijzen: inflatievrees, zorgen over grensbeveiliging, zorgen over culturele kwesties met betrekking tot ras, gender en seksualiteit, en het gevoel dat president Joe Biden en het land als geheel de verkeerde kant op gingen. Wat betreft de inflatie en de algehele economie, was de gemiddelde Amerikaan in 2024 negatiever dan de werkelijke inflatie-, werkloosheids- en bbp-cijfers aangaven.
Men moet ook kijken hoe mis- en desinformatie de mening over de kandidaten heeft gevormd. Zoals Elaine Kamarck en Darrell M. West betogen in een ander Brookings Press-boek ‘Lies That Kill: A Citizen’s Guide to Disinformation’, zijn er systematische en georganiseerde pogingen geweest om de publieke opinie op veel gebieden te beïnvloeden, van volksgezondheid en klimaatverandering tot rassenverhoudingen.
Factchecking migratiecijfers
Neem het geval van immigratie en grensbeveiliging. Volgens kandidaat Trump waren er hordes migranten die de zuidelijke grens van het land overspoelden, die schaarse publieke middelen monopoliseerden en de openbare veiligheid in gevaar brachten door gevaarlijke misdaadgolven.
De feitelijke grensstatistieken lieten consequent een zwakke ondersteuning voor die beweringen zien, maar dat was niet genoeg om de ongunstige mening over vice-president Harris over grensbeveiliging te ontkrachten. Het idee dat 10 miljoen migranten de grens waren overgestoken en dat velen na hun arrestatie waren vrijgelaten, klopte niet, aldus onafhankelijke factcheckers. Het aantal arrestaties en vrijlatingen daalde tijdens de regering-Biden en was vergelijkbaar met de cijfers tijdens de eerste regering-Trump.
Bovendien lieten misdaadstatistieken zien dat in Amerika geboren Amerikanen drie keer zo vaak misdaden begingen als immigranten. Volgens het National Institute for Justice pleegden in Amerika geboren Amerikanen ongeveer 1100 misdaden per 100.000 inwoners, vergeleken met 800 door legale immigranten en 400 door ongedocumenteerde immigranten. Maar Trumps valse beweringen op dit gebied lieten Harris ineffectief lijken op het gebied van criminaliteit en immigratie.
Hoe democratieën sterven
Op verschillende plaatsen in de tekst wordt naar het (hier en hier) reeds eerder besproken boek van Harvard professoren Levitsky & Ziblatt, ‘How democracies die’, verwezen. Zij beschrijven hoe sommige democratieën instortten door gewelddadige staatsgrepen of door regeringen die met militair geweld de macht overnamen. Maar andere democratieën wankelden door het misbruik van democratische normen in ‘stille staatsgrepen’. “Amerika ondergaat een soortgelijke aanval van binnenuit, en desinformatie is het wapen bij uitstek… Desinformatiecampagnes keren ons tegen onszelf. Het gevolg is dat we eerst woedend en angstig worden, dan cynisch, en uiteindelijk gevoelloos en apathisch. Het is geen overdrijving om te stellen dat desinformatie de Verenigde Staten zoals wij die kennen dreigt te vernietigen” (p.17).
AI
De risico’s op desinformatie zijn de afgelopen maanden groter geworden door nieuwe technologische hulpmiddelen zoals generatieve Artificiele Intelligentie (AI). Er zijn gebruiksvriendelijke tools die valse afbeeldingen, video’s, audio en verhalen kunnen creëren. Mensen hebben geen technische achtergrond meer nodig om AI-tools te gebruiken, maar kunnen via ChatGPT-prompts en sjablonen verzoeken indienen en meesterpropagandisten worden.
Daarbij speelt buitenlandse desinformatie ook een rol. Het officiele Government Accountability Office (GOA) vatte recent het opzoekingswerk van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Veiligheid en Defensie samen met betrekking tot het definiëren en detecteren van buitenlandse desinformatie. Vastgesteld werd dat Rusland, China en Iran de belangrijkste buitenlandse overheden zijn die desinformatie verspreiden. Deze buitenlandse overheden verspreiden desinformatie op verschillende manieren, waaronder via door de staat gerunde of gesponsorde propaganda, sociale media en kunstmatige intelligentie – zoals deepfakes.
McQuade identificeert daarom drie hoofdoorzaken voor de huidige malaise.
Ten eerste is het verspreidingsmechanisme van desinformatie veranderd. Eeuwenlang moest de bedrieger vertrouwen op mond-tot-mondreclame, pamfletten of het verspreiden van een vals verhaal, bijvoorbeeld in een buitenlandse krant, in de hoop dat iemand het zou oppikken en door zou sturen. Nu kan iemand met één druk op de knop een leugen verspreiden.
Vele sociale media “zijn volledig onverantwoordelijk … we hebben al onze macht op sociale media overgedragen aan een handvol jonge, rijke miljardairs, wier belang natuurlijk bij hun eigen gewin ligt, niet bij het maatschappelijk belang.”
Ten tweede maken we de ergste politieke verdeeldheid in Amerika mee sinds de burgeroorlog van 1861-1865. McQuade denkt dat het begon met de Republikein Newt Gingrich in de jaren negentig, en dat het is gegroeid doordat partijen zich richten op het overtuigen van hun achterban in plaats van het vinden van een gemeenschappelijke basis. Nu verkiezingen worden gepresenteerd als een existentiële strijd tussen goed en kwaad, eisen kiezers politieke zuiverheid.
Ten derde is er angst voor een veranderende wereld: de klimaatcrisis, vluchtelingen en grensbewaking, economische verschuivingen met mogelijk banenverlies. Het is een vruchtbare bodem voor demagogen die beloven dat alleen zij het kunnen oplossen.
Het is een combinatie van die drie dingen die volgens McQuade Donald Trump heeft uitgebuit. “Ik denk niet dat hij per se een politiek genie is, maar ik denk wel dat hij een oplichter en een marketinggenie is die weet hoe hij dingen moet verkopen. Hij is een oplichter en hij heeft dit moment misbruikt voor persoonlijk en politiek gewin. Zijn opkomst bijna tien jaar geleden verraste de media. De oude en prijzenswaardige regels van evenwicht, onpartijdigheid en niet-redactionele bijdragen leken niet meer te werken toen één kandidaat zo schaamteloos leugenachtig was”.
Oude vs ‘nieuwe’ media
Mensen delen eerder desinformatie wanneer deze aansluit bij hun persoonlijke identiteit of sociale normen, wanneer het nieuw is en wanneer het sterke emoties oproept.
Desinformatie verspreidt zich op sociale media anders dan op traditionele media zoals televisie, radio en kranten. Mainstream nieuwsmedia hebben doorgaans robuuste maatregelen om onjuiste beweringen te voorkomen en te corrigeren, maar verschillende unieke kenmerken van sociale media stimuleren virale content met weinig toezicht. Snelle publicatie en peer-to-peer delen stellen gewone gebruikers in staat om informatie snel te verspreiden naar een groot publiek, waardoor desinformatie pas achteraf (indien überhaupt) kan worden gecontroleerd.
‘Echo chambers’ binden en isoleren online gemeenschappen met vergelijkbare meningen, wat de verspreiding van onwaarheden bevordert en de verspreiding van feitelijke correcties belemmert. Dit probleem treft onevenredig veel mensen die boodschappen van conservatieve politieke bronnen consumeren.
Algoritmen die de betrokkenheid van gebruikers bijhouden om te bepalen wat er wordt getoond, geven vaak de voorkeur aan inhoud die negatieve emoties zoals woede en verontwaardiging oproept. Over het algemeen is de meeste online desinformatie afkomstig van een kleine minderheid van ‘superverspreiders’, maar sociale media vergroten hun bereik en invloed.
Veel Amerikanen delen nepnieuws op sociale media omdat ze simpelweg niet opletten of de inhoud klopt – niet per se omdat ze geen onderscheid kunnen maken tussen echt en verzonnen nieuws, suggereert een nieuw onderzoek in Nature. Gebrek aan aandacht was de drijvende kracht achter 51,2% van de desinformatie volgens die deelnamen aan een experiment uitgevoerd door een groep onderzoekers van MIT, de University of Regina in Canada, de University of Exeter Business School in het Verenigd Koninkrijk en het Center for Research and Teaching in Economics in Mexico. De resultaten van een tweede, gerelateerd experiment wijzen erop dat een simpele interventie – socialemediagebruikers aanzetten om na te denken over de nauwkeurigheid van nieuws voordat ze content plaatsen en ermee interacteren – de verspreiding van online desinformatie zou kunnen helpen beperken.
Democraten vs Republikeinen
Bovendien zijn, volgens een diepgravend artikel in Communications Psychology van 2023, Democraten beter in het onderscheiden van waar en onwaar nieuws dan Republikeinen. Afgezien van de verschillen die blijkbaar verband houden met politieke voorkeur, bleek uit het onderzoek dat mannen (in tegenstelling tot vrouwen), en hoger opgeleide deelnemers beter waren in het herkennen van nepnieuws.
“Dit komt overeen met de algemene literatuur. De meeste [onderzoeken] stellen dat hoogopgeleide deelnemers eerder geneigd zijn om waar en onwaar nieuws te onderscheiden, en dat mannen over het algemeen beter presteren dan vrouwen”, aldus Deni Mazrekaj, socioloog aan de Universiteit Utrecht, die niet bij het onderzoek betrokken was.
Mazrekaj stelde ook dat psychologische studies verklaren waarom extreemrechtse mensen vaker nepnieuws geloven dan mensen met andere politieke overtuigingen.
“Populistische aanhangers geven de voorkeur aan sterke, autocratische leiders die discipline en conformisme belangrijker vinden dan persoonlijke autonomie en individuele vrijheden”.
Wat te doen?
We hoeven niet achterover te leunen en wijdverbreide misvattingen als de nieuwe realiteit te accepteren. Er zijn verschillende dingen die mensen en organisaties kunnen doen om zichzelf te beschermen tegen wat een aanhoudende golf van desinformatie, ‘conspiracy theories’ en valse verhalen zijn.
McQuade biedt oplossingen om desinformatie tegen te gaan en de rechtsstaat te handhaven, zoals het tot een federale misdaad verklaren van binnenlands terrorisme, het nieuw leven inblazen van lokale journalistiek, het criminaliseren van doxxing (het online onthullen van identificerende informatie over iemand) en het overwegen van een verbod op anonieme online accounts.
Socialemediaplatforms moeten zorgen voor zinvolle inhoudelijke moderatie. Momenteel zijn veel toonaangevende online platforms broedplaatsen van geruchten, valse informatie en regelrechte leugens. Ze worden wijd verspreid en door miljoenen mensen gezien. Als dat zo doorgaat, wordt het steeds moeilijker om feiten van fictie te onderscheiden. Ook bedrijven als die van de tech-miljardairs die Trump steunen, moeten factchecking veel serieuzer nemen.
We hebben programma’s voor digitale geletterdheid nodig die mensen trainen in het beoordelen van online informatie en het herkennen van nepnieuws en bedrog. We moeten begrijpen hoe veranderingen in het hedendaagse politieke klimaat ervoor zorgen dat mensen negatieve informatie over de oppositie willen geloven.
In een sterk gepolariseerde wereld, waar mensen verdeeld zijn in concurrerende politieke ‘stammen’, geven miljoenen Amerikanen toe dat ze zelf opzettelijk informatie hebben verspreid waarvan ze weten dat deze onjuist is.
Bovendien krijgen veel individuen/’influencers’ en organisaties financiële prikkels om flagrante leugens te verspreiden. Via websites, nieuwsbrieven en digitale platforms verdienen ze geld aan abonnementen, advertenties en de verkoop van merchandise. Zolang het verspreiden van leugens lucratief is, zal het moeilijk zijn om de vloedgolf aan desinformatie die ons huidige systeem teistert, onder controle te krijgen.
Daarom stelt Human Rights Watch dat “gekozen functionarissen, media en maatschappelijke groeperingen moeten samenwerken om accurate, betrouwbare en toegankelijke informatiebronnen te bieden aan iedereen, met name gemeenschappen die al langer wantrouwen hebben ten aanzien van het politieke proces. Online platforms hebben de verantwoordelijkheid om de mensenrechten, waaronder het stemrecht, te respecteren. Deze waarborgen zijn noodzakelijk om vrije en eerlijke verkiezingen te garanderen, die de kern vormen van het Amerikaanse democratische systeem.”
Tenslotte pleit McQuade ook voor het vergroten van mediageletterdheid op scholen en een heropleving van het burgerschapsonderwijs in plaats van te focussen op ‘multiple-choice’ toetsscores. “Inburgeringsonderwijs is belangrijk voor ons allemaal, want als iemand je uitlegt hoe de scheiding der machten werkt en hoe de drie takken van de overheid werken, is het onmogelijk te geloven dat een president immuun zou kunnen zijn voor vervolging. We hebben allemaal die educatie nodig.”
“Onze democratie is te kostbaar om ons zomaar over te geven aan autoritairen, fascisten, buitenlandse invloedsoperaties en oplichters. Maar alle wetten ter wereld kunnen desinformatie niet uitroeien, tenzij de burgers die willen verslaan. We moeten wetgeving aannemen die ambtenaren – zelfs de president en de opperbevelhebber – verplicht zich aan feiten te houden en niet aan bedrog. We moeten de waarheid eisen van degenen die ons vertegenwoordigen in plaats van datgene wat we willen geloven als waarheid te accepteren. Dit is een strijd voor democratie die van ons vereist dat we onze ononderhandelbare soevereiniteit en onze bevoegdheden tot zelfbestuur bevestigen”.
Want, anders …
𝗜𝗹 𝘆 𝗮 𝗽𝗲𝘂 𝗱𝗲 𝗰𝗵𝗮𝗻𝗰𝗲𝘀 𝗾𝘂’𝗼𝗻
𝗗𝗲́𝘁𝗿𝗼̂𝗻𝗲 𝗹𝗲 𝗿𝗼𝗶 𝗱𝗲𝘀 𝗰𝗼𝗻𝘀.
(Is er weinig kans dat we de koning der dwazen van de troon stoten.)
De reden is: er zijn te veel dwazen.
Dixit Georges Brassens
