Het zwijgen van de tragedie

Stefan Hertman, Het zwijgen van de tragedie, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007, 303 blz. ISBN 9789023425335

De Vlaamse literaire duizendpoot Hertmans – hij is dichter, romancier, toneelschrijver en essayist – bundelde met “Het zwijgen van de tragedie” een aantal essays die hij in de loop van de voorbije vijftien jaar schreef terwijl hij werkte aan zijn theaterteksten “Kopnaad” (1992) en “Mind the gap” (2000).

De zeven essays in deze bundel behandelen op een of andere manier de notie van de antieke tragedie en haar weerbarstige actualiteit die ook centraal staat in Hertmans eigen teksten voor theater. Hij constateert een paradoxale situatie in de huidige literaire wereld: aan de ene kant lijkt het wel ondenkbaar dat er nog zulke ‘catastrofale’ Griekse tragedie-teksten zouden gemaakt worden en aan de andere is er een schijnbaar onuitputtelijke alomtegenwoordigheid van deze oude teksten op de hedendaagse podia. Dat verleent volgens hem de tragedie een pijnlijke, paradoxale actualiteit.

Het onbenoembare

In de eerste drie essays bezint Hertmans zich over de grens van wat gezegd kan worden in een literaire tekst, maar evenzeer over de vraag waarom sommige dichters in pijnlijk zwijgen, zelfmoord of waanzin zijn aanbeland. Hij gaat daarvoor niet toevallig te rade bij radicaal tragische figuren die hij aantreft zowel in de romantiek als in de late moderniteit. In “Een wak in het spreken” (wat een titel om de woordeloosheid aan te geven!) analyseert hij de novelle “Lenz” van Georg Büchner over een krankzinnig geworden dichter.

In “Een tautologische hel” schrijft Hertmans een brief naar Philipp Lord Chandos, waarmee hij verwijst naar het werk van Hugo von Hofmannsthal die een beroemde literaire brief maakte, gericht aan Francis Bacon. Het biedt Hertmans de mogelijkheid om te filosoferen: “Waar u al beginnend schrijver van droomde, was het onbenoembare te kunnen verwoorden; wat u later inzag, was dat er u, precies door dat streven, slechts woordeloosheid overbleef.” (p. 30) Die paradox verwoordt hij nogmaals op het einde van zijn brief waarin hij de componist John Cage citeert: “Wat we eisen is stilte, maar wat de stilte van me vraagt, is dat ik blijf spreken.”

In het derde essay “De glottis als afgrond” voert hij de 20ste-eeuwse joods-Duitse dichter Paul Celan op, die hij vergelijkt met de eenzame radicaliteit van dichters als Lenz en Hölderlin die zijn leven beëindigde door in de Seine te springen.

Griekse tragedies

De andere opstellen van deze essaybundel focussen vrijwel volledig op de Griekse tragedie. In “het zwijgen van de moraal” bespreekt hij Medea van Euripedes. Hertmans beschouwt Medea als het voorbeeld van het verschrikkelijke zwijgen, het ogenblik waarop de mens overgaat tot dodelijk geweld. Hij verwijst in dit essay uitvoerig naar Nietzsche.” De Griekse tragedie vindt haar betekenis niet in wat er letterlijk in de woorden staat, maar in wat hij ‘de diepere aanschouwing’ noemt; dat wil zeggen: in wat ze onuitgesproken laat zien. Dit ‘laten zien’ van hoe het werkelijk met de wereld gesteld is, wijst op een bepaalde graad van zwijgen in de tragedie” (p. 94)

“Ongeschreven wetten”, het langste stuk uit het boek, is opgebouwd als een dagboek en ontstond tussen 1999 en 2006 toen hij aan “Mind the gap” werkte. Het weerspiegelt de confrontatie van Hertmans met de radicale Antigone, een jonge, weerbarstige vrouw in een mannenwereld die met haar koppig ‘nee’ een stadstaat op de knieën krijgt. Haar houding, zo zegt Hertmans in zijn inleiding, bevat een provocerende vraag over onze eigen omgang met morele conflicten. In “De laatste mond”, ook weer in dagboekvorm, bespreekt Hertmans aan de hand van de figuur van Empedokles de noodlottige verhouding tussen utopie, politiek en kunst.

Tragisch, niet tragedisch

Het afsluitende essay “Het zwijgen van de tragedie” stelt de vraag waarom de ironie ons, ondanks alle tragische gebeurtenissen van onze tijd, niet meer toelaat dergelijke tragedies te schrijven. Volgens Hertmans is onze tijd tragisch – misschien zelfs meer dan ooit – maar niet langer tragedisch, want het antiek-tragedische was zelfs groter dan een planetaire catastrofe: het was kosmisch. De tragedische mens gaf zich over aan krachten die buiten hem lagen: de Goden, het noodlot… Echter: “Voor de huidige autonome, soevereine mens bestaan er geen limieten meer; de tragiek van de begrenzing is weggevallen. Of laten we zeggen: dit soort mens is zijn eigen begrenzing geworden: een vreselijke vorm van heteronomie… (p. 284) Of anders, en zeer mooi gezegd door Hertmans: “Het ego van onze tijden vult de hele kosmos en verstikt zo de Andere, dat ruimte moet bieden voor tragisch bewustzijn.” Hier ligt volgens Hertmans de meest fundamentele reden voor het zwijgen van de literaire tragedie in onze tragische tijden. Hij noemt dat geven radicaal ironisch: “Het in elkaar krimpen van de tragische verhoudingen tot een spiegelgevecht met een onvatbare Ander in het ik.” (p. 286) Hertmans eindigt zijn boek met een stevige doordenker. Stel dat een antieke Griek zou kunnen terugkeren. Wat dan? “Dan zou ons wellicht ervaren zoals wij van ruimtemannetjes dromen: robotachtige wezens, overgecodeerd, onbegrijpelijk in zichzelf verstrikt, niet in staat het rouwen tussen goden en mensen te kennen, en daarom van een nachtmerrie-achtige, mechanische en sentimentele onwezenlijkheid, een wezen zonder koor – en zonder de grote ironie van de clash tussen goden en mensen.” (p. 288) En hij eindigt met: “Inderdaad, de antieke Griek zou het wat dat betreft eens zijn met heel wat cultuurfundamentalisten.”

“Het zwijgen van de tragedie” is een breed uitgesponnen neerslag van het denkproces van een erudiet auteur – hij gebruikt niet toevallig de brief- en dagboekvorm als stijlmiddel – die een niet gering beroep doet op de brede achtergrondskennis van zijn lezer, niet alleen over de Griekse mythologie en tragedie maar ook over enkele literaire hoogtepunten van de westerse cultuurgeschiedenis. Wie deze intellectuele inspanning kan opbrengen kan, zoals met het luisteren naar de muziek van John Cage, daaruit pareltjes puren.

(Uitpers, nr 94, 9de jg., februari 2008)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=489297&refsource=uitpers

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).