Het wereldnieuws anders bekeken

Dit interview van Sigrid De Crem is de eerste in een reeks uit het mediawatch-ezine DIOGENE(S) over de Belgische alternatieve media. (mediadoc.diva@skynet.be)

De website http://www.Uitpers.be breekt op veel vlakken met de ‘mainstream’-media. Ex-De Standaard journalisten Freddy De Pauw en Paul Vanden Bavière begonnen met Uitpers “uit een soort onvrede met het bestaande. Als professionals hadden ze de indruk dat wat zij wisten en kwijt wilden in hun krant, onvoldoende ruimte kreeg.” Aldus Georges Spriet. Uitpers wil buitenlandse politiek en conflicten kaderen in hun sociaal maatschappelijke achtergrond. De mensen van Uitpers zien zich zichzelf daarbij als “kritische benaderaars van wat Ignacio Ramonet van Le Monde Diplomatique ‘la pensée unique’ noemt.” Breken met het neoliberale éénheidsdenken, is één van de doelen van Uitpers. Af en toe komt daarbij ook de binnenlandse politiek aan bod.

Uitpers is ook alternatief omdat zoals Georges Spriet het omschrijft, eveneens bijdragen worden gevraagd van mensen die niet noodzakelijk journalist zijn, maar die vanuit hun beroep of persoonlijke interesse een grondige dossierkennis hebben opgebouwd. Zo wil Uitpers ingaan tegen de trend in de ‘mainstream’ media dat journalisten multi-inzetbaar moeten zijn. Volgens Georges Spriet leidt dit tot een daling van de kwaliteit.

Andere alternatieve aspecten zijn de financiële onafhankelijkheid en het feit dat de informatie centraal staat. Uitpers is geen product dat moet verkopen. “We willen wel dat het verkoopt, maar omwille van de ideeën die erin staan en niet als een economisch project”, redeneert Georges Spriet.

Samen met Ludo De Brabander werkt Georges Spriet ook nog voor de vredesorganisatie Vrede vzw die reeds 47 jaar (!) het gedrukte tijdschrift ‘Vrede’ uitgeeft (eveneens over internationale politiek). Op een gegeven moment kwam men met het idee om ‘Vrede’ samen te smelten met ‘Uitpers’. Maar omdat het eerste blad toch meer bewegingsgebonden is en de Uitpers-website eerder een journalistiek project, bleven het twee afzonderlijke publicaties.

Doet Uitpers aan media-activisme of aan journalistiek ?

Georges Spriet vindt dat Uitpers aan politiek doet door informatie te brengen over maatschappelijke problemen en door te breken met het politieke en economische eenheidsdenken. Maar dat heeft volgens hem niets met partijpolitiek te maken. Hij vraagt zich zelfs af of de alternatieve media wel meer gepolitiseerd zijn dan de mainstream media.

Van in het begin werd er duidelijk voor gekozen om van Uitpers een journalistiek project te maken. Georges Spriet legt uit dat het daarbij belangrijk is dat een artikel een analyse maakt zodat de lezer een problematiek duidelijk kan volgen, en dat men niet alleen die feiten opneemt die in het denksche ma van de schrijver passen. Daarnaast wordt er veel belang gehecht aan het gebruik van betrouwbare en gediversifieerde bronnen.

Uitpers doet vaak een beroep op mensen die bijvoorbeeld uit de derdewereldbeweging komen, maar die worden in het begin van het artikel wel duidelijk ingeleid: “Dit is een artikel geschreven door een bewegingsman of -vrouw en die is daarvoor gevraagd.” Spriet beschouwt dat echter niet als medi a-activisme. Indymedia, “waar je een combinatie krijgt van informatie en meningen opgezet door gelijk wie”, beschouwt hij wel als media-activisme. Spriet vertelt dat door het feit dat hij en Ludo De Braban der die ook aan Uitpers meewerkt, uit de vredesbeweging komen, “er soms de neiging inzit – niet om een bewegingsblad te maken – maar om de vredesbeweging en Uitpers te laten samenvallen bijna.”

Waar haalt Uitpers zijn centen ?

Om geen financieel avontuur te moeten aangaan en de geldelijke problemen van gedrukte publikaties te vermijden, werd gekozen voor het Internet. “Dat is zo eenvoudig en financieel democratisch dat dat geen probleem kan worden.” Wel zijn er enkele vaste kosten zoals het betalen van de domeinnaam en de website.

Uitpers wordt door de eigen medewerkers gefinancierd, wat mogelijk is, aangezien het gaat om een “samenwerken van journalisten op rust. Alhoewel een journalist nooit rust, zeker”, glimlacht Spriet.

Sinds 2002 wordt op de website en in de nieuwsbrief wel opgeroepen tot een financiële bijdrage.

Dat de vrijwillige inzet in het geval van Uitpers ook kwaliteit aflevert, heeft volgens Gie Goris van het gedrukte maandblad MO* te maken met die uitzonderlijke Uitpers-omstandigheden: journalisten op (pre)pensioen, die een vast inkomen èn de tijd hebben om daar mee bezig te zijn…

Wie maakt Uitpers ?

Uitpers is een feitelijke vereniging met zes medewerkers in de kernredactie. Behalve Georges Spriet en Ludo De Brabander gaat het om professionele journalisten. Daarnaast wordt op losse basis een beroep gedaan op mensen die rond bepaalde thema’s dossierkennis hebben opgebouwd, bijvoorbeeld mensen uit de derdewereldbeweging. “In principe is Uitpers bereid auteurs te betalen”, schreef Paul Vanden Bavière ons “Maar subsidiëring zoals de gevestigde pers zit er niet in (we hebben vergeefs een paar aanvragen ingediend). Als het kan betalen we ook wel eens, maar dat is eerder uitzonderlijk.”

In het begin van de maand wordt er vergaderd om het nummer van de volgende maand in te vullen. De deadline ligt meestal op de donderdag voor het laatste weekend van de maand. In dat laatste weekend wordt het nummer on-line gezet, vertelt Georges Spriet.

De kleinschaligheid van het project maakt het statuut van hoofdredacteur overbodig. Paul Vanden Bavière en Freddy De Pauw zijn de eigenlijke initiatiefnemers. De eerst genoemde is wel de centrale figuur omdat hij de bewaker is van wat op de redactieraad wordt gezegd. In feite is hij zowat de redactiecoördinator: alle stukken worden bij hem ingestuurd, en indien nodig doet hij een eindredactie.

Freddy De Pauw is dan weer degene die het meeste bijdragen schrijft. Verder bestond de kern in het begin uit Francis Vanden Berghe van De Standaard en Liesbeth Walckiers van Radio 1, maar Walckiers heeft zich teruggetrokken. In haar plaats kwam journalist Wim de Neuter (o.a. ex De Morgen). Georges Spriet en Ludo De Brabander hebben geen professionele journalistieke vorming. “We zijn gewend om te schrijven en zitten wel in het thema, maar we komen uit een andere origine.”

De website http://www.uitpers.be wordt door iemand van buiten de redactie beheerd. De website wordt overigens hoofdzakelijk gebruikt voor de archivering van de artikels. Via een actieve mailing wordt maandelijks een nieuwsbrief verstuurd.

Voor wie is Uitpers bestemd ?

Georges Spriet beseft dat heel wat mensen nog niet de kans hebben om op het Internet te surfen. Het voordeel van het medium is echter dat nu al “enkele jaren draaien zonder ook maar één financieel probleem. (…) Het eerste doelpubliek dat we gekozen hebben, en het feit dat we eigenlijk mikten op mensen die zelf nadien opinies verspreiden, is een half antwoordje op de kritiek van de beperkte verspreiding, zonder die kritiek te willen wegschuiven.”

Om de naambekendheid van Uitpers ‘een beetje’ te vergroten, worden op evenementen als het Andere Boek (de alternatieve boekenbeurs) en het Belgisch Sociaal Forum papiertjes met het webadres uitgedeeld. Toch blijft de beperkte naambekendheid een probleem, meent Georges Spriet. Er wordt bijvoorbeeld niet systematisch gewerkt naar mogelijke nieuwe groepen.

Bij de aanvang van Uitpers werd een mailinglijst samengesteld met een 300 tal adressen, die voorna melijk bestond uit “wat wij denken opiniemakers te zijn – zonder dat een te grote titel te willen geven – mensen die een actieve rol spelen in bepaalde kringen en milieus.”

De eerste nieuwsbrief werd verstuurd naar verschillende academici, mensen die op kabinetten werken, een paar partijen, journalisten uit de geschreven pers, milieubewegingen, derdewereld- en vredesbe wegingen. Georges Spriet vertelt dat de verantwoordelijke of een medewerker van de wereldwinkel voor hem ook een opinion leader kan zijn. De echte opiniemakers zitten voor hem niet alleen in de hogere kringen, “maar ook op de lagere echelons.”

Dit mechanisme van de tweestappencommunicatie legt hij als volgt uit: “Omdat het aanvankelijk enge doelpubliekje gericht was op opinion leaders, hopen we dat een deel van de informatie die vanuit Uitpers vertrekt, ook door anderen geapprecieerd wordt en als een correcte invalshoek beschouwd en verder gepropageerd wordt.” Hij hoopt dus dat de opinieleiders anderen ertoe aanzetten na te denken over de problemen die Uitpers aankaart.

Daarnaast vindt Spriet het ook belangrijk van bij het begin contacten te hebben met activisten. “Indien je een goed onderbouwde stelling ook aan activisten kunt uitleggen, kan het zijn dat je hun actie element wat beïnvloedt en hun overdreven éénzijdige kijk wat bijgestuurd wordt.” Op die manier onstaat er een interessante wisselwerking tussen Uitpers en activisten, meent hij.

Wat weten we van het publiek van Uitpers ?

In maart 2005 – zo vernamen we van Paul Vandenbavière – bedroeg het dagelijk aantal hits 3925. Het aantal bezoeken per dag lag op 408 en er werden dagelijks 3.034 pagina’s bekeken. De bezoeker strend ging vanaf de start van Uitpers continu omhoog. Iedereen kan deze cijfers trouwens controleren (die van februari 2005 zijn door een crash, veroorzaakt door hackers, wel verdwenen) op: http://www.uit pers.be/logs.

De lezers van Uitpers bevinden zich volgens Georges Spriet onder de hoogopgeleiden en “mensen die niet noodzakelijk een academische vorming genieten, maar wel met een politieke vorming en interes se.” Spriet weet dat er onder de Uitpers-lezers ook (ex-)ministers van Groen! zijn, evenals een aantal sp.a’ers.

Op de website krijgen de lezers van http://www.uitpers.be ook kans tot reageren. In de discussierubriek worden artikels geplaatst die in de eerste plaats opiniërend commentaar geven over de politieke actualiteit. Daarop kunnen de lezers dan reageren via een formuliertje onderaan. Georges Spriet vindt wel dat de mogelijkheid om te reageren nog niet echt uitnodigend werkt en wil het naar de toekomst toe een prominentere plaats geven.

Werkt Uitpers samen met de ‘mainstream’ media ?

Georges Spriet wil niet bepaald over samenwerking met de massamedia spreken, maar eerder over “een relatie”. Uitpers spreekt soms professionele journalisten uit ‘grote kranten’ aan om gratis een artikel te schrijven. Ook in de mainstream media zitten interessante mensen, “je mag niet alles over dezelfde boeg gooien”, meent Spriet. Omgekeerd wordt Uitpers door een aantal journalisten als bron gebruikt.

En samenwerken met andere ‘alternatieve’ media ?

Er is niet echt sprake van een samenwerking van Uitpers met andere alternatieve media. Ook hier is er wel een relatie met bijvoorbeeld MO*, Kif Kif en Jan-Pieter Everaerts die af en toe voor Uitpers schrijft, in die zin dat ze mekaar kennen en respecteren.

Enkele mensen van Indymedia gingen ook al in discussie met Uitpers. “Ik denk dat de meeste bewe gingen wel een website hebben. Dat is wel interessant. Alleen kennen we ze niet altijd. Zelfs activisten onderling kennen mekaars website niet. Op dat vlak is er nog veel werk.”

Is Uitpers geïnteresseerd in een portaalsite van alternatieve media ?

Spriet reageert heel enthousiast op het idee om een portaalsite te lanceren waarin behoorlijk wat ‘alternatieve’ clubs zouden zitten die informatie verstrekken. Hij zou daar zeker ook activisten bij betrekken. Een aantal jaren geleden heeft Uitpers dat al eens geprobeerd, maar dat is totaal mislukt omdat het niet goed werd aangepakt, vertelt Spriet.

De voorwaarde is wel dat die website minstens om de tien dagen moet worden ge-update en door iemand die het terrein goed kent, moet worden opgevolgd. Spriet zou zo’n site ook verruimd willen zien naar de ‘alternatieve’ media van de Verenigde Staten, “die voor ons een belangrijke bron van informa tie kunnen zijn.”

Samenwerking met de ‘civiele maatschappij’

In de oorspronkelijke mailinglijst hebben werden een aantal NGO’s opgenomen, maar Georges Spriet heeft geen zicht op de interne verspreiding: “Ik neem aan dat dat stilaan zijn weg maakt. Ondertussen zijn er bijvoorbeeld een x aantal lezers van BBL (Bond Beter Leefmilieu), terwijl we vroeger misschien alleen iets naar de secretariaten of naar de voorzitter hebben gestuurd.” Hij meent dat de civiele maatschappij “een inherente en bijna cruciale rol speelt in de democratie.”

‘Alternatieve’ media als ondersteuning van de democratie

Georges Spriet vindt dat de parlementaire democratie slechts een deel van het democratisch gegeven is en dat de democratie slechts beter kan worden door de bijdrage en deelname van de gewone burger. “De rol van wat men de civiele maatschappij noemt, lijkt mij essentieel. De alternatieve pers maakt deel uit van de civiele maatschappij en helpt er tegelijkertijd meningen voor te formuleren”, meent Spriet. Hij beschouwt de alternatieve media als spreekbuisjes die de diversiteit van de verschil lende stemmen in de samenleving weergeven. “Om een ware democratie te maken is het essentieel dat die spreekbuizen bestaan. Met het negatieve van die versplintering erbij.”

Spriet is helemaal geen voorstander van de partijpolitieke ontwikkelingen waarin slechts twee partijen (VLD en SP.a) de scepter zouden zwaaien. “Ik herken mij niet in die partijen, ik ga misschien nog wel ‘s stemmen voor hen omdat ik niet weet wat te doen, maar die doen maar 10% van wat ik denk. Die andere 90% moet ik ergens anders kwijt.”In de mate dat deze trend zich doorzet, des te meer de georganiseerde civiele maatschappij – inbegrepen de alternatieve media – nodig zullen zijn om de diversiteit te vrijwaren, meent hij.

Een andere reden waarom Spriet vindt dat alternatieve media kunnen bijdragen tot een democratise ring van de maatschappij is dat ze “meningen verspreiden die niet noodzakelijk overeenkomen met wat algemeen wordt aanvaard. Het feit dat je een mening verkondigt die niet de meest klassieke is, doet mensen nadenken, laat toe zich te positioneren.”

Daarnaast wijst Spriet op het belang van dossierkennis en op het schetsen van de oorsprong van een conflict. “Denk even aan Israël-Palestina. Ik erger mij aan journalisten die het geweld gelijkstellen. Zo in de zin van: ‘het is een crescendo, nu doen die dat, dus die doen dat’. Ergens is dat wel juist, maar je mag niet vergeten vanwaar het geweld komt, hoe dat geweld is ontstaan. Anders suggereer je bijvoor beeld oplossingen die totaal niet realistisch zijn en door de mensen ook niet zou worden geappre cieerd.”

Vergroting van het draagvlak

Georges Spriet vreest dat zowel het activisme als de alternatieve media marginaal zullen blijven. Een realistische uitweg om de versnippering en de onbekendheid te overstijgen is een actieve mailing, een actief aanbieden van het aanbod meent hij. “Dat je vanop een website van één of andere milieubewe ging of organisatie zou kunnen zeggen: ‘af en toe staan er interessante dingen over milieu in Uitpers’. Via Internet is het vrij gemakkelijk een ‘vermenigvuldiging van je aanwezigheid” te bekomen, stelt hij.

Ook een relatie met de massamedia en het daarin vermeld worden, kan helpen, meent Spriet. Maar dat zou regelmatig moeten kunnen gebeuren, want het is niet “omdat dat één keer gebeurt, dat je vertrokken bent. Wij hebben al in Humo gestaan, en dat zal wel een paar tientallen mensen naar Uitpers hebben gebracht, maar je moet niet denken dat dat de grote doorbraak is.” nuanceert hij.

 

Nieuw: de Uitpers-Gesprekken

Op initiatief van het Masereelfonds, en in samenwerking met Vrede v.z.w., werd in februari 2005 begonnen met “Uitpersgesprekken”. Bedoeling is het debat in Vlaanderen over buitenlandse politiek aan te zwengelen. Het uitgangspunt van elk ‘gesprek’ is een bijdrage in Uitpers van de maand waarin het debat plaats heeft. De auteur geeft daarover een inleiding, waarna de dialoog en het debat met het publiek kan starten. Het eerste onderwerp, in februari, was Irak met Paul Vanden Bavière. In maart leidde Lode Vanoost het debat over de Verenigde Staten en de politiek van president Bush. In april was het de beurt aan Lucas Catherine om de mythen rond Israël te weerleggen, waar politici zoals premier Verhofstadt, die tijdens zijn laatste bezoek aan de joodse staat de discriminatie van Arabieren goedkeurde, graag intrappen. Met dat derde gesprek werd de eerste reeks afgerond. Over een nieuwe reeks en data moet nog een beslissing worden getroffen in overleg tussen de drie betrokken partijen.

P.S. Misschien vraagt u zich nu nog af vanwaar de naam ‘Uitpers’ komt. Freddy De Pauw geeft het antwoord: “Op onze eerste vergadering hebben we samen onze hersenen zitten pijnigen. Allerlei benamingen werden gewikt en gewogen. ik kwam via ‘persuit’ op ‘uitpers’, wat sommigen blijkbaar een binnenpretje gaf omdat er onder ons twee zaten die al uit de pers waren gestapt en anderen die uit de pers kwamen. Iedereen vond het direct een bruikbare naam, gemakkelijk te hanteren en te onthouden en dat is toch wel belangrijk.”

(Uitpers, nr 64, 6de jg, mei 2005)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :