Het Wereld Sociaal Forum 2011 in Dakar, Senegal

Van 6 tot 11 februari 2011 vindt In Dakar het achtste gecentraliseerde Wereld Sociaal Forum plaats, precies tien jaar nadat het eerste forum in Porto Alegre, Brazilië werd gehouden.

Het is een uitgelezen moment om een balans op te maken en te kijken naar de toekomst.

Het is ook geen toeval dat precies op dit ogenblik enkele belangrijke boeken uitkomen om de andersmondialiseringsbeweging te bespreken. U vindt een recensie van drie van deze boeken in de boekenrubriek elders in dit nummer van Uitpers, het eerste, gaat over de ‘beschavingscrisis’en werd geschreven door een wetenschapper, het tweede gaat over de beweging zelf en werd geschreven door een socioloog, het derde gaat eveneens over de beweging en werd geschreven door een van de ‘pausen’ zoals we ze noemen, van het WSF. (De titels van de recensies: De beschavingscrisis en wat er aan te doen, Twee strekkingen in de andersmondialisering en Hoe staat het met de andersmondialisering).

Vorig jaar werd in januari in Porto Alegre al een bijeenkomst gehouden om de tien jaar van het Forum te vieren. Het mocht geen ‘forum’ genoemd worden, omdat het niet aan de regels van het WSF beantwoordde: er was immers beslist dat er pas om de twee jaar een forum zou gehouden worden en dat dit geheel zou berusten op ‘zelforganisatie’. Het lijken onbelangrijke details, maar voor de Braziliaanse ‘vaders’ van het WSF kon POA 2010 niet door de beugel. En dat is meteen een eerste punt van kritiek.

Het WSF functioneert volgens een ‘handvest’ (http://www.forumsocialmundial.org.br/main.php?id_menu=4&cd_language=2http://www.forumsocialmundial.org.br/main.php?id_menu=4&cd_language=2) met de principes die in 2001 zijn vastgelegd. Daarin staat o.m. dat het forum geen woordvoerders kan hebben, dat niemand ‘in naam van’ het forum kan spreken, dat het forum geen besluiten of resoluties goedkeurt. Bewegingen die willen deelnemen organiseren zelf hun activiteiten en maken daarbij gebruik van de ruimte die het WSF hen biedt. Zij moeten wel het handvest goedkeuren, wat inhoudt dat ze zich verzetten tegen het neoliberalisme, de overheersing van de wereld door het kapitaal en het imperialisme en dat ze willen werken aan een wereldwijde samenleving met goede relaties tussen mensen en tussen mensen en de natuur. Het WSF is niet representatief voor de bewegingen die eraan deelnemen en politieke partijen, noch gewapende bewegingen zijn toegelaten. Politici kunnen enkel in hun persoonlijke naam deelnemen.

M.a.w., het WSF is een ‘open ruimte’ waarin alle linkse en progressieve krachten hun ding kunnen komen doen, bondgenootschappen afsluiten en actie-agenda’s kunnen opstellen.

Deze basisprincipes hebben van meet af aan ook tot heel wat kritiek geleid, omdat het dus niet mogelijk is om ook effectief gezamenlijke acties op het getouw te zetten. Het debat over de ‘ruimte’ versus de ‘actie’ woedt al jaren lang, en zeker nu het hele proces ietwat afkoelt, vragen velen zich af of er toch niet iets anders kan of moet gebeuren. Georganiseerde, themagerichte seminars of conferenties zouden een oplossing kunnen zijn, maar men wil er voorlopig niet van weten. Gemeenschappelijke actiepunten vinden is tot hiertoe niet mogelijk gebleken, behalve die ene keer, in 2003, tegen de oorlog in Irak.

Het proces zelf blijft bijzonder dynamisch, dat blijkt o.m. uit de meer dan 40 thematische en regionale fora die er in 2010 zijn geweest. Maar of alle mensen die daaraan deelnemen ook belangstelling hebben voor een mondiaal gebeuren is zeer de vraag. Vandaar dat wel met de zeer interessante formule van het ‘extended’ werd begonnen: ‘Dakar extended’ betekent dat lokale groepen via een videoconferentie rechtstreeks in contact kunnen komen met het forum in Dakar en het verwijt van ‘enkel voor de happy few’ niet langer opgeld maakt. Helaas is er in Vlaanderen geen belangstelling voor.

De grote kritiek op dit ogenblik houdt verband met het uitblijven van een concreet antwoord met een alternatief op de sociaal-economische crisis. Twee jaar geleden werd op het WSF in Belem, Brazilië een tweede poging gedaan om na afloop van het forum tot een ‘convergentie’ te komen, dit is om rond een aantal thema’s de deelnemers bij elkaar te krijgen en hen een gemeenschappelijke tekst of resolutie te laten goedkeuren. Tot hier toe is dat niet erg geslaagd, en er moet gehoopt worden dat het dit keer beter loopt. Het is afwachten.

Wat bij het WSF nog steeds moeilijk ligt is de relatie tot de politieke wereld. Dat partijen op zich niet kunnen deelnemen is positief, aangezien ze anders makkelijk een dominerende rol zouden kunnen spelen. Maar nu er – vooral in Latijns Amerika – enkele progressieve regeringen aan de macht zijn, vragen velen zich af of er geen toenadering moet gezocht worden met hen. Het zou de beweging kunnen versterken en tegelijk ook die regeringen versterken. Maar té veel bewegingen hebben angst hun autonomie te verliezen.

Een ander probleem kan de groeiende invloed van de inheemse bewegingen worden. Op zich is dat uiteraard geen probleem, maar wanneer zij hun inzichten willen doordrukken, en wanneer die inzichten de moderniteit met alles wat dat impliceert – mensenrechten, gendergelijkheid, seculiere staten, een gemeenschappelijke mensheid … – verwerpen, dan is er reden om zich zorgen te maken. ‘Moeder aarde’ en ‘leven in harmonie met de natuur’ lijken onschuldige slogans, maar in West-Europa weten we hoe dit ook tot extreem-rechtse ideeën kan leiden die afbreuk doen aan de verlichtingsidealen. De ‘moderniteit’ zal zeker aan een kritische discussie moeten onderworpen worden, om te zien wat er eventueel moet geherdefinieerd worden – zoals de relatie tussen mens en natuur – maar een a priori algehele verwerping lijkt me geen goed uitgangspunt te zijn.

Dat is de ontgoocheling van 2010 geworden. In Porto Alegre was in januari een enorm sterke dynamiek ontstaan en werd er onder invloed van de crisis én van de mislukte klimaatconferentie in Kopenhagen gesproken van een ‘beschavingscrisis’. Het leek een opening om het debat te verruimen en niet enkel over economische en financiële reguleringen te spreken, maar precies wegens de klimaatverandering het kapitalisme in zijn geheel te bespreken. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt, precies omdat een deel van de beweging de anti-moderne weg is ingeslagen.

Tenslotte is er het financiële probleem. De organisatie van een WSF is bijzonder duur. Tickets en logement worden door de deelnemers betaald, maar de organisatie zelf, zalen, tolken, apparatuur moeten door de organisatoren worden gefinancierd. Dat is dit jaar bijzonder moeilijk gebleken, aangezien financiers ook graag de inhoud beïnvloeden en Afrikaanse sociale bewegingen niet rijk zijn.

Het WSF staat op een kruispunt. Dat betekent niet dat de weg dood loopt, maar dat er keuzen moeten gemaakt worden. De dynamiek is er nog, de belangstelling blijft groot, maar meer en meer deelnemers willen ook een concreet resultaat zien.

Dat zal niet meteen gebeuren. Wel zou het goed zijn dat er aan gemeenschappelijke strategieën kan gewerkt worden. Maar ook dat ligt moeilijk. Drie jaar lang is de strategiecommissie er niet in geslaagd iets gezamenlijks af te spreken. De ego’s staan in de weg.

In Europa en in België is de formule van de sociale fora op sterven na dood, m.i. omdat te veel bewegingen er de convergentie over het hoofd zien en vooral hun eigen standspunten willen doordrukken. De formule van het sociaal forum vraagt een grote openheid en een bereidheid om naar compromissen te zoeken en afwijkende meningen te tolereren. Wie zijn grote gelijk wil bewijzen vanuit de eigen kerk, heeft eigenlijk geen plaats in het forum.

Keer op keer wordt terecht gesteld dat wie de wereld wil veranderen zal moeten werken aan een nieuwe politieke cultuur en dat daarvoor ook de mensen zelf zullen moeten veranderen. Het gaat daarbij niet om het creëren van een ‘nieuwe mens’, maar om de simpele vraag dat grote ego’s af en toe eens omkijken naar de anderen, af en toe proberen iets af te spreken met anderen. Voor de oudere generatie van blanke wijze mannen is dit duidelijk een onoverkomelijke opdracht.

Voor meer info over het WSF, zie : http://fsm2011.org/en/frontpage

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 75 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook