Het ‘Vredesproces’ is dood en begraven

Het zogenaamde ‘vredesproces’, gelanceerd in Madrid (’91) en voortgezet in Oslo (’93) is nu al 18 jaar oud, maar nog nooit was men zo ver verwijderd van het doel: ‘land in ruil voor vrede’. De Israëlische regering blijft trouw aan het principe van de stichter van Israël, David Ben Goerion, dat de “voorwaarde voor discussie met de Arabieren” er uit bestaat “een groot Joods feit te creëren in dit land”. Het is zo goed als onmogelijk geworden om de Israëlische strategie van ‘praten en nemen’ nog langer te negeren.

De kolonisatie van de Palestijnse gebieden is sinds Oslo verdubbeld en neemt onhoudbaar agressievere proporties aan. En voor de ‘internationale gemeenschap’ (het Westen zeg maar) is het ‘vredesproces’ als excuus gebruikt om haar verplichtingen niet na te komen inzake de menselijke en politieke rechten van de Palestijnen.

De Palestijnse Autoriteit kon dan ook niet anders dan op een gegeven ogenblik de onderhandelingen op te schorten tot zolang er formeel en feitelijk een einde zou komen aan de Israëlische bouwwoede op hun grond en het afbreken van Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem. Dat neemt niet weg dat de Palestijnse leiding vertwijfeld is over de te volgen strategie. Een belangrijk deel van de bevolking heeft zich van president Mahmoud Abbas en de zijnen afgekeerd omwille van diens onvermogen de Palestijnse belangen te verdedigen en zijn voortdurend gekonkelfoes met westerse machten die hem overladen met eerbetoon, wapens en wat geld, maar hem zo ook aan het lijntje houden.

Het resultaat is een diepe politieke kloof doorheen de Palestijnse maatschappij. Hamas won in 2006 de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad – een orgaan dat nochtans het resultaat was van het Oslo-proces dat door Hamas overigens zelf wordt verworpen – en zette zich voortaan zo ook politiek op de kaart. Er ontspon zich een machtsstrijd tussen Hamas en Fatah, de twee belangrijkste politieke bewegingen, die eindigde in de defato opsplitsing van Gaza – gecontroleerd door Hamas – en de Westelijke Jordaanoever – onder controle van Fatah. Dit alles maakte het politieke bedrijf er niet alleen behoorlijk ingewikkeld op maar zorgde ook voor een dramatische verzwakking van de Palestijnse onafhankelijkheidsstrijd.

Verkiezingen

Aan die interne verdeeldheid lijkt voorlopig geen einde te komen. Op 23 oktober kondigde president Abbas, verkiezingen aan, in overeenstemming met de Palestijnse kieswet. Die zouden plaatsvinden op 24 januari 2010. Maar een week later kondigde hij verrassend aan dat hij zichzelf niet meer wilde opvolgen uit onvrede met de negatieve spiraal waarin het vredesproces was terecht gekomen en het onvermogen van Obama om druk te zetten op Israël om zelfs maar de uitbreiding van de nederzettingen een halt toe te roepen.

Maar zijn verklaring werd toch van nul en generlei waarde toe enkele weken later het onafhankelijke Algemene Kiescomité de verkiezingen opschortte omdat de omstandigheden faire kiesverrichtingen onmogelijk maakten. Het Algemene Kiescomité gaf als reden de ‘uitzonderlijke omstandigheden’ in Gaza op en de Israëlische weigering om verkiezingen te laten plaatsvinden in Jeruzalem. Hamas had eerder immers aangekondigd dat er in Gaza geen verkiezingen zouden plaatsvinden onder meer wegens het uitblijven van een nationale verzoening. Maar ook in andere politieke en intellectuele kringen stond men kritisch tegenover het houden van verkiezingen omdat het de aandacht zou kunnen afleiden van de echte uitdagingen, namelijk de voortdurende Israëlische bezettings- en kolonisatiepolitiek en de strijd voor onafhankelijkheid.

Ontbinding van de Palestijnse Autoriteit

Vraag is of de beslissing van het Algemene Kiescomité niet eenvoudigweg beïnvloed is door Abbas’ aankondiging dat hij geen kandidaat meer is en misschien zelfs het gebrek aan een alternatieve kandidaat die in de gunst ligt van de huidige leiding. Daar komt bij dat de Palestijnse Autoriteit, zoals de functie van Abbas officieel heet, ook heel wat pluimen heeft verloren. Voor veel Palestijnen gelden de ‘Oslo-instellingen’ als symbool van ‘eindeloze onderhandelingen zonder resultaat’ en hebben ze elke relevantie verloren. Er wordt zelfs openlijk gedebatteerd om zowel de Palestijnse Autoriteit (PA) als de Palestijnse Wetgevende Raad, het parlement, gewoon op te heffen. De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), de politieke koepel waar Fatah deel van uitmaakt, keurde de PA goed in 1994 (in Tunis) en heeft dan volgens PLO-leiders ook de macht om ze gewoon weer af te schaffen en de macht over te dragen aan de PLO zelf. Abbas is ook het hoofd van de PLO en zou zo in het hart van het politiek gebeuren blijven. Maar de intenties hierachter kunnen wel verschillend zijn. De politieke wetenschapper Nathan Brown stelde dat de PA institutioneel “noch Palestijns is, noch een autoriteit is”, maar eerder een “internationaal gesponsorde en gedeeltelijk internationaal gefinancierd protectoraat dat enkele Palestijnse steden administratief beheert”. Overbodig dus. Het afschaffen kan dan bovendien bedoeld zijn om de VS druk te laten uitoefenen op Israël, maar kan net zo goed een politieke zet zijn om Hamas te verzwakken dat immers niet in de PLO vertegenwoordigd is.

Maar er is nog een tweede Palestijns antwoord op het stilgevallen ‘vredesproces’. Dat kwam van de (door de Palestijnse Autoriteit aangestelde) Eerste Minister Salam Fayyad. Die kondigde in augustus een tweejarenplan af dat ten laatste in de zomer van 2011 moet uitmonden in een Palestijnse staat. In zijn plan moeten de Palestijnen zich institutioneel voorbereiden op een unilaterale onafhankelijkheidsverklaring als er van een vredesproces niets meer in huis komt. De Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat voegde er later aan toe dat het niet zomaar om een onafhankelijkheidsverklaring gaat, maar dat het plan er uit bestaat om de Veiligheidsraad de erkenning van de staat te vragen. Premier Netanyahu reageerde (gespeeld?) furieus door ‘unilaterale stappen van Israëlische zijde’ aan te kondigen, wat hoe dan ook betekenisloos is omdat dit al lang het geval is. Er werd ook gedreigd met het inhouden van het door Israël ingezamelde Palestijnse belastingsgeld, nogmaals benadrukkend hoe erg de Palestijnen wel afhankelijk zijn van Israël.

Maar de geluiden vanuit de VS en de Europese Unie zijn evenmin bemoedigend, waar het plan als ‘prematuur’ wordt bestempeld. Ook Hamas ziet dit plan niet zitten en in intellectuele Palestijnse kringen vreest men dat het een nieuwe “formule wordt voor verdere bezetting”. Zij zien zelfs parallellen met het plan van voormalig minister van Defensie Shaul Mofaz (nr 2 van Kadima, de belangrijkste oppositiepartij in de Knesset) die een tijdelijke Palestijnse staat voorstelt op 40 procent van het grondgebied van de Westelijke Joerdaanoever. Zelfs de Revolutionaire Raad van Fatah verwierp het plan van Fayyad. Daar vindt men het verdacht dat Fayyads plan, dat voorziet in de oprichting van instellingen die geleidelijk aan vorm moeten geven aan Palestijnse staat, schijnbaar overlegd is met Washington en de afgevaardigde van het zogenaamde Kwartet, Tony Blair. Volgens het Egyptische weekblad Al Ahram (18 – 25 november) zijn er lekken van Palestijnse en Amerikaanse bronnen die er op wijzen dat het voorstel van Fayyad deel uitmaakt van een Amerikaans plan dat President Obama bekend wilde maken met daarin zijn visie over het beëindigen van het conflict.

Tot de sceptici behoort ook de Palestijnse schrijver, Khaled Mansour, die er op wijst dat het plan spreekt van een staat binnen de grenzen van 1967, zonder dat duidelijk is of het op alle bezet grondgebied is binnen deze grenzen. Bovendien, zo stelt hij, maakt het plan geen melding van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen. Voor de Palestijnse columnist, Hani Al-Masri, is staatssoevereiniteit dan weer “het resultaat van het beëindigen van de bezetting. Het kan niet de oorzaak zijn”.

Israëls dilemma: meer nederzettingen is meer pleidooi voor een binationale staat

In de Israëlische pers is de vrees te horen dat een ontbinding van de Palestijnse Autoriteit en de onmogelijkheid van een unilateraal onafhankelijke staat wel eens aanleiding zou kunnen zijn voor het uitbreken van een derde intifada en een oproep voor een eenstatenoplossing (De Jerusalem Post van 15 november 2009 kopte: “De basis voor een derde intifada is gelegd”). Israëlisch Defensieminister Ehud Barak zei dat er zonder vredesakkoord een groeiende eis zal komen voor een binationale staat, een “dreiging” die volgens hem niet onderschat moet worden.

Ook in de Palestijnse pers is er meer en meer sprake van een of andere vorm van een binationale of eenstatenoplossing. Zelfs de Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat zei dat “andere opties” met inbegrip van de “eenstatenoplossing” moeten overwogen worden gezien de onmogelijkheid om een Palestijnse staat op te richten in de bezette gebieden.

En zo keert de boemerang terug naar Israël dat zich in een paradox bevindt. De uitbreidende nederzettingen en de muur maken een Palestijnse staat op een continu grondgebied defacto onmogelijk en dus rest er voor de Palestijnen weinig meer dan een staat te eisen waarin plaats is voor beide bevolkingsgroepen. Het enig alternatief is een doorgedreven etnische zuivering, een nieuwe Naqba. Daar wordt in extreemrechtse Israëlische kringen wel eens luidop over gedroomd, en in kleine stukjes – zoals in Oost-Jeruzalem – zelfs in realiteit omgezet. Maar of de Europese Unie en de VS het met hun pro-Israël beleid zover zullen laten komen is helemaal niet zeker.

(Uitpers nr. 115, 11de jg., december 2009)   

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 86 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook