Het sprookje van de tolerante Nederlandse samenleving en de humane asielwetgeving

Zoals de meeste lezers ongetwijfeld bekend zal zijn is het internationale imago van Nederland als een tolerante en gastvrije samenleving ernstig geschonden door het groeiende anti-moslimklimaat, dat meer en meer gestalte heeft gekregen na de WTC-aanslagen van 11 september 2001. Hiervan was in het bijzonder sprake na de moord op van Gogh met als direct gevolg meer dan 194 terroristische aanslagen op Kerken, moskeen en islamitische scholen.

Opvallend is echter, dat zowel in het buitenland als in grote delen van de Nederlandse samenleving nog steeds de mythe opgeld doet, dat er in Nederland sprake zou zijn van een strenge, doch rechtvaardige en humane asielwetgeving, hetgeen genendele het geval is.

A Controversiele regelingen in de asielwetgeving voor het aantreden van minister Verdonk

Hoewel de maatregelen van de dd 27-5 aangestelde minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie de basis hebben gelegd voor ernstige schendingen van de mensenrechten van grote groepen asielzoekers is het van groot belang er in dit kader op te wijzen, dat reeds voor de komst van Verdonk de Nederlandse asielwetgeving werd gekarakteriseerd door een aantal ernstige schendingen van het Internationaal Recht.

1 Versnelde asielprocedures:

In 1994 werd de AC procedure ingevoerd, een versnelde procedure, waarbij de IND ambtenaren [Immigratie en Naturalisatie Dienst] de bevoegdheid kregen binnen 48 werkuren [in de praktijk meestal drie dagen] middels twee gesprekken met de asielzoeker te beslissen of een asielaanvraag werd verworpen of toegevoegd aan de reguliere asielprocedure waarbij sprake was van een uitgebreid onderzoek, dat kon variëren van een aantal weken tot langer dan een jaar.

Hoewel de AC procedure oorspronkelijk slechts bedoeld was om duidelijk ongegronde aanvragen af te wijzen, wordt deze sinds 2002 gebruikt bij de afhandeling van zo’n 60 procent van alle aanvragen, waarbij eveneens sprake is van aanvragen van mensen, die zijn gevlucht uit onveilige landen of gebieden.

Gezien tegen het licht van de zeer snel genomen beslissingen en het feit, dat de rechtmatigheid van de beslissingsgronden niet te controleren zijn door het verbod op de aanwezigheid van een advocaat tijdens de gesprekken [raadpleging van een advocaat voor, na en tijdens de gesprekken is wel toegestaan] is het gevaar groot dat mensen teruggestuurd worden naar onveilige landen en gebieden, hetgeen streng verboden is volgens het Internationaal Recht.

2 De behandeling van kinderen

Eveneens zorgwekkend is in dit verband de behandeling van niet door volwassenen begeleide minderjarige asielzoekers, in het bijzonder kinderen onder de twaalf jaar. Volgens de VN-Conventie van de Rechten van het Kind, die Nederland in 1995 heeft geratificeerd, heeft ieder kind recht op speciale zorg en bescherming, in het bijzonder van Staten en hun instellingen. Ondanks deze internationale verplichtingen verklaarde de Raad van State in februari 2002, dat de Conventie niet van toepassing was op kinderen van ouders, die op grond van de Nederlandse Vreemdelingenwet geen verblijf in Nederland werd toegestaan.

Deze evidente schending van de internationale humanitaire normen inzake de rechten van het Kind brengt met zich mee, dat 30 procent van de niet-begeleide minderjarige asielzoekers belandt in een AC-procedure ondanks hun internationaal-rechtelijk beschermde status als kind.

Niet alleen is het in dezen evident, dat alle kinderen onvoorwaardelijk toegang dienen te krijgen tot de reguliere asielprocedure vanwege hun kwetsbare positie als onbegeleid kind in een vreemd land, daarenboven hebben zij recht op speciale bescherming zoals de aanwezigheid van een advocaat bij iedere ondervraging door de IND en een goede medische en persoonlijke begeleiding.

Hoewel er inderdaad sprake is van juridische begeleiding door de landelijke jeugdbescherminginstelling voor minderjarige vluchtelingen NIDOS is een en ander slechts van toepassing op kinderen, die ernstig getraumatiseerd zijn.Evident is, dat hierdoor slechts de rechten van een beperkte groep kinderen beschermd worden.

3 Schending van de elementaire levensbehoeften van asielzoekers

Een andere ernstige schending van de rechten van asielzoekers vloeit voort uit het feit, dat zowel asielzoekers, die in beroep zijn gegaan tegen hun eerste afwijzing in de AC-procedure als zij, die zijn toegelaten tot de reguliere asielprocedure op basis van een nieuwe [tweede]aanvraag, geen aanspraak kunnen maken op de meest elementaire basisvoorzieningen zoals onderdak en sociaal-medische voorzieningen, tenzij zij te ziek zijn om te reizen naar hun land van herkomst of ouder[s] zijn van een kind onder de leeftijd van een jaar.

Nog afgezien van de aperte inhumaniteit is een en ander in strijd met het Internationale Convenant betreffende Economische, Sociale en Culturele Rechten, waarin wordt benadrukt ”het recht van iedereen op een adequate levensstandaard voor zichzelf en zijn gezin, inclusief voldoende voedsel, kleding en onderdak” , ongeacht de status van de desbetreffende groep.

Ondanks echter een groot aantal protesten van zowel Nederlandse als internationale religieuze en mensenrechtenorganisaties zoals o.a. de Nederlandse Raad van Kerken, Vluchtelingenwerk, Amnesty International en de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft de Nederlandse regering zich niet bereid verklaard bovenstaande maatregelen te herzien of aan te passen, met alle humanitaire consequenties van dien.

B Het terugkeer-beleid van minister Verdonk als ernstige schending van het Internationaal Recht

Op 27 mei 2003 werd mevrouw R. Verdonk [VVD] aangesteld als minister van Integratie en Vreemdelingenzaken. De consequenties hiervan waren een ernstige verslechtering van de reeds bestaande asielregelgeving, hetgeen heeft geleid tot een verontrustende ondergraving van de mensenrechten en de veiligheid van een aanzienlijke groep asielzoekers.

Gebaseerd op de in november 2003 door haar uitgebrachte notitie ”Terugkeerbeleid” besloot zij in januari 2004 tot de uitzetting van 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers in een periode van drie jaar met een uitzondering voor 2300 asielzoekers, die om humanitaire redenen alsnog een verblijfsvergunning kregen toegewezen. Op 9 februari 2004 kreeg zij van een meerderheid in de Tweede Kamer steun voor haar maatregelen.

Hoewel de Nederlandse regering herhaaldelijk het veilige en humane karakter van de door minister Verdonk genomen maatregelen heeft benadrukt, blijkt uit onderstaande het tegendeel.

1 Nederlandse bureaucratie en de onveilige terugkeersituatie:

In de eerste plaats hebben de maatregelen betrekking op een aanzienlijke groep asielzoekers, die vanwege de veelal trage en bureaucratische afhandeling van hun asielprocedure reeds jarenlang in Nederland wonen. Het is evident, dat het bestaan van deze mensen, die middels werk, gezin en in Nederland geboren schoolgaande kinderen een sterke binding hebben met de Nederlandse samenleving door deze maatregelen geheel wordt ontwricht, hetgeen met name vanuit humanitair oogpunt onacceptabel is.

Ernstiger is echter het feit, dat een aanzienlijk aantal asielzoekers reeds zijn uitgezet of dreigen te worden uitgezet naar onveilige landen of gebieden, waarbij sprake is van een mogelijke bedreiging van de veiligheid en de mensenrechten van de uitgezette asielzoekers, hetgeen internationaal-rechtelijk verboden is, nog afgezien van de aperte inhumaniteit in dezen. Dit heeft in het bijzonder betrekking op Somaliers en Afghanen, aangezien het in grote delen van beide landen sprake is van een onveilige situatie, grotendeels veroorzaakt door burgeroorlogen, twisten tussen krijgsheren en het ontbreken van een sterk en adequaat centraal gezag.

De onveilige situatie van bovengenoemde landen is bevestigd in diverse rapporten van zowel de ex-VN-Hoge Commissaris van de Vluchtelingen, de Nederlandse ex-premier Lubbers als de Secretaris Generaal van de VN, Kofi Annan.

Er is echter eveneens sprake van een groot veiligheidsrisico voor andere groepen asielzoekers zoals Liberianen en Tsjetsjenen vanwege de zorgwekkende mensenrechtensituatie in hun land, hetgeen grotendeels wordt veroorzaakt door de aldaar aanwezige oorlogssituatie. Niet alleen echter vindt de uitzetting van Liberianen en Ttsjetsjenen nog steeds doorgang ondanks de apert onveilige situatie, tevens snijdt de oplossing van minister Verdonk om Tsjetsjenen uit te zetten naar Rusland in plaats van naar het onveilige Tsjetsjenië, geen enkel hout. In de eerste plaats is de mensenrechtensituatie in Rusland eveneens zeer zorgwekkend, in de tweede plaats is er zowel van de kant van de officiële Russische politiek als van de kant van het publiek sprake van sterke anti-Tsjetsjeense sentimenten, hetgeen eveneens een expliciete bedreiging is voor de veiligheid van de naar Rusland teruggestuurde Tsjetsjenen.

2 De Nederlandse verplichting tot het handhaven van het verbod op refoulement

Met het terugzenden van asielzoekers naar onveilige gebieden is er van de kant van de Nederlandse overheid niet alleen sprake van een inhumaan beleid, daarenboven schendt zij in ernstige mate het verbod op refoulement, hetgeen impliceert het strikte verbod tot het terugzenden van mensen naar landen of streken waar hun veiligheid wordt bedreigd. Dit verbod op refoulement is internationaal-rechtelijk vastgelegd in artikel 3 van de Europese Conventie voor de Bescherming van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden, artikel 33 van het VN-Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen en in de VN Conventie tegen Marteling.

a Betreffende Somalië

Ondanks het feit, dat het Europese Hof in Straatsburg reeds een aantal keren het terugsturen van Somaliërs heeft verhinderd en het een aantal keren is voorgekomen, dat Somaliërs werden gearresteerd na aankomst in Somalië, heeft de Nederlandse regering tot nu toe geweigerd het uitzettingsbeleid tav Somalische asielzoekers te wijzigen.

b Afghanistan en Liberia:

Verbijsterend is eveneens de argumentatie van minister Verdonk ter verklaring van het feit dat zij ondanks haar erkenning van de onveilige situatie in grote delen van Afghanistan en Liberia, toch haar uitzettingsbeleid tav deze groepen voortzet, aangezien zulks eveneens gedaan wordt door andere Europese landen.

Kennelijk huldigt zij het fundamenteel verkeerde standpunt, dat ernstige schendingen van het Internationaal Recht zijn toegestaan wanneer zij eveneens door andere landen worden gepleegd, hetgeen in strijd is met het internationaal-rechtelijke grondprincipe, dat de ene gepleegde illegale daad niet mag worden beantwoord of nagevolgd door een andere illegale daad.

Gezien haar positie als minister van Vreemdelingenzaken, die verantwoordelijk is voor de handhaving van het welzijn en de mensenrechten van asielzoekers in Nederland, is dit door haar geventileerde standpunt in hoge mate veroordelenswaardig.

3 Nederlandse protesten:

Gezien tegen dit licht is het dan ook niet verbazingwekkend, dat deze door minister Verdonk genomen maatregelen leidden tot ernstige Nederlandse protesten, niet alleen van de kant van de Nederlandse vluchtelingen, kerkelijke en mensenrechtenorganisaties alsmede van de kant van de klein-linkse Nederlandse partijen en de progressieve vleugel binnen de PvdA, maar ook van de kant van de meerderheid van het Nederlandse publiek, dat met name verontwaardigd was vanwege de uitzetting van grote groepen asielzoekers, die gedurende een aanzienlijk aantal jaren in Nederland hadden gewoond en gewerkt en zo hun bijdrage geleverd hadden aan de Nederlandse economie.

Ten gevolge van deze maatregelen kwamen eveneens een groot aantal Nederlandse gemeenten in conflict met minister Verdonk, aangezien de uitgeprocedeerde asielzoekers geen aanspraak meer konden maken op basisvoorzieningen zoals onderdak, voedsel en medicijnen, hetgeen niet alleen in strijd is met de bestaande internationale verdragen, maar eveneens de gemeenten in de gecompliceerde positie plaatste hetzij de maatregelen van minister Verdonk te negeren [bestuurlijke ongehoorzaamheid] en te voorzien in alternatieve basale noodvoorzieningen hetzij gehoor te geven aan deze evident inhumane overheidspolitiek.

Een van de voornaamste critici van de maatregelen van minister Verdonk is de voormalige Nederlandse minister van Ontwikkelingshulp, voorzitter van de V.O.N. [Vluchtelingen Organisaties Nederland] en de huidige Speciaal VN-gezant voor Darfoer, Jan Pronk, die de maatregelen van Verdonk bestempelde als deportaties.

Hoewel in dezen geen sprake was van een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, hetgeen de heer Pronk ook duidelijk heeft benadrukt, is er naar mijn mening sprake van een terecht gebruik van de term deportaties, gezien tegen het licht van de massale uitzettingen en de onveilige situatie in een aantal landen van herkomst, hetgeen een ernstig gevaar kan inhouden voor de uitgezette asielzoekers.

Het wekt echter geen verbazing, dat deze door Pronk gebruikte terminologie leidde tot een conflict met minister Verdonk, die eiste dat hij zijn woorden terugnam, waarop hij echter niet inging.

C Morele standaard

Nog afgezien van haar asielbeleid, dat in belangrijke mate in strijd is met het Internationaal Recht heeft mevrouw Verdonk recentelijk de publieke aandacht getrokken met haar controversiële uitspraak, die getuigde van begrip voor de 43 jarige automobiliste, die op 17-1 een 19 jarige Marokkaanse jongen heeft doodgereden, die kort daarvoor haar tas had gestolen. Hoewel het evident is, dat straatroof als misdrijf strafrechtelijk vervolgd dient te worden, is het uiteraard niet toegestaan in een achtervolgingspoging een ongeoorloofd risico te nemen met het leven van een menselijk wezen door zonder een goed zicht op de verkeerssituatie achteruit te rijden, hetgeen door de advocaat van de vrouw is bevestigd.Overigens is inmiddels uit een bekentenis van de betreffende automobiliste duidelijk geworden, dat de de 19 jarige Ali El B opzettelijk heeft aangereden.

Hoewel de recente bekentenis niet in verband gebracht kan worden met de uitspraak van de minister, aangezien zij daarvan niet op de hoogte was op het moment van haar uitspraak, is het evident, dat zij echter, nog afgezien van het feit, dat een minister zich gedurende een justitieel onderzoek behoort te onthouden van verdere opmerkingen dienaangaande, heeft zij met de door haar gemaakte opmerking een impliciet pleidooi gehouden voor eigenrichting, waarvan sprake is bij buitenproportioneel gebruik van geweld zonder zelfverdediging.

Bovendien had het getuigd van verantwoordelijkheidsgevoel, wanneer zij zich vanuit haar andere functie, namelijk als minister van Integratie, had onthouden van enig commentaar aangezien haar opmerking slechts heeft geleid tot een verdere polarisatie van de verhoudingen tussen autochtone en allochtone Nederlanders, die reeds sinds de moord op van Gogh ernstige vormen had aangenomen en opnieuw werd aangewakkerd door de tragische dood van de 19 jarige Marokkaanse jongen.

D Respect voor elementaire mensenrechten:

Gezien tegen het licht van bovenstaande is het dan ook in hoge mate aan te bevelen, wanneer minister Verdonk in haar uitspraken niet alleen getuigt van respect voor het recht op leven van ieder menselijk wezen, ongeacht een al dan niet aanwezig crimineel verleden [artikel 3, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens], maar met name haar asielbeleid zou willen aanpassen aan een van de meest cruciale principes van de internationale mensenrechten en vluchtelingenverdragen, dat iedere asielzoeker of vluchteling het fundamentele recht heeft op een veilige woonplaats en dat niemand mag worden uitgezet naar een land of gebied, waar zijn veiligheid en mensenrechten bedreigd worden.

(Uitpers, nr. 62, 6de jg., maart 2005)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :