Het sociaal-economisch programma van het Vlaams Belang

Norbert Van Overloop, ‘Wiens Belang? Het Vlaams Belang over inkomen, werk, pensioenen’, uitgeverij EPO, Berchem, 2006, 166 blz., ISBN 90-6445-403-5, 12,50 euro.

Door de band zijn fascisten overal ter wereld meesters in de propaganda. Zoals de merknaam Kodak lange tijd dienst deed als ander woord voor fotoapparaat of Bic voor balpen, zo is Goebbels synoniem voor propagandamachine. Het wezen van de fascistische propaganda is onveranderlijk hetzelfde: steeds hameren op dezelfde spijkers, zonder evenwel veel te reppen over het einddoel dat moet worden bereikt.

Vlaams Belangleiders als Filip Dewinter en Gerolf Annemans zijn op de goede school geweest. Ze beheersen de propagandadiscipline perfect. Ze hebben de oude nazibrulboei Goebbels niet meer nodig. Ze omringen zich met de beste, moderne communicatiespecialisten. Het straatvechteruniform, de koppelriemen en laarzen hebben ze al lang ingeruild voor stropdas en maatpak. Maar hameren op dezelfde spijkers doen ze nog altijd. Laat ze het over de vreemdelingen, moslims, asielzoekers of over de ‘toenemende onveiligheid’ en ‘criminaliteit’ in onze steden hebben en geen enkele journalist – zelfs niet de ‘harde interviewster’ van Terzake, Phara de Aguire – zal hen kunnen intomen. Elke minuut op de TV beschouwen ze als een gelegenheid om de propagandamolen op volle toeren te zetten.

Een aantal thema’s houden ze echter liever binnenskamers: hun nazi-sympathieën bijvoorbeeld, het collaborateurverleden van de stichters van hun partij, het antisemitisme en negationisme van sommige VB-leden en… hun sociaal-economische denkbeelden.

De Gentse advocaat van het Progress Lawyers Network, Norbert Van Overloop, doet in ‘Wiens Belang?’ een boekje open over het sociaal-economisch programma van Dewinter, Annemans en consorten. Van Overloop ontmaskert het Vlaams Belang als een ultraliberale, een beenharde asociale partij (‘Verhofstadt in het kwadraat’), die het lef niet heeft vandaag openlijk te zeggen welke economie ze morgen wil. Het ‘eigen volk’ mag niet weten wat het te wachten staat als het Vlaams Belang ooit mee aan het roer komt.

Het voormalige Vlaams Blok gaat er prat op de ‘grootste arbeiderspartij’ van Vlaanderen te zijn. Bijna een kwart van de Vlaamse kiezers en 33% van de Antwerpenaren stemde in 2004 voor het VB. Op 1 mei 2005 hield Filip Dewinter in Deurne een toespraak. De Antwerpse Gauleiter toonde nog maar eens hoe fantastisch hij kan grossieren in leugens en gemeenplaatsen. “Het Vlaams Belang is de partij van de gewone Vlamingen,” zo klonk het, “de partij van de kleine man, de partij van de zwaksten in onze samenleving, de werklozen, de minimumsteuntrekkers, de senioren met een klein pensioentje. Wij zijn niet de partij van het grootkapitaal, niet de partij van het establishment, niet de partij van de gevestigde orde. Het Vlaams Belang zal en moet het altijd opnemen voor de zwaksten van onze samenleving.”

Norbert Van Overloop nam even de tijd om het VB als ‘partij van de zwaksten’ te testen op woord, geschrift en daad. Het resultaat is verbijsterend en ontnuchterend.

Bedrijfsvriendelijke partij

Het Vlaams Belang is volgens Filip Dewinter niet de “partij van het grootkapitaal” Op 26 november 2005 hield het VB zijn eerste ‘economisch congres’. Vlaanderens belangrijkste financiële dagblad, De Tijd, becommentarieerde de VB-bijeenkomst in een licht euforische stemming: “de partij biedt de bedrijven alles waar ze van dromen: lastenverlaging, een ontvette overheid en minder machtige vakbonden”.

Op 1 juli 2004, twee weken nadat het VB bij de parlementsverkiezingen een kwart van de Vlaamse stemmen behaalde, publiceerde het financiële weekblad Trends zijn driemaandelijkse enquête bij accountants en chief executive officers (CEO’s of bedrijfsleiders) in Vlaanderen. 52,5% van deze CEO’s, zo bleek, wilde dat het VB deel zou uitmaken van de regering. Zij hadden het economisch programma van het VB – in tegenstelling tot de meeste VB-kiezers – wel grondig gelezen. Uit de Trendsenquête bleek dat de Vlaamse CEO’s twee belangrijke wensen hebben: een KMO-vriendelijk klimaat en een drastische daling van de loonkost. Het VB-verkiezingsprogramma van 2004 bedient hen op hun wenken. Norbert Van Overloop citeert de krachtlijnen: “een zo groot mogelijke flexibiliteit van de werknemers (pagina 156), een bedrijfsvriendelijk klimaat (pagina 155) en een zo laag mogelijke fiscaliteit voor de bedrijven (pagina 163). Dewinter & Co hebben een verkiezingsprogramma bijeengepend, dat perfect de eisen van de Vlaamse patroonsorganisatie VEV en de middenstandersvereniging UNIZO vertolkt. “Het VB pleit voor een dubbelsporenbeleid: enerzijds een lagere fiscaliteit en minder sociale lasten en anderzijds een gericht beleid van expansiesteun,” zo stond in het programma van Dewinter en Annemans. “Dit laatste moet zich vooral richten op jonge bedrijven en starters. Dit neemt niet weg dat gevestigde bedrijven ook aanspraak kunnen maken op ondersteuning voor belangrijke investeringen. De loonkosten blijven de belangrijkste kostenfactor in de toegevoegde waarde van de Vlaamse ondernemingen. De loonkostenhandicap bedraagt 10% ten opzichte van onze vijf belangrijkste concurrenten. De kloof met Oost-Europa en China is nog veel groter. Onze productiviteit zal dit niet kunnen blijven compenseren.”

Norbert Van Overloop merkt hierbij fijntjes op dat “het VB er zich toe verbindt de niet waargemaakte beloften van de liberale VLD uit te voeren. En hij citeert nog eens uit het VB-verkiezingsprogramma: “het VB eist een lineaire lastenverlaging waarbij met betrekking tot de loonkost het niveau van de buurlanden wordt nagestreefd. Zowel de lasten op loon als op overloon moeten naar omlaag. De VLD-belofte van 1,5 miljard euro is niet waargemaakt. Het VEV stelt zelfs dat er 6 miljard euro nodig is om het niveau van de buurlanden te bereiken.”

Bedrijfsvriendelijkheid? KMO-vriendelijkheid? De VB-parlementsleden werken er zich voor uit de naad. Tijdens de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord in 2004, zo herinnert Van Overloop er ons aan, kregen de vertegenwoordigers van de patroonsorganisaties het gedaan dat het aantal toegelaten overuren in de bedrijven verdubbeld werd van 65 naar 130. “Pieter Timmermans van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) had het over een historische doorbraak. Het VB wil echter nog verder gaan.” De VB-parlementsleden Guy D’haeseleer, Koen Bultinck, Hagen Goyvaerts en Luc Sevenhans hadden op 24 november 2003 een wetsvoorstel ingediend om het aantal overuren echt drastisch te verhogen. In de memorie van toelichting schreven zij: “Uit een peiling van het UNIZO blijkt onder meer dat 70% van de Vlaamse KMO’s de noodzaak om flexibeler te kunnen werken een absolute prioriteit noemt. Bedrijven moeten hun productiecapaciteit soepel kunnen aanpassen aan schommelingen in de vraag. Een al te strikte reglementering inzake het inzetten van de arbeidskrachten maakt dit onmogelijk. Op die manier gaan niet alleen orders verloren, bovendien worden de kansen op activiteitsuitbreiding gehypothekeerd.” Later zullen Bultinck en D’haeseleer dit standpunt herhalen en verduidelijken in hun in 2005 gepubliceerde brochure ‘Een socialer Vlaanderen’: “KMO’s kunnen wegens hun beperkte schaalgrootte geen beroep doen op ploegenarbeid om flexibel te kunnen reageren op vraagschommelingen. Overuren bieden hier een oplossing mits het overurensysteem aantrekkelijker en flexibeler wordt.” De beide VB-parlementariërs willen het aantal toegelaten overuren uitbreiden van 65 tot 195 of een verdriedubbeling. “De voorafgaande toelating van de arbeidsinspectie of het voorafgaand akkoord van de syndicale delegatie moet volgens hen afgeschaft worden,” schrijft Van Overloop. En om het nog aantrekkelijker te maken moeten de bijdragen voor de sociale zekerheid op de gepresteerde overuren drastisch worden verlaagd. “Onze partij is voorstander van een systeem waarbij voor overuren wordt gewerkt met een fictief uurloon van 2,50 euro waarop de sociale zekerheidsbijdragen worden berekend,” aldus Bultinck en D’haeseleer in hun brochure. Het spreekt vanzelf dat deze brochure niet in luxe-uitvoering en op grote oplage in de brievenbus van potentiële VB-kiezers belandt, zoals die andere glimmende publicaties waarin het VB de Vlamingen tot vreemdelingenhaat aanzet en constant schreeuwt om meer politie op straat. En het spreekt eveneens vanzelf dat het VB er niet bij zegt dat 195 overuren overeenkomen met meer dan een maand werken… Het VB is immers de “partij van de kleine man” en de “grootste arbeiderspartij van Vlaanderen” (aldus Bultinck tijdens het kamerdebat over het ‘generatiepact’ op 15 december 2005)…

In België hebben werknemers niet zo’n aangename ervaringen met overuren. 72% van de werknemers klopt overuren en 65% zegt voor de gewerkte overuren niet betaald te zijn. Van Overloop haalt de cijfers van de statistische diensten van de Europese Unie, EUROSTAT, boven: “in 2001werden wekelijks 4.432.000 overuren geklopt door ongeveer 462.000 werknemers. België staat daarmee aan de Europese top. Die 4.432.000 overuren omzetten in jobs, brengt 117.000 banen op. Nog meer overuren toestaan is jobvernietigend. Het Vlaams Belang trekt ten volle de kaart van de enige winnaar: de werkgever.”

Lobbyisten van de farmaceutische industrie

De farmaceutische industrie is één van de sectoren van de economie die fabuleuze winsten boekt. De farmareuzen passeren daarbij graag via de kassa van de Belgische sociale zekerheid. De sector ligt al jaren onder vuur. De Top 5000 van de Belgische industrie telt 49 farmabedrijven. Samen realiseerden deze 5000 bedrijven uit alle mogelijke sectoren in 2003 een winst van 4,3 miljard euro, zo blijkt uit het jaarlijkse overzicht van het weekblad Trends. Van Overloop bekeek even de winstcijfers van de farmaceutische sector. “De 49 bedrijven uit de farmaceutische industrie maakten in 2003 1,65 miljard euro winst. De grootste slokop is Janssen Pharmaceutica. Het bedrijf boekte in 2003 een winst van 354.979.000 euro. Het Belgische filiaal van Pfizer, het grootste farmaceutische bedrijf ter wereld, maakte in 2003 een winst van 26.306.000 euro. De Wall Street Invest (een tijdschrift voor beleggers) schreef dat de winst van Pfizer wereldwijd in het derde kwartaal van 2004 3,34 miljard dollar beliep.”

“Half november 2005 raakte bekend dat het hoofdbestuur van Pfizer in de Verenigde Staten een investering van 185 miljoen euro in de Belgische vestiging van Puurs schrapte. De honderd beloofde nieuwe jobs komen er niet. Volgens de directie werd deze investering geschrapt omdat de Belgische regering zich naar de smaak van Pfizer te negatief opstelt tegenover de geneesmiddelensector.” Een standpunt dat volmondig wordt bijgetreden door het Vlaams Belang. De federale minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, de PS’er Rudy Demotte, lanceerde in het najaar van 2005 de idee van een extra omzettaks voor de farma-industrie om de hoge uitgaven van de sociale zekerheid te financieren. In de ogen van VB-volksvertegenwoordiger Luk Van Nieuwenhuysen vond het idee van Demotte geen genade: “Ze zullen daar bijvoorbeeld in het hoofdkwartier van Pfizer in de Verenigde Staten niet mee kunnen lachen,” voorspelde hij. “De regering moet ophouden de farmaceutische nijverheid te stigmatiseren”. Op 17 oktober 2005 werd hij hierin bijgetreden door zijn collega Koen Bultinck. Die verklaarde in de Kamer van Volksvertegenwoordigers: “ik voel mij niet te slecht of te goed om toch eens duidelijk te zeggen dat de symbolenstrijd richting farmaceutische industrie moet stoppen. Het belang van de werkgelegenheid en van het wetenschappelijk onderzoek – denk bijvoorbeeld aan de werkgelegenheid in de Antwerpse Kempen in deze sector – is voor ons te belangrijk om te blijven vechten tegen de farmaceutische industrie. Het is een van de weinige innovatieve industrieën die wij in ons land nog hebben. Laten we naar een gezond beleid terugkeren en stoppen met spoken na te jagen.”

Een zeer eenvoudige vraag lijkt hier dan op zijn plaats: wiens belang verdedigt het VB?

Partij van de minimumsteuntrekkers?

Dewinter mag het VB al “de partij van de minimumsteuntrekkers” noemen, uit het VB-programma blijkt dat nergens. In de hoogste regionen van het VB wordt een viscerale afkeer gecultiveerd voor werklozen. Willy Smout, op dit ogenblik VB-provincieraadslid in Vlaams-Brabant, werd in 1989 door de partijleiding aangezocht om een eerste schuchtere poging te wagen om een sociaal-economisch programma uit te schrijven. Hij pleitte meteen voor de invoering van een verplichte gemeenschapsdienst voor werklozen, die hij systematisch ‘profiteurs’ noemde. Smout had het onophoudelijk over het ‘sociaal profitariaat’. En in die termen denkt het VB nog steeds over de 600.000 werklozen in dit land – zeker als het over “de luie Walen gaat”. Partijvoorzitter Frank Vanhecke noemde de (Waalse) werklozen in zijn slottoespraak voor het economisch congres op 26 november 2005 ‘uitkeringsverslaafden’. Het VB heeft met miljonair, ondernemer, zakenman en lobbyist (de oprichter van de Vlaamse Luchtvaartmaatschappij (VLM) en van het in 2002 opgerichte en prompt weer failliete VG-Airlines/ Delsey Airlines), Freddy Van Gaever een ‘verruimingskandidaat. Sinds 13 juni 2004 zetelt deze karikatuur van de ‘Vlaamse kapitalist’ voor het VB in het Vlaamse parlement. Van Gaever is een vurig pleitbezorger van de jacht op werklozen. Zijn stelregel is de eenvoud zelve: “werklozen willen niet werken”. In 2004 stelde hij in het Vlaamse parlement een motie voor om de werklozen harder aan te pakken. Ook die andere ‘verruimingskandidaat’ van het VB, Jurgen Verstrepen, heeft het niet op de werkloosheid, maar op de werklozen gemunt. In november 2005 lanceerde hij het ‘Work First’-idee, dat hij in de Verenigde Staten had opgeraapt.

“Ik stelde voor om de jeugdwerkloosheid op te lossen met de invoering van het systeem ‘Work First’, aldus ‘verruimer’ Verstrepen. “Jongeren tussen 18 en 25 jaar die voor het eerst een uitkering aanvragen moeten verplicht vanaf de eerste dag werken en een opleiding volgen. Centraal in dit project staat dat jongeren niet de kans moeten krijgen om te wennen aan een uitkering zonder tegenprestatie. Het verplichte werk bestaat uit voor de bevolking zichtbare jobs (bijvoorbeeld onderhoud openbaar groen, reiniging, stadsverbetering…, horeca, administratie, fabriekswerk tot bandwerk). Meedoen aan het project is niet vrijblijvend: jongeren die zonder goede reden onvoldoende medewerking verlenen aan ‘Work First’ krijgen een forse vermindering van hun uitkering tot het volledig stopzetten… Werk weigeren kan niet meer. De mentaliteitsverandering is: “kom uit je bed en werk voor je geld”. Een sociale uitkering is geen recht maar een gunst. ‘Work First’ is een concept uit de Verenigde Staten. In de staat Wisconsin wordt elke maand 20 tot 30% ingeleverd op de uitkeringen. Het aantal uitkeringsvragers daalt in dit project na een eerste evaluatie met 30%. Meer jongeren beginnen te werken, volgen opleidingen en door het verplichte ritme van niet leuke jobs ontstaat een drang en motivatie om voor betere jobs te solliciteren. Waarom niet in Vlaanderen?”

“Dit voorstel is geen uitschuiver van Verstrepen,” stelt auteur Norbert Van Overloop. “Het werd door de partij overgenomen en op het economisch congres van 26 november 2005 goedgekeurd.” “Wat zijn de gevolgen van het voorstel Verstrepen? De werkloze wordt verplicht een vaste baan in te pikken; er gaan geen banen verloren; de werkgever krijgt werkvolk voor een prikje; de werkloze is verplicht zich uit te sloven voor een aalmoes. Door het voorstel Verstrepen zal niet het aantal werklozen dalen, wel het bedrag dat aan werklozen wordt uitgekeerd.” Het spreekt vanzelf dat het VB in zijn glimmende, voor het breed publiek bestemde folders, in alle talen zwijgt over dit soort voorstellen…

Pensioen na veertig jaar labeur

Hoe ongerust het ‘eigen volk’ is over de toekomst van het Belgische pensioenstelsel bleek uit de massale protestbeweging tegen het ‘generatiepact’ van de regering Verhofstadt. Begin oktober 2005 stelde de premier in het parlement zijn ‘generatiepact’ voor. “Mooi woord, slechte inhoud,” weet Norbert Van Overloop. “De hoofdboodschap is duidelijk: iedereen moet langer werken, het recht op brugpensioen wordt drastisch beperkt, bijna afgeschaft. Het pact rept met geen woord over de verplichte aanwerving van jongeren.” “De loontrekkenden slikten dit niet. Het ABVV riep als eerste een algemene staking uit op 7 oktober 2005. Drie weken later betoogden bijna 100.000 loontrekkenden in Brussel op initiatief van de drie grote vakbonden. Steunt de ‘grootste arbeiderspartij van Vlaanderen’ dit protest tegen de uiterst asociale maatregelen van de liberaal-socialistische regering? Verre van. Het VB poetst de oude slogan “staken schaadt, werken baat” nog eens op. Alle VB-kopstukken en –lieden, die dagelijks met het sociaal-economisch programma van de partij begaan zijn, fulmineren tegen de staking. Voorzitter Vanhecke en andere VB-coryfeeën vinden dat de regering bikkelhard tegen stakersposten moet optreden, die bedrijven blokkeren. Bij de stemming over het generatiepact in het parlement onthoudt de ‘partij van de zwaksten in onze samenleving en van de senioren met een klein pensioentje’ zich. Het VB is niet tegen het generatiepact. Gerolf Annemans laat daar in de kamer weinig twijfel over bestaan: “het Vlaams Belang is van oordeel dat wat u voorstelt niet genoeg is,” slingert hij premier Verhofstadt naar het hoofd. “Het enige wat de heer Verhofstadt doet is de krantenartikels nakakelen, die beweren dat wij aan de kant van het ABVV staan. Dat is te gek om los te lopen. Ik heb over het brugpensioen geen woord gezegd. Het enige wat ik gezegd heb, is dat de pensioenleeftijd moet worden afgeschaft als criterium om een pensioen toe te kennen…”

Langer en harder werken, zo luidt het devies van het VB, dat van oordeel is dat de paarse regering niet ver genoeg durft te gaan. VB-voorzitter Vanhecke kwam persoonlijk tussenbeide in een internetdiscussie met volgend duidelijk standpunt: “het is absoluut noodzakelijk dat mensen langer werken. 65 jaar is het streefdoel. Dat het brugpensioen fors zal moeten afgebouwd worden, is evident.” De mannen die zich binnen het VB met de sociaal-economische dossiers bezighouden, de volksvertegenwoordigers Guy D’haeseleer en Koen Bultinck, zetten in 2005 één ander in alle scherpte op papier in hun brochure ‘Vergrijzing en Arbeidsmarkt’: “onze partij is gewonnen voor een nieuw, robuust pensioenstelsel dat recht geeft op pensioen na veertig jaar arbeid”. Dit standpunt wordt in november 2005 overgenomen door het economisch congres van het VB. In de synthesetekst staat dat deze maatregel “een modernisering” is. Norbert Van Overloop: “maar heeft het Vlaams Belang de moed om dit standpunt weer te geven in de folders die het in de brievenbussen steekt of op de markten uitdeelt? Heeft het Vlaams belang de moed om naar de kiezer te gaan met de slogan: ‘Ja, ik ga maar met pensioen als ik veertig jaar gewerkt heb!’ of ‘Voor onze kinderen blijf ik ook na veertig jaar werken aan de slag!’? Absoluut niet. Annemans is Verhofstadt in het kwadraat. Maar hij mist de moed om dat te zeggen.”

Weg met de vakbonden!

“Als de mensen in beweging komen om hun rechten op te eisen, raakt het Vlaams Belang in de problemen,” stelt Norbert Van Overloop. “Indien de vakbonden een sociale beweging tegen het beleid op gang weten te brengen, zakt het beeld van het VB als de verdediger van de kleine man als een pudding ineen.” “Wie deze brede beweging tegen de sociale afbraak niet ondersteunt, wie zich opwerpt als een dam ter bescherming van het beleid van sociale achteruitgang en van de politieke partijen die het voeren, kan nooit een alternatief bieden voor het demagogische misbruik van het ongenoegen. De strijd voor werk, voor de vrijwaring van de sociale zekerheid, het onderwijs en de gezondheidszorg is de eerste voorwaarde voor een strategie tegen extreem rechts. Vooral de vakbonden nemen hier het voortouw. Het is niet toevallig dat extreem rechts zijn pijlen bij voorkeur op de vakbonden afschiet. De vakbonden zijn in staat een dam tegen de sociale afbraak op te werpen. In de vakbonden en in de sociale strijd zien de mensen dat ze dezelfde belangen hebben, ongeacht hun afkomst.”

Eén van de prioriteiten in het VB-programma is dan ook de drastische inperking van de vakbondsvrijheid. Norbert Van Overloop: “daarom wordt al twintig jaar lang na iedere verkiezing hetzelfde wetsvoorstel neergelegd. Karel Dillen, stichter-voorzitter van het Vlaams Blok, was de eerste. De nieuwe garde – D’haseleer en Bultinck – nam de fakkel over. Dat wetsvoorstel wil de vakbonden rechtspersoonlijkheid geven. In hun brochure ‘Een socialer Vlaanderen’ (2005) winden beide VB-volksvertegenwoordigers er niet te veel doekjes om: “vernielingen bij gewelddadige stakingspiketten en betogingen kunnen niet verhaald worden op de vakbonden of hun leiding. Daarom is het Vlaams Belang absolute voorstander van de invoering van rechtspersoonlijkheid voor de vakbonden, een totale depolitisering en een verplichte open boekhouding.”

“Het VB wil dat de rechtbanken de vakbonden een stakingsverbod kunnen opleggen,” schrijft Van Overloop. “De werkgevers proberen dat nu al gedaan te krijgen door bij stakingen de rechtbanken te vragen dwangsommen op te leggen. Die dwangsommen kunnen aan de vakbond zelf als organisatie niet worden opgelegd, omdat de vakbond een feitelijke organisatie is, geen juridische. Dat wil het VB veranderd zien. Het wetsvoorstel beoogt ook dat iedereen de boekhouding van de vakbonden moet kunnen inkijken, de stakingskassen inbegrepen. Die informatie zou voor de werkgevers van goudwaarde zijn natuurlijk.”
Op het economisch congres van november 2005 herhaalde het VB nog eens dat ook het stakingsrecht best zo snel naar de geschiedenisboeken wordt verwezen. “Het recht op staken mag niet verhinderen dat werkwillige arbeiders en bedienden hun werkplek vervoegen (sic), wanneer ze dat willen, ook in stakingsperiodes,” zo stond in de congrestekst. De maand voordien had VB-kamerlid Gerolf Annemans zijn onverbloemde steun toegezegd aan VLD’er Rik Daems. Het was een ontroerend staaltje van zwart-blauwe samenwerking voor het ‘eigen belang’. Daems diende op 7 oktober 2005 een wetsvoorstel in om het recht op arbeid tijdens stakingsacties te waarborgen en stakersposten buiten de wet te stellen. Tijdens de VRT-uitzending ‘De Zevende Dag’ (waar VB-kopstukken al jaar en dag vaste gasten zijn) verklaarde Annemans: “Ik ben heel tevreden dat de VLD vandaag een wetsvoorstel overneemt dat wij al twintig jaar voorstellen, vroeger met het Vlaams Blok en nu met het Vlaams Belang. Dat wetsvoorstel wil de vakbonden verantwoordelijk stellen voor hun excessen. De VLD heeft dus alvast de steun van 18 kamerleden en 7 senatoren van het Vlaams Belang…”

Inmiddels zijn er nog steeds VLD-tenoren, zoals voorzitter Bart Somers en minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, die ons voorhouden dat zij een strategie hebben tegen het Vlaams Belang… De politieke elite van dit land, die over de partijgrenzen heen, de gemeenschappelijke dogma’s van het neoliberalisme koestert, heeft niet echt grote ideologische meningsverschillen met het VB. De vraag is dan ook hoe lang het VB nog op de rerservebank moet blijven zitten. ‘Wiens Belang?’ van Norbert Van Overloop is daarom alleen al een erg nuttig boek: het kan vele mensen aanzetten om nooit toe te laten dat het VB in de eerste ploeg mag meespelen. Oproepen vanuit bepaalde kringen uit de politieke en economische elite om het VB mee te laten regeren, zijn niet aan Norbert Van Overloop besteed. De auteur heeft ook geen boodschap aan het argument dat het VB – net zoals haar extreem rechtse, fascistische en racistische zusterpartij in Oostenrijk, de FPÖ van Jörg Haider – zich in een coalitie “kapot zal regeren”. “Het Vlaams Belang,” zo voorspelt de auteur, “zal zichzelf niet kapot regeren, het zal de gewone mensen kapot regeren. Het zal het politieke klimaat nog meer verrechtsen.”

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

U kan dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=433097&refsource=uitpers

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel