Het Palestijnse volk is de verliezer van de strijd tussen Hamas en Fatah

De tragische dagen blijven elkaar opvolgen in Palestina. Op 13 november werd in Gaza een keerpunt bereikt in de inter-Palestijnse relaties, met name tussen de twee grote bewegingen, Fatah en Hamas. Het optreden van de gewapende milities van Hamas tegen Palestijnen die de 3de verjaardag van de dood van hun historische leider Yasser Arafat herdachten, eindigde met zeven doden, 120 gewonden en 400 arrestaties.

Men moet vaststellen dat Hamas geobsedeerd is door veiligheid. Dat is al zo sedert 14 juni, de dag dat deze beweging de controle over de Gaza-strook overnam na een bliksemoffensief tegen de veiligheidsinstellingen die gecontroleerd werden door Fatah. Deze machtsgreep

heeft de Palestijnen in een nieuw tijdperk van verdeeldheid gestort, dat hen afleidt van hun nationale belangen, waarvoor honderdduizenden onder hen zich hebben opgeofferd om die veilig te stellen en te laten zegevieren.

Hoe kon het allemaal gebeuren?

Fatah is sedert de Oslo-akkoorden begin de jaren 1990 in een fase van toenemende bureaucratisering geraakt. De beweging viel volledig samen met de Palestijnse Autoriteit. De militanten van Fatah werden benoemd in de verschillende ministeries en vooral in de negen veiligheidsdiensten. Haar leiding begunstigde een voortschrijdend proces van depolitisering. De 120.000 mensen in het openbaar ambt (politiemannen, ambtenaren, diplomaten, ministers…) kwamen allemaal uit de rangen van Fatah of waren familie van Fatah-leden.

Ze werden geabsorbeerd door een institutioneel apparaat terwijl het politieke domein voorbehouden bleef aan een minderheid van leiders, alhoewel dit domein slechts een fictie is omdat de macht van de Palestijnse Autoriteit op basis van de Oslo-akkoorden geen echte soevereiniteit omvat. De belangen daarentegen, die uit die macht werden gegenereerd, waren zeer reëel. (Meer dan de helft van het jaarlijks budget van de Palestijnse Autoriteit ging naar de betaling van de ambtenaren).

Hoe kon Fatah dan zijn onafhankelijkheid behouden en zoals voorheen voortdoen met het garanderen van de voordelen van een interne politiek aan zijn leden? Men zal zich herinneren dat deze grote beweging sedert midden de jaren ’80 geen nationaal congres meer heeft gehouden. Men moet zich dan ook niet verwonderen dat er een totaal gebrek is aan democratie in zijn rangen. In dergelijke omstandigheden kan het verlies van de macht door verkiezingen reacties uitlokken, die in strijd zijn met de democratie en met het functioneren van die democratie (zoals bv. door de afwisseling van de macht).

Bovendien werd het beheer van de Autoriteit, zoals het door Fatah werd gevoerd, gedomineerd door een voortschrijdend proces van corruptie. Dit fenomeen, waarvan de Palestijnse bevolking in de bezetting dagelijks last van ondervond, heeft voor een groot deel bijgedragen tot het verlies van de verkiezingen van 25 januari 2006. Het resultaat van de verkiezingen kan worden beschouwd als een “proteststem”.

Terwijl de corruptie vooruitgang boekte, ging het Oslo-proces tegelijkertijd gepaard met een achteruitgang op het terrein, waardoor het leven van het Palestijnse volk elke dag moeilijker werd. Dit omdat het Oslo-proces op het politieke vlak geen ontwerp van oplossing inhield, maar alleen maar de vooruitzichten op een rechtvaardige vrede heeft gecompliceerd.

Om de privilegies te behouden van de macht die ze verloor door de verkiezingen van 25 januari 2006, deed de leiding van Fatah alles wat ze kon om de winnende partij, Hamas, te beletten te regeren. Ze kreeg daarbij de hulp van externe mogendheden (de Verenigde Staten, de Europese Unie enz.) en vooral van de Israëlische politiek. De sterke man van Fatah in Gaza, Mohammed Dahlan, heeft de diverse veiligheidsdiensten van de Palestijnse Autoriteit gebruikt om het werk te hinderen van de regeringsleden van Hamas. Dit was het begin van een open conflictsituatie tussen de twee partijen.

Hamas van zijn kant heeft nooit echt de macht willen delen met andere strekkingen. De onderhandelingen die het voerde met andere partijen gaven geen blijk van een echte bereidheid tot verzoening met het vooruitzicht op verdeling van de regeringsverantwoordelijkheden. Meer nog, Hamas heeft nooit een echte bereidheid getoond om zich te integreren in de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) zodat die een politiek en institutioneel kader zou worden, dat echt alle Palestijnen zou vertegenwoordigen. Die houding wijst erop dat deze beweging in haar cultuur nog altijd niet de logica van politieke consensus heeft geïntegreerd.

Men zal zich wel herinneren dat de eerste Hamas-regering uitsluitend uit Hamas-elementen bestond. De tweede regering, die werd gevormd in de maand mei in uitvoering van het Akkoord van Mecca met Fatah, hield slechts een herverdeling in van de privilegies die gepaard gaan met de macht. Het akkoord was geen echt politiek vergelijk, verre van, voor alle Palestijnen.

Dat verklaart waarom een confrontatie tussen de twee onvermijdelijk was en dat, kort na de vorming van die tweede regering, de straten van Gaza het toneel werden van dodelijke confrontaties onder broeders, die tientallen slachtoffers eisten.

Sedert 14 juni, de dag van de machtsgreep van Hamas in Gaza, worden leiders ervan steeds meer geïsoleerd omdat ze de cultuur van de politieke consensus niet willen aanvaarden. Repressie werd het enige middel dat ze gebruiken, niet alleen tegen de leden van Fatah maar ook tegen de andere Palestijnse strekkingen zoals Islamitische Jihad en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). In die optiek kan men ook zijn repressieve politiek tegen de pers begrijpen: sluiting van radiostations zoals “De Stem van het Volk” van het PFLP en van tv-stations; de arrestatie van journalisten als onderdeel van een intimidatiepraktijk enz.; het verbod tegen vele verenigingen om hun lopende activiteiten voort te zetten; en, erger nog, de indoctrinatie van de leden van Hamas om bij hen een houding van uitdaging tegenover de anderen te creëren. Als men de Arabischtalige artikelen leest op de website van Hamas, merkt men dat de complotcultuur alomtegenwoordig is. Met als gevolg dat de repressiemachine haar optreden rechtvaardigt door de anderen als verantwoordelijk voor die complotten te beschuldigen.

Die logica van de repressie van Hamas verklaart de tragedie van 13 november. En door voort te gaan in die richting, maakt Hamas het de tegenpartij – de leiding van Fatah – gemakkelijker om repressieve reacties te voeren tegen Hamas in Cisjordanië (de Westelijke Jordaanoever). De Palestijnse veiligheidsdiensten die worden gecontroleerd door Mahmoed Abbas, hebben al bijna 500 leden van Hamas gearresteerd en 120 verenigingen gesloten, die instonden voor sociaal en politiek werk in Cisjordanië. Ook werd de uitbetaling opgeschort van de salarissen van bijna 30.000 ambtenaren die werden benoemd door Hamas sedert die beweging aan de macht kwam.

In het belang van het Palestijnse volk wordt het hoog tijd dat er een einde komt aan deze repressieve logica van beide partijen zodat men een uitweg kan vinden voor de destructieve interacties, die de capaciteiten van de Palestijnse bewegingen verlammen.

Wat kan er worden gedaan?

  • Hamas moet het eerste gebaar doen om een proces van herstel van de rust op gang te brengen. Dat kan gebeuren door de lokalen van de verschillende Palestijnse instellingen (ministeries, kazernes en andere infrastructuur die het controleert) terug te geven aan de Palestijnse Autoriteit, die vertegenwoordigd wordt door Mahmoed Abbas. Bepaalde Palestijnse bewegingen zoals het PFLP, hebben voorgesteld dat deze infrastructuur ter beschikking zou worden gesteld van een derde partij. Dit is een mogelijk tussentijdse oplossing.
  • De ontbinding van de nationale noodregering (deze van Cisjordanië), die wordt voorgezeten door Salam Fayad, want die heeft geen enkele institutionele legitimiteit. Ze maakt deel uit van het proces van reacties, dat is aangevat door beide partijen naar aanleiding van deze uiterst erge institutionele crisis. Het Palestijnse volk in de bezette gebieden moet snel worden geraadpleegd op basis van een integraal proportioneel kiessysteem. Dat zal toelaten dat er een politiek pluralistisch en functioneel systeem tot stand komt, dat zeer nuttig zal zijn om een einde te maken aan het dualisme dat het Palestijnse politieke leven blokkeert.
  • De samenstelling van alle Palestijnse veiligheidsinstellingen moet worden herzien, zowel in Cisjordanië als in de Gaza-strook. Dat is uiterst dringend. De ervaring heeft aangetoond dat dit het begin kan zijn van een “depolitisering” ervan. Ze moeten worden onttrokken aan elke sektarische invloed en moeten één enkele opdracht hebben: de bescherming van de burgers, zowel op intern vlak als tegen het herhaalde machtsvertoon van de Israëlische strijdkrachten.
  • De nationale dialoog beperken tot een onderonsje tussen Fatah en Hamas zou een tragische vergissing zijn omdat er slechts een nationale dialoog kan zijn, waaraan alle Palestijnse strekkingen moeten deelnemen. Het Akkoord van Caïro, dat werd afgesloten tussen de dertien Palestijnse bewegingen, is een goed begin voor het hernemen van de interne dialoog. Het doel ervan is de vorming van een nieuwe regering van nationale eenheid op pluralistische en representatieve basis met alle politieke bewegingen om aldus tegemoet te kunnen komen aan de verzuchtingen van de bevolking en op een efficiënte manier het hoofd te bieden aan de uitdaging van de bezetting.
  • Er moet worden begonnen met een ernstig proces om tot een nieuwe samenstelling van de PLO als enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, zowel ter plaatse als in de diaspora, te komen. Deze nieuwe samenstelling moet de toetreding omvatten van bewegingen die nog geen deel uitmaken van de PLO zoals Hamas en Islamitische Jihad. Wat de representativiteit van elke beweging in de organen van de PLO betreft (Palestijnse Nationale Raad, Centrale Raad van de PLO en Uitvoerend Comité), die moet zoveel als mogelijk worden bereikt door een electoraal proces. Het zijn de Palestijnen zelf die vrij moeten beslissen over de representativiteit.
  • Er moet een meer dan noodzakelijke scheiding worden doorgevoerd tussen de Palestijnse bewegingen en de instellingen van de Palestijnse Autoriteit. De bewegingen spelen hun rol als politieke macht en kunnen via verkiezingen aan de macht komen of in de oppositie verzeilen. De instellingen van de Autoriteit daarentegen moeten in dienst staan van alle Palestijnen. Ze kunnen niet het eigendom zijn van de enen of de anderen. Men mag ook niet uit het oog verliezen dat de Palestijnse Autoriteit haar legitimiteit ontleent aan de Oslo-akkoorden van 1993. Haar taak beperkt zich tot het beheer van de zaken van de Palestijnen in de bezette gebieden.
  • Wat de PLO betreft, zij alleen heeft de bevoegdheid om het politieke Palestijnse dossier te behandelen op het vlak van de internationale politiek. Als vertegenwoordigster van alle Palestijnen moet haar programma er een van nationale eenheid zijn. Ze moet de basiselementen verdedigen van de eisen van het Palestijnse volk, te weten: het recht op de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat, het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen op basis van resolutie 194 van de Verenigde Naties van 1948 en haar representativiteit op de internationale politieke scène.
  • De Palestijnse linkerzijde bevindt zich op een historisch moment van haar bestaan. Zij wordt opgeroepen de rangen te sluiten met als doel een derde weg aan te bieden naast Hamas en Fatah. Het Palestijnse volk heeft meer dan ooit behoefte aan die derde weg. De vijf composanten van links – te weten het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP), de Palestijnse Volkspartij (PPP), de Palestijnse Democratische Unie (FIDA) en het Nationaal Initiatief – moeten een verantwoordelijke houding aannemen en bepaalde ruzies tussen hun leiders achter zich laten. Links kan dat aan als, en alleen als zijn leiders zich bewust tonen van hun historische rol. Als ze het niet doen zijn ze in mijn ogen medeverantwoordelijk voor het voortduren van deze gevaarlijke toestand, die tot chaos kan leiden.

(Uitpers, nr. 92, 9de jg., december 2007)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 26 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook