Het ongrijpbare Iraakse verzet

Mohammed Hassan & David Pestieau. Irak. Oog in oog met de bezetting. Uitg. EPO, Berchem-Antwerpen, 2004. 176 blz., € 15.

Honderddertig miljoen dollar per dag, vier miljard dollar per maand, geven de Amerikanen uit in Irak. Zonder veel resultaat. Weggegooid geld dus, zou men kunnen besluiten. En dat beginnen meer en meer Amerikanen ook te denken, te meer daar het aantal Amerikaanse gesneuvelden alsmaar toeneemt. Nog slechts 40% van de Amerikanen staat achter de Irak-politiek van president George W. Bush jr. Als hij al een Irak-politiek heeft, iets waar vele Amerikanen aan twijfelen.

Maar als men de momenteel sterk uit de pan swingende olieprijzen bekijkt, kan men wel tot heel andere conclusies komen. De voorbije jaren is er veel gediscussieerd over de richting waarin die prijzen zouden uitgaan. De optimisten meenden dat ze laag zouden blijven wegens overaanbod, de pessimisten zagen een voortdurende stijging door onder meer de behoeften bij de te verwachten herneming van de wereldeconomie, en meer specifiek door de behoeften van de snel groeiende economieën in landen als China en India.

De pessimisten lijken gelijk te krijgen. Te meer daar nu ook blijkt dat de voorraden te optimistisch werden ingeschat, zoals bv. die van de olievelden in en rond de Kaspische Zee, in Centraal-Azië en in Afrika. En de conclusie die men in dit licht kan trekken is dat de Amerikaanse regering wel degelijk een Irak-politiek heeft: een politiek om zich van de controle over de oliebronnen te verzekeren en er aldus voor te zorgen dat de Amerikaanse markt van bevoorrading verzekerd is. In die optiek zijn de dagelijkse uitgaven van 130 miljoen dollar in Irak een investering in de toekomst.

"Als ze de regio in handen krijgen, hebben de VS de controle over meer dan 70% van de wereldolie en de wereldgasreserves. Daarom is de oorlog in Irak evengoed een oorlog tegen Europa en Azië. Europa, Japan en zelfs China zijn immers afhankelijk van de Arabische olie", stellen Mohammed Hassan, een Arabisch sprekende Ethiopische ex-diplomaat, en journalist David Pestieau in hun boek "Irak. Oog in oog met de bezetting".

Vergeet dus alle nobele motieven om Irak te bezetten zoals het elimineren van massavernietigingswapens, het afzetten van een afschuwelijke dictator, heropbouw van het land na twaalf jaar vernietigende economische sancties, het brengen van democratie enz. Dit is gewoonweg propaganda om het ware doel te verdoezelen. Alhoewel een reeks Amerikaanse beleidsmakers klaarblijkelijk hun eigen propaganda begonnen te geloven en ervan overtuigd leken dat de Irakezen hen met open armen gingen ontvangen.

Maar dat dit niet het geval zou zijn, hadden ze kunnen weten als ze maar de geschiedenis van Irak hadden bestudeerd, zo leggen de auteurs haarfijn uit. De Irakezen hebben een traditie van verzet en zijn veel taaier dan Washington en Londen hadden verwacht. Voeg daarbij de aard van de bezetting – waaruit blijkt dat de Iraakse burger van geen tel is voor de bezetter, die alleen uit is op de plundering op grote schaal van Iraks rijkdommen – dan wordt duidelijk dat vele Irakezen graag naar de wapens grijpen om de gehate buitenlanders te verdrijven. Daarbij spelen de communautaire verschillen – tussen Arabieren en Koerden, tussen soennitische en sjiitische moslims – een veel kleinere rol dan doorgaans schematisch wordt aangegeven.

In een relatief kort bestek – 176 blz. – slagen de auteurs erin een zeer leesbaar overzicht van de gebeurtenissen in en rond Irak duidelijk te maken. Over het verzet zelf is momenteel nog vrijwel niets geweten. Wel is zeker dat het verzet vrij algemeen is en niet alleen bestaat uit enkele duizenden Saddam-loyalisten en al-Qaeda-aanhangers zoals de Amerikanen aanvankelijk beweerden. Volgens de hypothese van Mohammed Hassan en David Pestieau wordt het verzet (bestaande uit Arabische nationalisten, islamieten en communisten) geleid door patriottische officieren van het vroegere Iraakse leger en werd dat verzet al vóór de oorlog voorbereid. Of dat inderdaad zo is, zal pas veel later blijken. Een feit is inmiddels wel dat dit verzet het opzet van de VS om 70% van de wereldoliemarkt te controleren kan doen mislukken.

(Uitpers, nr. 54, 5de jg., juni 2004)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).