Het nucleaire pad van de VS

De rechtse regering Bush heeft van de strijd tegen de massavernietigingswapens in handen van ‘Rough States’ haar handelsmerk gemaakt. Na Irak is de campagne tegen Noord-Korea en Iran volop aan de gang. Aan het thuisfront stapt Bush resoluut het tweede nucleair tijdperk in. Voorlopig hoogtepunt is de beslissing om te werken aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie, ‘inzetbare’ nucleaire wapens.(1)

“Defensieminister Donald Rumsfeld weigerde donderdag het gebruik van nucleaire wapens uit te sluiten in een mogelijke oorlog met Irak, terwijl een leidend senator hem vertelde dat een dergelijke actie zou uitmonden in een totale ineenstorting van de Amerikaanse relaties met de rest van de wereld.” (Reuters op 13 februari 2003)

De discussie over nucleaire wapens heeft terug een prominente plaats gekregen op de politieke agenda. In een toespraak voor de VN op 12 september 2002 zei Bush dat als het Irakese regime vrede wenste, het “onmiddellijk en onvoorwaardelijk” zijn massavernietigingswapens moest verwijderen of vernietigen. Amper een jaar eerder diende zijn Defensieminister Rumsfeld het ‘Nuclear Posture Review’ (NPR) in het Amerikaanse Congres in.(2) Het NPR “herbevestigt dat nucleaire wapens in de nabije toekomst een sleutelelement zullen blijven van de nationale veiligheidsstrategie”. In het voorwoord spreekt Rumsfeld van een ‘nieuwe triade’ bestaande uit “offensieve nucleaire en niet-nucleaire aanvalssystemen”, “actieve en passieve defensie” en het “herdynamiseren van de defensie-infrastructuur met nieuwe capaciteiten”.

Eerste doctrine : kernwapens kunnen worden ingezet

In mensentaal gesteld betekent dat ten eerste dat de VS niet uitsluit dat het daadwerkelijk nucleaire wapens kan inzetten. Volgens het NPR kan dat in drie gevallen. Het vernietigen van doelen die niet kwetsbaar zijn voor conventionele wapens, als reactie op een aanval met NBC-wapens (Nucleaire, Biologische of Chemische wapens) en als antwoord op een “verrassende militaire ontwikkeling”. Dat laatste kan slaan op een Arabische aanval op Israël, een Noord-Koreaanse aanval op Zuid-Korea en een Chinese aanval op Taiwan.

De regering Bush kiest zonder omwegen voor de mogelijkheid van een ‘first strike’- aanval met nucleaire wapens tegen vermeende dreigingen van ‘Rough States’. Dat het de regering Bush ernst is blijkt uit een in The Washington Times gelekt geheim document (31 januari 2003) waarin staat dat de “VS zullen voortdoen met duidelijk te maken dat het zich het recht voorbehoudt om met overweldigende kracht – inclusief potentiële nucleaire wapens – op te treden tegen het gebruik van massavernietigingswapens tegen de VS, tegen onze troepen in het buitenland en tegen onze vrienden en bondgenoten”.

De nucleaire doctrine van de VS is lang gebaseerd op de doctrine van de ‘afschrikking’. Dat betekent dat een groot arsenaal aan kernwapens kan verhinderen dat een tegenstander je daadwerkelijk aanvalt, want door een nucleaire tegenaanval riskeert de tegenstander zichzelf te vernietigen. In elk geval werd de mogelijkheid van het inzetten van kernwapens lange tijd hoofdzakelijk gezien als antwoord op een aanval. In die optiek was ook het nucleaire evenwicht van belang. De ‘first-strike’-optie in het NPR is een duidelijke verschuiving van strategie. In de politiek tegen de zogenaamde Rough states, die desnoods met harde hand moeten ontwapend worden, streeft de VS naar het monopolie op massavernietigingswapens en het inzetten ervan. Dat is in strijd met het Non-Proliferatie-Verdrag (NPV) dat de VS nochtans in 1970 hebben goedgekeurd. Daarin staat de verbintenis van de officiële kernwapenstaten om geen nucleaire wapens in te zetten tegen de niet-nucleaire leden van het NPV. Irak is (in tegenstelling tot de niet-officiële atoomwapenmacht Israël) lid van het NPV en was ook niet in het bezit van nucleaire wapens.

Tweede doctrine : onderzoek en ontwikkeling van nieuwe nucleaire wapens

Het NPR vraagt een modernisering van het nucleair arsenaal. Specifieke programma’s zijn: de ontwikkeling van tactische nucleaire wapens die mobiele doelwitten kunnen raken; mini-nucleaire wapens die diep in de grond en bunkers kunnen penetreren; de aanschaf van de Joint Strike Fighter die kunnen bewapend worden met nucleaire bommen alsook de modernisering van de bestaande jachtvliegtuigen (F16 en F15); investeringen in nucleaire wapenlaboratoria.

Het nieuwe defensiebudget met een recordwaarde van 401,3 miljard dollar maakt voor al deze programma’s behoorlijk wat geld vrij. Zo is een slordige 12 miljard dollar gereserveerd voor de aankoop van jachtvliegtuigen en de verdere ontwikkeling van de Joint Strike Fighter. Het meest controversieel onderdeel is het startsein voor het programma voor de ontwikkeling van de nucleaire ‘bunker busters’. Eerder dit jaar verscheen daarover een voorbereidende studie van de wetenschappers van het Los Alamos nationaal laboratorium, het beruchte nucleaire labo van de VS.

Daarin spreken ze eufemistisch over: ‘Reduced Collateral Damage Weapons’, wapens met een verminderde randschade. Samengevat behandelt de studie het verkrijgen van een steeds grotere vernietigingskracht in kleinere bommen in combinatie met verschillende ‘precisie’ technieken (laser en satelliet).(3) Doel is een wapen te ontwerpen dat in staat is commandobunkers en massavernietigingswapens diep onder de grond te vernietigen. Volgens de wetenschappers onder leiding van Bryan Feart, kan dat met een atoombom van 1 kiloton TNT (vergelijk: de Hiroshimabom woog 15 kiloton) als die maar precies genoeg op het doel wordt afgevoerd en zich voldoende diep in de grond boort voor de eigenlijke nucleaire explosie plaatsvindt. Een seismografische hamerslag zou elke onderaardse structuur compleet verpulveren. Daarbij zouden tien maal minder burgerslachtoffers vallen in vergelijking met een nucleaire explosie aan het aardoppervlak. Het lugubere studiewerk stelt dat dit het wapen dan ook inzetbaar maakt met als voordeel dat de nucleaire dreiging geloofwaardig wordt. Met andere woorden, een ‘schurkenstaat’ zal in de toekomst twee keer nadenken vooraleer hij zich massavernietigingswapens aanschaft.

Defensieminister Rumsfeld heeft niet stilgezeten. Hij heeft zijn goedkeuring gehecht aan een project ter waarde van 9,4 miljoen dollar voor de ontwikkeling van een draagraket die de superbom (al dan niet met nucleaire kop) op het doelwit kan droppen.(4) Dit Falcon-project (‘Force Application and Launch from Continental US’) moet tegen 2010 afgerond zijn. Tegen dan zou deze ‘vliegbom’ (Common Aero Vehicle) in staat moeten zijn een afstand van 5.500 kilometer te overbruggen met een lading tot 450 kilo explosieven. Het gaat met andere woorden over een nieuwe generatie langeafstandswapens. Het programma is in alle opzichten onverenigbaar met het Non-Proliferatieverdrag dat bepaalt dat de kernwapenstaten uiteindelijk moeten komen tot volledige nucleaire ontwapening.

Critici zeggen dat al de Amerikaanse ‘mini-nukes’ zullen leiden tot een nieuwe nucleaire wapenwedloop. Staten die zich geviseerd voelen zullen immers zelf atoomwapens willen achter de hand houden als afschrikking tegenover de VS. De mini-nukes zijn ook weinig mini in hun dodelijk resultaat. Een kiloton bom die op tien meter diepte ontploft zal een krater ter grootte van een voetbalveld creëren en een fontein veroorzaken van 40.000 kubieke meter aarde. Volgens de studie zou het gebied in een omtrek van 30 kilometer radioactief besmet geraken. In een cirkel van 700 meter zal iedereen onmiddellijk gedood worden. Op 1200 meter afstand is de stralingsdosis dodelijk. Als het doel een politiek leider is (een van de argumenten voor de inzet van dergelijke wapens aldus de studie) in een dichtbevolkte hoofdstad, dan is het resultaat voorspelbaar verschrikkelijk. Zo hebben de VS in Mansur, een dichtbevolkt stadsdeel van Bagdad, al een voorproefje gegeven van hun nieuwe strategie door op 8 april twee 900 kilobommen op een restaurant te droppen in een poging Saddam Hoessein te vermoorden.

Nog een bedenking die gemaakt wordt: het droppen van bommen voor de vernietiging van chemische en biologische wapens zou wel eens tot resultaat kunnen hebben dat de dodelijke lading van die wapens vrijkomt en een hele omgeving besmet geraakt.

Met het hele project is er nog een ander verdrag definitief op de helling gezet: het Test-stopverdrag (CTBT-verdrag) dat getekend werd door President Clinton maar nooit is geratificeerd. In de praktijk hanteert de VS een moratorium op kernproeven sinds 1991. Dat neemt niet weg dat de Nevada Test Site, ‘testklaar’ wordt gehouden. Bush neemt dat nu erg letterlijk. Hij is druk in de weer om een bedrag van 15 miljoen dollar goedgekeurd te krijgen voor een verhoogde ‘Test Readiness’. In de inleiding van het NPR schrijft Defensieminister Rumsfeld het enigszins diplomatiek: "De VS doet er alles aan om de huidige (nucleaire) voorraad te handhaven zonder bijkomende nucleaire tests, maar dat is mogelijks niet houdbaar voor de toekomst"

Derde Doctrine: rakettenschild en behoud van het massief kernwapenarsenaal

Ook het derde deel van de nieuwe triade van de NPR blijft geen dode letter. Al in het eerste jaar van zijn presidentschap trok Bush de VS terug uit het ABM-verdrag (Anti-Ballistic Missile Treaty)(5). Meteen daarna werd een begin gemaakt met de bouw van een rakettenschildbasis in Alaska en werden al verschillende geheime tests ondernomen. Voor het fiscaal jaar 2004 heeft de president 9 miljard dollar uitgetrokken voor de ontwikkeling van een hele reeks rakettendefensiesystemen en –programma’s.(6) Op drie jaar tijd is minstens 23 miljard dollar voorzien aan investeringen die vooral de Amerikaanse defensie-industrie vette contracten garanderen. Het project is van groot strategisch belang omdat het naadloos past binnen de first-strike politiek.

Nochtans waren de leden van het Non-proliferatieakkoord, inclusief de VS, in 2000 tot een akkoord gekomen om 13 praktische stappen te ondernemen die moeten leiden naar een "ondubbelzinnige onderneming van de atoomwapenstaten om de totale eliminatie te verwezenlijken van hun nucleaire arsenalen".(7) Naast de ratificatie van het CTBT-verdrag (verbod op kernproeven) en het behoud en versterken van het ABM-verdrag hoort daar ook het ‘onomkeerbaar’ maken van de nucleaire ontwapening. Ook hier koos de regering Bush-voor het tegenovergestelde. Het SORT- Verdrag (Strategic Offensive Reductions Treaty) dat Bush in mei 2002 met Rusland tekende, voorziet een vermindering van ruwweg 8.000 naar 1.700-2.200 ‘operationeel opgestelde’ nucleaire wapens tegen 2012. De Amerikaanse regering heeft echter laten weten dat ze de te ontmantelen strategische nucleaire wapens ‘non-strategisch’ of inactief zal opslaan en dus indien nodig altijd weer kan laten activeren. Van echte nucleaire ontwapening is dus geen sprake. Het ziet er naar uit dat de Russische regering dit voorbeeld zal volgen. De strijd tegen het terrorisme vormt een van de prioriteiten van de Amerikaanse regering, maar de voorraad van deze opslagplaatsen – waarvan we niet weten of Rusland de nodige middelen zal kunnen vrijmaken voor efficiënte en veilige opslag – zou wel eens een doelwit kunnen vormen of in verkeerde handen vallen. In elk geval gaat het om een nepontwapening: het aantal nucleaire wapens zal niet verminderen, wel de manier waarop ze geteld worden.

De conclusie van dit alles wordt ook in Amerikaanse politieke kringen getrokken. Senator Jack Reed beseft heel goed dat: "het uitermate moeilijk zal worden, zoniet onmogelijk, om andere landen sterk te ontraden geen nucleaire wapens te ontwikkelen of te gebruiken als wij op zo’n routinematige manier praten over de ontwikkeling en gebruik van nucleaire wapens."

(Uitpers, nr. 48, 5de jg., december 2003)

Voetnoten

(1) Dit artikel is gedeeltelijk gebaseerd op: Joseph Gerson and Adam Miles, The Bush Administration’s Nuclear Voor dit artikel is gretig gebruik gemaakt van

(2) Uittreksels uit de Nuclear Posture Review vindt u op de website van (Visited 1 times, 1 visits today)

Visited 29 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook