Het nieuwe kapitalisme

« Le nouveau capitalisme » – Manière de voir, nr. 72, uitg. van Le Monde Diplomatique december 2003-januari 2004. 7,00 euro.

"Alles is begonnen op 15 augustus 1971" schrijft Ignacio Ramonet in de voorstelling van het jongste nummer van "Manière de voir", gewijd aan het "nieuwe kapitalisme". Op die dag koppelde de Amerikaanse president Richard Nixon de dollar los van het goud, de VS kregen op monetair vlak weer de volledige vrijheid om te manoeuvreren. Hij zette de deur open voor een wereldwijde financiële deregulering en gaf zo een impuls aan de liberale mondialisering.

In de jaren daarop kwamen de in Chicago gevormde monetaristen rond Milton Friedman aan de macht, eerst in het Chili van Pinochet, later in het Verenigd Koninkrijk van Margaret Thatcher en de VS van Ronald Reagan.

Dit nummer schetst in diverse bijdragen de ontwikkeling van de zogenaamde "conservatieve revolutie", van een agressief neoliberalisme met onder meer de offensieven tegen de vakbonden en de golven van privatiseringen. Het nieuwe kapitalisme betekent dat alles, woorden, zaken, mensen, natuur, cultuur koopwaar worden, legt Ramonet uit.

Een eerste deel (L’incubation du modèle) legt aan de hand van diverse bijdragen, waaronder sommige 20 jaar oud, uit hoe het "model" intellectueel ontstond en groeide. Zo gaat Christian de Brie dieper in op het offensief tegen elk egalitarisme, op het verdedigen van de sociale ongelijkheden. Claude Julien ontleedt in 1985 hoe de conservatieven het "tiers-mondisme" tot een zondebok maakten. Gérard Soulier laat ons al in 1981 zien hoe de plannen voor een "flexibeler" arbeidswetgeving worden opgesteld, hoe de nu veelbesproken "precaire arbeid" wordt uitgebreid.

Na de incubatie volgt de "taal van de meesters" (La langue des maîtres): Giscard d’Estaing is een van meesters, hij speelde met "consensus" en "changement" in zijn aanloop tot neoliberale maatregelen. Samir Amin heeft het over de pretenties om economie als een natuurwetenschap met mathematische wetmatigheden voor te stellen, terwijl Pierre Bourdieu in 1997 de eufemismen van de gouverneurs van de centrale banken blootlegde.

Het neoliberale "model" moest "op reis". Daarvoor zijn er de "Courroies de transmission" als het IMF en de Wereldbank die agenten worden van de door Washington opgelegde consensus. De internationale experts treden naar voor om urbi et orbi te verkondigen welk beleid nationale regeringen moeten voeren en om op te komen voor de rechten van de ondernemer en de investeerder. Yves Dezalay ontleedt onder meer hoe het recht aan de mondialisering wordt aangepast, met voorop een leger van Amerikaanse juristen en advocaten.

Het o.i. interessantste hoofdstuk gaat over "links" en het neoliberalisme, "A gauche, de nouveaux territoires". Het blairisme, waarbij Keith Dixon de opmerking maakt dat hij niet zozeer verwonderd is door diens bekering tot het Amerikaans model, maar wel door de enthousiaste manier waarop. Serge Halimi beschrijft een bij ons weinig bekende neoliberale draai van Labour. Het Franse sociaal-liberalisme wordt geschetst aan de hand van de Stichting Saint-Simon, opgericht in 1982 om "gematigde" linkse intellectuelen, journalisten en zakenlieden samen te brengen en zo de kloof links-rechts te overbruggen, enkele richting.

Zoals meestal bij Le Monde Diplomatique volgen talrijke websites met o.m. enkele think tanks van het neoliberalisme en enkele organisaties die weerwerk bieden.

(Uitpers, nr. 48, 5de jg., december 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.