Het mysterieuze leven van een wapenhandelaar

Willy Van Damme, Handelaar des doods. Het verhaal van Jacques Monsieur, Belgiës grootste misdadiger ooit, uitg. Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2011, 256 blz. € 19,95. ISBN 9789089311740

Op 28 april jl. werd de Belg Jacques Monsieur vrijgelaten uit een Amerikaanse gevangenis na het uitzitten van een gevangenisstraf van 23 maanden cel wegens poging tot kopen van Amerikaanse motoren voor Iraanse gevechtsvliegtuigen. Een geringe straf voor een man die eerder al veroordeeld werd in Iran, België en Frankrijk, maar ook daar er goedkoop vanaf kwam. Op zich al een merkwaardig feit.

In Iran was hij in 2001 wegens spionage tot tien jaar veroordeeld maar mocht al na 16 maanden gaan. In België, waar er al een hele reeks onderzoeken naar zijn bedrijvigheden waren geopend, en in Frankrijk kreeg hij in alle discretie slechts voorwaardelijke straffen. In de VS was eerder gezegd dat hij 65 jaar kon krijgen. En als men hem echt had willen pakken, zou hij die straf zeker gekregen hebben en zou de nu 58 jaar oude Monsieur de rest van zijn leven achter tralies hebben doorgebracht. Dus niet. Maar toch wilden de Amerikanen hem in handen krijgen, want hij werd door Amerikaanse agenten naar de VS gelokt met een lucratief voorstel dat alleen maar opgezet spel was om hem te kunnen arresteren.

Waarom? kan men zich afvragen. Monsieur had immers jaren lang samengewerkt met de Amerikaanse geheime diensten om wapens te leveren aan landen waartegen officieel een wapenembargo bestond. Hij was eigenlijk een “vriend des huizes”. Niet alleen van de Amerikanen, maar ook van de Israëlische Mossad en de Belgische militaire veiligheidsdienst ADIV. Journalist Willy Van Damme meent dat de Amerikanen hem volledig wilden uithoren, vooral dan over de Iraanse wapenindustrie, en hem onder druk zetten met het dreigement van een lange gevangenisstraf.

Dat is niet echt overtuigend, want zou Monsieur niet al jaren eerder om zijn informatie zijn gevraagd door zijn “vrienden”? Waarbij de vraag is of Monsieur veel weet of wist van de Iraanse wapenindustrie. Hij had goede connecties met het regime van de ayatollahs toen die wapens nodig hadden voor de oorlog met Irak (1980-1988) en verkocht nadien ook Iraanse wapens. Maar zouden de ayatollahs zomaar geheimen allerhande aan een wapenhandelaar hebben verklapt? En zou hij nadien geen langduriger straf van de ayatollahs hebben gekregen nadat hij in november 2000 wegens spionage in Teheran werd opgepakt als hij inderdaad veel te weten was gekomen?

Monsieur speelde, samen met Amerikanen en Israëli’s, een rol in het zgn. Iran-Contra-schandaal, dat in 1986 uitbrak toen bleek dat de Amerikaanse president Reagan, in een poging de relaties met Iran te verbeteren, in het geheim wapens liet verkopen aan Teheran en de opbrengst daarvan gebruikte om de zgn. Nicaraguaanse Contra’s, die een guerrilla voerden tegen het toenmalige linkse regime in Nicagarua, te financieren. In de jaren 1990 waren er de oorlogen op de Balkan, waarbij Monsieur in opdracht van het Westen wapens leverde aan de Kroaten en aan de Moslims in Bosnië. Daarna kwam Afrika aan de beurt met zijn vele burgeroorlogen. Ook daar viel meer dan een dikke boterham te verdienen aan menselijk leed dat werd aangericht door de verkochte wapens.

Willy Van Damme heeft alles uitgepluisd wat mogelijk is, maar blijft toch nog met heel wat vragen zitten. Waarom gaat iemand die van huis uit steenrijk is– notariszoon uit Lot en kleinzoon van grootgrondbezitters – zich in de louche wereld van de illegale wapentrafiek begeven, met alle risico’s van dien? Misschien had Van Damme zich meer kunnen toespitsen op de mogelijkheid dat Jacques Monsieur door de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), de geheime dienst van het Belgisch leger, werd gerekruteerd voor illegale operaties, en niet louter als informant, toen hij in 1978 tijdens zijn legerdienst een opleiding voor reserve-officier volgde. Hij past perfect bij het profiel dat vele Britse spionnen hebben: een universitaire opleiding – Monsieur studeerde rechten – , een rijke familie met vele connecties, een eigen fortuin dat hen toelaat te doen wat ze willen en op terug te vallen als ze zijn verbrand, gecultiveerd en een gedistingeerd en betrouwbaar uiterlijk. En gezien de uitstekende relaties van ADIV met gelijkaardige diensten in Israël en de VS, is het geen wonder dat van het een het ander kwam. In ieder geval heeft Jacques Monsieur altijd kunnen rekenen op de steun van ADIV en van de Staatsveiligheid, die steevast elke vraag vanuit het Comité I, het comité dat in principe de veiligheidsdiensten moet controleren, tegenwerkte. Hetzelfde gebeurt met regeringsleden. Zo maakte premier Leo Tindemans zich onsterfelijk belachelijk toen hij op een vraag in het parlement over wapenhandel naar Iran antwoordde dat er alleen maar sprake was van twee jachtgeweren… En blijkbaar kunnen – of willen? – ministers en zelfs eerste ministers de onwillige ambtenaren van de geheime diensten niet tot de orde roepen en op hun plaats zetten. De reden? Die geheime diensten leggen ook dossiers aan over hun bazen en over politici. Ook ministers en eerste ministers, hebben een grote libido. (De laatste die door de mand viel was Steve Stevaert, die door zijn minnares werd gechanteerd. Eerder nam deze Limburgse socialistische politicus onverwachts ontslag als gouverneur van Limburg, een gouden levenslange job, – wat journalisten als de onvolprezen Koen Meulenaere van Knack deed afvragen of ook daar geen seksschandaal achter zat).

Deze onwillige houding van de geheime diensten is uiteraard een enorme hinderpaal geweest voor het onderzoek naar gegevens over de activiteiten van Jacques Monsieur. Willy Van Damme is daarom, volledig terecht, meer dan verbolgen over de houding van “onze spionnen”. “Wat uiteraard bewezen lijkt is de onbetrouwbaarheid van onze beide veiligheidsdiensten. Ook hun totaal gebrek aan respect voor onze instellingen en diegenen die deze vertegenwoordigen is schokkend en een nationale schande. Indien respect voor de democratie en haar instellingen de norm zou zijn dan dienen die diensten ontbonden te worden of minstens onder strenge curatele geplaatst. Waarbij hun chefs zich publiek zouden moeten verantwoorden”, schrijft hij.

Met zijn “Handelaar des doods” brengt Willy Van Damme een boek dat licht werpt op het Brusselse milieu van dubieuze Brusselse zakenlui, op het wereldje van schimmige wapenhandelaren, en ook op het verschil tussen de officiële westerse, en ook Belgische politiek, met zijn mensenrechtendiscours, en de feitelijk gevoerde politiek die veel minder proper is. Heel wat politici, of het nu christen-demokraten, liberalen, sociaal-democraten, Vlaams-nationalisten, die al lang hun slogan “Nooit meer oorlog” van na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zijn vergeten, en tegenwoordig ook groenen zijn, ze zijn bewust en gewild medeplichtig aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Vandaag de dag nog in Libië. Om die van Israël niet te vergeten, waar ze allemaal achter staan.

(Uitpers nr. 134, 13de jg., september 2011)

Van Willy Van Damme verschenen in Uitpers eerder twee artikelen over Jacques Monsieur:

Het merkwaardige verhaal van de Belg Jacques Monsieur: de man die oorlogen stuurde

Uitpers, nr. 70, december 2005

https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1187

Wapenhandelaar en spion Jacques Monsieur slaat weer toe

Uitpers, nr. 113, oktober 2009

https://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2484

(Visited 14 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).