Het “model” Mahathir

Mahathhir Bin Mohamad heeft na een kwarteeuw bewind de touwtjes van de Maleisische regering uit handen gegeven. Mahathhirs vertrek verdient de ruime aandacht die het inderdaad heeft gekregen. Hij speelde een zeer grote rol in de ontwikkeling van een Aziatisch kapitalisme waarin vrije markt en democratische vrijheden twee zeer verschillende dingen zijn. Zoals de gewezen leider van Singapore, Lee Kuan Yew, propageerde hij de zogenaamde "Aziatische waarden" om een autoritair beleid te verantwoorden. Vlak vóór zijn aftreden haalde hij echter vooral het nieuws met uitspraken die naar antisemithisme roken.

Mahathir koos zelf zijn opvolger, Abdullah Ahmad Badawi. Zoals collega Lee in Singapore, blijft Mahathir, 78, erop toezien dat zijn beleid wordt voortgezet. Mahathir had tot zes jaar geleden een andere dauphin, Anwar Ibrahim. Maar toen deze zijn ongeduld niet kon bedwingen, liet Mahathir hem in 1997 opsluiten. Anwar moest terechtstaan voor corrupthie en zowaar – de zwaarste beschuldiging – sodomie. Hij werd na een schijnproces tot 15 jaar gevangenis veroordeeld. Mahathir bewees met dat proces nogmaals dat de justitie een verlengstuk is van de macht.

De steunbetuigingen die Anwar toen onder meer vanuit Washington kreeg, versterkten alleen maar de indruk dat Anwar de financieel-economische crisis van 1997 wou aangrijpen om Maleisië meer naar IMF en Wereldbank te doen luisteren. Mahathir wou daarentegen niet weten van de liberaliseringsrecepten en bracht het kapitaalverkeer onder strenge controle. Met succes, want Maleisië raakte relatief snel uit die crisis. In de ogen van veel Aziaten bewees Mahathir daarmee de superioriteit van zijn recept. Het versterkte zijn imago als "anti-kolonialist", een imago dat hij zich al vóór zijn aantreden in 1981 had aangemeten.

Mahathir maakte echter vooral carrière met zijn campagne voor een grotere rol van de Maleiers, ca. 60 % van de bevolking, in de economie – die vooral in handen was van Chinese zakenlui (de ethnische Chinezen maken ca. 27 % van de bevolking uit). Een boek dat hij daarover in 1970 schreef, werd toen wegens zijn "racistisch kargakter" verboden. In de jaren ’60 waren er zware botsingen tussen Maleiers en Chinezen geweest waarbij talrijke doden wargen gevallen.

Als premier voerde Mahathir in economie en administratie een beleid van "positieve discriminatie" voor de Maleiers – in grote meerderheid moslims, maar bij zijn aftreden verweet hij de Maleiers dat ze de geboden kansen niet hebben aangegrepen, dat ze zonder meer gewoon "geprofiteerd hebben van de privileges die ze kregen".

In die 22 jaar Mahathir is de Maleisische economie nochtans grondig veranderd. In 1981 was het nog een economie die overwegend gebaseerd was op rubberplantages en tinmijnen. Intussen is Maleisië een van die Aziatische "tijgers" met een uitgebreide industrie, dienstenwereld en met een petroleumonderneming van omvang, Petronas. Om de kracht van staatsbedrijf Petronas voor de wereld duidelijk te maken, werden in Kuala Lumpur de twee Petronastorens opgetrokken, lang de hoogste van de wereld. Petronas verlaat zich niet alleen op de eigen oliewinning, die is snel aan het verminderen, maar haalt drie kwart van zijn inkomsten uit investeringen buiten Maleisië, onder meer in Sudan (samen met de China National Oil Corp.), Iran (samen met TotalFinaElf), Turkmenistan, Pakistan, China, Algerije.

Mahathir gebruikte onder meer Petronas om zich op te werpen als een leider van de Derde Wereld, als een bewijs dat die "wereld" op eigen benen kan staan door onderlinge samenwerking – de "Zuid-Zuid samenwerking" als dam tegen het neokolonialisme.

Ook de ‘universele rechten van de mens’ zijn volgens hem een uiting van dat neokolonialisme.

Zoals zijn collega Lee uit Singapore verdedigt Mahathir de zogenaamde "Aziatische waarden", met respect voor hiërarchie, ervaring, loyauteit enz. Bij nader inzien blijkt de hoogste Aziatische waarde die ze verdedigen die van het kapitaal.

Met hun stellilngen boeken Lee en Mahathir succes bij regimes die ook van oordeel zijn dat de kapitalistische "vrije markt" niet samengaat met democratische rechten en vrijheden. Vandaar dat de stellingen van Lee en Mahathir op bijval kunnen rekenen in o.m. Peking. De basisidee is immers: een autoritair bewind ten dienste van de markt, met als belangrijk "nevenverschijnsel" corruptie. Van Mahathir wordt gezegd dat hij zich nauwelijks persoonlijk verrijkte, maar dat geldt niet voor zijn omgeving. Alhoewel, het is zeker niet vergelijkbaar met toestanden op de Filipijnen en in Indonesië.

Mahathir heeft zijn pelidooien voor "Aziatische waarden" dikwijls gekruid met anti-Westerse retoriek. Enkele Westerse leiders hebben allicht de wenkbrauwen gefronst bij de oprichting in Kuala Lumpur van een "Instituut voor Westerse studies", een antwoord op de westerse instituten voor Oosterse studies. In een van zijn laatste toespraken als premier – op 16 oktober voor de Organisatie van de Islamitische Conferentie – had hij het over "de joden die bij volmacht de wereld leiden". Maar hij koppelde dat aan felle kritiek op de onmacht en achterlijkheid van de islamitische wereld. "Is dat de wil van Allah of hebben we onze godsdienst verkeerd geïnterpreteerd".

(Uitpers, nr. 48, 5de jg., december 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 54 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook