Het kind en het badwater

Het forum wordt gecommercialiseerd! Het forum wordt gemilitariseerd! Er zijn te weinig Afrikanen aanwezig! De armen uit de sloppenwijken kunnen de toegangsprijs niet betalen! Vanaf dag één van het forum was dit zo ongeveer de boodschap die vlijtig werd verspreid bij het ook ginder soms goedgelovige volkje. En het klopt dat er heel wat problemen waren in Nairobi.

Maar wat was de bedoeling van deze boodschap? Wat wilde men bereiken? Was men niet bezig het kind van het Forum met het badwater van Nairobi weg te gooien? Of, erger nog, liep men hier niet in de val van het neokolonialisme? Was Nairobi echt verschillend van Porto Alegre of Caracas?

In dit artikel wil ik proberen de verschillende punten van kritiek te bespreken en ze in hun context te plaatsen. Ten tweede wil ik er een paar ernstiger opmerkingen aan toe te voegen. Ten derde wil ik iets over de inhoud van het forum zeggen en tenslotte iets over de besluiten van de Internationale Raad die na het forum werd gehouden.

Het forum werd gecommercialiseerd! Wat was er aan de hand? Eén van de sponsors van het Forum was het telecombedrijf CelTel. Kenyanen die zich wilden inschrijven konden dit enkel doen via hun mobiele telefoon. Dit is zeker niet de meest democratische werkwijze, maar is dit een bewijs van commercialisering? Ook de armen in de slums hebben mobiele telefoons. Een ander bewijs van de ‘commercialisering’ was de aanwezigheid van één tent waar broodjes en hapjes en drankjes konden gekocht worden, in het stadion zelf. Erg handig, want de andere eettenten zaten op tien minuten lopen. Het was wel iets duurder, maar voor Europeanen nog steeds goedkoop. Probleem was wel dat deze eettent eigendom was van een bedrijf van de minister van binnenlandse zaken … Wie dat wist, ging er uiteraard niet meer langs. Er werden hier terecht acties gevoerd door de Kenyanen.

We komen met dit punt meteen bij het zeer gevoelige thema van de financiering van de Wereld Sociale Fora uit. De organisatie van zo’n wereldwijd evenement kost handenvol geld, tot 5 miljoen US dollar of meer in Porto Alegre. Wie kan dit betalen? Uiteraard niet de sociale bewegingen. Traditioneel komt het geld van de ontwikkelingssamenwerking van landen zoals Italië en Nederland, van de deelstaat en de stad Porto Alegre in Brazilië toen de PT daar nog aan de macht was, van de Braziliaanse oliemultinational Petrobras, van de Ford Foundation, enz. In het forumkrantje stond elke dag een volle pagina reclame van de ‘Banco de Brasil’. Is dat dan geen commercialisering? Vorig jaar was er heel wat heibel omdat de regering Chávez ervan ‘verdacht’ (sic) werd het forum heimelijk te financieren. De belangrijkste plek voor de vergaderingen van het forum in Caracas was het Hilton Hotel!

Het Forum wordt gemilitariseerd! Er was inderdaad politiecontrole – en naar het schijnt was ook het leger ingeschakeld – bij de ingang van het Forum. In een land met een zeer hoge criminaliteitsgraad en met enige ervaring inzake terroristische aanslagen geen overbodige luxe. Er zijn trouwens heel wat blanke bezoekers in Nairobi wat dollars en schillings lichter gemaakt. Vorig jaar op het Forum van Caracas hadden heel wat seminars plaats op een militaire basis, waar tassen op gevaarlijke inhoud werden gecontroleerd. Wie piepte er over ‘militarisering’?

Er waren te weinig Afrikanen aanwezig! Alles is relatief. Wie bedenkt dat er tot Porto Alegre III nauwelijks Afrikanen naar Brazilië kwamen, kan niet anders dan dit Forum als een groot succes voor Afrika beschouwen. In sommige vergaderingen, zoals het parlementair forum, waren er inderdaad weinig zwarten aanwezig, maar door de bank vond ik het zelf zeer behoorlijk. Er zijn helaas geen cijfers vrij gegeven, maar naar mijn inschatting was minstens de helft van de ongeveer 55.000 bezoekers Afrikaans. Bovendien is reizen in Afrika niet eenvoudig, een vlucht van Bamako of Dakar naar Nairobi duur of onbestaand. Het beperkte aantal bezoekers – in vergelijking met de meer dan 100.000 aanwezigen in Porto Alegre – is trouwens vooral daar aan toe te schrijven. Hier waren de latino’s zo goed als afwezig, want om er te geraken moesten ze een dure vlucht over Europa of Zuid-Afrika betalen.

De toegangsprijs voor de armen was te hoog! Dat klopt, 450 KSh is ongeveer 3,5 Euro. Voor één dag betaalden de Kenyanen 50 Ksh, zowat 60 Eurocent. Van zodra de eerste protesten binnenkwamen – van de Europeanen – werd de toegangsprijs geschrapt, maar er bleef de politiecontrole aan de toegangspoorten. Er werd 50.000 liter water gratis ter beschikking gesteld, maar velen vonden het interessanter om dat meteen te verkopen. Een groot deel van de Afrikanen die gratis binnen konden kwamen trouwens om een informeel handeltje van toeristenprullaria op te zetten. Ook hier is niets mis mee, Porto Alegre of Caracas of Mumbai waren niet anders.

Die hele heisa rond de ‘armen’, toont aan hoe gretig sommige progressieven in de val van het neoliberale discours trappen. Net zoals de Wereldbank dat doet, werden de armen geïnstrumentaliseerd, ze werden verheerlijkt, alsof een Forum zonder hen in geen enkel geval kon slagen. Waren de ‘armen’ aanwezig in Porto Alegre? Nee. Waren de ‘armen’ aanwezig op de Europese Sociale Fora van Firenze, Parijs, Londen, Athene? Nee. Wel waren er telkens de zeer militante bewegingen zoals ‘No Vox’ of ‘The Alliance of Inhabitants’, die zeer behoorlijk werken en ook met hun Afrikaanse mensen aanwezig waren.

Met het relativeren van de kritiek wil ik geenszins beweren dat alles op wieltjes liep. De problemen die werden aangekaart waren reëel, maar niet specifiek voor Nairobi. Vandaar dat men ook een beetje ‘neokolonialisme’ kan vermoeden, ‘de Afrikanen kunnen het niet’, ze zullen het beslist fout doen… En vandaar dat de Afrikanen er ook op wezen dat de NGO’s van het Noorden wel willen betalen voor hun eigen activiteiten op het WSF, maar niet voor het Forum-proces, niets ter ondersteuning van de Afrikaanse bewegingen. Het WSF van Nairobi had een begroting van nauwelijks 2,5 miljoen US dollar, waarvan een groot gedeelte nog steeds niet werd betaald. Eens te meer verwacht men van de Afrikanen dat ze alles even goed doen als ‘wij’, maar met de helft minder geld…

Er waren nog meer reële problemen in Nairobi. Een dominante aanwezigheid van grote NGO’s bijvoorbeeld, meestal christelijk geïnspireerd. Een even dominante aanwezigheid van allerhande kerken en oecumenische allianties. Gelukkig was er ook de Deense kunstenaar Jens Galschiot die met zijn zwangere vrouwen aan het kruis protesteert tegen elke vorm van fundamentalisme. En tenslotte waren er ernstige problemen met de vertaling. De Franstaligen werden hier duidelijk gediscrimineerd en wanneer er tolken aanwezig waren deed de technische installatie het niet.

Kortom, veel van de kritiek was terecht, maar weinig opbouwend en vooral weinig relevant in de context van de vorige WSF.

De positieve kanten van het WSF

Elke ervaring van een Wereld Sociaal Forum is noodgedwongen subjectief. Alles hangt af van de seminars die men bijwoont, van de mensen die men ontmoet. Voor mezelf was Nairobi erg positief.

Er was één grote tent waar drie dagen lang seminars werden gehouden over mensenrechten. De Internationale Federatie van de Liga’s voor de Mensenrechten speelde hierbij een grote rol.

In een andere tent vergaderden de vakbonden met enkele met hen verwante ngo’s drie dagen lang over ‘waardig werk’, decente lonen, vakbondsvertegenwoordiging, sociaal overleg, enz. Dit punt ontbreekt volledig in de millenniumdoelstellingen en is dus meer dan welkom.

Ik woonde een seminar bij van UNRISD (VN-instelling voor sociale ontwikkeling) over de koppeling tussen mondiale en locale acties en hoe mondiale thema’s in een nationale context worden vertaald.

Ik was ook nog op een seminar van het Latijns-Amerikaanse Clacso over de nieuwe politieke situatie op het continent. Ik hoorde er een Cubaans vertegenwoordiger vertellen dat verkiezingen interessant konden zijn.

Ikzelf was betrokken bij twee seminars over ‘World Public Finances’. Dit initiatief van een aantal ngo’s, waaronder enkele Attac’s en het Tax Justice Network, wil het debat over internationale belastingen open trekken, ervan uitgaand dat nationale overheidsfinanciën lang niet voldoende zijn om de wereldproblemen op te lossen. Dit informatie- en onderzoeksnetwerk zal zich kunnen bezig houden met alle financiële problemen én ook met de uitgaven of zeg maar herverdelingsdimensie. Met mondiale overheidsfinanciën kunnen mondiale publieke goederen gefinancierd worden, zoals een mondiaal sociaal contract.

Tenslotte was ik ook nog betrokken bij een aantal seminars over het Forum-proces. Het debat gaat al jaren over de noodzakelijke ‘politisering’ van het forum versus het WSF als ‘open ruimte’. Men kan vermoeden dat de ‘sociale bewegingen’ met hun kritiek op Nairobi vooral voor de eerste stelling waren en dat op die manier wilden duidelijk maken.

De grote voorstanders van het Forum als ‘open ruimte’ zijn de Brazilianen met boegbeeld Chico Whitaker. In zo’n open ruimte moeten verschillende meningen naast elkaar kunnen bestaan met respect voor de grote verscheidenheid. Het is een instrument om, geleidelijk aan en zeer eventueel, te groeien naar meer eenheid. Niemand kan de hegemonie opeisen, wel kunnen er netwerken en netwerken van netwerken ontstaan. Het WSF is niets anders dan een proces, het is een deel van een grotere beweging van bewegingen.

Zo’n open ruimte kan volgens de Indiër Jain Sen dan ook nooit een programma hebben. In de ‘andere wereld’ die wordt vorm gegeven kunnen er geen grenzen zijn voor ideeën en voor vrijheden.

De tegenstanders, zoals de Fin Teivo Teivainen, wijzen er op dat die open ruimte helemaal niet zo open is. De donororganisaties spelen een dominante rol en ze zijn lang niet allemaal antikapitalistisch. Door het concept van ‘open ruimte’ te beklemtonen depolitiseert men het forum, sommige thema’s worden in feite onbespreekbaar. Er is niets mis met het concept van ‘open ruimte’, maar het werd geperverteerd om sommigen toe te laten en anderen niet. De ‘open ruimte’ ontkent een deel van de realiteit, we doen niet wat we prediken.

Boaventura de Sousa Santos wees daarbij meteen op het probleem van geweld. De gewapende strijd wordt niet erkend door het forum, en de zapatisten b.v. worden daarom uitgesloten. Toch hebben we geen theorie van geweld in een wereld die dagelijks structureel geweld laat zien.

In deze discussies kwamen alle pijnpunten van de afgelopen jaren naar voren. Elke politieke praktijk is immers per definitie onvolmaakt, en de verwachtingen die men heeft tav het WSF zijn immens groot. Immanuel Wallerstein had gelijk toen hij stelde dat het Forum geen reële gevolgen heeft voor reële mensen in de reële wereld, maar dat betekent niet dat het forum onbelangrijk is. Het brengt een dynamiek op gang, en het WSF – en de andersmondialiseringsbeweging in haar geheel – heeft er zeker toe bijgedragen om het neoliberalisme te delegitimeren. Het WSF in Nairobi heeft de Afrikaanse bewegingen een flinke duw in de rug gegeven, zij zijn het die nu verder actie moeten voeren.

Men kan vragen hebben bij het concept van ‘open ruimte’, maar in een context waarin alle traditionele politieke praktijken aan geloofwaardigheid inboeten, is het een waardevol initiatief. De ‘open ruimte’ kan emanciperend werken, hoewel ze noodzakelijkerwijs ook de ongelijkheden van de echte wereld weerspiegelt.

Dit debat is belangrijk omdat men makkelijk vergeet dat de andersmondialiseringsbeweging werkt aan een ‘andere wereld’, niet enkel met politieke alternatieven, maar ook met andere politieke praktijken. Het is die zoektocht die veel te weinig leidt naar een concrete werkwijze die in feite ter discussie staat. Want alternatieven zijn er wel degelijk, ze staan allemaal op papier maar zijn nooit samen gebracht in een coherent geheel. Vorig jaar publiceerden een groep mensen, waaronder François Houtart, een ‘Oproep van Bamako’, een zeer waardevolle poging om zo’n alomvattend programma bij elkaar te schrijven. Ik heb persoonlijk nooit ingezien wat de tegenstelling is tussen de ‘open ruimte’ en het schrijven van twee, drie, vier programma’s die met elkaar in dialoog kunnen gaan.

De voordelen van de ‘open ruimte’ kunnen er in bestaan dat er geen steriele twisten meer zijn tussen verschillende tendensen, dat de Europeanen niet proberen hun nooit gerealiseerde revoluties uit te voeren naar Afrika of Azië, dat iedereen respect heeft voor de mening van de ander. Er is per slot van rekening een ‘Handvest van Porto Alegre’, dat de krijtlijnen weergeeft van wat kan en niet kan.

De hervormingen van het Wereld Sociaal Forum

Na zeven wereldwijde sociale fora is het logisch dat wordt nagedacht hoe het verder moet. In 2008 is er geen WSF, om meer energie en middelen vrij te houden voor andere acties, zoals rond de G8 of de WTO. Wel komt er een ‘actieweek’, eind januari 2008, met één dag (27 of 28 januari) waarop de sociale bewegingen overal ter wereld rond één thema actie zullen voeren. Uiteraard zal dat thema ruim geformuleerd moeten worden, om alle landen en regio’s de kans te geven dit te laten aansluiten bij de eigen agenda. In 2009 komt er nieuw WSF, maar de plek werd nog niet bepaald.

Nieuw aan het WSF van Nairobi was de ‘vierde dag’ waarop werd geprobeerd rond enkele thema’s de voorstellen te bundelen. In de groep rond internationale instellingen is dit aardig gelukt, maar dat was blijkbaar niet overal zo. Er ontstonden brede allianties voor een campagne rond de hervorming van de internationale instellingen, een campagne voor een parlementaire assemblee bij de VN, een ‘People’s dialogue’ van sociale bewegingen in Zuid-Amerika en Afrika, en een campagne voor de participatie van de armsten in de hele wereld.

Er komt ook een evaluatiecommissie, die duidelijke criteria moet opstellen voor het evalueren van pro’s en contra’s van een WSF en die ook richtsnoeren voor de organisatie kan voorstellen.

Een voorstel voor een soort ‘dagelijks bestuur’ werd nog niet goedgekeurd en behoeft nadere discussie en overleg.

Kortom, het was weer een Forum om nooit te vergeten. Er waren tekortkomingen, zeer zeker, zoals die er ook waren in Porto Alegre, in Mumbai en in Caracas. Er is echter geen enkele reden om te twijfelen aan het nut van de Fora. De kritiek was nuttig, omdat die het heeft mogelijk gemaakt een grondige discussie te houden over wat kan en wat niet kan. Als het echter de bedoeling was het kind met het badwater weg te gooien, dan was de kritiek misplaatst, want zonder Forum is er geen plek meer voor mondiale ontmoetingen, voor het leren van elkaars ervaringen, voor het leren van elkaars acties en campagnes, voor het mobiliseren van bewegingen, wereldwijd.

(Uitpers, nr. 84, 8ste jg., maart 2007)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 68 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook