"Het gaat om een strijd tussen invloedsferen"

Toen in 1994 de genocide in Rwanda losbarstte was Luc Marchal, nu gewezen kolonel bij de paracommando’s, de tweede man van de vredesmacht van de Verenigde Naties in Rwanda (UNAMIR) na de Canadese generaal Roméo Dallaire. Hij was hoofd van de sector Kigali, waar tien Belgische blauwhelmen werden vermoord. In dit interview geeft hij commentaar op wat er in Rwanda en Congo gebeurde en nog gebeurt.

Op de tiende verjaardag van de genocide in Rwanda [in 2004], zei u in een interview in De Standaard dat u gedegouteerd bent geworden van de hele situatie ginds. U had het niet alleen over de genocide maar ook over de mislukkingen van UNAMIR.

Eind ’93 ben ik in Rwanda gearriveerd. Ik had zelf gekozen om een functie binnen de Verenigde naties te vervullen. Dat was omdat ik meende dat ik met mijn ervaringen goed geplaatst was om het land te helpen. Ik was niet de enige met die ingesteldheid. Heel wat mensen hebben zwaar in UNAMIR (UN Assistance Misson in Rwanda) geïnvesteerd, sommigen zelfs ten koste van hun gezondheid. We hadden een slopend werkritme, we sliepen amper. We waren daar om de vrede te helpen bewaren en konden ons, gezien de gespannen situatie, geen fouten veroorloven.

We zijn deze missie begonnen met heel wat kopzorgen. Toen we in Rwanda toekwamen, hadden we niets. Ik had zelfs niet eens papier om op te schrijven. Ik was verplicht om alles zelf bij te hebben. Om maar te zeggen in welke staat we ons bevonden. De eerste maand werd ik geconfronteerd met belangrijke tijdschema’s. Zoals de onderhandelingen tussen de regeringstroepen en het FPR (Front patriotique rwandais, Rwandees Patriottisch Front) over de zone waar de wapens moesten worden ingeleverd, die gebaseerd waren op een eerder afgesloten akkoord. Wel, ik moest de verso’s gebruiken van het papier dat ik mee had vanuit België. Het budget van UNAMIR was niet eens gestemd. Dat gebeurde pas op 31 januari 1994. We moesten vechten met een administratief apparaat waar we geregeld onze tanden op stuk beten. Jammer genoeg hebben we veel energie verloren aan het oplossen van logistieke problemen op het terrein. Het Belgische Bataljon uit onze sector wist zelfs niet waar het moest logeren.

Na verloop van tijd hebben we relaties kunnen aanknopen. Vanuit mijn functie stond ik in rechtstreeks contact met de militaire autoriteiten, de top van de Rwandese Gendarmerie, de minister van Defensie en de minister van Binnenlandse zaken. Toen ik daar naartoe ging was dat om de vrede te dienen en ik dacht dat iedereen er zo over dacht. Maar geleidelijk aan begon ik te begrijpen dat dit helemaal niet het geval was.

Aan regeringszijde heb ik mensen ontmoet die er zich bewust van waren dat de relaties met de Tutsi moesten heraangeknoopt worden om de toekomst van het land te verzekeren. Maar er waren er ook die dat helemaal niet wilden. Toen ik vertrok was mijn visie op de Rwanda bepaald door de media: de Tutsi waren de arme slachtoffers en de Hutu de moordenaars. Met dit beeld ben ik in Rwanda toegekomen. Toen de spanningen begonnen en tientallen slachtoffers vielen, begon ik te begrijpen dat ‘de slechten’ vanaf 1990 geconfronteerd werden met een buitenlandse aanval. In de directe contacten zijn er zaken naar boven gekomen die ons met de neus op de feiten duwden. Zo merkten we dat we van de regering Habyarimana soms meer medewerking kregen over de zones waar de wapens moesten worden ingeleverd dan van de rebellen van het FPR, hoewel deze dezelfde akkoorden hadden getekend. Het was een dagelijkse strijd om het respect van de akkoorden af te dwingen. Ik moest geregeld onderhandelen met het FPR en ik moet zeggen dat het er soms heel zenuwachtig aan toe ging, want het FPR weigerde het spel te spelen.

Waarom?

Dat had zijn redenen. Eind januari vonden er lokale verkiezingen plaats in het gebied dat door het FPR werd gecontroleerd. Het FPR hoopte op een electoraal succes, maar hoewel ze de zone militair controleerden werden ze gewonnen door de partij van president Habyarimana. Toen voelde ik de kentering. De regeringspartij speelde het spel mee omdat ze begreep dat dit in hun belang was en ze te winnen hadden bij een vredesproces. Maar via onze media en ook het Arusha-tribunaal, kreeg je de indruk dat de Hutu tegen de Arusha-akkoorden waren en er alles aan deden om ze te saboteren. Ik ga niet ontkennen dat dit in het begin zeker zo was. Onder auspiciën van de VN zou het vredesproces moeten uitmonden in vrije verkiezingen die voor eind 1995 gepland waren. De regeringspartij kon daar gezien de demografische grootte van de Hutu-populatie met een zeker gerust gemoed naartoe kijken. Ze informeerde de bevolking en gaf het duidelijke signaal deze verkiezingen te steunen. Na intensieve internationale bemiddeling leek er een oplossing in zicht dat door iedereen werd gesteund behalve het FPR. Op 5 april was er een belangrijke bijeenkomst van de Veiligheidsraad die over het voortzetten van de missie moest beslissen. Er heerste een zekere aarzeling. De veiligheidsraad gaf een belangrijk signaal, dat er vooruitgang moest worden geboekt de komende zes weken of anders zou de missie teruggetrokken worden. We weten inmiddels wat er is gebeurd. Op 6 april was er de aanslag op het vliegtuig met de president waarna de situatie uit de hand begon te lopen. Op 12 april, als ik me goed herinner, besliste het kernkabinet om het Belgische contingent uit UNAMIR terug te trekken. Toen ik daarover geïnformeerd werd, heb ik laten weten dat dit in een bloedbad zou uitmonden. Dat was niet moeilijk te voorspellen, want eind februari waren er al slachtpartijen. Als je daar bent om te werken voor de vrede en dan moet vaststellen dat het omgekeerde het geval is, is dat het ergste wat je kan meemaken. Ik heb gedurende drie dagen geweigerd om gevolg te geven aan die beslissing, omdat ik vond dat je in die omstandigheden Rwanda niet kon achterlaten. Ik voelde dit aan als een desertie. Uiteindelijk ben ik vertrokken nadat ik aan een andere officier het bevel over mijn sector overgaf.

Frankrijk en de VS zaten ook in een dubbelzinnige positie. Frankrijk onderhield goede relaties met het regime van Habyarimana en de VS met het FPR. Heeft dat meegespeeld?

Ja dat speelde mee. Ik was toen zelf behoorlijk kritisch voor Frankrijk die de zogenaamde Angelsaksische dreiging uitspeelde ten voordele van de eigen hegemonie. Later heb ik moeten vaststellen dat Frankrijk niet helemaal ongelijk had. Frankrijk had informatie van de inlichtingendiensten gekregen waarover wij niet beschikten. En daaruit bleek wel degelijk dat de Angelsaksische wereld zijn invloed in de regio probeerde uit te breiden. Paul Kagame de leider van het FPR, speelde daarin een sleutelrol. Kagame handelde niet alleen. Hij wist wat kon en niet kon. En de VS en Groot-Brittannië speelden achter de schermen mee.

Welk spel speelde België?

België speelde een ambigue rol. Om dat concreet te maken: België stuurde een detachement naar UNAMIR, maar ons land had ook een militaire samenwerking met de Rwandese regering lopen. Dat vergemakkelijkte niet meteen onze positie. Als onderdeel van UNAMIR waren we het mikpunt van een belangrijk deel van de regering en aan de andere kant was er de groep van Belgische militairen die samenwerkten met het regime en zij hadden geen neutrale rol hé? Ik denk dat we er desondanks in geslaagd zijn om beide goed gescheiden te houden en we onze rol hebben kunnen spelen. Ik stelde me zeer voorzichtig op. In mijn boek schreef ik ook dat het onze constante bezorgdheid was om de neutraliteit te behouden. Het beste bewijs van onze neutrale rol was het feit dat ik door beide kanten bekritiseerd en aangevallen werd.

Had UNAMIR kansen op slagen?

In mijn zone zat ik met 14 verschillende nationaliteiten. Dat was werkelijk een puinhoop om te organiseren. Belgen, Bengalezen, Uruguayanen , … vooraleer we in staat waren om samen te werken…. Omdat de Bengalezen het grootst aantal troepen leverden kregen ze ook de helft van het aantal kaderposten op niveau van besluitvorming ook al waren er volgens mij heel wat hoge officieren die niet over de nodige competenties beschikten. In mijn staf waren er in de logistieke of operationele branches. Dat was niet evident, zeker in een situatie die zeer dreigend was.

Desondanks denk ik dat UNAMIR kon slagen. Zoals gezegd het diplomatieke korps engageerde zich om een oplossing te vinden. Wij dachten echt dat we er zouden geraken. Maar het FPR voerde de politiek van de lege stoel en stelde alles weer in vraag. Op 6 april was er de aanslag op het vliegtuig met de presidenten van Rwanda en Burundi. Het vervolg kennen we. UNAMIR was dus mislukt. Maar tegelijk heb ik die 6 april nu net geïnterpreteerd als het bewijs dat UNAMIR eigenlijk in het begin van zijn missie was geslaagd. De aanslag vormde dus een geslaagde poging om het proces te doen mislukken. Het FPR wist heel duidelijk dat het de verkiezingen die aan het eind van het vredesproces waren voorzien, ging verliezen.

In welke mate is wat er vanaf 1990 in Rwanda gebeurde verbonden met de gebeurtenissen in Oost-Congo?

Er is natuurlijk een direct verband. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat dit alles het voorwerp is van een globale strategie die in het begin van de jaren 90 is gestart, met een machtsgreep in Rwanda, de oorlog met de FAR (Forces Armées Rwandaises) in binnen- en buitenland, de zuivering van de kampen in Bukavu, etc… Er was uiteraard ook nog het FDLR (Forces démocratiques pour la libération du Rwanda), de oude Interahamwe. Zonder twijfel een gewapende beweging, maar met die nuance dat veel van die jonge gasten die nu bij het FDLR zitten, destijds niet eens in staat waren om een machete vast te houden. Maar de aanwezigheid van het FDLR vormt tot vandaag wel de legitimatie voor de Rwandese aanwezigheid in Congo. Maar als het FDLR er niet was, zou Kagame er wel iets anders op gevonden hebben om zijn operaties in Congo te kunnen uitvoeren. Ze zijn trouwens perfect in staat om korte metten te maken met het FDLR.

Rwanda is wel niet het enige land dat zich met Oost-Congo heeft bemoeid?


Dat klopt. Kijk maar eens naar de eerste oorlog van 1996, toen nog Zaïre. Kabila werd gesteund door Rwanda, Oeganda en andere landen, Soedan was er toen ook bij betrokken. We kunnen spreken van de eerste echte inter-Afrikaanse oorlog. We kunnen hier niet in detail treden, maar over het algemeen kunnen we stellen dat de landen die geïntervenieerd hebben dat uit eigenbelang deden. Zaïre was toen een gemakkelijke prooi. Het regime was verzwakt. Mobutu die met zware gezondheidsproblemen kampte, was niet in staat om de situatie meester te worden.

Mobutu was ook alle internationale steun kwijtgespeeld en kwam alsmaar meer geïsoleerd te staan.

Inderdaad, op een gegeven moment hebben de dictators hun tijd gehad. De val van de muur had zijn gevolgen voor heersers als Mobutu, maar ook Habyarimana. Tijdens de Koude Oorlog speelden ze een belangrijke rol in de Oost-West-tegenstelling. Na de Koude Oorlog waren ze niet meer nodig en kwamen er andere prioriteiten. De VS keken nu naar Afrika in functie van de controle over de bodemrijkdommen, de mijnen, fossiele brandstoffen…Dat is de context die de omstandigheden hebben veranderd. Kabila kreeg de macht in handen dankzij zijn Rwandese broodheren. De Rwandezen namen sindsdien een steeds belangrijker plaats in de organisatie en beheer van het land in. Kabila heeft zich in 1998 van hen ontdaan, waarna een tweede oorlog startte met opnieuw Rwanda en Oeganda in de hoofdrol. Op de achtergrond van deze internationale geostrategische strijd, heeft men honderdduizenden Hutu’s vermoord in het equatoriale woud. Dat alles weet men. Er bestaan historische documenten, foto’s en video’s over dit alles. De Hutu-bevolking werd tot in het noorden van Congo opgejaagd.

De Hutu spreken over een dubbele genocide. Er zijn er veel die zich tegen deze terminologie verzetten, omdat men vreesde dat dit de eerste genocide in Rwanda zou minimaliseren. Maar het is evident dat de tweede genocide geen verantwoording kan zijn voor de eerste, noch dat ze een reden kan zijn om de eerste genocide te doen vergeten. De tweede genocide, deze tegen de Hutu, is hoe dan ook een historische realiteit. Al deze mensen zijn planmatig vervolgd en afgeslacht. Er zijn dus verantwoordelijkheden die volgens mij meer op de voorgrond moeten komen. We spreken tenslotte over ongeveer 8 miljoen slachtoffers sinds 1990.

Er zijn heel wat zware mensenrechtenschendingen gebeurd door de verschillende partijen. Kunnen we de moorpartijen tegen de Hutu als een vorm van vergelding omschrijven of zit er meer achter?

Volgens mij zit er meer achter en daarvoor moet je teruggaan in de geschiedenis, de gebeurtenissen van de periode ’60 ’62 en de slachtingen tegen de Tutsi na de sociale revolutie. Als ik een Tutsi-leider zou zijn, die dertig jaar in verbanning leefde omdat ik tot een minderheid behoorde en de druk van de meerderheid moest ondergaan…. Dan zou ik indien de kans er was de wapens grijpen en minstens verleid worden door de gedachte om te streven naar een meer evenwichtige demografische samenstelling. Ik weet dat wat ik zeg, cru klinkt. Maar ik heb geen andere uitleg. In elk geval is er zeker geen sprake van toeval. Er is goed over nagedacht, de slachtpartijen zijn goed voorbereid.

Kijk eens naar Rwanda vandaag. Alle leidinggevende functies zijn in handen van een etnie, de Tutsi. Hun aandeel in de leidinggevende functies ligt tussen 90 en 98 %. Je moet me dus niet komen vertellen dat Rwanda een democratisch land is. Als men alle organisatie van een land in handen legt van een groep…. Om terug te keren naar waar we mee begonnen waren, dat alles maakt deel uit van een goed uitgekiende strategie.

Wat u zegt zou meteen een verklaring kunnen vormen voor de aanwezigheid van Rwanda, maar ook Burundi in Oost-Congo aan de zijde van Nkunda. Er is zelfs sprake van de creatie van een groter Rwanda, een soort groot Tutsi-land. Maar is de echte inzet van die aanwezigheid niet de toegang en controle over de bodemrijkdommen in het gebied? En verklaart dat de relaties tussen Rwanda en de VS?

Alles is inderdaad met elkaar verbonden. De geostrategische belangen van de VS zijn sterk verbonden met deze van Kagame. Zijn objectief was om de Tutsi terug aan de macht te krijgen in Rwanda, zoals het dertig jaar geleden was. Daarachter zitten ook de VS die sinds ‘90 in Kagame een belangrijke pion zien voor de eigen belangen. Dat is wat ik noem de grote strategie.

De doelstellingen van de VS zijn duidelijk. Washington wil in de eerste plaats zijn hegemonie als wereldmacht bestendigen. Wel,… Irak, Afghanistan en de Afrikaanse regio van de grote meren, wel dat schrijft zich in deze globale strategie. In die zin lopen de belangen van Kagame perfect parallel met deze van de VS. Ik zou zelfs zeggen dat Kagame er in geslaagd is om de Amerikaanse besluitvorming te beïnvloeden en een soort van joint-venture te maken: als jullie me helpen zorg ik er voor dat jullie geostrategische objectieven gerealiseerd worden.

In februari van 2008 was er het bezoek van president Bush aan Kigali, gevolgd door geruchten dat Rwanda wel eens de plek zou kunnen worden waar AFRICOM wordt gehuisvest. We weten ook dat er intense militaire relaties bestaan tussen beide landen.

Je moet weten dat de VS reeds aan president Kayibanda (president van 1961 tot 1973) en Habyarimana gevraagd hebben om een grote militaire basis te hebben, maar beide weigerden ze. Met Kagame aan het roer moet Rwanda de draaischijf worden van de Amerikaanse aanwezigheid in Afrika. De VS ontplooien in de vulkaanregio van Karisimbi een gesofisticeerde luisterpost die in staat is om alle communicatie op het Afrikaanse continent te traceren. Er komt ook een Amerikaanse militaire zone in de regio van Bugesera.

Maar als de banden tussen Washington en Rwanda inderdaad zo hecht zijn, dan kan je toch niet anders dan besluiten dat een telefoontje vanuit Washington volstaat om een einde te maken aan de activiteiten van rebellenleider Nkunda, die zwaar door Rwanda wordt gesteund?

Ik zou zeggen dat de dag dat Kagame vermoord zou worden, dan is dat omdat de VS beslist hebben om het leiderschap te veranderen. Vergeet niet dat het dankzij de VS is dat Rwanda over een van de sterkste legers beschikt in Afrika. Rwanda heeft altijd een leger gehad van bijna niemendal. Met Kagame aan de macht beschikt het land over een luchtmacht, een marine, en is het militair sterk aanwezig in de regio. Het is toch duidelijk dat Oeganda niet zomaar twee grond-lucht raketten zou laten passeren richting Rwanda. Dat soort zaken is gepland na overleg. Op dat niveau improviseert men niet. Tony Blair is speciaal economisch adviseur van Kagame. Het is toch geen toeval dat dit nu net Tony Blair is, toch? De VS en Groot-Brittannië zijn tot hun nek betrokken bij de gebeurtenissen in Centraal-Afrika. Dat is de reden waarom we 14 jaar na de aanslag die alles in gang heeft gezet, nog altijd niet weten wie er verantwoordelijk is voor de aanslag op het vliegtuig van 6 april 1994. Dat was trouwens een complexe operatie. Je moet niet alleen over een raket beschikken, maar ook over de nodige inlichtingen die alleen maar kunnen bezorgd zijn door mensen die controle hebben op een veel hoger niveau. Ik zeg dat als militair: om zo’n operatie te laten lukken moet alles grondig zijn voorbereid.

Als ik u goed begrijp dan is de ware reden dat er in Europa geen eensgezindheid bestaat over het sturen van een Europese troepenmacht gelegen in de verschillende politieke doelstellingen van Frankrijk enerzijds en Groot-Brittannië anderzijds?

Ik ben ervan overtuigd dat dit manifest een rol speelt. We weten al langer dan vandaag dat bij dit soort van problemen veel achter de schermen gebeurt. Het is duidelijk dat Groot-Brittannië niet passief gaat blijven, trouwens net zoals ook Canada trouwens. Ook dat land is betrokken bij wat er zich afspeelt in Congo. Het gaat om een strijd tussen invloedsferen.

De discussie, zeg maar ruzie, die sinds de lente van het jaar bestaat tussen De Gucht en Kabila. Hoe ziet u dat? Wat zit daar achter?

Het is duidelijk dat we Congo moeten helpen en steunen. Maar als we parallel geen structuren opzetten om de bestedingen van de Belgische hulp te controleren, dan weten we dat het geld zal verdwijnen. Na de onafhankelijkheid werd een Belgisch-Congolees Fonds opgericht dat goed functioneerde en tot voorbeeld kan dienen op vlak van controle. Maar los daarvan moeten we eens nadenken waar we het recht denken vandaan te halen om de Congolezen de les te lezen. Ons land is toch ook niet vrij van financiële schandalen? Bovendien is dat niet erg diplomatiek en helpt het de zaak geen moer vooruit. Als we goede relaties hebben met de Congolezen, dan moeten we ze ook als volwaardige partners zien met een eigen cultuur en eigen visie op de zaken. Als we denken dat we iets aan het land hebben bij te dragen, dan moeten we ons ook aanpassen aan hen die we beweren te willen helpen.

Maar het gaat hier niet alleen om Karel De Gucht, maar ook iemand als Louis Michel. Ik ben eens benieuwd naar de bestemming van de vele fondsen aan Rwanda sinds hij Europees Commissaris is. Wat heeft Kagame ermee gedaan?

Er zou geld zijn afgeleid voor militaire doeleinden?

Rwanda, een klein landje voert oorlog met zijn buren. Daarvoor heb je geld nodig. We weten wat een leger kost. Uiteraard is er de opbrengst van de plunderingen in Congo, maar dat is geen verklaring voor alles. Er zijn miljarden in Rwanda geïnvesteerd. Ook dat past in de globale strategie. De stempel van ‘good governance’ voor Kagame, vormt de legitimiteit voor de Angelsaksische wereld om hun zaakjes te dienen. Wat is de rol van Louis Michel in dit alles? Die ook laat uitschijnen dat Kagame een zekere inspraak moet behouden in Congo zogezegd om de stabiliteit te garanderen. Maar waar gaan we dan naartoe, dat is ‘gangsterisme’. Een Europees Commissaris die zegt dat het geen slechte oplossing zou zijn om Kagame het Tutsiland te geven waarvan hij al jaren droomt. Ik vind dat schandalig.

Toen hij minister van Buitenlandse Zaken was en de Hutu’s werden afgeslacht in het equatoriale woud, wist hij drommels goed wat er gebeurde. Wat ik erg vind is dat dergelijke mensen de indruk geven dat het opgelost geraakt, maar in realiteit er alles aan doen opdat er niets geregeld geraakt.

Wat is de oplossing?

Dat men de grens sluit. Dat men elke symbiose tussen Rwanda en Congo verhindert. En dat men de fameuze Nkunda in plaats van hem als een volwaardige gesprekspartner te beschouwen hem naar het Internationaal Strafhof stuurt, waar hij zich kan verantwoorden voor de slachtpartijen in Kisangani, Noord Kivu, etc… zoals anderen dat ook moeten. Ook de gezant van de Afrikaanse Unie, Obasanjo, geeft hem een rol die hem niet toekomt. Dat kan toch niet, hij is een crimineel. Punt uit.

U zegt de grens sluiten, dan leg ik meteen het verband met de bedrijven die tenslotte de kopers zijn van de rijkdommen.

Er bestaat een parallelle markt. Men koopt en dan is er een handel die geregulariseerd wordt en daar zijn het de multinationals die dat organiseren. We horen natuurlijk van alles, maar hier ben ik ervan overtuigd. Ik denk hoe dan ook dat er een grens moet zijn aan die handel. Je kan toch geen handel drijven op een berg van 8 miljoen lijken? Nu zie ik vooral het belang in het bewustmaken van de internationale publieke opinie, met de boodschap dat er al jaren mensen worden gedood enkel en alleen voor economische gewin. Ik hoop dat de dag komt dat de verantwoordelijken zich op een dag zullen moeten verantwoorden voor een instantie van het internationaal recht. Dat geldt ook voor mensen als Louis Michel die op de hoogte waren en niets hebben gedaan.

(Uitpers, nr 105, 10de jg., januari 2009)

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 76 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook