De onderneming Palantir werd gesticht na 9/11 en de naam verwijst naar Tolkien’s ‘The Lord of the Rings’. Palantiri zijn in dat boek steentjes die alles zien, overal en tegelijkertijd. Wat de stichters van het bedrijf echter niet vermelden is dat wie die steentjes misbruikt op termijn aan waanzin ten onder ging.
Het is niet zeker dat Peter Thiel, Alexander Karp en enkele anderen ook gek zijn of zullen worden. Vanuit een naïeve progressieve visie konden we dat een tijdje geleden nog denken. Vandaag moeten we wakker en alert vaststellen dat wat ze voorstellen en in de praktijk brengen gewoon zuiver fascisme is. Het artikel in Uitpers legt uit waarom. (hyperlink)
Umberto Eco stelde in een boek over hoe je het fascisme kan herkennen een aantal kenmerken vast. Volgens hem is de aanwezigheid van slechts één van die elementen voldoende om een fascistische mist te laten vallen over de hele samenleving.
In het boek van Palantir gaat het over veel meer dan één van Eco’s kenmerken. Het afwijzen van wetenschap en van het zoeken naar kennis en waarheid, de zoektocht naar collectieve waarden en een nationale identiteit, de absolute controle van de Staat op wat mensen doen en laten, het afwijzen van tolerantie en verscheidenheid…
Palantir zet zich af tegen het project van de Verlichting en de moderniteit. Ondanks de grote verscheidenheid aan ideeën en waarden, is dat project telkens een streven naar emancipatie, naar erkenning van het individu en zijn of haar rechten, een geloof in de gelijkheid of noem het gelijkwaardigheid van alle mensen.
Die waarden staan ingeschreven in de grondwet van nagenoeg alle westerse democratieën, vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Een algemene consensus heeft hierover echter nooit bestaan. In de negentiende en vooral in de twintigste eeuw ontstonden sterke intellectuele stromingen om ze te vervangen door precies die waarden die nu door Palantir worden verdedigd. We noemden het reactionaire romantiek in de negentiende eeuw en fascisme in de twintigste eeuw.
Het gevaar dat deze ideeën vandaag opnieuw de bovenhand krijgen is reëel. Niet alleen omdat het neoliberalisme heeft gefaald en de economische wereld met zijn tech-goeroe’s en grote transnationals lak heeft aan democratische regels en voorwaarden, maar ook omdat linkse en progressieve politieke en sociale krachten eveneens streven naar fundamentele verandering.
‘Een andere wereld is mogelijk’ zo werd gezegd. Voor sommigen aan de linkerzijde betekent dat kritiek en zelfs afwijzen van de moderniteit uit naam van respect voor verschil en diversiteit. Het klopt uiteraard dat het westers kolonialisme en dominantie de geschiedenis heeft geschreven en daarbij nauwelijks aandacht, laat staan respect had voor alles wat ‘anders’ was. De respectabele waarden en normen waren voor de witte wereld. Niet zelden ontstaat daardoor bij progressieven een narratief van afwijzing van alles wat westers is, in plaats van een streven om die waarden echt universeel te maken. Alsof universalisme in strijd is met respect voor verscheidenheid.
Zo ontstaat makkelijk een grote verwarring tussen links en rechts. Met de opkomst van het nieuwe fascistische discours blijkt duidelijk waar linkse krachten kunnen uitglijden.
Ook links streeft naar een collectief project en wil zich afzetten tegen het liberalisme en de markt. Ook links streeft naar ‘vooruitgang’ en wil de ‘oude orde’ ontmantelen. Links én rechts willen ‘een andere wereld’.
Links én rechts gebruiken dezelfde woorden voor twee totaal tegengestelde projecten. Dat het risico op verwarring niet denkbeeldig is, bewijst het onderzoek van Zeev Sternhell die aantoont hoe, vooral in de twintigste eeuw heel wat socialisten overstapten naar de rechterzijde, precies om mee te werken aan de strijd tegen het liberalisme.
Het toont eens te meer aan hoe belangrijk het is een duidelijk project met een geloofwaardig perspectief aan te bieden. De linkerzijde heeft dit vooralsnog niet. De groenen evenmin en komen met heel wat kritiek, zoals op het individualisme, soms dicht in de buurt van het fascistisch discours. Het belang om de verschillen met het rechtse project uit te klaren kan niet voldoende onderstreept worden.
Palantir, en met hen vele anderen, maakt duidelijk dat het ideologisch politieke project van de rechterzijde een vaste vorm begint te krijgen. Dag na dag zien we ook elementen van hun narratief doordringen in het beleid in Europa.
Het gaat al lang niet meer om enkel het ‘surveillance’ kapitalisme van Sushana Zuboff of het ‘technofeodalisme’ van Varoufakis. Het gaat om puur fascisme waartegen het ‘reguleren van de AI-sector’ en/of morele verontwaardiging niet langer voldoende zijn.
Palantir spreekt over ‘harde macht’ en hiertegen zijn woorden niet voldoende, want ook uiterst rechts wil ‘het goede’ voor de mensen. Ze hebben zich heel wat begrippen toegeëigend en er een nieuwe betekenis aan gegeven. Dat een deel van de linkerzijde in Europa voorlopig gewoon laat begaan en in sommige gevallen zelfs meewerkt aan de afbouw van onze ‘waarden en normen’, ideologisch, politiek en sociaal, is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Er is harde reactie nodig, dringend.

