Het failliet van het dollarsysteem. Van steunpilaar tot achillespees van de wereldeconomie

De dollar is nog steeds de belangrijkste reservemunt en handelsmunt in de wereldeconomie, maar verliest gestaag terrein. De dollarkoers zakt in waarde t.a.v. de euro, haar plaats als internationale handelsmunt wordt sterk in vraag gesteld en meer en meer landen zoeken een alternatief voor het dollarsysteem omwille van economische en/of politieke redenen.

Hoe komt de dollar aan z’n dominante positie?

Op het einde van WOII (1944) werd het Bretton Woods akkoord gesloten tussen de geallieerden. Dit akkoord omvatte een internationaal monetair systeem, die de naoorlogse economische wereld vorm zou geven en waarin de VS haar preferenties in grote mate zou kunnen doordrukken. De VS kwamen immers als sterkste economische en militaire macht uit de tweede wereldoorlog en beschikten o.a. over meer dan twee derde van de wereldgoudreserves.

Het Bretton Woods akkoord moest leiden tot een heropbouw van de wereldeconomie en een grotere internationale monetaire stabiliteit om een derde wereldoorlog te voorkomen. Immers het trauma van de tweede wereldoorlog en de Grote Depressie (1929) waarbij landen een economische politiek voerden van muntdevaluaties(1) en het optrekken van handelsbarrières(2) om economisch meer concurrentieel te worden t.o.v. de buurlanden (zogenaamde economische oorlogsvoering) bleek desastreus. Dit leidde op heel korte termijn tot voordelen voor de nationale industrieën, maar mondde al snel uit in een algemeen verlies aan welvaart en werd een van de onderliggende oorzaken van de tweede wereldoorlog.

De noodzaak drong zich dus op om de internationale monetaire wereld in de toekomt meer onder controle te brengen. Alle nationale munten zouden een vaste koers aanhouden (vaste ruilvoet) ten aanzien van de goudstandaard waardoor plotse muntdevaluaties niet meer mogelijk zouden zijn en er meer prijsstabiliteit zou ontstaan.(3) Ook de dollar werd aan de goudstandaard gekoppeld. Verder werd het IMF (internationaal Monetair Fonds) opgericht om dit monetair systeem te controleren. Ook de IBRD (Internationale bank voor Heropbouw en Ontwikkeling), onderdeel van wat we nu de Wereldbank noemen, werd toen opgericht om leningen te verstrekken. De VS leverde als rijkste land de grootste financiële bijdrages in de werking van beide organisaties en kreeg er dan ook het meeste zeggenschap in(4). Dit monetair system werd geacht te functioneren binnen een economisch wereldsysteem van vrijhandel in producten en kapitaal, die op zijn beurt de handelsbarrières moest wegwerken en de afzetmarkt voor producten moest vergroten.

As good as gold

Hoewel alle munten in theorie aan de goudstandaard gebonden werden, kreeg de dollar een centrale rol in dit systeem toebedeeld. Er was immers niet genoeg goud voorhanden om voldoende liquiditeit te voorzien in de snel groeiende wereldhandel. Bovendien is goud ook niet zo handig in financiële transacties. Aangezien de VS economie bij uitstek de sterkste was in de wereld, werd voor de dollar geopteerd als internationale reservemunt. De VS beloofden dollars rechtstreeks voor goud inruilbaar te maken, aan een vaste ruilvoet. Voldoende redenen dus om vertrouwen te hebben in de waarde van de dollar. Daarmee werd de dollar dus zo goed al goud (as good as gold). De nationale munten werden in de praktijk dus aan de dollar gekoppeld en van nu af aan werden de meeste internationale transacties in dollar uitgedrukt en werd de dollar de belangrijkste handelsmunt en reservemunt.

Einde van het Bretton Woods systeem

De Vietnam-oorlog bracht echter een einde aan het Bretton Woods systeem. De Amerikaanse schulden liepen zo hoog op dat de centrale banken vreesden dat de dollar waardeloos zou worden en prefereerden goud i.p.v. dollars. Hierdoor namen de Amerikaanse goudreserves zo sterk af, dat president Nixon besliste om de dollar los te koppelen van de goudstandaard. Ook de vaste wisselkoersen werden in die tijd gelost en de waarde van de dollar begon te schommelen t.o.v. andere munten. Niet langer het goud, maar het vertrouwen in de politieke en economische macht van de VS bepaalde van nu af aan de waarde van de dollar.

Ondertussen echter wordt ook de economische een politieke macht van de VS in vraag gesteld. De VS is niet langer de onbetwiste economische wereldleider. De totale schuld van de VS bedraagt ondertussen meer dan 3 keer het BNP, zucht onder een crisis zonder weerga in haar financiële sector en vecht tezelfdertijd twee overzeese oorlogen uit. En de VS bouwt jaar na jaar een grote handelstekorten op met het buitenland, in het bijzonder met China. In 2006 bijvoorbeeld bedroeg dat totale tekort 759 miljard dollar, 5,7% van het Amerikaanse BNP.

Er wordt met andere woorden ‘op de kap geleefd’ van het buitenland en meer bepaald de Aziatische landen. China bijvoorbeeld blijft massaal Amerikaanse staatsobligaties opkopen zodat de koers van de Chinese munt met de dollar op gelijke hoogte blijft, om hun export naar de VS niet in het gedrang te brengen. Maar de VS zitten zonder enige twijfel in zeer slechte papieren. En dat manifesteert zich in de dalende waarde van de dollar t.o.v. de euro (in het piekjaar 2000 was een dollar nog 1,2 euro waard, vandaag is dat nog net iets meer dan 0,6 euro!). Dit brengt een aantal korte termijn voordelen voor de VS met zich mee: het is goed voor de export van Amerikaanse producten (de Franse president Sarkozy spreekt van economische oorlogsvoering), verlicht de Amerikaanse uitstaande schuldenlast bij de Aziatische landen en vermindert de jaarlijkse schuld op de handelsbalans. Maar het ondergraaft ondertussen de geloofwaardigheid van de Amerikaanse economie op de lange termijn.

Waarom komt er dan geen abrupt einde aan het dollarsysteem?

De dollar is bij uitstek de belangrijkste internationale reservemunt en handelsmunt. Alle centrale banken in de wereld hebben een grote voorraad geldreserves in allerlei munten liggen en het grootste aandeel daarvan is nog steeds de dollar, maar het aandeel daarvan daalt gestaag (van 70% in 2000 naar 63,3% in 2007). China heeft de grootste dollarreserve van meer dan 1.400 miljard $ gevolgd door Japan die een dollarreserve heeft van 1.000 miljard $. Buiten de VS zouden er meer dan 11.000 miljard dollars in de banken aangehouden worden. Een van de redenen waarom het aandeel van de dollar gestaag daalt in de internationale muntreserves is de introductie van de euro in 1999. Het aandeel van de dollar blijft echter ruim twee keer zo groot als de euro (26,5%).

Op de internationale markt worden vele producten, waaronder olie en grondstoffen, uitgedrukt in dollars (vandaar de term petrodollar), maar ook de handel in aandelen gebeurt in deze munt. Dat maakt het enerzijds gemakkelijk om prijzen te vergelijken voor verkopers en kopers. En anderzijds brengt dit voor de VS het prettige voordeel met zich mee dat er bij een gestaag groeiende wereldeconomie die uitgedrukt wordt in dollars er ook een constant grote vraag blijft naar dollars. Op die manier kan de VS dollars blijven drukken en ongestoord schulden aangaan (om bijvoorbeeld kostelijke oorlogen te voeren en belastingsverminderingen door te voeren). Sommigen omschrijven dit als het uitschrijven van blanco cheques die nooit geïnd worden.

De rest van de wereld zit eigenlijk met een dilemma.

Een dalende dollarkoers betekent wel dat die enorme reserves die in het buitenland aangehouden worden altijd maar minder waard worden, dus diversificatie van de geldreserves dringt zich op bij de nationale banken. Maar massaal alle dollars op de markt gooien en omruilen voor een andere munt zou de dollar compleet doen crashen wat waarde van de overblijvende reserves zou decimeren en de VS consumptie van buitenlandse producten abrupt zou stoppen. Dumpen van de dollar is dus geen optie.

De positie van de dollar als dominante handelsmunt wordt wel in vraag gesteld. Iran en Venezuela stellen de link tussen de dollar en olie expliciet in vraag, maar krijgen het onderwerp niet op de agenda van de OPEC (kartel van olie producerende landen). Iran heeft reeds verschillende keren aangekondigd dat het zelf een oliebeurs zou oprichten waarin allerlei olieproducten zouden verkocht worden in euro (voorlopig blijft het bij aankondigingen). Het is wel een feit dat Iran heel bewuste pogingen onderneemt om de dollardominantie te ondergraven. Japan bijvoorbeeld betaalt sedert juli 2007 haar olieleveringen door Iran in Yen (ter waarde van 5 miljard Britse pond in 2006). Een einde van de oliehandel in dollar zou de vraag naar dollars ernstig doen afnemen.

We zitten vandaag ongetwijfeld in een gevaarlijke overgangsperiode. De controle op de internationale monetaire politiek is volledig ondergraven en roept parallellen op met het verleden. De VS verliest haar economische en politieke leiderschap. Is de VS van plan om haar schulden terug te betalen of zal de rest van de wereld het tot nog toe rijkste land van de wereld blijven sponsoren? En zo ja, zal dat gebeuren op vrijwillige basis of onder toenemende dreigementen?

(Uitpers, nr 101, 10de jg., september 2008)

Voetnoten:

(1) Door de nationale munt te devalueren in waarde t.o.v. de waarde van de munt van een buurland worden de eigen producten goedkoper in prijs op de internationale markt, wat goed is voor de export. Omgekeerd word het product van het buurland duurder en zal zijn export verminderen.

(2) Door handelsbarrières, zoals bijvoorbeeld invoertarieven, op te drijven voor buitenlands producten worden de eigen producten aantrekkelijker in prijs en vermindert dus de import van buitenlandse producten.

(3) De Britse onderhandelaar J.M. Keynes wou geen koppeling aan de goudstandaard maar aan een nieuwe wereldmunt genaamd de Bancor. In zijn systeem zou er niet alleen prijsstabiliteit nagestreefd worden, maar ook een jaarlijkse afrekening van de handelsbalans, waarbij zowel de schuldenaar als de schuldeiser inspanningen moesten doen om het verschil weg te werken.

(4) De VS heeft het grootste stemgewicht binnen het IMF en een defacto vetorecht. De voorzitter van de Wereldbank wordt door de Amerikaanse president benoemd. Beide instituten bevind zich in Washington, VS.

<

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :