Het Europa van verkeken kansen

Grosso modo mag je rustig stellen dat radikaal links slechts af en toe, in periodes van directe verandering, geïnteresseerd is in Europese politiek.

Dat was zo rond ‘Maastricht’, 1992, het eindpunt van een proces dat jaren eerder was gestart, en dat was zo met de ‘Grondwet’, 2005, het resultaat van een democratische oefening waar radikaal links de neus voor ophaalde.

Het betekende elke keer dat er uiteraard geen enkele invloed kon worden uitgeoefend en dat alle discussies in een smalle uitzichtloze marge gevoerd werden, naderhand, toen het kalf verdronken was. Bovendien ontbrak elke kennis van de dynamiek binnen en tussen de Europese instellingen. Alle standpunten waren louter ideologisch ingegeven en volkomen naast de realiteit. Nu heeft die ideologie uiteraard wel belang, zeker op Europees vlak, maar wanneer ze niet gepaard gaat met inzicht in de concrete beleidsprocessen kan ze bijzonder steriel zijn.

Geen ja of nee

Maastricht, de Europese Grondwet, vandaag de Europese sancties tegen Rusland: het is geen ja of nee verhaal, het is geen enerzijds, anderzijds. Het is, telkens opnieuw, een moeilijke afweging van niet enkel de directe pro en contra argumenten maar altijd tegen die achtergrond van ‘wat is die Europese Unie’ nu eigenlijk, waar wil ze naar toe, waar willen wij naartoe.

Ik heb het duizend keer herhaald: net als in de mythologie heeft Europa vele vaders. Natuurlijk was er na de tweede wereldoorlog invloed van die opkomende grootmacht, de Verenigde Staten. En ja, de overwinnaars van die oorlog, zoals het V.K. en Frankrijk, hadden hun eigen stem. En ja, men wilde Duitsland herbewapenen tegen de communistische Sovjet-Unie. En kijk, daar speelden ook de Europese federalisten in mee, met onder hen verschillende communisten en aanverwanten. Een onveranderlijk DNA? Het is er niet.

Radikaal Links heeft ondertussen het Manifest van Ventotene ontdekt, geschreven door Altiero Spinelli. Daarin kijkt de man niet enkel naar de links-rechts opdeling, maar naar een thema dat tot vandaag de linkerzijde verdeelt: is het doel de verovering van de nationale staatsmacht of is het eerder het uitbouwen van internationale/multilaterale betrekkingen, of ja, van een ‘Europese Staat’?

Nu de mondialisering vandaag aan een kentering bezig is, pleiten meer en meer politieke krachten, van rechts en van links, voor meer nationaal bewustzijn en soevereiniteit. En gelukkig, zo denk ik toch, is het de linkerzijde die de multilateraliteit naar voren schuift, soms in de vorm van omnilateralisme, soms in de vorm van plurinationalisme, maar altijd weg van het zuiver nationale. Nationalisme, er kan niet genoeg op gewezen worden, is al te vaak een bron van conflicten en oorlogen geweest. Nationalisme kan enkel gedijen als het is ingebed in grotere gehelen.

In Europa is de vraag van Spinelli zelfs niet voldoende. Sinds de stichting van de Europese Gemeenschap in 1958, en eigenlijk al eerder met de Europese Defensie Gemeenschap die door het Franse Parlement werd afgewezen, ging het erom of Europa een trouwe bondgenoot, in NAVO-verband, van de Verenigde Staten zou blijven dan wel of ze een eigen zelfstandige Europese identiteit kon of wou ontwikkelen. De vraag werd nooit beantwoord tot, wel, misschien tot vandaag. Alles wijst er op dat de keuze definitief voor de NAVO is genomen.

Met de invasie door Rusland van buurland Oekraïne is een moment aangebroken waarop keuzen zijn gemaakt die de Europese landen niet enkel vast klinken aan de V.S. maar bovendien de Unie zelf grondig kunnen verdelen.

De Unie en de Grondwet

Het is met de overstap van de Gemeenschap naar de Unie dat twee nieuwe beleidsterreinen werden ingevoerd: een tweede pijler met een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid, en een derde pijler met het Europees burgerschap en het migratie- en asielbeleid. Allebei zijn ze tot vandaag grote zorgenkindjes gebleven, en dat is zwak uitgedrukt. Er wordt wel verwezen naar het Handvest van de Verenigde Naties en naar het Handvest van Parijs (OVSE). Niet naar de NAVO.

Dat verandert in het Ontwerp van Europese Grondwet, bijna vijftien jaar later en eveneens, na verwerping van dit ontwerp, in het Verdrag van Lissabon. Voor de ‘landen die er lid van zijn’ blijft de NAVO de ‘grondslag en het instrument van hun collectieve defensie’.

Het viel op dat er tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen in 2019 vrij veel over ‘bescherming’ werd gesproken, o.m. door de Franse President Macron. Het was een taak van de EU, zo werd gezegd. Maar wie daarbij dacht aan sociale bescherming was er aan voor de moeite. Macron en anderen hadden het over de grotere mogelijkheden voor Europese samenwerking, vooral op het vlak van defensiebeleid.

Het klopt helaas dat er voor heel wat beleidsterreinen weinig enthousiasme is voor verdergaande integratie, zeker in tijden van Brexit en na het Griekse debacle. Voor buitenlands beleid en defensie echter ligt dat anders, niet omdat landen zo graag willen afzien van hun soevereiniteit, maar wel omdat het op dit vlak veeleer gaat om woorden en minder om daden, ook al zijn er de afgelopen jaren wel een paar belangrijke stappen gezet voor meer samenwerking.

Dat op zich is splijtstof voor de radikaal linkerzijde. Sommigen vinden dat de Europese Unie zich niet met een gemeenschappelijke defensie moet bezig houden omdat ze té ondemocratisch en té ontransparant is. Anderen hebben geen principiële bezwaren maar mikken vooral op een echt vredes- en samenwerkingsbeleid, wat toch iets anders is dan samen wapens maken of kopen, laat staan oorlog voeren.

Oekraïne

De oorlog in Oekraïne heeft die splijtzwam vergroot en het ziet er naar uit dat de hele linkerzijde aan het verliezen is.

In de Europese Unie zijn lang stemmen opgegaan om zich als een ‘soft power’ te ontwikkelen, gericht op diplomatie, op onderhandelingen, op democratie en op mensenrechten. Er zijn zeer goede argumenten om vooral geen confrontaties aan te gaan, met niemand en al zeker niet met grootmachten.

De Franse President Macron pleitte in 2017 in zijn redevoering aan de Sorbonne voor een autonome actie-capaciteit in de Europese Unie en voor een gemeenschappelijke strategie. Hij zag het als een kwestie van cultuur en dacht aan de uitwisseling van militairen tussen de Lidstaten. Het was in zijn ogen de enige mogelijkheid om een echte Europese identiteit te ontwikkelen. Daarnaast dacht hij aan een op innovatie gericht industriebeleid en aan een markteconomie met sociale rechtvaardigheid.

Na 24 februari 2022 probeerde Macron te bemiddelen tussen Rusland en Oekraïne. Hij wees er herhaaldelijk op dat het geen enkele zin had om Rusland te vernederen. Rusland, zo werd gesteld, is een deel van Europa, het is een land van de Verlichting.

Vandaag moet Macron zijn nederlaag toegeven. Bemiddelen kan niet meer en hij geeft toe dat Rusland er enkel op uit is de Europese Unie te verdelen.

Kanselier Merkel gaf Macron nooit een antwoord op de voorstellen van de Sorbonne. Het was wachten op Olaf Scholz, enkele weken geleden in Praag, die meteen nog een stap verder zette. Duitsland wil uit de defensie-luwte komen, zal honderd miljard USDollar extra spenderen en voortaan elk jaar 2 % van zijn BBP voor defensie uit trekken. Hij wil een uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten en een ‘geopolitiek Europa’ uitbouwen. Europa moet autonoom worden, zo zei hij, op alle vlakken. Dat is, zoals hij stelde, inderdaad een ‘Zeitenwende’.

Europese soevereiniteit

Hoe mooi de kreten voor Europese soevereiniteit ook klinken, de kans is echter klein dat ze bewaarheid worden.

Het is één ding de Russische invasie te veroordelen, het is iets helemaal anders Rusland te willen ‘verslaan’. Met Oekraïne heeft de Europese Unie zich wel degelijk laten meeslepen in het V.S. en NAVO-verhaal van een echte confrontatie en een langdurige oorlog. Macron moet zijn staart intrekken.

Ook ten aanzien van China lijkt het beleid meer aan te zetten tot een confrontatie dan tot samenwerking, al is de EU niet aan provocatie toe zoals de V.S. en blijft de strijd voorlopig beperkt tot economie en handel.

De landen van Midden- en Oost-Europa zijn ook helemaal niet gediend van verzoenende taal tegen Rusland, met hun recente verleden in het geheugen streven ze niet naar vreedzame coëxistentie.

Polen is zelf begonnen met een vergaand programma van militaire aankopen waarin de coherentie en de logica verborgen blijven. Het land heeft gebroken met de vuistregels van de EU en is op zoek naar een mogelijkheid om zich als autonome regionale mogendheid te ontwikkelen.

Hongarije is vrij Russisch gezind en deelt de argwaan tegen de oude macht in de EU. Het Europees Parlement nam deze week een resolutie aan waarin wordt gesteld dat Hongarije geen volwaardige democratie meer is.

Voor al die landen is de Frans-Duitse as achterhaald. Zij zijn het die nu de ‘waarden’ en de regels willen bepalen van het Europese project.

Sven Biscop van het Egmontinstituut schreef deze week over een voorstel voor een ‘New Force Model’ dat erin bestaat een pool van 300.000 strijdkrachten uit te bouwen die snel kunnen optreden als er ergens veiligheidsproblemen zijn. Hij ziet het als een soort Europees leger, maar dan van de NAVO. Europese landen worden dan verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid, maar niet autonoom.

Dit leidt tot twee voorlopige besluiten. Ten eerste is de EU er niet in geslaagd een eigen autonome stem te laten horen in het Oekraïneverhaal. De ‘soft power’ ging ten onder. Het is volledig ingeschakeld in de NAVO-strategie die uit is op een lange oorlog en een nederlaag voor Rusland. Ten tweede is het bijzonder onzeker of de EU de eenheid nog lang zal weten te bewaren, zeker gelet op de energiecrisis. Het is niet enkel Rusland dat de EU wil verdelen. De V.S. in crisis wil de economische macht van de EU in het algemeen en van Duitsland in het bijzonder maar al te graag kraken.

De toekomst ziet er dus niet goed uit. De sancties tegen Rusland treffen in eerste instantie de EU zelf dat nu afhankelijk wordt van duurder vloeibaar gas en komende winter wellicht met tekorten moet afrekenen. Dit is zeer problematisch voor alle gezinnen die zich moeten verwarmen, maar misschien nog meer voor bedrijven die de deur moeten dicht doen en de Europese afhankelijkheid nog zullen vergroten. Dat besef is nog onvoldoende doorgedrongen.

Mevrouw Ursula – in geel en blauw – had het deze week in haar ‘State of the Union’ over een ‘Europees Soeverein Fonds’ voor investeringen. Dat klinkt goed en zou wel eens hard nodig kunnen zijn, want hoe het Europese – en Duitse – industriële netwerk bespaard kan blijven, is vandaag niet duidelijk. Haar betoog ging eens te meer over een rechts Europa dat mentaal nog vasthangt in de koude oorlog tegen het communisme. Dat er ook in Rusland veel veranderd is en dat het alternatief voor Poetin nauwelijks beter kan zijn, wordt uit het oog verloren. Wat deze week is gebeurd in de Algemene Vergadering van de V.N. en in Samarkand bij de Shangai Samenwerkingsraad toont duidelijk hoe erg de wereld is verdeeld en hoe de geopolitieke lijnen aan het schuiven zijn.

Een taak voor links

Al deze ontwikkelingen zijn niet nieuw en zaten er aan te komen. Slechts één keer, met de oorlog tegen Irak in 2003, is de EU niet meteen op de oorlogszuchtige V.S. kar gesprongen. Twee jaar eerder, met ‘nine eleven’ en de groene Joschka Fischer op Buitenlandse Zaken in Berlijn, ging de E.U., mét de NAVO, prompt achter Washington staan. Het was een ‘Rückkehr der Geschichte’, zo werd gezegd.

Radikaal links heeft nooit geloofd dat de EU een vredesproject was, hoewel die dimensie wel degelijk aanwezig was bij de stichting. Het is die dimensie die vandaag op de helling staat en enkel kan gered worden als de hele linkerzijde de hand aan de ploeg slaat.

De oorlog waar de Oekraïnse burgers het slachtoffer van zijn is niet enkel een oorlog van de VS tegen Rusland, maar ook tegen de EU. De EU heeft er alle belang bij goede relaties te blijven ontwikkelen met de rest van de wereld, met de V.S. zowel als met Rusland en China. Door zich blindelings te onderwerpen aan de NAVO riskeert ze in een ellendige verarmingspiraal terecht te komen en haar burgers zelfs letterlijk in de kou te laten staan. De E.U. heeft niets te winnen bij een unipolaire wereld, wel integendeel.

Soevereiniteit kan een klein land als België beslist niet helpen. Hopelijk beseft de linkerzijde dat dit misschien een laatste kans is om de E.U. op een echt vredes- en ontwikkelingspad te brengen. Dit mag niet verloren gaan. Op een Europa van verkeken kansen zit niemand te wachten. De E.U., zo stelt Luuk Middelaar, heeft een onvoorstelbare capaciteit zich telkens opnieuw uit te vinden. Doen!

 

Visited 159 Times, 1 Visit today

Tags :
Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook