Het einde van de twee-staten-oplossing

“U zou zich moeten herinneren dat dezelfde dag waarop het Israëlisch leger inspanningen doet en er in slaagt om de ene terrorist na de andere te elimineren, dat op diezelfde dag, zoals op elke dag van het jaar, binnen de grenzen van Israël, bij de 400 kinderen worden geboren, van wie sommigen nieuwe zelfmoordenaars zullen worden. Realiseert u zich dat? (…) Zolang we niet gescheiden zijn, betekent een dergelijke meerderheid (van Palestijnen – LDB) het einde van de joodse staat Israël”. (Prof. Arnon Sofer in een dringende brief aan premier Sharon)

Het Israëlisch parlement, de Knesset, heeft eind oktober het ‘disengagement-plan’ goedgekeurd. Sharons controversieel plan moet er voor zorgen dat tegen eind 2005 alle 21 kolonies in de Gaza en 4 in de Westelijke Jordaanoever zijn ontruimd. Met disengagement exploiteert Sharon de indruk dat er geen Palestijnse onderhandelingspartner meer is.

Er liggen nogal wat obstakels op de weg. De Knesset moet zich nog buigen over de nodige uitvoeringswetten en dat kan, gezien de onenigheid binnen de regering voor de nodige discussie zorgen. Daarnaast is er te verwachten dat de kolonisten niet als lammetjes uit de Gaza zullen wegtrekken. Ook het overleven van de regering staat op het spel. Likoed, de partij van Sharon dreigt over het plan te splitten. Vier Likoed-ministers zwaaien met hun ontslag als er geen referendum over het plan volgt.

Hoe moeten we het plan inschatten? De regering in Washington heeft de uitslag van de stemming al geprezen als een belangrijke stap naar vrede met de Palestijnen. Een regeringswoordvoerder zei: “We denken dat het terugtrekkingsplan een gelegenheid vormt om de belangen van beide zijden te bevorderen. De Verenigde Staten geloven dat met het Gaza-disengagement plan, zoals voorgelegd door premier Sharon, het moment is gekomen voor vooruitgang en terugkeer naar het politieke proces”.

Van de regering Bush viel er weinig anders te verwachten. Sharon kan rekenen op de onvoorwaardelijke steun vanuit Washington ook al neemt hij een loopje met de ‘routekaart naar vrede’. Er zijn veel redenen te bedenken over het waarom van deze onvoorwaardelijke steun. Zo is er de link met de oorlog tegen Irak, waarvan we al weten dat de officiële argumenten vals waren. De joods professor Tony Judt schreef daarover eind vorig jaar in de New York Review of Books dat de Irak-oorlog voor velen in de Amerikaanse regering een belangrijke strategische overweging vormde, namelijk de nood om het Midden-Oosten te destabiliseren en dan zo te hertekenen dat het voor Israël interessant uit komt. Hoe het ook zij, de Amerikaans-Israëlische band is nog nooit zo sterk geweest.

Geen vredesplan

Verder zullen slecht geïnformeerde optimisten stellen dat na de terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon, de ontruiming van de Gaza een logische nieuwe stap is die uiteindelijk zal leiden naar een volledige terugtrekking uit alle bezette gebieden. Een variant daarop is de redenering van Hamas volgens welke de terugtrekking een gevolg is van jarenlang hard verzet, een militaire overwinning dus.

De feiten op het terrein geven optimisten en co ongelijk. Voor Sharon gaat het om een berekening. Gaza is een eerder betekenisloos klein stukje gebied, waarop vooral te veel Palestijnen wonen en weinig kolonisten. De verdediging van de kolonies slorpt te veel middelen op. Voor elke kolonist is er gemiddeld meer dan één soldaat. M.a.w. de kosten wegen niet op tegen de baten. Annexatie van dat gebied met de inwoners erbij levert alleen maar problemen op en kan Israël in demografisch ‘onevenwicht’ brengen.

Wordt Gaza dan een soort van mini-Palestijnse staat? Het antwoord is neen, want Israël houdt zich het recht voor om sommige militaire bases te behouden. Vreemde troepen (lees: een VN-beschermingsmacht), aldus het disengagement plan, mogen de Gaza niet in, zonder de uitdrukkelijke toestemming van Israël. Dit valt moeilijk te rijmen met onafhankelijkheid.

De premier gaat daarentegen wel onverminderd door met zijn bouwwoede in de Westelijke Jordaanoever. Dat gebied heeft een zeer grote joods-historische, maar ook strategische (water!) betekenis. Volgens de Israëlische vredesorganisatie ‘Vrede Nu’ heeft de Israëlische regering in 2003 1.627 offertes uitgeschreven voor de bouw van nieuwe huizen op de Westelijke Jordaanoever, een cijfer dat voor zich spreekt. Dat geldt ook voor de muur die in de Westelijke Jordaanoever wordt gebouwd. Eens voltooid zal die er voor zorgen dat bijna de helft van het territorium aan Israëlische zijde komt te liggen. In het ‘disengagement’ plan – waar de westelijke Jordaanoever systematisch met de namen Samaria en Judea wordt benoemd – is er alleen maar sprake van het militair ontruimen van Noord-Samaria. In de rest zullen “de bestaande veiligheidsactiviteiten doorgaan”.

‘Het vredesproces is gedood’

Het oordeel van Tony Judt is vernietigend: “Het vredesproces in het Midden-Oosten is gedaan. Het stierf niet, het werd gedood.” Zijn artikel, dat de titel “het alternatief” draagt, sloeg binnen de joods-Amerikaanse gemeenschap in als een bom, omdat hij het aandurfde te ontmanteling voor te stellen van Israël als joodse staat. Judt kreeg het etiket van nestbevuiler opgekleefd en werd bedacht met de bekende adjectieven als ‘anti-semitische’ of ‘zelf-hatende’ jood. Judt raakte een gevoelige snaar door Israël een ‘anachronisme’ te noemen en het zionisme te omschrijven als een gefrustreerde nationalistische beweging die beter thuishoort in de 19e eeuw. “Het idee van een ‘joodse staat’ – een staat waarbinnen joden en de joodse religie over exclusieve privileges beschikken van dewelke niet-joodse burgers voor altijd zijn uitgesloten – ligt geworteld in een andere tijd en plaats”, aldus Judt. De feiten op de grond, aldus Judt, maken een twee-staten-oplossing zo goed als onmogelijk. Er zijn teveel nederzettingen, te veel joodse kolonisten en teveel Palestijnen en ze leven al tesamen zij het gescheiden door prikkeldraad, muren, checkpoints en allerlei pasjes. “Wat de wegenkaart ook moge zeggen, de echte kaart is die op de grond en daar liggen de feiten”.

Die feiten hebben er mee voor gezorgd dat de discussie over een binationale staat zo langzamerhand terug op de politieke agenda’s verschijnt. In een reactie op het Genève-akkoord – een initiatief van prominente figuren dat uitgaat van de idee van een twee-statenoplossing met ontmanteling van de nederzettingen – maar ook op het onvermogen van de eigen corrupte leiders, publiceerde Fatah – een van de belangrijkste PLO-fracties, de partij ook van Yasser Arafat en Marwan Barghouti – op 1 december 2003 een verklaring waarin zonder meer gepleit wordt voor één pluralistische democratische staat. Dit om te komen tot “een vrede zonder grenzen, muren en controleposten” en die is “gebaseerd op de terugkeer van de vluchtelingen”. Fatah beschuldigt in de verklaring haar leiders het recht op terugkeer van de vluchtelingen te verkopen in ruil voor een staat die vooral het “Israëlische veiligheidsbelang ten goede komt en ook een aantal lui van het Palestijnse regime moet dienen om voor de stijging van hun illegale opbrengsten”.

Fatah staat niet alleen. Velen in het Palestijnse kamp zien geen heil meer in een twee-staten-oplossing. Zelfs premier Ahmed Qurei dreigde in een reactie op het unilaterale disengagement plan: “Dit is een Apartheid-oplossing met als doel de Palestijnen in kantons te stoppen. Wie kan dit aanvaarden? We zullen gaan voor een één-staat-oplossing…” De speciale VN-gezant voor het Midden-Oosten, Terje Roed-Larsen, vroeg zich op zijn beurt af, of we “het einde naderen van de twee-staten-oplossing, de grondslag van al onze vredesinspanningen”.

Binationale staat, ooit idee van zionisten

Hoewel 78 procent van de joodse Israëli’s zich verzet tegen het idee van één staat ligt het nochtans geworteld in het vroegere zionistische discours. In de periode van het Britse mandaat Palestina propageerden prominente zionisten zoals Martin Buber, Henrietta Szold, Judah Magnes en Arthur Ruppin, de bi-nationale staat. Robert Weltsh, net als de meeste promotors van een binationale staat lid van Berit Shalom, schreef in 1925 in de Judische Rundschau : “De toekomst van Palestina, zijn vreedzame ontwikkeling en welvaart, kunnen alleen maar behouden blijven door een politiek systeem waarin beide volken met gelijke rechten zij aan zij leven, verbonden door de natuurlijke communicatiebanden, economische en culturele relaties. We willen geen joodse staat, maar een binationale Palestijnse gemeenschap”. De zionistische leiding zette het plan van een exclusief joodse staat op een laag pitje maar bleef het als een ideaal doel beschouwen. Een tacticus als Ben Goerion, had begrepen dat met een minderheid van 20 procent in het toenmalige mandaatgebied, de joden te zwak waren om in te gaan tegen zowel de Britten als de Palestijnen. Na de stichting van de staat Israël in 1948 werd de piste van een binationale staat verlaten en dit wegens de veranderde krachtsverhoudingen en de sterk veranderde politieke situatie (resolutie 181 waarin het opdelingsplan van de Algemene Vergadering van de VN en de Holocaust). Vanaf 1967 tot aan de vooravond van Oslo waren het de Palestijnen die het idee van een democratische en niet-godsdienstige staat, waarin joden en Palestijnen gelijke rechten zouden bezitten, genegen waren. Tegelijk weigerden ze de erkenning van de staat Israël en beschouwden ze de joden niet als een nationalistische maar als godsdienstige gemeenschap, waarmee het Arabisch karakter van Palestina wordt benadrukt.

Vandaag zijn de aanhangers van één enkele staat te vinden in beide kampen zei het volgens volledig andere uitgangspunten. Israëlisch rechts promoot ‘Groot-Israël’ en eist openlijk de annexatie van de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook op met behoud van het joods karakter van de staat. Een belangrijk deel van deze groep maakt deel uit van de regering en voert harde oppositie tegen Sharons disengagement plan. Effi Eitam, leider van de Nationaal Religieuze Partij en voormalig lid van de regering Sharon wil de Palestijnen hooguit een soort derderangsburgerschap geven. Wie zich daar niet naar schikt moet volgens Eitam ‘getransfereerd’ worden, een mooier woord voor deportatie. Eitam ziet het zo: de Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever zouden stemrecht krijgen in het Jordaans democratische systeem en Israël zal hen een ‘brede gemeentelijke vrijheid’ verlenen. Een andere variant op de Groot-Israël gedachte stelt voor om het hele gebied ten westen van de Jordaan in tien cantons in te delen, 8 Israëlische en twee Palestijnse, met als gevolg dat joden dan niet de numerieke, maar wel de politieke meerderheid blijven behouden.

Demografische obsessie

Rechts, extreemrechts maar ook zionistisch links kijken angstvallig naar de demografische evolutie, die in het nadeel speelt van de joodse staat. Nu al wonen er meer dan 20 procent Palestijnen in Israël zelf. Het vergt dan inderdaad al waanzinnige scenario’s om bij annexatie van de Palestijnse gebieden er voor te zorgen dat het joods karakter van de staat niet wordt aangetast, want tegen 2020 zouden de Palestijnen volgens de demografen in de meerderheid zijn. Arnon Sofer van de Haifa Universiteit heeft berekend dat de totale bevolking ten westen van de Jordaan 15,5 miljoen zal bedragen tegen 2020 : 6,4 miljoen joden en 8,8 miljoen Palestijnen. Dat deed de hoofdonderhandelaar van Ehud Barak al ras besluiten dat het beter is “zelf de grenzen te bepalen en een IJzeren muur te plaatsen tegen de demografische dreiging”. Het is paradoxaal genoeg Sharon die dit ideetje van zionistisch links heeft overgenomen door een peperdure muur/hek te bouwen met zo weinig mogelijk Palestijnen aan de Israëlische kant en zoveel mogelijk joodse nederzettingen en vruchtbare grond aan de andere kant.

De demografische obsessie is niet zonder gevolgen voor de Palestijnse Israëli’s. Een voorbeeld is de afkondiging van een nieuwe wet op 31 juli 2003, die het verblijf of burgerschap van Palestijnen van de bezette gebieden die getrouwd zijn met een Israëlische burger verbiedt. Familievereniging wordt hierdoor onmogelijk gemaakt. De Knesset verlengde deze zomer de wet, met familiale drama’s tot gevolg. In de Knesset regent het voorstellen die telkens geïnspireerd zijn op demografische ‘dreigingen’. Knesset-lid Avigdor Liebermann van de Nationale Unie (Yisrael Beiteinu) bijvoorbeeld wil dat elke Israëlische Arabier die weigert een loyaliteitseed af te leggen bij het afhalen van zijn identiteitskaart, uit het land wordt gezet.

Ook links laat zich niet onbetuigd. Leidende leden van de Arbeiderspartij steunen het plan om Palestijnse nederzettingen van Israël naar de Palestijnse gebieden te verhuizen. Dat ideetje vonden we terug in de onderhandelingsvoorstellen van premier Ehud Barak. In zo’n geval is het Palestijnse-Israëlisch stadje, Umm al-Fahm. Maar de inwoners zelf zijn daar niet happig. Dat lokte de commentaar uit van Dr. Amnon Raz-Krakotzkin van de Ben Gurion Universiteit van de Negev dat het “beangstigend is wanneer joden over demografie spreken”. Raz-Krakotzkin: “het vredesdiscours van Israëlisch links gaat in feite over niets anders dan zich ontdoen van de Arabieren, en daarom klinkt het net hetzelfde als transfer”.

De keuze van zionistisch Israël voor een joodse staat heeft weinig perspectief als het tegelijk ook een democratie wil zijn. Dat is kort samengevat de stelling van Tony Judt. De keuze voor het ontmantelen van de joodse nederzettingen in de bezette gebieden en een twee-staten-oplossing met het behoud van het joods karakter wordt alsmaar moeilijker en kan zelfs leiden tot een burgeroorlog. Daarenboven verandert dat niets aan de huidige discriminatie van de Palestijnse Israëli’s, die hoe dan ook een hypotheek legt op de democratie. Een andere hypothetische weg bestaat erin zich te ontdoen van de hele Palestijnse bevolking door een politiek van etnische zuivering of ze van de honger laten omkomen of totdat ze vanzelf weggaan. Uiteraard is dat politiek verwerpelijk, maar ook niet in het belang van de staat Israël. Het is immers waarschijnlijk dat het land daardoor het statuut van eeuwige paria zou krijgen met een nieuw regionaal conflict er bovenop. Een derde weg bestaat erin de bezetting handhaven, met als resultaat dat binnen enkele jaren de Palestijnen in de meerderheid zullen zijn. In de boutade van Judt betekent dit dat Israël “ofwel een joodse staat zal zijn ofwel een democratie. Maar logisch gezien kunnen beide niet”.

Post-zionisme en één staat

Dit brengt ons bij het enige duurzame alternatief namelijk dat Israël moet evolueren naar een post-zionistische staat, waarin de discriminatiewetten worden weggewerkt om zo ruimte te maken voor een één-staat-oplossing. “De uitdaging voor de één-staat-oplossing is een politieke weg te vinden door de transitie van een rivaliserend etno-nationalisme naar een democratisch seculiere formule die Israël’s rol als joodse haven kan behouden terwijl de Apartheidachtige privileges worden ontmanteld… “

 

Binnen de Israëlische vredesbeweging zijn er voor en tegenstanders van een binationale staat. Gush Shalom-man Ury Avnery is tegen een binationale staat gekant omdat hij het een gevaarlijke utopie vindt: “er is geen enkele reden om aan te nemen dat de huidige post-Holocaust Israëlische generatie of haar opvolger deze oplossing zal aanvaarden, omdat het volledig in conflict is met de mythe en ethos van Israël”. De Israëlische historicus Ilan Pappe daarentegen vindt de twee-staten-oplossing dan weer een utopie. Hij verzet zich bovendien uit principe tegen het concept van zionistische staat. In een artikel dat 3 jaar geleden is geschreven, richt hij zich specifiek tot het vredeskamp. Dat lag er na Oslo verweesd bij. Volgens Pappe moet de vredesbeweging “openlijk de noodzaak introduceren om Israël te de-zioniseren als het enige middel om tot vrede en verzoening te komen met de Palestijnse bevolking. Het moet niet alleen het Palestijnse recht op terugkeer verdedigen, maar ook de praktische manier om dat te verwezenlijken. (…) het moet durven uitkomen met moedige ideeën over een toekomstige politieke structuur in een situatie waar de twee-staten-oplossing irrelevant is geworden, gezien de demografische verspreiding van Palestijnen en joden tussen de Jordaan en het Middellandse-Zeegebied. Dergelijke nieuwe politieke structuren kunnen de vorm aannemen van een binationale of seculiere democratische staat of iets van die aard”. Meron Benvenisti, de Israëlische publicist en Midden-Oosten kenner stelt het nog scherper in zijn kritiek op het disengagement-plan: “Sharon heeft een plan voorgelegd dat een ‘joodse democratische staat’ lijkt te beloven via ‘scheiding’, ‘het einde van de verovering’, het ‘ontmantelen van de nederzettingen’ – en ook het gevangen zetten van zo’n drie miljoen Palestijnen in Bantoestans. Het is een ‘interim plan’ dat bedoeld is om eeuwig mee te gaan. Maar het plan zal maar meegaan, zolang als de illusie blijft bestaan dat ‘scheiding’ een manier is om het geschil op te lossen. De dag zal echter komen dat de aanhangers van deze illusie zullen begrijpen dat ‘scheiding’ een manier is om te onderdrukken en domineren. Dan zullen ze in actie schieten om het Apartheidsapparaat te ontmantelen.”

Noten

1. Lili Galili. A Jewish demographic state. In: Haaretz, 16 october 2004

2. www.cnn.com op 27 oktober 2004

3. Het tijdschrift Soemoed publiceerde de Nederlandstalige tekst van de routekaart in een afzonderlijk dossier. Dat is ook via internet beschikbaar op http://www.xs4all.nl/~npk/Soemoed/Soemoed.3134.htm#dossier

4. Tony Judt. Israel: the Alternative. In: New York review of books, volume 50, nr 16, 23 oktober 2003

5. De engelstalige versie van het disengagement-plan

6. Tony Judt. 23 oktober 2003. ibidem

7. Zie: Shiko Behar en Michael Warschawski. De Israëlische tekst en context van het Genève-akkoord. In Uitpers nr 49, januari 2004

8. De tekst van Fatah is gepubliceerd op http://www.one-democratic-state.org/articles/fateh’.html

9. Geciteerd in: Gary Sussman. The Challenge tot the Two-State Solution. In: MERIP, zomer 2004

10. Gary Sussman. 2004 ibidem

11. Martin Buber is een joods filosoof, theoloog en bijbelvertaler; Henrietta Szold stichtte onder meer de Hadassah (Nationale Zionistische Vrouwenorganisatie van Amerika) en eerste vrouwelijke lid van de Zionistische executieve; Judah Magnes was voorzitter van de nog jong Hebreewse Universiteit en een van de stichters van Berit Shalom, een organisatie van intellectuelen die voorstander waren van een binationale staat; Arthur Ruppin was socioloog en wordt de vader van de zionistische nederzettingen genoemd, wegens zijn rol o.m. in het Joods Agentschap. Hij was ook lid van Berit Shalom.

12. Het citaat komt uit: Susan Lee Hattis. The Bi-National Idea in Palestine During Mandatory Times. Shikmona Publications, Haifa, 1970, pp. 4-5 zie: http://www.brightonandhoveprosynagogue.org.uk/shavuot.htm

13. Maxime Rodinson. De joodse natie in droom en daad. EPO, Berchem, 1988, pag. 83

14. zie: http://www.haaretz.com/hasen/pages/QA.jhtml?qaNo=102

15. http://www.adalah.org

16. Lili Galili. A Jewish demographic state. In: Haaretz, 16 october 2004

17. Memri. Israeli Arabs prefer Israel to Palestinian Authority. Special dispatch series nr 117, augustus 2000 (zie http://www.memri.org )

18. Lili Galili. 16 oktober, ibidem

19. Virginia Tilley. The One-State Solution. In: London review of books. zie: http://www.lrb.co.uk/v25/n21/till01_.html

20. Ilan Pappe. The Decline and Fall of the Israeli Left. 3 oktober 2001. Gepubliceerd op de website van het Alternative Information Center (http://www.alternativenews.org/ )

21. Meron Benvenisti. Founding a binational state. In: Haaretz, 22 april 2004

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).