Het broze bestaan van Europa’s jonge generatie

Er zijn al allerlei namen bedacht voor de generatie die in Europa nu op de arbeidsmarkt komt. De jongste benaming die in het nieuws opdook: de “generatie van 600 euro” in Griekenland. 600 euro staat voor het maandinkomen waarmee veel jonge Grieken vrede moeten nemen op een arbeidsmarkt waar de concurrentie zeer groot is. Dit is de eerste generatie in lang die het waarschijnlijk minder goed zal hebben dan de voorgaande, aldus sociologen. Ligt daar de uitleg voor enkele recente uitbarstingen van ongenoegen zoals nu in Griekenland?

Griekse toestanden

Wat in Griekenland gebeurt, heeft veel te maken met interne Griekse toestanden. Dat land is, mede door zijn toetreding in 1981 tot de Europese Unie, in korte tijd grondig veranderd. Althans, de maatschappij is veranderd, Griekenland was bij zijn toetreding een agrarisch land, nu overheersen toerisme, de banken en andere dienstensectoren. Maar de structuren zijn nauwelijks veranderd. In die periode heeft het onderwijs een zeer grote stoot gekregen, veel meer jongeren hebben hogere studies gedaan in de overtuiging dat hen hooggekwalificeerde en goedbetaalde jobs te wachten stonden. Maar het onderwijs heeft weinig kwaliteit. En dat heeft allicht te maken met het feit dat de overheidsuitgaven voor onderwijs zeer laag zijn. De Olympische Spelen van 2004 pikten wel jarenlang een grote hap uit het budget.

De economie groeide dus wel, maar het aanbod aan jobs van hoger niveau bleef achter. Met als resultaat dat nu massa’s jonge Grieken ver onder hun opleidingsniveau werken. Zij stellen ook vast dat jongeren uit andere lidstaten van de EU soms met de goedbetaalde jobs gaan lopen, terwijl die Grieken moeilijk elders aan de bak komen omdat hun opleidingen een minder goede reputatie hebben. Elk jaar halen 80.000 jonge Grieken een hoger diploma; de helft vindt een min of meer aangepast werk. De werkloosheid bij Grieken onder 24 jaar is 25%. Voor 2009 voorzien economisten 100.000 extra werklozen!

600 euro

Met de wereldwijde economische crisis is de toestand voor die jongeren natuurlijk nog uitzichtlozer. Meer en meer Grieken, vooral jongeren, werken nu voor 500 tot 650 euro per maand. Vandaar dan ook de benaming “generatie 600 euro”. De uitbarsting van woede na het neerschieten van een 15-jarige jongen heeft daar mee te maken. Die jongeren zagen enkele weken eerder hoe er miljarden euro waren om de banken bij te springen. Vandaar hun slogan “Geld voor de banken, kogels voor de jongeren”. “We hebben geen werk, geen geld, een staat die bankroet is en het enig antwoord dat we krijgen is dat ze wapens aan de politie geven om ermee te schieten”, aldus een van de betogende jongeren.

Hun frustraties spruiten ook voort uit de onmacht van de politieke wereld om iets aan de problemen van die generatie te doen. De huidige conservatieve regering van premier Karamanlis zit tot over de oren in de schandalen. Maar de grootste oppositiepartij, de socialistische Pasok, was als regeringspartij in hetzelfde bedje ziek. Corruptie, nepotisme, cliëntelisme, nauwelijks scheiding tussen kerk en staat…geen van beide grote partijen heeft van Griekenland een moderne rechtsstaat gemaakt.

Een klein deel van de jongeren volgt dan maar de anarchistische groepen. Die hebben nog altijd enig aanzien omdat zij een rol speleden in de studentenopstand van 1974 die het kolonelsregime ten val bracht.

Kangoeroes

Jongeren die geen werk vinden of een baan van 600 euro per maand, kunnen ook moeilijk zelfstandig gaan wonen. De gemiddelde leeftijd waarop een Griek zelfstandig gaat wonen is 27 jaar. Maar steeds meer jongeren blijven noodgedwongen bij de ouders omdat ze zich met een inkomen van 600 euro niet zelfstandig kunnen vestigen – de levensduurte ligt in Griekenland niet veel lager dan bij ons. Er is ook al een naam voor bedacht: de kangoeroe-generatie.

Dat verschijnsel komt in veel Europese landen voor. In Italië spreken ze van de ‘bamboccioni’ voor twintigers en dertigers die nog bij pa en ma wonen. Dat verschijnsel is er al wel ouder, want waarom op eigen dure benen gaan staan en het comfort van thuis opgeven… in Italië riep 20 jaar geleden een ouderpaar op tot de vorming van een beweging “schop ze eruit”. Maar de huidige generatie twintigers en vroegere dertigers dragen ook de naam “generatie van 1000 euro” omdat dit het loon is waarmee steeds meer jonge volwassenen moeten rondkomen. Hier is 22% van de jongeren onder 25 werkloos.

De opeenvolgende Italiaanse regeringen, rechts en links, hebben statuten ingevoerd waarbij jongeren vrede moeten nemen met laagbetaalde losse tijdelijke contracten of interim-arbeid, met een gemiddeld loon van rond 1000 euro, per maand.

Dezelfde situatie doet zich voor in Spanje. Daar hebben ze het over de “Mileuristas”, ook al verwijzend naar het gemiddeld looninkomen van 1000 euro. In Groot-Brittannië hebben ze het over de iPod generatie, iPod voor : Insecure, Pressured, Overtaxed and Debt (onzeker, onder druk, zwaar belast en met schulden). Dat is het resultaat van jarenlange afbouw onder Margaret Thatcher, John Mayor en Tony Blair. Vooral jongeren moesten vrede nemen met onderbetaalde halftijdse en losse baantjes, vaak nog ’s avonds, ’s nachts en in weekends.

Een socioloog in Londen bedacht een andere naam voor die generatie: de baby losers, in tegenstelling tot de baby boomers na de Tweede Wereldoorlog die hun welvaart zagen stijgen en er vanuit gingen dat dit ook zo zou blijven. Voor deze baby losers wordt dat wellicht niet zo.

Het leidt in die landen (nog) niet tot grote uitbarstingen. Er heerst een sfeer van ‘ieder voor zich’, er is weinig solidariteit en organisatie, elk zoekt zijn eigen job te redden. In Frankrijk zit er wel beweging in. Er waren de frequente explosies van geweld in de ‘banlieues’, de voorsteden, waar vooral jongeren van migrantenorigine amok maakten. Er was vooral de massale mobilisatie van 2006 tegen het CPE (contrat première embauche), een bedenksel van de regering de Villepin om nieuwe broze werktoestanden in te voeren.

De regering moest terugkrabbelen en de Villepin verdween van het toneel. Maar de voorbije weken komen weer tienduizenden jongeren op straat, deze keer van de scholieren en studenten tegen de hervormingsplannen voor het onderwijs. Die jonge betogers nemen het niet dat er massa’s geld wordt gevonden om de bankiers ter hulp te snellen, terwijl er volgens hen veel te veel in onderwijs wordt gesnoeid.

De rechtse regering vreest een uitbarsting in het begin van volgend jaar. Om die reden heeft minister van Onderwijs Xavier Darcos deze week zijn hervormingsplan met een jaar “uitgesteld”. Maar het zou best kunnen dat Darcos en zijn plan bij de volgende regeringsherschikking sneuvelen.

De regering rekent een beetje op de laksheid van de socialistische oppositie om te beletten dat het ongenoegen politieke uitlopers krijgt. Maar ook in januari richt de LCR (Ligue Communiste Révolutionaire) met oud-presidentskandidaat Olivier Besancenot en duizenden sympathisanten de “Nieuwe Antikapitalistische Partij” op, en die is wel zeer actief in de jongerenbewegingen. In de peilingen doet die NPA het alvast nu al goed.

Afwezig

Sociologen vragen zich af waarom er totnogtoe – op Griekenland na – geen grotere jeugdrevoltes zijn. Het zal wel te maken hebben met de angst om te verliezen wat men toch nog heeft, hoe broos ook. Met het gebrek aan solidariteit in een verbrokkelende samenleving.

Maar er is ook de verloren gaande geloofwaardigheid van organisaties die normaal voor die solidariteit zouden instaan, met voorop de sociaaldemocratische partijen. In Griekenland, Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië zien we dat partijen die ontstonden en groeiden rond sociale solidariteit, vaak zelf allerlei broze arbeidstoestanden bedacht hebben. We moeten niet ver zoeken, bij ons was de grote bedenker van de eerste nepcontracten Spitaels, jarenlang de grote baas van de PS. Ingegeven uit sociale bekommernis? Het zette wel de deur open voor de afbraak van het normale arbeidscontract in naam van een nieuw dogma: de flexibiliteit.

(Uitpers, nr 105, 10de jg., januari 2009)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook