Het bewogen einde van tirannenjager Garzón

Het zijn gloriedagen voor de rechtse krachten in Spanje: de conservatieve regeringspartij Partido Popular (PP) mag ongestoord haar ‘contrarreforma’ voortzetten, het volk wordt koest gehouden door de veelvormige propaganda en wie het establishment toch durft tegen te werken, zoals de onderzoeksrechter Garzón, wordt deskundig uitgerangeerd.

Het is een publiek geheim dat Baltasar Garzón reeds lang een hinderlijke steen in de stevige schoen van de Spaanse machthebbers was. Hij had dan wel internationale faam verworven door zijn jacht op allerhande louche figuren als Pinochet of Osama bin Laden en als voorvechter van de mensenrechten, hetgeen hem zelfs een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede opleverde, binnen de eigen landsgrenzen zagen velen hem liever niet al te ijverig bezig. Spanje is immers een land waar heel wat stinkende potjes onbedekt moeten blijven om bepaalde belangen te dienen, gaande van de corrupte relatie tussen politiek en bedrijfswereld tot de dubieuze rol van de koninklijke familie. Dat Garzón bovendien nog even staatssecretaris is geweest onder de socialistische premier Felipe González, heeft de aversie tegen hem vanwege de rechterzijde enkel nog aangescherpt.

Dat alles maakt dat men wel zeer gedreven op zoek ging naar de spreekwoordelijke stok om de hond te slaan. En men vond maar liefst drie stokken: de rechtse krant El Mundo kwam ten eerste aandragen met een vermeend schandaal inzake illegale financiering van een studiereis van Garzón naar de Verenigde Staten, een zaak die intussen geseponeerd is omdat ze verjaard is.
De tweede beschuldiging was veel meer politiek beladen: Garzón had besloten om een onderzoek in te stellen naar de meer dan 100.000 tegenstanders van de rechtse generaal Franco die verdwenen zijn (vaak in massagraven) tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het daaropvolgende fascistische regime (1939-1975), waardoor hij de Spaanse amnestiewet uit 1977 geschonden zou hebben. Hij had blijkbaar onderschat dat er in de Spaanse maatschappij nog steeds een falangistische onderstroom aanwezig is waartegen zelfs een gerenommeerd figuur als Garzón niet is opgewassen. De Partido Popular van premier Rajoy, waarvan de onmiddellijke voorganger Alianza Popular werd opgericht door de onlangs overleden Manuel Fraga, minister onder en rechterhand van Franco, diende zelfs niet zichtbaar in te grijpen om Garzón een halt toe te roepen: het was de obscure extreemrechtse actiegroep Manos Limpias die het vuile werk opknapte en zo het imago van de PP intact hield. Probleem handig opgelost voor rechts, Franco is nog steeds springlevend.

De uitspraak van het bovengenoemde proces zal nog even op zich laten wachten, maar erg veel belang heeft het niet meer want de derde zaak is intussen succesvol gebleken om sterrechter Garzón te kortwieken. Ditmaal gaat het om het illegaal afluisteren van gesprekken tussen verdachten in een grootschalig corruptieschandaal (de zogenaamde zaak-Gürtel) en hun advocaten. Bij die zaak zijn zowel toppolitici van de Partido Popular als bonzen uit de bedrijfswereld betrokken, m.a.w. personen die voldoende macht hebben om achter de schermen stevig aan de touwtjes te trekken (als het even kan met de medewerking van bevriende rechters). Dat de enige veroordeelde in dit proces de aanklager zelf is terwijl bewezen is dat er malversaties van vele miljoenen euro’s hebben plaatsgevonden, zegt veel over de werking van het sterk gepolitiseerde gerecht in Spanje. De 56-jarige Garzón werd door het Hooggerechtshof veroordeeld wegens ambtsmisdrijf (een erg vage beschuldiging die sinds de invoering van de democratie in Spanje in 1979 slechts een handvol malen tot een vonnis heeft geleid) en mag de komende elf jaar niet meer optreden als magistraat, wat de facto zijn pensioen binnen de rechterlijke wereld betekent.

Dat het gerecht er verschillende criteria op nahoudt naargelang wie er op de beklaagdenbank zit, is geen nieuws in Spanje. Meer nog, de woordvoerster van het gerechtelijke apparaat in Spanje (CGPJ) Gabriela Bravo zei het onlangs zelfs nog letterlijk: “Niet alle beklaagden zijn gelijk voor de wet”. Deze uitspraak kwam er toen bekend raakte dat het vorstenhuis druk had uitgeoefend op het gerecht naar aanleiding van het nakende proces tegen Iñaki Urdangarin, de schoonzoon van de Spaanse koning Juan Carlos die in staat van beschuldiging is gesteld op verdenking van corruptie en belastingfraude. Dat diens echtgenote Infanta Christina, en wellicht ook Juan Carlos zelf, vermoedelijk jarenlang op de hoogte waren van de vergaande wanpraktijken van Urdangarin, wordt trouwens geruisloos weggemoffeld door de rechtse media.

Voor links is Garzón het slachtoffer van het wankele, partijdige en bedorven juridische systeem in Spanje, voor rechts was hij een lastpost met een overdreven geldingsdrang die zich te weinig hield aan de geschreven en ongeschreven regels van de rechtswerking. Wat er ook van zij, zijn ongebreidelde ambitie is hem uiteindelijk fataal geworden.

(Uitpers nr. 140, 13de jg., maart 2012)

Visited 12 Times, 1 Visit today

Tags :